Preek voor Willibrord-zondag 7 november 2021, Cenakelkerk

Preek voor Willibrord-zondag 2021                                                             Herwi Rikhof

Jes.52,7-10 Mc 16,15-20

Wanneer het begonnen is, heb ik niet kunnen nagaan, maar nu is het in elk geval heel gewoon: elke organisatie of elke grote gebeurtenis heeft een logo. Vanaf het begin van de reclame was het wel gewoon dat een merk iets herkenbaars had: er zijn prachtige voorbeelden van advertenties aan het begin van de vorige eeuw ontworpen door gerenommeerde kunstenaars voor slaolie of cacao. En, er was ook wel zoiets als een huisstijl, het merk in bepaalde opvallende letters. Maar dat elke organisatie of grote gebeurtenis een logo had, dat is, denk ik, pas veel later gewoon geworden. Op gebouwen, op briefpapier, op folders staat een logo en in quizzen op de tv worden logo’s getoond en de deelnemers moeten dan raden naar welke organisatie of bedrijf dat logo naar verwijst: een moeder die een kind ophoog houdt tegen de achtergrond van een wereld bol – Unicef- ,  een lopende man op een rode cirkel met daarin een wijzer – de Rabobank – , een grote gele schelp  – Shell. Ook wij als parochie hebben een logo: drie halve groene cirkels die met elkaar een cirkel vormen, een verwijzing naar de beroemde icoon van Roeblev van de drie engelen op bezoek bij Abraham en Sara, de icoon die ook in onze kerk staat. Een logo dat op onze website staat, op ons briefpapier en enveloppen, in het colofon van de Triptiek en op de speciale boekjes die we voor onze liturgie maken. Dat logo is ontworpen na de fusie en is ook de vertaling van de naam van de nieuwe parochie, Heilige Drie-eenheid.

Op twee universiteiten waarbij ik gewerkt heb, had of heeft het logo van die universiteit met Willibrord te maken. Het logo van de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht (KTUU) was gebaseerd op het ruiterstandbeeld van Willibrord op het Janskerkhof: Willibrord als monnik op een stevig paard met een kerk in zijn hand. En hier in Nijmegen staat onder het wapen de weinige woorden die Willibrord eigenhandig geschreven heeft aan het eind van zijn leven in wat nu de codex van Echternach genoemd wordt, in nomine dei feliciter. Bij het nieuwe bestuursgebouw  – het oude Berchmanianum – is dat wapen met de woorden in een groot rood reliëf afgebeeld in de binnenplaats. Ook in het logo in Utrecht stonden woorden, ook latijn, in via veritatis, die later om een of andere reden, tot mijn spijt verdwenen zijn. Over die twee korte Latijnse zinnetjes, in nomine dei feliciter ‘in de naam van God gelukkig’ en in via veritatis ‘op de weg van de waarheid’ wil ik wat zeggen.

Ook al valt de naam van God niet, in via veritatis ‘op de weg van de waarheid’,  is een door en door religieus motto. Het is een verwijzing naar dat gezegde van Jezus in het evangelie van Johannes: ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven’, of, zo kun je dat gezegde ook verstaan: ik ben de ware levensweg. Een tekst die tot de kernteksten van ons geloof behoort, die Willibrord ongetwijfeld gekend heeft en die op een of andere manier tot de pit van zijn verkondiging in onze streken heeft behoord. De ware levensweg, onze ware levensweg, is Christus volgen. Dat motto past mooi bij dat ruiterstandbeeld op het Janskerkhof. Het paard staat namelijk in beweging afgebeeld, zoals dat beroemde ruiterstandbeeld in Rome van keizer Marcus Aurelius: een been omhoog en de drie andere benen op de grond. Ik ken ook beelden waar het paard stil staat, vier benen op de grond of waar het paard steigert met de twee voorbenen in de lucht, maar in Utrecht dus min of meer rustig in beweging.

In via veritatis heb ik net vertaald met ‘op de weg van de waarheid’  maar je kunt het volgens mij ook nog anders vertalen: ‘op weg naar de waarheid’. Die vertaling heeft mijn voorkeur, niet alleen omdat die past bij de studie van de theologie, waar je gelovig op zoek bent naar inzicht, maar ook omdat hij past bij elke gelovige van overal en alle tijden, maar zeker voor ons, in onze omstandigheden. Ik merk bij anderen en ook bij mezelf een regelmoeheid – moeten we echt weer terug naar de linten in de kerk en maar 60 mensen, van te voren opgeven, naar niet meezingen – maar ook een brede moedeloosheid rond de corona-pandemie – houdt die pandemie dan nooit op-  en dan kan zo’n motto ‘op weg naar de waarheid’ ons als gelovigen helpen in beweging te blijven en te blijven zoeken naar de ware levensweg in onze omstandigheden.

In nomine Dei feliciter. Ik heb die vier woorden van Willibrord vertaald met ‘in de naam van God gelukkig’. Ik heb ook andere vertalingen gevonden. “In Godesnaam houzee’” zo vertaalt de eerste rector magnificus van de Katholieke Universiteit in 1923 die vier woorden. Op een recente website van de Radboudumc, waar informatie staat voor kinderen die een spreekbeurt willen houden over het (kinder)ziekenhuis, vond ik “Mogen wij in Gods naam gelukkig voortgaan.” Zowel in die oude vertaling en als in die nieuwe zit een element dat ik wel begrijp maar dat ik niet in die oorspronkelijke Latijnse formulering terug hoor: dat ‘hou zee’ en ‘mogen wij voortgaan’. Daarmee worden die woorden van Willibrord een soort motto voor toekomstig gedrag, iets voor de toekomst, terwijl ik het eerder een uitdrukking vind die met het heden te maken heeft. Hoe belangrijk de toekomst ook is – de conferentie over het klimaat in Glasgow toont dat maar al te duidelijk – de ervaring van het heden is ook van belang. Ik wil ze niet tegen elkaar uitspelen, maar hoe je de toekomst ziet, wat je in de toekomst wil doen of laten, dat heeft wel van alles te maken met hoe je je nu voelt, hoe je het heden ervaart. Als je nu ellendig voelt, of angstig, of als je nu goed voelt, vol energie: dat bepaalt hoe je de toekomst ziet, als een dreiging of vol vertrouwen. Willibrord voelt zich blijkbaar gelukkig. En nu wordt ook van belang onder welke omstandigheden hij die woorden schreef: aan het eind van zijn leven, zijn lange leven. Hij is geboren in 658 en op 7 november 739 gestorven, dus 81 jaar geworden.

Ik vind het altijd mooi en indrukwekkend wanneer mensen bij een ziekenzalving of in gesprekken over hun sterven en uitvaart terugkijken op hun leven en dan zeggen dat het een mooi leven is geweest, wel met ups en downs, maar toch mooi. Ze kijken terug op hun – meestal lange – leven en beoordelen dat als goed, ze zijn er tevreden mee en ze zijn er dankbaar voor. Wanneer Willibrord in Echternach die woorden in nomine dei feliciter schrijft staat hij aan het eind van zijn lange leven, een leven dat, voor zover we dat weten, niet altijd gemakkelijk is geweest, waarin hij grote teleurstellingen heeft meegemaakt en dan zeg ik het nog aardig. Meer dan teleurstellingen. Hij zag zijn levenswerk, de opbouw van een christelijke geloofsgemeenschap te midden van een heidense omgeving, vervliegen toen de Friezen in opstand kwamen tegen de Franken en alles wat hij letterlijk en figuurlijk opgebouwd had, kapot werd gemaakt. Je kunt je nauwelijks indenken wat voor impact dat op hem heeft moeten hebben, maar misschien kunnen we door de coronacrisis dat toch een beetje meevoelen, de crisis die al onze gewoonten en plannen doorkruist heeft en waarvan de grote gevolgen nog steeds niet duidelijk zijn. Nadat in 717 de Franken de Friezen verslagen hadden, kon hij opnieuw beginnen en dat deed hij ook, 60 jaar oud. Maar die grote tegenslag is terugkijkend blijkbaar niet bepalend geweest voor hem, voor zijn leven, want hij schrijft feliciter, gelukkig.

Als Willibrord dat feliciter, dat gelukkig schrijft, dan voegt hij er in nomine dei aan toe, ‘in de naam van God.’ In die twee vertalingen die ik noemde, staat in ‘Godesnaam’, ‘in Godsnaam’, maar ‘in godsnaam’ heeft in ons gewone spraakgebruik een bepaalde, haast ongeduldige klank gekregen. Ik denk dat bij Willibrord helemaal niet mee geklonken heeft. Daarom vertaal ik liever met ‘in de naam van God’. Dan klinkt de formule van het doopsel door, ‘ik doop jou in de naam van .. ‘ en ook de formule waarmee we onze gebeden vaak beginnen en daarbij een kruis maken: i’n de naam van …’ . Zo verstaan plaatst Willibrord zijn leven en werken, zijn succes en zijn tegenslagen in kader van God.

Zegt hij dan ‘gelukkig’ omdat dat wel zo hoort voor een bisschop. Ik denk van niet, ik denk dat hij daarmee zijn diepe geloofsovertuiging aangeeft: dat wanneer je jouw leven met al zijn wederwaardigheden in het kader van God plaatst het wel goed, gelukkig moet zijn. Een geloofsovertuiging die niet vanzelfsprekend is, die ook niet inhoudt dat God overal wel voor zal zorgen en dat jij dus niets hoef te doen (vaccineren of zo). Maar een geloofsovertuiging dat God ook in tegenslagen – en dat kunnen we allemaal sociaal en persoonlijk invullen –  aanwezig is. Gelukkig maar.

Meer nieuws

Overweging, 28 november, 1e zondag Advent C 2021 door pastoor Jacques Grubben.

In de afgelopen tijd las ik een roman met als […]

Maatregelen om rekening mee te houden voor en tijdens de Vieringen i.v.m. de Corona-pandemie

Een kort overzicht van de maatregelen die door de regering, […]

Interview Streekomroep RN7met pastoor Jacques Grubben over Red Wednesday

De kerk aan de Groenestraat in Nijmegen werd woensdag 24 […]

Paus Franciscus over ‘De zaligsprekingen van de bisschop’

Zalig de bisschop die van armoede en vrijgevigheid zijn levensstijl […]

Preek voor Christus Koning 2021, Cenakelkerk

Preek voor Christus Koning  2021            […]