Emmaus DSC_3334

Preek voor de 3de zondag van Pasen 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 3de zondag van Pasen 2021                                                                        Herwi Rikhof

Hand. 3,13-15.17-19 / Lc. 24,35-48

 

Inleiding
In de verhalen na de verrijzenis gaat het om verschillende zaken. Om geloof, zoals vorige week toen we het verhaal van Thomas hebben gehoord die alleen maar wilde geloven als hij de wonden in de handen voeten en zijde kon zien en ze kon voelen. Of om bekering zoals op Paasmorgen toen we het verhaal van Maria Magdalena gehoord of gezien hebben die zich twee keer omkeert.

Ook vandaag horen we geloof en bekering terug in het evangelie, en ook dat zien van de wonden. Maar vandaag komen we ook een element tegen dat in die andere verhalen niet zo duidelijk naar voren komt, namelijk dat de verrezen Heer zijn leerlingen de Schriften uitlegt. Dat gebeurt ook onderweg naar Emmaus, het verhaal dat voorafgaat aan het gedeelte dat we straks gaan horen. De evangelielezing straks begint er zelfs mee: de twee leerlingen die terug gekomen zijn uit Emmaus en hun verhaal doen en dan komt Jezus binnen komt en wenst hen vrede. Het verhaal van de Emmausgangers staat als een soort stripverhaal in onze sacramentskapel afgebeeld. In de kapel van paasavond vertellen die twee Emmausgangers aan de anderen wat er gebeurd is, komt Jezus binnen en wenst zijn leerlingen vrede. Piet Gerrits heeft die groet zelfs geschilderd.

Elke zondag vieren we Pasen en elke zondag lezen we uit de Schrift. Ik heb op de eerste zondag van de veertigdagentijd gezegd dat ik altijd een onderscheid maakt tussen de Bijbel en H. Schrift en heb aan dat onderscheid twee verschillende manieren van lezen gekoppeld. Met de Bijbel heb ik verbonden dat je de tekst – min of meer – wetenschappelijk leest, met historische informatie – het gaat ten slotte om teksten van lang geleden – en dat je de teksten zorgvuldig leest – wat voor soort tekst is dit, een verhaal en wat voor soort verhaal of een betoog of een lied, een gedicht. Aan de Schrift heb ik gekoppeld dat we een stap verder gaan, dat we op basis van die ‘Bijbelse’ lezing verbanden leggen dwars door die verschillende boeken heen, dwars door de Wet, Mozes, de Profeten, de evangelies en de brieven heen, dwars door de eeuwen heen en dat we die teksten lezen als Woord van God en dat we die teksten over anderen uit het ver verleden lezen als teksten over ons hier en nu.

Elke zondag vieren we Pasen maar vooral in deze tijd – dat zeg ik straks ook in de prefatie, maar vooral in deze tijd. Na het evangelie wil ik stil blijven bij dat element uit de Paasverhalen dat we elke zondag in praktijk brengen: lezen in de H. Schrift en luisteren naar Gods woord.

 

Preek
‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. De afgelopen week was het 500 jaar geleden dat Maarten Luther in een vergadering in Worms, een rijksdag, ten overstaan van keizer Karel V en andere wereldlijke en geestelijke hoogwaardigheidsbekleders zich moest verdedigen. Luther was in de kerkelijke ban gedaan en nu moest de keizer dat bevestigen met alle gevolgen vandien: arrestatie en executie. Of Luther toen echt gezegd heeft ‘hier sta ik, ik kan niet anders’, wordt door historici betwijfeld, maar zoals dat bekende Italiaanse gezegde luidt: als het niet waar is, is het toch mooi bedacht. De professor die op de radio het belang van dat gebeuren 500 jaar geleden uitlegde, verwees natuurlijk naar de stellingen van Luther over de aflaten en over het financiële spel dat daarmee gespeeld werd, verwees ook naar de opkomst van de boekdrukkunst waardoor, net als nu via de sociale media, ideeën in een keer veel sneller verspreid konden worden. Ze noemde ook de politiek: allerlei vorsten die de macht van de keizer wilden indammen en Luther gingen steunen.

Ze noemde niet echt nadrukkelijk iets waar Luther ook voor pleitte en dat door de boekdrukkunst ook reëler geworden was als daarvoor: het lezen van de H. Schrift. Luther heeft later niet voor niets de Schrift vertaald en zo beschikbaar gemaakt voor iedereen die kon lezen. Het is dat element, het belang van het lezen van de Schrift, het luisteren naar het Woord van God dat het Tweede Vaticaans Concilie heeft opgepakt en dat ook verwerkt is in de hervormingen van de liturgie na het concilie. Dat wij vandaag als eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen lezen, een groot gedeelte van psalm 4 horen en uit het evangelie van Lucas lezen heeft met die hervormingen te maken. De Schrift, en wel de rijkdom van de Schrift heeft een grotere en belangrijkere plaats gekregen in onze liturgie.

Als ik een persoonlijke noot mag invoegen: door de centrale plaats van de Schrift in de theologie – ook een resultaat van het Tweede Vaticaans Concilie – ben ik theologie blijven studeren en nu ik bijna elk weekend hier ook de taak heb de Schrift uit te leggen ontdek ik keer op keer iets van de rijkdom van het Woord van God. Dat betekent niet dat ik alles begrijp, of alles duidelijk vind.

Neem nu het evangelie van vandaag. Zeker op het eerste gehoor zit dat vol ongerijmdheden: Jezus verschijnt met een verheerlijkt lichaam, maar wel met vlees en botten. Jezus verschijnt met een verheerlijkt lichaam en toont zijn handen en voeten met alle tekenen van het lijden en dood. Jezus verschijnt met een verheerlijkt lichaam en eet wat geroosterde vis. Maar dit soort ongerijmdheden leiden er dan niet toe om zo’n tekst direct maar weg te doen als dom of onbegrijpelijk: zo’n tekst zet mij aan tot herlezen en nog eens herlezen, tot nadenken. Vaak, niet altijd, leidt dat tot begrip. Met dat verhaal van Thomas van de vorige week uit het evangelie van Johannes in mijn achterhoofd, zie ik dat de evangelist Lucas hetzelfde wil vertellen, maar dat op een ander manier doet: dat de verrezen Heer de gekruisigde is, dat de verrijzenis niet het lijden weggedaan heeft, maar opgenomen heeft, een plaats gegeven heeft. En wat Lucas en Johannes zeggen, zegt Paulus weer anders wanneer hij aan de christenen van Korinthe schrijft dat hij een gekruisigde Christus verkondigt, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid (I Kor 1,23)

Dat ik keer op keer de rijkdom van de Schrift ontdek, betekent ook niet dat ik het met alles eens ben. Er staan teksten in de Bijbel die om het maar scherp te zeggen, niet passen in de Heilige Schrift. En dat brengt mij tot dat element uit de paasverhalen dat vandaag eruit springt: Jezus die zijn leerlingen de Schrift uitlegt.

Lucas noemt in het gedeelte dat we gehoord hebben niet alleen de Wet en de Profeten maar ook de Psalmen. Een driedeling die recht doet aan de volle breedte van de Schrift. Niet alleen de Wet en de Profeten, ook de Geschriften die vaak later zijn dan de Wet en de Profeten maken deel uit van wat wij gewoon zijn te noemen het Oude Testament. De Geschriften zijn teksten waarin soms heel persoonlijke gevoelens en gedachten verwoord worden, onbegrip dat het de goeden slecht gaat en de slechten goed, vragen naar het waarom, worstelingen met kwaad bij anderen en bij zichzelf, klachten over onrecht. En, klachten tegen God: ‘Mijn God, mijn God waarom hebt u mij verlaten?’. Misschien dat Lucas hier met opzet de Psalmen noemt, omdat Jezus precies die psalm op het kruis bidt en met die hartverscheurende klacht op de lippen sterft.

Hoe dan ook: Jezus legt vandaag aan zijn leerlingen de Schriften uit, en dat betekent voor ons christenen dat wij de Bijbel lezen door zijn ogen, door zijn doen en laten en dat wij zó de Bijbel de Heilige Schrift laten worden. Jezus’ spreken over God als Vader, als barmhartige Vader, zijn parabels over het koninkrijk, zijn zaligsprekingen, zijn omgang met vrouwen en mannen, die onbegrip bij de Schriftgeleerden oproept, zijn lijden, sterven en verrijzen bepalen wat wij in Oude én Nieuwe Testament horen als Woord van God. Daarmee is niet alles gezegd. Integendeel nu begint het pas, want wat betekent het concreet dat wij door zijn ogen door zijn doen en laten de Bijbel de Heilige Schrift laten worden? Daarom lezen we dus elke keer in de Schrift, luisteren we elke keer naar het Woord van God en denken we elke keer, zo goed en zo kwaad als het gaat, erover na.

Zalig die het Woord van God aanhoort

En het in zijn/haar hart bewaart

20210416_134316

In memoriam Hanny Friesen

Hanny Friesen (1950-2021)

Aan het begin van de Goede Week is Hanny gestorven, aan het begin van de Paasweek hebben we haar begraven. Op de rouwkaart stond treffend: “ze had zo graag nog wat langer willen leven.” In de gesprekken met haar – sinds ze wist dat ze ongeneeslijk ziek was – zei ze herhaaldelijk dat ze blij was dat ze haar leven niet uitgesteld had tot na haar pensioen.

Hanny heeft een vol en mooi leven geleid, jarenlang als kinderarts in de tropen en als docent in Malawi, ook na haar pensioen. Ze heeft veel gereisd en nieuwsgierig en leergierig als ze was, is ze in het laatste jaar nog begonnen aan een nieuwe studie. Veel mensen zullen haar missen, omdat ze een van die uitzonderlijke mensen was die gemakkelijk contacten leggen die verder gaan dan beleefdheidsknikjes. In de Cenakelkerk heeft ze de niet altijd gemakkelijke taak van locatiecoördinator vervuld en met haar efficiëntie en voortvarendheid – vaak op de achtergrond – het werk gedaan waardoor een geloofsgemeenschap kan functioneren. Ook heeft ze meegedaan in de groep die bezig is de visie te ontwikkelen voor de komende jaren voor onze parochie. In de preekgroep was ze een van de leden die niet tevreden was met gemakkelijke antwoorden en bleef doorvragen – ook buiten de preekgroep. Parochiebreed hebben we een paar jaar geleden, als een Adventsproject, haar werk in Malawi concreet ondersteund met een flinke bijdrage voor de aanschaf van boeken voor haar studenten kindergeneeskunde. Ook wij hadden haar graag een langer leven gegund. Moge zij thuisgekomen zijn bij God.

Herwi Rikhof, pastor

Raam Sacramentskapel 20210412_163518 - kopie

Preek voor de tweede zondag van Pasen Cenakelkerk

Preek voor de tweede zondag van Pasen                                                                       Herwi Rikhof

1 Joh. 5,1-6 / Joh. 20,19-31

 

Inleiding
Hij staat de hele week al op mijn computer, een schilderij van Caravaggio waarop Thomas zijn vinger in de zijwond legt van de verrezen Jezus. Hij wordt daarbij geholpen door Jezus die Thomas letterlijk bij de hand neemt. De ogen van Thomas zijn groot van verbazing. Een prachtig schilderij. Blijkbaar vinden anderen dat ook, want het schilderij is door verschillende fotografen met hedendaagse mensen, eveneens zoals bij Caravaggio in gewone alledaagse kleren, ‘overgenomen’ al dan niet met behulp van wat fotoshopping. Ik heb nu een klein mapje met dat soort foto’s.

De afgelopen jaren heb ik vaak over dit verhaal van Thomas gepreekt. Tomas Halik heeft met dat verhaal als uitgangspunt een mooi boek geschreven: Raak de wonden aan, dat ik ook hier in de parochie besproken heb. Daarom wil ik vandaag niet nog een keer over dat verhaal preken, maar aandacht besteden aan een andere lezing, aan de lezing uit de eerste brief van Johannes. Een tekst die net als het verhaal over Thomas alles te maken heeft met het feest dat we vandaag – een beetje – vieren, deze zondag heet immers Beloken Pasen, dat wil zeggen ‘Pasen afgesloten’. Maar de Paaskaars zullen we pas met Pinksteren doven, dan is de Paastijd pas echt afgelopen.

 

Preek
Zoals vaker tijdens deze coronacrisis werd een fysieke bijeenkomst een digitale. Ik was uitgenodigd om als laatste spreker op een symposium kort te reageren op de eerdere sprekers en op het thema, niet in de zaal  dus, maar vanuit mijn werkkamer. Het ging over een thema waar ik als docent, maar ook als pastor vaak mee bezig ben geweest: het gemeenschappelijk priesterschap van de gedoopten. Of zoals ik het ook wel vaak noem: de waardigheid en de verantwoordelijkheid van ons allen als gedoopten. U zult dat waarschijnlijk wel herkennen. Een thema dat ik ook vaak verbonden heb en verbindt met een ander thema: het kindschap van de gelovigen. We bidden niet voor niets zo vaak ‘Onze Vader’ als een herinnering aan dat kindschap en wat het inhoudt. En ook dat zult u wel herkennen. Ik vond het dan ook vreemd dat een van de sprekers zei dat binnen de katholieke kerk en theologie dat gemeenschappelijk priesterschap en het kindschap Gods geen echte thema’s waren. Ik heb aan het begin van mijn korte bijdrage mijn verbazing over dat oordeel uitgesproken, omdat ik dat oordeel niet deel. Niet omdat die collega blijkbaar niets van mij gelezen had of nooit hier in de kerk had gezeten, maar omdat ik weet dat anderen in onze kerk daar ook aandacht aan besteden, o.a. onze bisschop. Maar het is niet de eerste keer en zal ook wel niet de laatste keer zijn dat iemand een heel andere indruk van iets heeft dan ik: soms vraag ik me af of we wel hetzelfde boek hebben gelezen, of dezelfde film hebben gezien, of hetzelfde debat op de tv hebben gevolgd.

Ik vertel dit omdat vandaag die thema’s, de waardigheid en verantwoordelijkheid van de gedoopten en ons kindschap Gods, duidelijk aan de orde zijn in de tweede lezing. Het gaat over Gods kind en over Gods kinderen dat zijn de mensen die God liefhebben en zijn geboden onderhouden. Dat onderhouden van de geboden is niet moeilijk voor wie uit God geboren zijn. Dat thema van de doop en het verband tussen kindschap en doop ligt meer verborgen in deze tekst, maar ze zijn wel aanwezig. En wel op twee manieren.

Allereerst misschien een beetje oppervlakkig. Deze zondag heet niet alleen beloken Pasen, maar wordt in de traditie ook wel dominica in albis genoemd: de zondag van de witte kleren. Op deze zondag kwamen in de vroege kerk namelijk degenen die in de paasnacht gedoopt waren in hun witte kleren, die ze in de paasnacht gekregen hadden, de kerk binnen, zodat iedereen goed kon zien dat zij de pasgedoopten waren. Op deze zondag klinkt dus Pasen en daarmee ook de doop of preciezer de hernieuwing van de doopbeloften nog door.

Vervolgens minder oppervlakkig en wel in dat laatste, misschien wel raadselachtige, zinnetje: ‘Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus.’ Gekomen met water en bloed of in water en bloed zoals je het ook kunt vertalen. Wat bedoelt Johannes daarmee? Wij kennen wel het gezegde ‘vlees en bloed’ en dat verwijst naar een echte mens, met alle emoties en gevoelens, alle ervaringen ook de minder leuke die bij een echte mens horen. Maar water en bloed?

In het evangelie van Johannes komt die uitdrukking ook voor ‘water en bloed’ of beter ‘bloed en water’ en wel op het moment dat een van de soldaten de zijde van Jezus die aan het kruis hangt doorsteekt, om te kijken of hij wel echt dood is. ‘en meteen kwam er bloed en water uit’. Misschien klopt het medisch niet, bloed én water, maar Johannes schrijft ook geen medisch rapport. Eerder in het evangelie heeft hij geschreven dat Jezus zegt: ‘als iemand dorst heeft, laat hij komen en drinken’ en dat hij daar aan toevoegt dat uit zijn binnenste stromen levend water zullen vloeien. Het commentaar van de evangelist Johannes hierop is dat Jezus verwijst naar de Geest die men zal ontvangen als men tot geloof in Jezus komt. (Joh 7,37-39). En het laatste wat Jezus op het kruis doet is zeggen ‘het is volbracht’ en de geest geven. Vandaag horen we in het evangelie dat de geest geven ook de Geest doorgeven inhoudt.

Maar misschien bedoelt Johannes met water en bloed ook nog iets anders: niet alleen het einde van Jezus op het kruis, maar ook het begin van Jezus’ optreden, zijn doop in het water van de Jordaan, dat belangrijke moment waarop duidelijk wordt dat Jezus de Christus is en de Zoon van God. Bloed verwijst dan naar het sterven op het kruis, water naar de doop in de Jordaan.

In de traditie wordt die tekst dat uit de zijde van Jezus bloed en water komen, uitgelegd als de bron voor de twee belangrijke sacramenten die de kerk tot een gemeenschap van gelovigen maken: de doop en de eucharistie. En zo worden die twee interpretaties als het ware in elkaar geschoven. Zoals wel vaker in onze traditie: je hoeft niet te kiezen voor het een of het andere, het een te accepteren en het andere af te wijzen, maar beide zijn goed, beide kunnen je inzicht geven. Maar in de traditie worden bloed en water daarmee ook op ons van toepassing. Niet alleen iets dat op Jezus betrekking heeft, maar ook op ons als gelovigen. Wij zijn ook van water en bloed, zeker als we samen komen en eucharistie vieren en wij als gedoopten, als christenen, zijn dood verkondigen totdat hij komt.

Toch even terug naar het verhaal van Thomas, naar dat schilderij van Caravaggio. Op dat schilderij – en dat geldt ook voor andere schilderijen – gaat het niet om de wonden in handen en voeten, maar om die wonde in de zijde. Is het toeval dat Jezus tegen Thomas zegt dat hij zijn hand in zijn zijde moet leggen, de plek van bloed en water?

Caravaggio, De ongelovige Thomas 

 

20210328_100829

Vieringen Cenakelkerk in de Paastijd

Zaterdag 10 april 17.00 uur Beloken Pasen
Eucharistieviering met zang door Margo, Jozien en Hettie van der Borg, begeleid op orgel en piano door Frans Coerwinkel

Zondag 11 april 11.00 uur Beloken Pasen.
Eucharistieviering met zang door Margo, Jozien en Hettie van der Borg, begeleid op orgel en piano door Frans Coerwinkel

Zaterdag 17 april 17.00 uur 3e Zondag van Pasen
Eucharistieviering met begeleiding op orgel en piano door Frans Coerwinkel

Zondag 18 april 11.00 uur 3e Zondag van Pasen.
Eucharistieviering met zang door leden van het Taborkoor

Zaterdag 24 april 4e zondag van Pasen.
Woord en Communie-viering met begeleiding op orgel en piano door Frans Coerwinkel

Zondag 25 april 4e Zondag van Pasen
Woord en Communie-viering met zang door leden van Basta

Zaterdag 1 mei 5e zondag van Pasen
Eucharistieviering met begeleiding op orgel en piano door Frans Coerwinkel

Zondag 2 mei 5e Zondag van Pasen
Eucharistieviering met zang door leden van het Gemengd Koor

 

  • Om aanwezig te zijn bij de vieringen op zaterdag en zondag meldt u zich aan via de website, dit kan tot vrijdagavond 20.00 uur. Klik hier om te reserveren
  • Als dit niet lukt kunt u zich bij het secretariaat van de Landstichting aanmelden: bij voorkeur per e-mail: locatielandstichting@h3eenheid.nl
  • Of telefonisch van maandag tot en met vrijdag  in de ochtenduren tussen 09.30-12.00 uur: tel. 024-322 2165
  • De doordeweekse vieringen zijn op dinsdag- en vrijdagmorgen om 09.00 uur. Aanmelden voor deze vieringen is niet nodig.
  • Op woensdag is de kerk open voor gebed van 11.00 uur tot 12.00 uur. Om 11.30 uur is er een lezing uit de Schrift en een korte meditatie.
  • De vieringen op zondag kunt u ook live volgen via YouTube. Klik hier om te kijken

 

 

 

 

 

 

 

 

Paasmorgen 20210405_124351

Preek voor Paasmorgen 2021 Cenakelkerk

Preek voor Paasmorgen 2021                                                                                         Herwi Rikhof

Kol. 3,1-4 / Joh. 20,1-18

 

Twee keer staat ze afgebeeld in onze kerk, de apostel van de verrijzenis, Maria Magdalena. Op de muur daar achter en in de kapel daarnaast. Op de muur staat ze alleen, heeft Piet Gerrits de ontmoeting geschilderd die we net gehoord hebben, de ontmoeting van Maria Magdalena met de ‘tuinman’, met de verrezen Heer op paasmorgen. In de kapel heeft hij geschilderd dat Maria teruggaat naar de leerlingen om de blijde boodschap van de verrijzenis te vertellen. Zij is de vrouw die trappen oprent naar de andere vrouwen. Dat heeft Piet Gerrits gecombineerd met de Emmaüsgangers die terug keren op paasavond en met het verhaal van de verrezen Heer die zelf binnenkomt op paasavond.

Op deze vroege Paasmorgen wil ik even stil blijven staan bij de ontmoeting van Maria met de verrezen Heer op Paasmorgen. Ik heb net meer gelezen uit het evangelie van Johannes dan staat voorgeschreven. Volgens het directorium eindigt de evangelie-lezing vandaag met Petrus en Johannes die nog niet begrepen hadden wat er geschreven stond, namelijk dat hij uit de doden moest opstaan. Het is jammer zo te eindigen en die belangrijke ontmoeting vanmorgen niet te horen. Die ontmoeting horen we trouwens ook niet een ander keer. Dat dit gedeelte nooit in een zondagse viering wordt gelezen is echt onbegrijpelijk en een fout. Het past ook niet bij die titel die de huidige paus haar gegeven heeft  apostel van de apostelen, een eeuwenoude titel die minstens terug gaat op Thomas van Aquino. Goed, door het hele verfhaal te lezen van paasmorgen volgens Johannes lezen we iets meer dan gewoonlijk. Maar het is ook Pasen.

Johannes vertelt het verhaal van wat Maria Magdalena op Paasmorgen meemaakt en Johannes vertelt nooit een verhaal zo maar, zonder dubbele bodems. Het lijkt wel op een verhaal van een toevallige ontmoeting, waarbij de een ontdekt dat die onbekende toch niet een onbekende is, – ken je me niet meer? – maar Johannes geeft aan dat gewone herkenbare gegeven een draai, of eigenlijk meerdere draaien, drie voor zover ik kan zien.

Allereerst de tuinman. .Je kunt die verwijzing naar de tuinman als een gewone verwijzing lezen: als iemand die je verwacht in zo’n omgeving, zoals je ook aanneemt dat iemand die achter een kassa zit of de vakken vult bij dat bedrijf hoort. Maar je kunt dit verhaal ook lezen als een verhaal uit die grote Heilige Schrift en dan roept tuinman het begin van alles op, de schepping, waarin God de eerste mens in een tuin plaatst. De tuin de oorspronkelijk plek is van de eerste mens: een plek van overvloed, een plek van schoonheid, waarin de gang van de seizoenen te zien is. Niet de woestijn, niet de zee, zelfs niet de bergen, maar de tuin is de oorspronkelijke plek voor de mens. Dat de mens uit die oorspronkelijke plek verdreven is, is de tragiek van ons menselijk bestaan, dat de mens terugverlangt naar die mooie oorsprong is de motor van zoveel idealen en van ongelooflijke inzet. Dat klinkt allemaal mee wanneer Johannes spreekt over de tuinman ie de verrezen Heer blijkt te zijn. Paulus spreekt niet voor niets over Jezus Christus als de tweede Adam.

Vervolgens: omdraaien. Maria draait zich om naar die tuinman. Je leest er gemakkelijk overheen Maar wat Johannes daar schrijft kan niet, klopt niet. Maria keert zich af van de engelen en keert zich toe naar die tuinman. En als die dan haar naam noemt, keert zij zich weer om. Maar ze stond al toegekeerd naar die tuinman. Maakt Johannes daar een fout, heeft hij vergeten wat hij een paar zinnen daarvoor schreef, lied zijn geheugen hem in de steek, of zoals dat nu eet had hij een verkeerde herinnering ? Ik denk van niet Johannes is een te zorgvuldige schrijver? Hoe moet je dat begrijpen? Door te zien dat Maria alleen is, alleen staat, zich geïsoleerd voelt en ook zich geïsoleerd maakt. Ze stelt vragen aan de engelen, maar wacht niet eens op een antwoord. Ze stelt vragen aan de tuinman, maar een antwoord op die vraag zal waarschijnlijk haar isolement ook niet doorbreken. Wat haar isolement wel doorbreekt is geen antwoord op de vraag naar informatie, maar het noemen van haar naam, het raken van haar kern, van wie zij is.

Tenslotte houd me niet vast. Dat staat in de vertaling die we net gehoord hebben, en dat een betere vertaling dan de Latijnse tekst die meestal wordt gebruikt als een titel voor fresco’s en schilderingen van die ontmoeting: noli me tangere, raak me niet aan. Die vertaling is niet zo goed, omdat een week later – we horen dat volgende week – Jezus Thomas juist vraagt hem aan te raken. Maakt Jezus een verschil tussen vrouwen en mannen.? Dat zou je kunnen denken, maar dat klopt niet met wat we uit het evangelie weten van de omgang van Jezus met vrouwen, die juist kritiek opriep, net zoals zijn omgang met tollenaars. Jezus doorbrak allerlei maatschappelijke conventies.

‘Houd me niet vast’ klopt ook met daarop volgt: want ik ben nog niet opgestegen. Maar ook hier gaat het om meer dan een soort opmerkingen dat je de bus nog moet halen of al laat bent voor een afspraak. Houd me niet vast leg ik uit met dat beeld dat we deze afgelopen veertigdagen hebben mee gedragen, en dat de hele tijd als screensaver op mijn computer heeft gestaan: die handen van Rodin. Die twee handen die elkaar niet raken, maar wel samen een ruimte scheppen, een ruimte die zoals de titel van het beeld aangeeft, de kathedraal, een ruimte is vol mysterie.

Dat mysterie is dat God ons ruimte geeft, niet dwingt, niet forceert. Maar dat vraagt van ons dat wij God niet dwingen, niet forceren, God de ruimte geven Het mysterie van ons geloof is dat God ons de ruimte geeft als wij God de ruimte geven.

‘Houd mij niet vast’ is wat de verrezen Heer tot Maria Magdalena zegt, en in haar tegen alle gelovigen, ook tegen ons.

20210405_124440

Preek voor de Paaswake 2021 Cenakelkerk

Preek voor de Paaswake 2021                                                                                                Herwi Rikhof

Ex. 14,15-30a / Rom. 6,3-11 / Lc. 24,1-12

 

We hebben het toch maar niet gedaan: deze wake beginnen op de tijd waarop we gewoonlijk deze wake beginnen, op een tijd dat het donker is en we de symboliek van het binnenbrengen van het licht van Christus in volle glorie kunnen meemaken. We hebben de begintijd verzet en we houden ons aan de avondklok. Vlak voor de verkiezingen toen de avondklok even buitenwerking werd gesteld om iedereen de kans te geven te stemmen, heb ik in de preek op zondag Laetare gezegd dat ik in de teamvergadering voorgesteld had de paaswake op de gewone tijd te laten doorgaan en te zeggen dat de avondklok voor ons niet geldt, omdat deze avond voor ons de verkiezingsnacht van de kerk is. Dat was een grapje, en het team heeft er ook om lachten, maar ook geen grapje. Deze nacht is de verkiezingsnacht van de kerk en wij kiezen door onze doopbeloften te hernieuwen.

Maar we hebben het toch maar niet gedaan, ook al heeft die verwijzing naar de verkiezingen heeft niets aan actualiteit ingeboet. Integendeel zou ik zeggen met de beelden van de eerste vergaderdag van de nieuwe Tweede Kamer nog voor ogen. Maar nu komt als het ware een ander aspect van deze wake naar voren, niet zozeer het stemmen op zich, niet zozeer de hernieuwing van de beloften op zich, maar de vraag naar de basis van die hernieuwing van de beloften, naar op basis waarvan we vannacht stemmen.

In de meeste Paaswakes worden niet alle lezingen gelezen die vanavond op het rooster staan, namelijk 7 uit het Oude Testament en 2 uit het Nieuw Testament, maar wordt er een selectie gemaakt. Wij hebben dit jaar onze gewone selectie wat aangepast en niet het mooie, maar wel lange bericht van de schepping gelezen met dat refrein en God zag dat het goed was. Maar wanneer een selectie gemaakt wordt, wordt wel aangegeven dat tenminste twee lezingen uit die lange reeks gelezen moeten worden: allereerst uit het Oude Testament het verhaal van de uittocht uit Egypte en doortocht door de Rode Zee, en uit het Nieuwe Testament het gedeelte van Paulus uit de brief aan de Romeinen, een tekst die in de traditie van de kerk het nadenken over het doopsel bepaald heeft. Waarom in elk geval die twee lezingen? Omdat het in beide lezingen om herinneringen gaat en herinneringen zijn vannacht de basis voor de hernieuwing van onze doopbeloften.

Herinnering zijn er in soorten. Er zijn de leuke, gemakkelijke en ook wel vermakelijke herinneringen, anekdotes, die het altijd goed doen bij de borrel of op een verjaardagfeestje, of die je kunt gebruiken om het ijs te breken bij een eerste kennismaking. En er zijn herinneringen die niet leuk zijn, ongemakkelijk en die pijn doen. Dat zijn de herinneringen die slachtoffers van seksueel geweld hebben, dat zijn de herinneringen van slachtoffers van oorlog. Dat zijn herinneringen waar mensen niet zo gemakkelijk over praten en ze soms ook verdringen en die dan met veel pijn en moeite naar boven komen, vaak met behulp van anderen. En dan hebben we er sinds deze week nog een soort bij : verkeerde herinneringen. Maar zoals iemand eens zei over een stuk muziek: in zijn soort is het niet slecht, maar ja, het is geen soort.

Vooral die ongemakkelijke, pijnlijke herinneringen zijn van belang om iets te begrijpen van wat op allerlei niveaus zich afspeelt in onze samenleving en onze wereld. Of het nu gaat om wereldwijde processen, of om iets dat zich afspeelt in onze samenleving, of om iets in ons eigen leven: die ongemakkelijke en pijnlijke herinneringen spelen een belangrijke rol. Ze zijn als het ware de motor om dingen te doen of te laten. Het was een grapje dat een buutredner maakte op een carnavalsavond, maar dat mij bijgebleven is omdat, net als dat grapje van mij over de avondklok, meer dan een grapje was. Als mijn vrouw, zei die buutredner tegen zijn sidekick, als mijn vrouw kwaad wordt, wordt ze historisch. Hysterisch zul je menen zei de sidekick. Nee, historisch, het hele verleden wordt er bij gehaald. Heel herkenbaar: toen zei je dat, toen deed je dat. En wat tussen mensen speelt, speelt ook tussen landen. Zonder de herinneringen aan de pijnlijke kanten van de koloniale tijd, is veel van de wereldpolitiek niet te begrijpen, de groeiende invloed van China in Afrika om maar een voorbeeld te noemen.

Zoals herinneringen belangrijk zijn in onze maatschappij en ons leven, zo zijn ze ook belangrijk in onze kerk en ons geloofsleven. In de maatschappij en ons leven kunnen herinneringen soms op de achtergrond blijven, bijna onbewust zijn, kunnen ze vergeten of zelfs verdrongen worden. Dat kan negatieve gevolgen hebben, omdat we dan niet meer goed begrijpen wat er gebeurt of waarom we doen en laten wat doen en laten. In de kerk, in ons geloofsleven is er, om zo te zeggen, een mechanisme om precies dat te voorkomen. Een mechanisme waar je als gelovige, als christen niet omheen kunt, omdat het tot de kern behoort van wat het betekent een gelovige en een christen te zijn. Die kern herinneren we ons, brengen we ons te binnen.

Die kern is vanaf het begin van de kerk de doop geweest en wel de twee bewegingen die bij de doop horen, de twee bewegingen die we ook horen in de lezing uit Exodus: enerzijds de uittocht uit Egypte en anderzijds de doortocht door de Rode Zee, enerzijds het verleden en vooral de slavernij die bij dat velreden thuis hoort verlaten en anderzijds de richting in gaan van een toekomst , van vrijheid. Dat verhaal van de uittocht en de doortocht, dat is een kernverhaal voor Joden, een verhaal dat elk jaar bij het Pesachmaal verteld wordt, precies om de herinnering daaraan levend te houden. Dat verhaal is voor christenen vanaf het begin van de kerk ook het verhaal geweest dat de doop kon helpen begrijpen. Het verleden met zijn beperkingen en gebreken, met zijn fouten en zwarte kanten achterlaten en je toewenden naar het heden met zijn mogelijkheden en kansen.. Paulus verbindt die twee bewegingen met sterven en verrijzen, met dood en leven. Radicaler kan niet. ‘Zo moet u uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.’

Dat is een ongemakkelijke herinnering, omdat die doorwerkt in wat we doen en laten, ongemakkelijk omdat we daardoor telkens voor keuzes komen te staan. Als christenen kunnen we niet onnadenkend door het leven gaan. Willen we leven en niet zo maar bestaan, dan moeten we die herinnering aan ons doopsel levend houden, die beloften ons te binnen brengen. Hoe ongemakkelijk die herinnering misschien ook kan zijn.

 

Laatste Avondmaal Stola

Preek Witte Donderdag 2021 Cenakelkerk

Preek Witte Donderdag  2021                                                                                            Herwi Rikhof

1 Kor. 11,23-26 / Joh. 13,1-15

 

Waarom horen we nu op het feest van Witte Donderdag, de dag dat we de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen gedenken, waarom horen we tijdens de viering waarin we plechtig doen wat we elk weekend en ook door de week hier in de kerk (of in de Taborkapel) doen, eucharistie vieren, de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen herinneren en in herinnering houden, waarom horen we vandaag niet als evangelie het verhaal waarin dàt ook verteld wordt: het verhaal dat Jezus brood neemt en breekt, wijn neemt en ronddeelt en zegt ‘mijn lichaam’, ‘mijn bloed’. Waarom horen we nu vanavond het verhaal over de voetwassing?

Die vraag wordt nog dringender wanneer je gaat kijken naar het evangelie waar het verhaal van de voetwassing uit komt: het evangelie van Johannes. De andere evangelisten hebben het verhaal van de voetwassing niet, die vertellen gewoon het verhaal dat Jezus twee van zijn leerlingen de stad instuurt met de opdracht een plek te zoeken waar ze het feest van de uittocht, het paasfeest, kunnen vieren. Die twee leerlingen vinden een ruime bovenkamer en maken alles klaar. De andere evangelisten vertellen het verhaal dat de leerlingen met Jezus ’s avond komen, en aanliggen, dat Jezus zegt dat een van hen zal verraden en dat hij brood breekt en zegt ‘mijn lichaam’ en wijn uitdeelt en zegt ‘mijn bloed’. Maar Johannes vertelt niets over brood en wijn, hij vertelt dit verhaal in plaats van het breken van het brood en het delen van de wijn. En de kerk, zo kun je zeggen, volgt Johannes. Al eeuwen lang wordt vanavond dit verhaal gelezen.

Waarom? Om zoals dat in sommige kerken wel gebeurde in de tijd voor corona een aanleiding te hebben een toneelstukje op te voeren, de paus, de bisschop, de priester die de voeten van mensen uit de kerk wast? Dat lijkt me wat goedkoop, oppervlakkig, te veel show. Nee, ik denk dat er een diepere reden is, want als je voor een lezing uit het evangelie van Johannes kiest, kies je altijd voor een dubbele bodem.

Die dubbele bodem kunnen we ontdekken, als we ons realiseren dat dit verhaal van de voetwassing een ongemakkelijk verhaal is, een verontrustend verhaal. Wij kennen het en dan valt dat verontrustende niet meer zo op. Maar Petrus laat in zijn reactie zien hoe ongemakkelijk, hoe verontrustend het is wat Jezus daar doet. Verontrustend en ongemakkelijk is niet alleen dat Jezus zich als een dienaar, als een knecht gedraagt en het werk doet dat wij het liefst aan anderen uitbesteden. Niet het verontrustende gaat dieper en daarvoor moeten we niet allen kijken naar wat Jezus doet, maar ook en vooral naar Petrus: naar zijn reactie, naar wat hij zegt.

Petrus lijkt op mensen die wij waarschijnlijk wel herkennen, omdat wij ze meemaken maar misschien nog wel meer omdat we ons in hen herkennen. Petrus lijkt op mensen die merken dat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, maar aangewezen zijn op gezinshulp, op mensen die merken dat ze verzorgd moeten worden, opgenomen in een verzorgingshuis of verpleegtehuis, mensen die gewassen moeten worden en verschoond. En dat gaat nooit zomaar, dat gaat nooit gemakkelijk, want niemand van ons wil zijn of haar onafhankelijkheid kwijt. ‘Ik heb het altijd gered, waarom nu niet meer?’ ‘Ik heb altijd voor mijn man kunnen zorgen, waarom nu niet meer?’ ‘Ik heb altijd voor anderen gezorgd…’. Wanneer je dit van dichtbij meemaakt, in je familie, bij je ouders, bij vrienden, dan merk je ook hoe sterk in jezelf dat verlangen is om zelfstandig te zijn en te blijven, om niet afhankelijk te worden. Dat gevoel, dat diepmenselijke verlangen daar gaat het om in dit verhaal, dat is wat Petrus naar voren brengt: het verlangen om het zelf te doen, het zelf te kunnen.

En van dát gevoel, van dát verlangen naar zelf doen zegt Jezus nu, dat kan wel waar zijn, maar als je daar alleen aan denkt, als je koste wat het kost dat overeind wilt houden, dan mis je wat, dan kun je niet meedoen, dan snap je niet wat er gebeurt, dan blokkeer je. Wat blokkeer ik dan? Dan blokkeer je God, dan sta je niet toe dat God voor je zorgt. Dan sta je niet toe dat God gastheer is en dat jij te gast bent.

Goed gast zijn is moeilijker dan we denken. Misschien moeten we het daarom ook zo vaak inoefenen. Gasten zijn, naar voren komen met lege handen en het voedsel van eeuwig leven krijgen. We doen het vaak uit gewoonte, maar het is een diep gebaar hier in de kerk, de hand ophouden om de communie te ontvangen. Het gebaar drukt ten diepste een houding uit, de houding van gast.

Goed gast zijn is moeilijker dan we denken. Misschien moeten we het daarom ook zo vaak inoefenen. Gasten zijn, zodat we van harte kunnen zeggen: dank u wel, want dat betekent ‘eucharistie’. Daarom begin ik straks bij  het grote dankgebed ook met de oproep ‘ brengen wij dank aan de Heer onze God’ en antwoordt u: ‘hij is onze dankbaarheid waardig’, zegt u in feite: ja, dat doen we. Als we dat doen, als we ‘dank u wel’ zeggen, dan kan God zeggen: het genoegen is mijnerzijds.

 

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.