DSC00124 (2) engelen

Overweging Weekend 17 -18 oktober, Cenakelkerk


 

Overweging Weekend 17 -18 oktober 2020                                                   Margaret de Groot-Vlasveld

Jesaja 15, 1, 4-6   /  Mattheus 22, 15-21

Geld is een beladen onderwerp. Afhankelijk van o.a. beroep, levensfase, erfenis is het bepalend wat er op onze bankrekening staat. Geld maakt niet gelukkig, maar het is wel makkelijk als je het hebt. En naast alle zorgen in deze Coronatijd over gezondheid en sociale contacten, zijn er grote zorgen over de economische krimp. Wat kan wordt gecompenseerd, miljarden worden toegezegd.

Praten over geld is een intiem onderwerp. Er wordt soms gebluft, soms is er stilte uit schaamte. In veel situaties, in bedrijven, families, vriendengroepen is geld een oorzaak van ruzie. Geld kan je in bezit nemen. Als je het deelt, is het ook tot zegen.

Het gezegde: ‘Geef de keizer wat de keizer toe komt en aan God wat God toekomt’ is ons welbekend. We proberen om zo min mogelijk belasting te betalen. Adviesbureaus kennen de mazen van de wet.

Maar wat komt God toe? Waarom Wereldmissiedag?
Sommigen zullen zich de vraag stellen, of het in deze pluralistische wereld nog wel nodig is  om in andere culturen ons geloof te brengen. Is ons geloof beter dan hun tradities ? Wat hebben wij hen te bieden? Als wij hier elke week samenkomen dan willen we geen eiland zijn in de grotere wereldkerk, maar een gemeenschap die wil meebouwen
aan een wereld waar het goed is om te wonen voor elke mens en waar wij geven wat de ander/Ander toekomt.

Ook op Wereldmissiedag gaat het om geld. Geef de missie wat de missie toekomt.

U herinnert zich vast nog hoe er in vroeger jaren aandacht was voor mannelijke en vrouwelijke missionarissen. Door de eeuwen heen hebben ze hun gelovig ideaal handen en voeten gegeven. Vanuit congregaties, kloosterordes gingen ze op pad naar een onbekend land, met beperkte communicatiemiddelen. De thuisparochies steunden hen. Een bedelpreek leverde een volle collecteschaal op. Met als extra opmerking: We horen het liever ritselen dan rinkelen. Op school werden in die tijd melkflesdoppen en zilverpapier, prentjes en centjes ingezameld: van álles kon dienen als “offertje voor de zwartjes”, zoals het toen vaak nogal neerbuigend werd genoemd. Zo’n uitspraak wordt nu bestraft.

De missionarissen waren niet de eersten die dat deden, nee, hun voorbeeld was Jezus. Hij is op de wereld gekomen om de Blijde Boodschap te verkondigen en voor te leven. De Boodschap dat God liefde is, en dat alle mensen broers en zussen zijn, want allen zijn ze zijn kinderen. Daarom heeft Jezus zijn boodschap niet beperkt tot het Joodse volk waartoe hijzelf behoorde. Nee, Hij trok ook naar andere volkeren, Hij was de eerste missionaris. Overal en aan iedereen, aan tollenaars en zondaars, aan zieken en melaatsen, aan rijken en armen, verkondigde Hij het Goede Nieuws van de barmhartige God, Vader en Moeder van alle mensen, vol liefde en vrede.

En nog steeds zijn er missionarissen die vanuit hun religieuze bewogenheid zich inzetten, waar ter wereld ook. Deze maand oktober 2020 is in de hele R.K. Kerk aandacht voor West Afrika. Ze bundelen hun krachten in organisatie Missio.

Missio is een onderdeel van de internationale pauselijke missiewerken van de R.K. Kerken, actief in 130 landen. Het is hun missie dat er een menswaardig bestaan komt met minder armoede en voldoende voedsel. Ze bouwen scholen, ziekenhuizen, spreken o.a. over hygiëne en gezondheid. Ze bieden hulp aan boeren en ondersteunen talloze projecten.

Te midden van grote problemen als honger, armoede, terreur en nu ook de coronapandemie aldaar wil de Missio stemmen van hoop laten horen.

De Nobelprijs voor de Vrede 2020 is toegekend aan het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Een hongerige maag heeft geen oren. Ieder mens, man, vrouw en kind, met honger is aan het overleven en is niet in staat om aandacht te geven aan andere aspecten van leven. Laat staan dat ze zich openen voor een gelovig leven en oog en oor hebben voor anderen. Strijden tegen honger en het verbeteren van de omstandigheden leiden tot vrede.

Wat komt God toe?

Duizenden idealisten en realisten, ze noemen zich geen missionaris, maar zij zijn allen mensen met een missie. Aandacht geven, in welke vorm ook, aan een menswaardig bestaan, dat komt aan God toe. “Alles wat je doet voor de minste der mijne, doe je voor mij.”

Geef de keizer wat de keizer toekomt. Geef God wat God toekomt, geeft Missio wat Missio toekomt. Moge het zo zijn.

 

P.S.

In Triptiek nr. 9 (8 oktober 2020) staat een bijdrage over Missiezondag.

Missio Wereldmissiemaand te Den Haag NL65 INGB 0000001566

 

 

 

 

h.geest logo duif

Overweging 29e zondag 2020 A, 18 oktober, door pastoor J. Grubben

De mens zaait in de natuur, bewerkt en bemest de grond. God echter geeft  uiteindelijk de vruchtbaarheid zo leert ons niet alleen de Schrift maar ook een boerenwijsheid. Hij laat het van tijd tot tijd regenen en de zon schijnen. De bedoeling is om de gewassen te laten bloeien en rijpen om uiteindelijk geoogst te worden zodat zij tot voedsel worden. Zo ervaren wij dat ieder jaar weer in de afwisseling van de seizoenen. De prachtige kleuren van herfst vallen ons nu in een wandeling in de natuur, ondanks de herfststormen en de naderende ‘winterkou’, ten deel. En God blijft zichtbaar en onzichtbaar aan het werk voor wie het wil zien. Je kunt als het ware echter ook ‘geestelijk’ gaan wandelen met God. Je ontdekt dan wie Hij is, wat Hij doet en vooral ook hoe je Hem in zijn zoon Jezus kunt navolgen. Met een mooi woord noemen wij dat een spirituele zoektocht die veelal langs diverse religieuze landschappen leidt. Regelmatig levert een dergelijk wandelen een verdieping en of versterking van het geloof op door de deelname aan een Nieuwe Beweging in de Kerk. Maar het kan ook zo zijn dat mensen zich thuis gaan weten in een groep met eeuwenoude geestelijke wortels. In dit verband kwam ik in het afgelopen jaar verschillende mensen tegen die op avontuur gingen in hun geloof. Wonderlijk, verrassend en prachtige vergezichten waarvan ik deelgenoot mocht zijn. De toekomst wordt een nu omdat alles wat ademt voort gaat als een gebeuren van liefde. Dat past ook bij Wereldmissiedag. En evenzeer bij de mensen die zich geroepen weten door God en Hem en de medemens de eerste plaats geven in hun werkdadige leven. De heilige Geest is  hun kompas, gids of leidsman.

  • De profeet Jesaja (45, 1.4-6) spreekt over de roeping van koning Cyrus ten dienste van God en zijn volk Israël;
  • de apostel Paulus schrijft in zijn 1e brief aan Thessalonicenzen (1, 1-5b) over de dankbaarheid voor het werkdadige geloof van deze gemeenschap;
  • het Evangelie volgens Mattheüs (22, 15-22) gaat over de valstrik die de Farizeeën samen met de Herodianen spannen voor Jezus. Zij zijn niet dienstbaar aan God en zijn volk.

Bij de boodschapper van God, Jesaja, horen wij het begin van een gebeuren waarin naast God, Cyrus de vorst van de toenmalig bekende wereld, een rol speelt. De laatstgenoemde heeft deze positie echter aan de Heer te danken. Niet omwille van zijn eigen verdiensten maar met het oog op het welzijn van het volk Gods, Israël, is hij koning. Cyrus is in de 6e eeuw voor Christus heer maar niet dé Heer met een hoofdletter. Hij is een instrument in Gods handen en wordt omgord voor de strijd om het volk van God een weg te banen naar huis, het Beloofde land. Hij gaat ook als het ware op weg, met God op avontuur.

De Farizeeën smeden in het Evangelie een plan met de Herodianen, de aanhangers van koning Herodes Antipas, om Jezus ten val te brengen. Bij de arrestatie van Jezus op Witte donderdag is er sprake van een soortgelijke bundeling van krachten. Zij gaan niet met de zoon van God, Jezus, op avontuur. Zij hebben geen oog en oor voor wie Hij is, wat Hij doet en met welke bedoeling Hij op aarde is verschenen. In eerste instantie pappen ze met Hem aan maar dat hoort bij het leggen van de valstrik. Echter jammer voor hen, Jezus heeft het door. Is het gerechtvaardigd om belasting te betalen aan de keizer of niet, is hun vraag. Wat Jezus ook zal antwoorden, Hij is altijd de pineut. Immers niet betalen is verzet tegen het gezag van de Romeinen en strafbaar. Wel betalen betekent een verlies van aanzien bij het volk dat Hem adoreert. Maar ze rekenen buiten de waard. Jezus wijst hen allereerst op de wereldse verplichtingen zoals het belasting betalen aan de keizer. Maar ook spreekt Hij de Farizeeën en de Herodianen als gelovigen aan op hun verantwoordelijkheid en voorbeeld aangaande de plaats in hun leven van het geloof in God. Jezus duidt op een heldere wijze de positie van de keizer in de wereld aan die niet boven God gesteld mag worden. Er is immers maar één Heer! Eigentijds geformuleerd: ‘Ga niet met het geld op weg of op avontuur maar doe dat met God’. Daar hebben beide partijen niet van terug. Zij vallen als het ware stil. Jezus houdt hun een confronterende spiegel voor die hen bewust maakt van hun laakbaar gedrag.

Als Jezus ons hier en nu een soortgelijke spiegel zou voorhouden, vallen wij dan ook stil? De 1e brief van de apostel Paulus aan de Thessalonicenzen biedt hen en  ons echter een uitweg. De apostel prijst deze Griekse gemeenschap voor hun werkdadig geloof. Dit uit zich onder de leiding van Gods Geest in daden die getuigen van geloof, hoop en liefde, de drie grote deugden. Kort samengevat: hun leven begint bij God en wordt door Hem geleid en voltooid. In dit leven kan en mag het geld derhalve niet de hoofdrol spelen. En natuurlijk geld heeft een betekenis als een nuttig ruil of betaalmiddel. En is ook een bron van inkomsten voor het dagelijkse levensonderhoud van onszelf én dat van anderen. Echter onze toekomst met God en de naasten is nu. We zijn genodigd om op het ademen van de heilige Geest voort te gaan in ons leven. God blijft, welke keuze wij ook maken, in en met ons aan het werk met de uitdrukkelijke bedoeling om een rijke oogst binnen te halen. Hij ziet verlangend uit naar ons antwoord. AMEN

Wilt u de Overweging van de achter ons liggende zondagen nog eens doorlezen, kijk dan op de Homepage, klik op de knop ‘Over ons’ en klik dan op Overwegingen.

DSC_3196

Preek voor de 28ste zondag, 11 oktober Cenakelkerk

Preek voor de 28ste zondag door het jaar 2020                                                              Herwi Rikhof

Jes. 25,6-10a / Mt. 22-1-14

 

Inleiding

In het boekje staat een gedeelte van het evangelie van vandaag tussen haakjes. Ik ben er nooit zo voor in een tekst te knippen. Daarom zal ik straks ook het de hele parabel van de genodigden aan de maaltijd lezen. In het evangelie van Matteüs draagt deze parabel duidelijk de sporen van de tijd dat Matteüs zijn evangelie schreef. De tijd dat er spanning komt tussen de Joodse overheid en de christenen, de tijd dat Jerusalem verwoest is door de Romeinen. Maar dat gedeelte dat tussen haakjes staat is een gedeelte dat over problemen binnen de jonge geloofsgemeenschap gaat en eigenlijk over problemen van de geloofsgemeenschap van alle tijden. Dat gedeelte weglaten ontneemt ons dus de kans iets over ons zelf te ontdekken.

 Preek

Je kon er niet omheen, ik tenminste niet, om de berichtgeving over de kerken, de discussie over de rol van de kerken in de Coronacrisis. Dat is wel eens anders geweest. Tijdens de lockdown waardoor we het hoogtepunt van het kerkelijk jaar, Goede Week en Pasen niet konden vieren zoals we dat gewend waren, werden praktisch bij elke persconferentie wel de nagelstudio’s genoemd, maar de kerken of moskeeën niet. Maar de afgelopen stonden de kerken volop in het nieuws, met name vanwege wat vorige week in Staphorst gebeurde. Op de radio hoorde ik een paar keer de suggestie dat concertzalen en voetbalstadions zich maar als kerken moeten afficheren: dan konden ze ook meer mensen toelaten. Er werden – speels en minders speels – allerlei paralellen getrokken tussen geloven enerzijds en voetballen en kunst anderzijds. Ik hoorde ook discussies over de vrijheid van godsdienst en de gelijkheid van iedereen. Er werd trouwens niet alleen over de kerken gesproken, ook mensen van de kerk spraken zich uit, voor en tegen die beperking tot dertig: van ‘God meer gehoorzamen dan de overheid’ tot ‘de kerk als dienst aan de samenleving’, het hele spectrum van uitzondering tot voorbeeld.

Ik kon er ook niet omheen, omdat het over ons ging, over onze vieringen hier in deze Cenakelkerk. De bisschoppen lieten ons weten dat ze tegen het eind van de week ons zouden laten weten of er aanpassingen van de bestaande regels zouden komen en zo ja welke. Gisteravond hebben we die informatie gekregen – erg laat gezien de procedures die we de laatste weken volgen met opgeven. Lijkbaar geen gemakkelijke discussie en beslissing. Als pastoraal team hadden we al besloten dat we dat getal van dertig zouden aanhouden; als er meer mensen zouden mogen komen bij de vieringen, dan was dat meegenomen. De bisschoppen laten weten dat het bestaande protocol voor alle vieringen onverkort blijft gelden met de twee aanvullingen: voorlopig niet meer dan dertig gelovigen bij een viering, exclusief bedienaren, en het dringend advies dat aanwezigen een mondkapje dragen (volgens de richtlijnen van de overheid) dat bij voorkeur alleen tijdens het ontvangen van de H. Communie wordt afgedaan.

Ik kon er niet omheen, ook vanwege de lezingen van vandaag. De hele discussie over wel of niet uitzondering, de paralellen met sport en kunst roepen namelijk vragen op waarom we hier samen komen en waarom we dat belangrijk vinden. En die vragen worden nog versterkt door de lezingen van vandaag: verhalen over maaltijden. We komen hier toch samen om de maaltijd van de Heer te vieren.

Maar nu moet ik wel even pas op de plaats maken om niet te snel conclusies te trekken. De twee teksten die we gelezen hebben zijn namelijk geen beschrijvingen die je één op één kunt toepassen op ons.

De tekst uit Jesaja is een visioen, een droom over de toekomst. Een prachtige droom waarin alle volken samen komen voor een overvloedige maaltijd. Een droom die nog steeds een droom is. Dat werd deze week nog eens onderstreept door de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, als een erkenning voor het werk dat die programma doet net alleen voor eten, maar ook voor vrede. Een programma van de Verenigde Naties, de organisatie die pas nog herdacht dat zij 75 jaar geleden, in antwoord op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, werd opgericht. Bij die herdenking bleek niet zoveel van eenheid onder de volkeren. Nog steeds een droom, nog steeds geen werkelijkheid.

De tekst uit Matteus is een parabel, een verhaal waarin Jezus weliswaar gebruik maakt van allerlei toestanden die hij ziet gebeuren in zijn omgeving en die we gemakkelijk ook herkennen in onze samenleving mee maken, maar waarin hij die gebeurtenissen in een ander kader plaatst dan het gewone, in dit geval het rijk der hemelen. ‘Het rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.’ Precies dat plaatsen in ander kader moet je aan het denken zetten.

Daar komt in dit geval nog iets bij. Jezus kiest niet zomaar iets uit zijn maatschappij, een bruiloftsmaal, maar doet dat vanwege allerlei associaties: gewone en gelovige. De gewone associaties. Voor Jezus – en dat geldt nog steeds is oosterse en zuidelijke culturen – is de maaltijd niet alleen maar een kwestie van een snelle hap. De maaltijd is een sociaal gebeuren, dat aandacht en tijd vraagt, banden schept en onderhoudt. Het is een teken van gastvrijheid mensen bij je thuis uit te nodigen. De gewone associaties klinken door wanneer Jezus een maaltijd in verband brengt met het rijk der hemelen, met God. Hij heeft dat visioen van Jesaja gekend, waar God alle volken uitnodigt en gastheer is. Dat visioen wil hij als een ideaal levend houden. In deze parabel gaat het dan ook nog om een bijzonder maaltijd, een bruiloftsmaal. Jezus weet ook dat bijvoorbeeld de profeet Hosea spreekt over het verbond tussen God en zijn volk als een huwelijk. Dat het om een bruiloftsmaal gaat, onderstreept dat het niet om eten of drinken gaat, maar om een diepe verbondenheid en ongelooflijke gastvrijheid.

Wanneer wij hier de maaltijd van de Heer vieren, gaat het ook niet om eten (of drinken). Bij de communie ontvangen we wel een hostie, maar dat is zo’n klein stukje brood dat dát nauwelijks telt als eten. Wij mensen hebben meer eten nodig. Wanneer wij hier de maaltijd van de Heer vieren, gaat het erom dat wij ingaan op zijn uitnodiging en de Heer als de gastheer accepteren en banden willen onderhouden.

Nu wordt dat stukje tussen haakjes van belang, dat stukje over de man die niet voor de bruiloft gekleed is. Op het eerste gezicht is dat logisch: hij is per slot van de straat geplukt, je kunt toch niet verwachten dat hij – en de anderen – piekfijn gekleed zijn. Maar hier gaat het om iets meer dan kleding, denk ik. Maar waar staat die kleding dan voor? Voor slecht? Maar in het stukje daarvoor staat dat zowel slechten als goeden binnen gebracht worden. Dat is ook niet logisch om dan één er uit te halen. Dan hadden ze aan de poort een betere selectie moeten toepassen. Maar omdat er staat dat zowel goeden als slechten genodigd worden, geeft dat aan dat deze gastheer niet een selectiecriterium hanteert: hij nodigt werkelijk iedereen uit.

Waar slaat dat dan op dat die man niet voor de bruiloft gekleed is? Ik begrijp dat als een verwijzing naar de houding van de man. Blijkbaar drukt hij, hoe dan ook, uit dat hij wel meegekomen is, maar eigenlijk niet de gast wil zijn van die koning en eigenlijk niet in die anderen geïnteresseerd is. Goed of slecht: daar gaat het niet om, maar wel of je gast wil zijn en met anderen wilt zijn. Dat is de grote vraag.

Als je de parabel zo leest, wordt duidelijk wat allemaal meespeelt wanneer we zeggen dat we hier samen komen om de maaltijd van de Heer te vieren. We vieren dat we allen uitgenodigd zijn. En, we drukken uit dat we samen echt gasten van de Heer willen zijn. Willen we dat?

Belangrijk-bericht

De Allerzielenviering in onze parochie gaat door – de grafzegeningen zijn helaas afgelast. Naar aanleiding van de maatregelen van het kabinet van dinsdagavond 13 oktober j.l. is dat na ampel overleg besloten

  • de grafzegeningen op onze begraafplaatsen in Hatert, Malden, Berg en Dal en op het kerkhof van de Groenestraatkerk gaan dit jaar op en rond Allerzielen helaas NIET door
  • De vieringen gaan op de ingeplande en afgesproken data en tijden echter wel gewoon door, alleen er is geen plechtigheid nadien zoals we die gewoon zijn onder de naam grafzegening.
  • de repetities van de koren mogen met ingang van 13 oktober j.l. alleen plaatsvinden op grotere afstand verspreid in de kerk dan voor die tijd het geval was, dit vanwege het meer stringente beleid van de Overheid
  • voor Allerzielen onderzoeken we de mogelijkheid van een digitale uitzending van de vieringen op een aantal locaties. We hopen op korte termijn u daarover te informeren.

Pastoraal Team en parochiebestuur

bisschoppen van nededeland 14-10-2020-bemoediging

Bisschoppen spreken woord van bemoediging met het oog op tweede coronagolf – bekijk ook de video

Het aantal coronabesmettingen is begin oktober schrikbarend opgelopen. Dat heeft ook consequenties voor de kerken. Op vrijdag 9 oktober hebben de bisschoppen parochies en religieuze gemeenschappen gevraagd terug te schalen naar dertig aanwezigen bij een viering. In deze moeilijke tijd, vol onzekerheid in verband met Covid-19, spreken de bisschoppen van de zeven bisdommen en de bisschop van het militair ordinariaat een woord van bemoediging in een nieuwe video op katholiekleven.nl.

De bisschoppen roepen op om de maatregelen van de overheid te volgen uit zorg voor de kwetsbaren in onze samenleving. “Een belangrijke zin in de Bijbel is: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan. Dus voor Jezus zelf”, zegt kardinaal Eijk. En ook Mgr. Van den Hende, voorzitter van de bisschoppenconferentie, reikt een woord uit de Bijbel aan: “Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus.”

Deze zin is te vinden in de speciale liturgie die is gemaakt om te bidden in tijden van pandemie (misformulier ‘Ten tijde van een pandemie’). Mgr. Van den Hende: “Het is Paulus die aan het woord is en die veel meegemaakt heeft. Tegenslag, honger, dorst, tegenwerking en nood op zee. Hij zegt: Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Dat wil zeggen die houdt ons vast en het komt erop aan dat wij ook Hem vasthouden en op zijn woord vertrouwen. En in deze pandemietijd is dat een belangrijke basis om vanuit te leven.”

Kardinaal Eijk  en de bisschoppen roepen op tot gebed: “Ik denk dan aan wat de heilige Theresia van Lisieux zei over het gebed. Het gebed is een opwelling van het hart, datgene wat in ons omgaat. En het is een simpele blik op de hemel. Simpel, omdat het gebed eenvoudig kan zijn. Je verruimt daardoor je ziel, zegt ze, en je verenigt je met Jezus. En dat zou ik mensen willen meegeven. Bidden. Laat de coronaviruspandemie ons brengen tot het besef dat het leven dat we hebben uiteindelijk niet in onze handen ligt, maar in dat van de goddelijke voorzienigheid. Laten we ons in gebed aan God toevertrouwen in een simpele blik op de hemel.” Kijk de video:

Kijk voor meer op katholiekleven.nl

Bisschop-de-Korte-bij-raam-e1585052390380

DE KERK EN DE TWEEDE GOLF – Opnieuw een Woord ter Bemoediging van onze bisschop Mgr. Gerard de Korte.

Beste broeders en zusters,

Velen vreesden er al voor. Maar nu is het een realiteit in Nederland. Het coronavirus verspreidt zich razend snel door het land en er is sprake van een tweede golf. De ziekenhuizen krijgen steeds meer patiënten binnen en ook op de ic-afdelingen worden langzaam maar zeker meer zieken opgenomen. Een en ander heeft ook implicaties voor het kerkelijk leven.

Minister Grapperhaus heeft begin vorige week de kerken het dringende advies gegeven om het aantal gelovigen tijdens een liturgische viering te beperken tot 30 personen. De Nederlandse bisschoppen hebben dit dringende advies besproken. De gehele afgelopen week was er overleg met de minister en tussen de bisschoppen onderling. De bisschoppen hebben bij de overheid steeds gepleit voor maatwerk. Maar helaas hebben wij dat in het overleg met de minister tot nu toe niet kunnen bereiken.

Nu de tweede coronagolf steeds hoger wordt, wordt de overheid ook strenger. Wij moeten ons sociaal leven verder beperken. Vanaf afgelopen zondag kunnen nog maximaal 30 gelovigen de liturgie meevieren. Wij perken het kerkelijke leven in ter bescherming van de volksgezondheid. Overigens vergaderen de kerken deze week opnieuw met de minister om hopelijk ruimte te krijgen voor meer maatwerk, zeker voor onze grote kerken.

Beste broeders en zusters,
ik besef dat de nieuwe realiteit voor veel priesters en andere gelovigen uitermate teleurstellend is en een groot offer vraagt. En dan spreek ik uitdrukkelijk inclusief. De beslissing van afgelopen vrijdag heb ik, samen met de andere bisschoppen, met moeite genomen.

Maar in de huidige omstandigheden met snel oplopende besmettingscijfers en ziekenhuisopnamen moeten wij juist als Kerk verstandig opereren en het aantal gelovigen in onze kerkgebouwen substantieel afschalen. Ik verwacht van mijn pastoors voldoende discipline om de regelingen van het episcopaat in de eigen parochie door te voeren. In de huidige omstandigheden moeten eigen meningen even worden opgeschort. Dat geldt ook voor mijzelf, nu wij in de bisschoppenconferentie gemeenschappelijk pijnlijke keuzes hebben moeten maken.

Ik maak mij uitermate veel zorgen over de toenemende polarisering, juist als het gaat om de bestrijding van het coronavirus, De eerste golf in maart werd gekenmerkt door grote saamhorigheid. Door de onderlinge eenheid  hebben wij het virus tijdelijk kunnen indammen. Helaas is die verbondenheid nu veel minder aanwezig, zowel in de samenleving als binnen de Kerk. Ik constateer helaas dat -niet zelden- de emotie het wint van het verstand. Dat zou onder ons christenen niet het geval mogen zijn. Ik vraag daarom van mijn priesters, diakens, pastoraal werkers, catechisten en andere gelovigen juist in deze moeilijke tijd de ingrijpende beslissingen van het episcopaat, zij het misschien met pijn in het hart, in verbondenheid en solidariteit te aanvaarden.

Juist als mensen van de Kerk zijn wij geroepen om ons eigen kleine belang te relativeren en bedacht te zijn op het bonum commune, het algemeen welzijn. Het is voor een christen geen teken van zwakte maar juist van sterkte om tijdelijk af te zien van bepaalde rechten als wij daarmee een hoger doel, het beschermen van de gezondheid van medemensen, met name oudere en kwetsbare mensen, kunnen dienen.

Ik ben intens dankbaar voor allen, priesters, diakens, pastoraal werkers, catechisten en vele andere gelovigen, die in onze parochies het kerkelijk leven zo goed mogelijk draaiende houden.

De beperking in aantal gelovigen per viering vormt een uitdaging om vaker met kleine groepen te vieren, in plaats van de deuren te sluiten. Probeer daarnaast buiten de liturgie de kerken zoveel mogelijk open te houden. Zo hebben gelovigen individueel de mogelijkheid in onze Godshuizen rust te vinden en een plek voor gebed en troost.

Soms voelt ieder van ons zich moe of moedeloos. Laten wij echter de Heer vragen om vertrouwen. God is ons in Christus zorgend nabij. Gods Geest wil ons veerkracht en creativiteit geven, juist ook in deze tijd die helaas steeds dreigender lijkt te worden.

Mgr. dr. Gerard de Korte
Bisschop van ’s-Hertogenbosch

 

Belangrijk-bericht

Om parochianen niet langer in het ongewisse te laten en de aanmelding voor de vieringen van het weekend het volgende. We gaan terug naar max. 30 personen per viering, zie verder onderstaande bericht.

Het Pastoraal Team heeft het volgende besloten:

  • We gaan terug naar max. 30 personen per viering;
  • NB: Echter mochten de bisschoppen anders besluiten dan passen wij ons daar alsnog binnen de grenzen van het mogelijke (tijdstip), op aan!
  • Daar waar dat nu al mogelijk is worden vieringen ook digitaal uitgezonden. Het parochiebestuur gaat in haar vergadering  van dinsdag a.s. 13 oktober, de mogelijkheden onderzoeken om dit vanuit meer locaties mogelijk te maken;
  • Dringend advies om een mondkapje mee te nemen naar de viering (publieke ruimte) en dit te dragen als men de kerk binnenkomt en als men naar buiten gaat. Bij het ter Communie gaan is  dit onhandig en of lastig.

NB We gaan ter communie rij voor rij;

  • De samenzang mocht sowieso al niet. Maar we blijven wel zingen met max. vier cantors en begeleiding/dirigent;
  • Het koffiedrinken gaat alleen door onder de al geldende strikte en veilige voorwaarden zoals dat nu al op een aantal plaatsen geschiedt of wordt overwogen;
  • De overige bestaande voorwaarden van verplichte registratie blijven onverminderd van kracht en dienen goed gecommuniceerd en gehandhaafd te worden;
  • Voor Allerheiligen/Allerzielen ligt er een pleidooi bij de bisschop om daarvoor binnen de dan geldende mogelijkheden, meer ruimte te bieden voor rouw.
20200719_122800

Preek voor 27ste zondag, 4 oktober

Preek voor 27ste zondag door het jaar, 4 oktober 2020                                      Herwi Rikhof

Zonnelied van Franciscus / Mt. 21,33-43

 

Inleiding

Vandaag vieren we het feest van een heilige, van Franciscus van Assisi. Op zondag doen we dat niet zo vaak, we hebben wel een zondag voor de zieken, of een zondag voor de vrede, of een zondag voor de eenheid onder de christenen, maar niet voor een heilige. Vandaag doen we dat wel, want Franciscus is, als ik dat zo mag zeggen, geen gewone heilige. Hij was de zoon van een rijke vader die veel handel dreef met Frankrijk en daarom gaf hij zijn zoon ook de naam Franciscus, Frans. Franciscus deed wat veel rijke kinderen in die tijd en ook daarna deden: hij leefde erop los, kocht dure kleren en ging naar veel feesten, hij wilde ridder worden en ging in het leger van zijn stad. Hij werd gevangen genomen na een verloren oorlog en werd ziek. Toen hij wat beter was, zag hij hoe mensen met een besmettelijke ziekte, melaatsheid, behandeld werden en kreeg spijt van zijn vroegere losse leven. Hij deed afstand van zijn geld en ging zorgen voor arme mensen. Er waren steeds meer mensen die zich bij hem aansloten en ook vandaag zijn er mensen die dat gedaan hebben en doen: de franciscanen.

Onze paus is geen franciscaan, maar heeft wel als eerste paus die naam van Franciscus gekozen, omdat hij de zorgen van die heilige Franciscus voor de armen in onze wereld deelt en ook omdat hij nog een andere zorg deelt: aandacht voor de schepping. Franciscus was ook een dichter, en hij heeft op het eind van zijn leven een lied geschreven, het eerste lied in het Italiaans. Een lied met een refrein: laudato si, wees geprezen. Dat refrein heeft de paus gebruikt voor een belangrijk document over de zorg voor de schepping. Niet alleen dat refrein, laudato si, wees geprezen, maar het hele lied horen we vandaag als eerste lezing en straks aan het eind van de dienst wordt het – in een wat andere versie – ook nog gezongen.

We hebben vandaag niet alleen de paar zangers die onder de coronamaatregelen mogen zingen, maar ook een aantal kinderen die meezingen – ook volgens de regels. We vinden het fijn dat jullie vandaag op dit mooie feest van Franciscus willen zingen en ik zal straks in de preek iets over dat lied zeggen dat we lezen en zingen, want dat is geen gewoon lied.

 

ZONNELIED VAN FRANCISCUS

 Allerhoogste, almachtige, goede Heer,

van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, Allerhoogste, komen zij toe

en geen mens is waardig U aan te spreken.

Wees geprezen, mijn Heer, door al uw schepselen

vooral door mijnheer broeder zon

die de dag is en door wie Gij ons verlicht.

En hij is mooi en straalt met grote pracht;

 van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,

door wie Gij het leven van uw schepselen leven onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,

die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur

door wie Gij voor ons de nacht verlicht;

en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster , moeder aarde

die ons voedt en leidt,

en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde

vergiffenis schenken en ziekte en verdrukking dragen.

Gelukkig wie dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,

die geen levend mens kan ontvluchten.

Wee hen die in doodzonde sterven;

gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,

want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Prijs en zegen mijn Heer,

en dank en dien Hem in grote nederigheid.

 

Preek

Een loflied op de schepping, met het refrein ‘wees geprezen’. Dat klinkt gewoon. Maar zo gewoon is het niet. Niet iedereen heeft oog voor de schoonheid van haar of zijn omgeving. En als we eerlijk zijn, die omgeving is niet altijd mooi. Ik vind dat wij hier in een mooie omgeving leven, maar er zijn ook gebieden waar ik liever niet zou wonen. Toen reizen nog kon, ben ik in streken geweest die heel mooi waren en heel lelijk, heb ik steden gezien waarin ik wel zou willen wonen en steden waarin ik nog niet dood zou willen liggen.

Een loflied op de schepping, met het refrein ‘wees geprezen’. Dat klinkt gewoon, maar dat is het niet, want het is een door en door gelovig lied. Een lied gericht tot God, die wordt geprezen. Niet alle mensen geloven, niet alle mensen zullen zo’n lied zingen of bidden. De werkelijkheid om je heen zien als schepping is de werkelijkheid zien als een gave, een geschenk, een cadeau. En dan niet alleen de omgeving om je heen, ook jezelf zien als een cadeau. Dat jij er bent en wie je bent : dat heb je gekregen. Een loflied op de schepping is een soort dank u wel dat ik er ben en dat ik ben wie ik ben.

Een loflied op de schepping. Dat klinkt gewoon. Maar zo gewoon is het niet, helemaal niet als we bedenken onder welke omstandigheden Franciscus dit lied schreef, niet op het hoogst van zijn kunnen, maar toen hij zwaar ziek lag. Hij kon geen licht aan zijn ogen verdragen, dag en nacht  moest hij in duisternis doorbrengen en die duisternis was ook naar binnen geslagen. Door twijfel en angst heen komt Franciscus tot dit lied, dit loflied op de schepping. Als je goed luistert, dan hoor je hem als het ware tegen zichzelf praten als hij tegen het eind over ziekte praat en mensen gelukkig noemt die hun ziekte en lijden dragen, uithouden, geduld hebben. Misschien is dat in onze tijd van corona wel iets waar we over moeten nadenken.

Een loflied op de schepping. Dat klinkt gewoon. Maar zo gewoon is het niet, want Franciscus noemt niet alleen de zon en de maan, niet alleen wind, water en vuur, maar noemt ze ook broeder en zuster, termen van verbondenheid en intimiteit die we alleen gebruiken voor onze meest naasten. Het aparte hiervan wordt misschien het meest duidelijk wanneer hij de oude term ‘moeder aarde’ gebruikt, maar ‘zuster’ toevoegt: zuster moeder aarde. Als je zo praat, als je voor de zon en de maan, voor de wind, het water en het vuur, voor de aarde termen gebruikt die je alleen voor mensen gebruikt die bij je horen en van wie je houdt, dan doe je iets heel aparts. Dan geef je aan dat je ze eigenlijk niet meer ‘gebruiken’, zeker niet misbruiken. Dan geef je aan dat je met respect met ze  wilt omgaan, zorgvuldig, aandachtig.

Een loflied op de schepping. Dat klinkt gewoon. Maar zo gewoon is het niet, want Franciscus noemt niet alleen de zon, de maan, water wind vuur de aarde, hij noemt ook de mens. De mens is ook een schepsel, een onderdeel van de grote schepping. Maar net als bij de zon en de maan is de manier waarop hij de mens noemt in dit lied weer apart. Hij noemt namelijk twee eigenschappen waardoor de mens mens kan worden en mens wordt: vergeven en vrede maken.

De vorige week zijn we met de groep jongeren die zich voorbereiden op het vormsel hier in de kerk geweest en ik heb toen wat verteld over die kapel daar, de kapel van Paasavond. Jezus komt drie dagen nadat hij vermoord is binnen bij zijn leerlingen die zich bang opgesloten hebben, omdat ze bang zijn ook vermoord te worden. Jezus komt binnen bij zijn leerlingen de hem verraden en in de steek gelaten hebben toen hij gearresteerd, veroordeeld en gekruisigd werd. Jezus komt binnen en maakt hen geen verwijten, zegt niet tegen hen: ‘waarom hebben jullie mij verlaten, verraden, in de steek gelaten’, wil geen wraak nemen, maar zegt ‘vrede’. Het is goed, we beginnen weer opnieuw en dan blaast hij over hen, geeft hen zo zijn Geest en zegt dan dat ze moeten vergeven. Ik denk dat Franciscus aan dat verhaal van Paasavond heeft gedacht, toen hij in zijn zonnelied schreef: Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde vergiffenis schenken.

Een loflied op de schepping. Dat klinkt gewoon. Maar zo gewoon is het niet, of toch wel.

Belangrijk-bericht

Bericht naar aanleiding van het gesprek van minister Grapperhaus met kerkelijke koepels. De bisschoppenconferentie komt vóór het komende weekeinde met een vertaling van de oproep van minister Grapperhaus voor de eigen parochies.

Maandag 5 oktober heeft minister Grapperhaus gesproken met het Interkerkelijk Overleg in Overheidszaken (CIO). Daar is het dringende advies aan kerken uitgekomen om voorlopig behoedzaam het geloof te vieren en in de maand oktober het aantal kerkgangers bij vieringen terug te brengen naar dertig deelnemers en geen samenzang toe te staan. De R.-K. Kerk houdt dit advies tegen het licht van haar eerdere maatregelen en komt later deze week met een vertaling naar de parochies.

De bisschoppen delen de bezorgdheid van de overheid  over het oplopende aantal besmettingen en de grote risico’s voor de volksgezondheid. Zij hebben vanaf het begin van de COVID-19 pandemie hun verantwoordelijkheid genomen en besloten de coronamaatregelen van de overheid te volgen en te vertalen naar een eigen protocol. Daarin zijn strikte maatregelen genomen om de kans op verspreiding van het coronavirus minimaal te houden.

Kerkgangers mogen niet komen als ze klachten hebben, moeten hun handen bij binnenkomst ontsmetten, volgen de aangegeven looproutes en zitten op anderhalve meter afstand van elkaar. Er is bovendien geen samenzang. Het aantal aanwezigen wordt bepaald door de grootte van het kerkgebouw, leidend daarbij is dat iedereen op tenminste anderhalve meter afstand van anderen moet kunnen zitten. Vanaf het begin hebben de bisschoppen gezegd dat de kerk geen bron van besmetting mag zijn.

U kunt deze informatie en nog veel meer lezen via deze link:

https://www.rkkerk.nl/bericht-naar-aanleiding-van-het-gesprek-van-minister-grapperhaus-met-kerkelijke-koepels/

 

 

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.