h.geest logo duif

Overweging, 21 mei, 6e zondag Pasen 2022 C door pastoor Jacques Grubben

Een aantal malen per jaar mag ik als geestelijk leidsman van de gebedsgroep van de Kleine Zielen voor de regio Nijmegen, onder meer voorgaan in de heilige Mis. ‘Het Legioen van de Kleine Zielen’, de officiële naam van deze beweging, is een vrucht van de spiritualiteit van de heilige Theresia van Lisieux. Zij is vooral bekend van haar ‘Kleine weg van de liefde’. Tegen de achtergrond hiervan is Jezus ‘op zoek’ naar mensen uit een stuk die getuigen van zijn liefde, naar mensen die onbaatzuchtig, barmhartig en heilig zijn. Zij hoeven geen van allen perfect te zijn want Hij kent onze gebrokenheid en neemt ons aan zoals wij zijn.

Het Evangelie nodigt ons uit om zulke mensen te worden door in de voetsporen van Jezus te treden. Het mag ons levensprogramma zijn zodat wij, met de woorden van een lied voor de Eerste Communie, meer en meer gaan gelijken op Jezus. Wij willen, met de woorden van de heilige paus Johannes Paulus II, toch ook niet dat ons hart versteent zoals dat van de Joodse volk in de woestijn. Nee, verlangen wij eerder om, met de Heilige Geest als gids en met de woorden van de Theresia van Lisieux, als ‘rozen’ te zijn die bloeien van een wakker geloof, een volhardend vertrouwen en een vurige liefde…

  • in de Handelingen (15, 1-2.22-29) vindt het concilie van Jeruzalem plaats;
  • in het boek Openbaring (21, 10-14.22-23) daalt het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neer;
  • in het evangelie volgens Johannes (14, 23-29) gaat het over de liefde en de vrede van Jezus.

Jezus rust in het Evangelie zijn apostelen toe met het oog op de toekomst waarin Hij niet langer lijfelijk aanwezig zal zijn. Hij vormt hun harten verder om een voorbeeld te zijn van een geheeld of heilig en vergevingsgezind of barmhartig leven. Om gelovigen te zijn tot wie mensen graag en met vertrouwen hun toevlucht zoeken. Het zijn de laatste catecheselessen voor zijn lijden en sterven en die verwijzen naar hun levensopdracht. Opnieuw vestigt Hij, zoals zo vaak de aandacht op de kern van zijn boodschap: het liefhebben van God en de medemens niemand uitgezonderd. Want als zij, en in het verlengde hiervan ook wij, dit blijven proberen dan zal de Drie-ene God in ons wonen en weten wij ons niet alleen in de wereld. De Heilige Geest die Jezus beloofd heeft zal ons helpen. Hij zal Jezus’ levenslessen keer op keer voor de geest te halen maar ook, onder zijn bezielende leiding, ons God en zijn bedoelingen steeds beter doen kennen. Kortom, er is voor hen en voor ons geen enkele reden voor onrust of wanhoop met het oog op de komende dingen. Deze woorden zijn als een bemoediging bedoeld voor de leerlingen van alle tijden. Vandaar ook dat Jezus hen en ook ons zijn vrede toewenst. En dit betekent dat zij en wij, wat er ook gebeurt, in vertrouwen verder moeten gaan in plaats van bij de pakken neer te zitten. Jezus is midden onder ons. Dat is de diepere betekenis van het woord Shalom dat vertaald wordt met vrede…

Nu keren we terug naar de passage uit de Handelingen van de Apostelen. Het laat ons immers ons zien welke weg de apostelen gegaan zijn met het oog op het voorgaande. De niet-Joden komen in groten getale tot het geloof in Jezus als de Christus of de Verlosser. Een aantal strikte Joden echter die christen zijn geworden, vindt dan dat zich moeten laten besnijden. Maar dat is een wettelijke verplichting uit het Oude Verbond. Met Jezus Christus is er echter een Nieuw Verbond gekomen, zo betogen de apostel Paulus en Barnabas. En de uiterlijke besnijdenis van de mannen in het eerdere verbond beoogde, zoals blijkt uit de Hebreeënbrief, een innerlijke besnijdenis van het hart. Dat wil zeggen, een omkeren naar God in geloof. En dat is precies waar al die tijd tot en met de komst van Christus, de schoen gewrongen heeft bij vele Joden. Met dit strijdpunt gaan beiden naar Jeruzalem en de apostelen roepen een vergadering bijeen. Later wordt dit de eerste Kerkvergadering van Jeruzalem genoemd. Na de getuigenis van zowel Petrus als Paulus en Barnabas, neemt de apostel Jacobus, de neef van Jezus, als leider van de strikte groep christen-Joden, het woord. Na het gehoorde en met de Heilige Geest als gids, stelt hij voor om de heiden-christenen geen extra verplichtingen vanuit het Oude Verbond op te leggen. De vergadering stemt hiermee in. Het enige waar de genoemde groep zich grof gezegd van moet onthouden zijn de afgoderij en de ontucht. Daarmee bepleit hij iets dat we kunnen noemen, een heilig en van God getuigend leven. Tegelijkertijd laat deze beslissing van het apostelcollege zien dat de van origine niet Joodse christengelovigen niet voor niets hun toevlucht of heil gezocht hebben bij hun. Immers de apostelen hebben met een gelovig hart naar hen én de Heilige Geest geluisterd.

Iets soortgelijks horen wij feitelijk in de gelezen passage uit het Boek Openbaring. Immers de apostel Johannes ziet en verneemt met een gelovig hart in de kracht van de Heilige Geest, en getuigt hiervan. Het gaat over het eindpunt, waar wij allen in geloof naartoe op weg zijn.

Achtereenvolgens passeerden het wat, het hoe en het waar naar toe. Laten wij dan volharden in het geloof in de verrezen Heer. En moge het, naar het voorbeeld van Maria, een wakker en getuigend geloof zijn vanuit de vurige Liefde die Jezus, de zoon van God, zelf is…AMEN

Wilt u de Overweging van de achter ons liggende zondagen nog eens doorlezen, Klik hier

 

 

Maria

Plechtig Marialof

Aanstaande zondag is er een plechtig Marialof in de Kruispuntkerk.
Het begint om 15:00u en na afloop koffie/thee met iets lekkers erbij.

Vierpinksteren

Vier Pinksteren in en met de eigen parochie

In aanloop naar Pinksteren is de website Vier Pinksteren  online gegaan. Met deze site roepen de Rooms-Katholieke bisschoppen in Nederland op Pinksteren dit jaar te vieren in en met de eigen parochie. In 2021 golden er nog beperkende maatregelen voor het samen kunnen vieren in verband met de coronapandemie. Dit jaar kan iedereen weer bij de vieringen in de eigen kerk terecht.

Via de button ‘Zoek Parochie’ op Vier Pinksteren vinden belangstellenden door het invoeren van postcode en woonplaats de parochie waar zij bij horen, mocht dit niet bekend zijn. Omdat vrijwel alle parochies een eigen website hebben, waarop onder meer de informatie over de vieringen te vinden is, kan men zo nagaan bij welke viering in welk kerkgebouw van de parochie men terecht kan.

Met Pinksteren, dat dit jaar op 5 juni valt, viert de Kerk de voltooiing van Pasen door de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen. ‘Pinksteren’ komt van het Griekse pentèkostè, dat ‘vijftigste’ betekent. Het is de laatste dag van de Paastijd, die begint op PaaszondagDe Rooms-Katholieke Kerk nodigt iedereen van harte uit om de Paastijd en Pinksteren te vieren.

Pinksterchallenge

De website Vier Pinksteren heeft nog veel meer te bieden. Zo er een directe link naar het verslag van de pinkstergebeurtenissen in het Bijbelboek Handelingen. Voor kinderen (en volwassen liefhebbers) is er een mooie, uitdagende kleurplaat naar het glas-in-loodraam in de Sint-Pieter dat de Heilige Geest verbeeldt als duif. En verder zijn er links naar achtergrondinformatie over het pinksterfeest, de bisdommen en de pinksterchallenge van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Deze challenge is ook thuis met het gezin of een groep te spelen. Nodig daarvoor zijn een spelleider, deelnemers en de benodigde materialen die gemakkelijk kunnen worden gedownload.

000089-Piet-Gerrits-Cenekalkerk-Petrus-en-Simon-Magus

Preek voor de 5de zondag van Pasen 2022  Cenakelkerk

Preek voor de 5de zondag van Pasen 2022                                      Herwi Rikhof

Openb. 21,1-5a Joh. 13,31-33a.34-35

 

Inleiding
Vandaag wordt in Rome Titus Brandsma heilig verklaard, er zijn veel Nederlanders in Rome, een grote delegatie ook van de Radboud Universiteit, want zoals u weet was Titus verbonden aan de toen R.K Universiteit te Nijmegen, hij heeft in Nijmegen gewoond en mijn oude buurvrouw kende hem als de vriendelijke pater van wie ze wel eens een pepermuntje kreeg. Een mooie aanleiding om straks stil te blijven staan bij heiligen en heiligheid.

Preek
Nog wat onwennig zat ik in de collegezaal. Ik kende nog niemand en ik was zelfs niet zeker of ik er wel mocht zijn, want ik was wel verbonden met een college, maar dat was niet allemaal echt officieel en goed geregeld. Maar niemand had iets gezegd of naar mijn studentenkaart gevraagd. Naast mij zat een iets oudere studente, die met een accent dat ik niet thuis kon brengen, begon te vragen waar ik vandaan kwam, Nederland, wat ik studeerde, theologie en filosofie, en wat het onderwerp was van mijn promotieonderzoek, de kerk in een van de grote documenten van het Tweede Vaticaans Concilie. En toen stelde ze een vraag die ik niet goed verstond, niet vanwege haar accent of vanwege mijn oren, maar omdat het voor mij een volkomen onverwachte en ook vreemde vraag was: do you want to be a saint, wil je heilig worden. Ik verstond in eerste instantie do you want to be sane, wil je gezond zijn en dacht dat ze ging vragen naar welke sport ik beoefende – een gewone vraag in een universiteit waar sporten haast even vanzelfsprekend was als studeren in een van de bibliotheken, en ik had ja gezegd voordat ik me realiseerde dat ze heel iets anders vroeg: wil je heilig worden.

Wil je heilig worden: een volkomen onverwachte en ook vreemde vraag. Natuurlijk kende ik wel heiligen. Op de slaapkamer van mijn broertje en mij hingen, toen we klein waren, een reproductie was van wat ik nu weet een mooi schilderij uit de Italiaanse Renaissance is, een schilderij van Maria met een paar heiligen en op onze slaapkamer hing ook een portret van een jonge zuster met rozen, Theresia van Lisieux. Een keer per jaar kwam het prachtige reliekschrijn van de patroon van onze parochie te voorschijn en werd dan in een plechtige processie rond gedragen, een gouden borstbeeld van de heilige Plechelmus. Heiligen dat waren verwegge mensen, mensen uit een meestal ver verleden, mensen op verre afstand, mensen uit kloosters.

Ik moest telkens weer even denken aan dat gesprekje in de collegezaal jaren geleden toen ik de afgelopen weken verschillende publicaties over Titus Brandsma las, en een paar van zijn eigen geschriften, en de foto’s van hem zag. In die publicaties komt hij misschien wel als een held naar voren kwam, zoals hij in van de titels van de boeken genoemd wordt, van held tot heilige maar toch vond ik hem vooral een gewoon mens. Als een docent die soms goed en bevlogen college gaf en soms waren zijn colleges ‘de splinters van de plank die hij elders zaagde’ zoals Godfried Bomans dat in zijn Nijmeegse herinneringen formuleert, een hoogleraar ook die te maken kreeg met de politieke spelletjes die blijkbaar van alle tijden zijn, die soms schipperde en soms heel koppig kon zijn, een man die ook gewoon met sigaar en pijp op foto’s staat, een man die religieuze gedichten schreef waaruit vertrouwen in God en in Jezus spreekt en een man die ook in een diepe crisis te recht kwam vol angst en vertwijfeling en wilde vluchten. Een man die dat beeld van verwegge heiligen doorbreekt.

Een van de lezingen van vandaag, is een lezing die bij onze kerk hoort. Een zin uit die lezing staat ook op de boog geschilderd. Maar ik wil het nu niet hebben over die zin, hoe diepzinnig die ook is, maar over iets anders in onze kerk dat past bij deze zondag van de heiligverklaring van iemand bij ons uit de buurt. Een van de mooie aspecten van onze kerk vind ik namelijk dat de mozaïeken die we zien en de schilderingen die ons omringen ons twee vormen van heiligheid laten zien; twee vormen die verbonden zijn aan twee verschillende kunstvormen en verbonden aan twee verschillende kunststijlen.

Op het mozaïek, hier achter mij in de absis zien we de hemelse liturgie met engelen, wat langgerekte figuren en in de Maria kapel zien we ook engelen en de apostelen, statisch, met verstilde emoties en natuurlijk Maria met achter haar de verrezen Heer. De gouden achtergronden maakt die liturgie en die ontslaping van de Moeder Gods tot iets aparts, iets dat onze gewone werkelijkheid ontstijgt.

Maar op de schilderingen zien we juist die gewone werkelijkheid, zien we mensen aan het winkelen, kinderen die muziek maken, mensen die aan het werk zijn, of onderweg, of met elkaar zitten te praten.  Op de schilderingen zien we dat allerlei gebeurtenissen die van alles met geloof en met God  te maken hebben, juist in die gewone werkelijkheid plaats vinden. Terwijl Piet Gerrits in de mozaïeken een wat verheven stijl van verbeelding gebruikt, gebruikt hij in zijn schilderingen een ‘gewone’ stijl, gebaseerd op de tekeningen die hij maakt toen hij in het Heilig Land verbleef van het dagelijkse leven dat hij daar zag.

Een paar jaar geleden heeft onze paus een document laten verschijnen over de roeping tot heiligheid  in de wereld van vandaag onder de titel Gaudete et exultate, verheugt u en juicht, woorden die Jezus in het evangelie van Mattheus zegt aan het eind van de zaligsprekingen. Die zaligsprekingen vormen de bijbelse basis voor wat de paus zegt over heiligheid. Hij geeft meteen in het begin aan dat hij geen uitgebreid en genuanceerd en theoretisch betoog gaat houden over heiligheid ‘met zeer veel definities en distincties’, en het ook niet wil hebben over zaken die bij heiligverklaringen een grote rol spelen zoals teken van heldhaftigheid in de beoefening van deugden, het opofferen van het eigen leven als martelaar, zaken die vandaag ongetwijfeld ter sprake komen. Hij wil zich niet beperken tot degenen die officieel zalig of heiligverklaard zijn, maar hij wil aandacht vragen voor ‘de heiligheid van de deur hiernaast, van hen die dicht bij ons leven, die een weerspiegeling zijn van de aanwezigheid van God’, of zoals hij het een beetje prikkelend formuleert: voor de middenklasse van heiligheid. Niet voor de professionals, niet voor de olympische kampioenen, maar voor de amateurs.

Die professionals kunnen wel als voorbeeld, dienen maar dan niet als voorbeelden die je klakkeloos moet navolgen, die je moet kopiëren, maar als mensen die jou kunnen inspireren om op jouw manier heilig te worden en vooral in jouw ritme, stap voor stap. Of zoals hij het ook zegt, soms gaat het er alleen maar om op een betere manier te doen wat je al doet.

Soms krijg je de indruk wanneer je verhalen over de grote heiligen leest, dat ze heilig geworden zijn door zich allerlei dingen te ontzeggen, zich op te offeren, zoals we ook weten dat topsporters zich van alles ontzeggen en moeten ontzeggen om goed in conditie te blijven, om aan de top te blijven. Dan is het een verademing om bij de paus te lezen: ‘wees niet bang voor heiligheid. Het zal niets van je energie, vitaliteit of vreugde wegnemen. Integendeel: je zult worden die de Vader in gedachte had toen hij jou schiep en je zult trouw zijn aan je diepste zelf’. Worden wie je bent.

‘Worden wie je bent’  is een motto voor de de retraite die we altijd met de groep vormelingen houden. De afgelopen week hadden we weer een bijkomst en gezien de tijd van het jaar stond het Pinksterfeest centraal. Ik had ze gevraagd de twee heel verschillende verhalen over Pinksteren te lezen: het spectaculaire verhaal van de vurige tongen, de storm en het spreken in talen en het heel rustige, eenvoudige  haast gewone verhaal dat Jezus zijn adem over de bange apostelen uitblaast en hen zo de Geest geeft. Het ene verhaal is is afgebeeld in de koepel en daarboven rechts , het ander in de eerste kapel links. Een van de vragen was: welk verhaal vind je het mooist? En de grootst mogelijke meerderheid was voor het eerste spectaculaire verhaal. Maar één vond het tweede verhaal het mooist en ik heb me aangesloten bij die minderheid.

Wil je heilig worden? Als het gewoon kan ?

 

b57025df8399101ca41d26a460f526c0

Preek voor de 4de zondag van Pasen 2022 Cenakelkerk

Preek voor de 4de zondag van Pasen 2022                                           Herwi Rikhof

Openb. 7,9.14b-17 Joh. 10,27-30

 

Inleiding
De afgelopen weken hebben we als evangelie verhalen gehoord over de verschijningen van de verrezen Heer; nu begint een andere fase in de paastijd, want er klinken de komende weken andere evangelieteksten, intieme teksten over relaties, teksten uit wat Jezus die laatste avond tegen zijn leerlingen zegt, teksten uit het gebed dat hij bidt voor hij de hof van olijven ingaat, zijn lijden en dood tegemoet. Vandaag op de zondag van de Goede Herder, horen we een fragment uit een discussie van Jezus met mensen die vragen of hij de Messias is of niet. Jezus praat dan over bij hem horen of niet. En hij praat over zijn schapen die hem herkennen aan zijn stem en hem volgen.

Een tekst die mooi past bij roepingen-zondag, een zondag die zoals de paus dat de afgelopen dagen duidelijk heeft gemaakt ieder van ons geldt. Daarom is de tweede lezing uit de Openbaring over die ontelbare massa uit alle volkeren en rassen en talen ook zo passend.

 

Preek
De titel van de cd is wat overdreven: ‘een stem van duizend kleuren’. Duizend is wel erg veel, maar als ik de cd opzet, begrijp ik wel waarom die titel gekozen is. Goede zangeressen en goede zangers kunnen niet alleen de noten zuiver zingen, maar kunnen die noten ook kleuren, en de zangeres op deze cd kan dat zeker: ze kleurt de noten. Zo praten we als we iets te pakken van een stem, dan zeggen we niet alleen hard of zacht, zuiver of onzuiver, warm of kil, maar spreken we ook over kleuren. Je hebt donkerbruine stemmen en staalblauwe.

Welke kleur heeft de stem van Jezus? Dat is natuurlijk een onmogelijke vraag. Onmogelijk omdat we geen opname hebben. Maar tegelijkertijd is het ook een uitdagende vraag, omdat die vraag ons aan het denken kan zetten, over het beeld dat wij hebben van Jezus, omdat die vraag het beeld dat wij hebben van de Goede Herder kan verduidelijken en misschien ook wel kan corrigeren.

Welke kleur heeft de stem van Jezus? Of moet je vragen welke kleuren heeft zijn stem. Ja, dat is, denk ik, een betere vraag: welke kleuren heeft zijn stem. Net als die zangeres op de cd, kleurt hij zijn stem naar onderwerp en gehoor, denk ik. Als hij Petrus terecht wijst en hem satan noemt, dan klinkt zijn stem anders dan wanneer hij Petrus roept en hem een visser van mensen maakt. Als hij tegen de storm op het meer om stilte roept, klinkt zijn stem anders dan wanneer hij zijn leerlingen zijn intieme gebed, het Onze Vader leert. Als hij in discussie gaat met omstanders die hem willen doden, klinkt zijn stem anders dan wanneer hij zijn leerlingen op Paasavond vrede wenst. Dat is logisch denk ik, dat past bij een goede communicator en dat is Jezus anders zouden mensen niet naar hem komen luisteren.

Wat is de kleur van de stem die wij horen? Hij praat als herder tegen ons als schapen. Dat bepaalt de kleur, de kleuren nu: die functie van hem en die situatie van ons. Hij als herder, wij als schapen. We moeten maar alle schattige beelden vergeten van jonge lammetjes in de wei, zoals ik de afgelopen week nog zag, of die romantische sfeer van een herder die op een schilderij kalm het avondrood in wandelt. Wanneer in de Schrift het beeld van de herder gebruikt wordt, gaat het om leiderschap, gaat het om verantwoordelijkheid, om verantwoordelijkheid hebben den verantwoordelijkheid nemen. Wanneer in de Schrift het beeld van de herder gebruikt wordt, gaat het om zorg, om zorg hebben voor anderen en om zorg geven aan anderen. Wanneer in de Schrift het beeld van de herder gebruikt wordt, gaat het om een contrast tussen goede en slechte herders, goede en slechte leiders.

Dat contrast kunnen we niet fundamenteel genoeg zien, omdat het niet een contrast is tussen deze minister-president of die, tussen deze paus of die, maar tussen God enerzijds en menselijke leiders anderzijds. Dat fundamentele contrast klinkt door in wat Jezus zegt. Hij is de goede Herder, de herder van Godswege, of zoals we net gehoord hebben: hij en de Vader zijn een. Het is ook niet voor niets dat in reactie op wat Jezus zegt, hij, iets verder in het evangelie (v. 33), van godslastering wordt beschuldigd en men hem wil stenigen.

Hij praat dus tot ons als iemand die verantwoordelijkheid heeft en ook neemt, Gods verantwoordelijkheid, als iemand die zorg heeft en ook geeft, Gods zorg. Dat is het verrassende en onthutsende: die verantwoordelijkheid en zorg gaan zover dat hij zijn eigen leven daarvoor inzet, dat hij zijn leven geeft. Een zorg en een verantwoordelijkheid zonder beperking of grens. Dat kleurt die stem.

Die stem horen wij als schapen. Wanneer in de Schrift gesproken wordt over mensen als schapen is dat meestal in verband met problemen: zij zijn verstrooid, zij zijn verwaarloosd, zij zijn verlaten, zij zijn vermoeid. En dat beeld past bij onze huidige situatie. De beelden uit Oekraïne gaan niet alleen over hen daar, maar ook over ons hier. Blijkbaar wordt in de Russische pers en op de Russische tv zonder enige terughoudendheid gesproken over het bombarderen van Europa en Amerika met nucleaire wapens, London en Engeland plat in een zoveel seconden. De neiging bestaat om je af te sluiten voor dat verontrustende nieuws. Maar dan wordt juist belangrijk dat de stem van Jezus de herder klinkt en doordringt. En misschien moeten we op dit punt verder gaan dan alleen praten over de kleur of de  kleuren van zijn stem van de stem, maar ook letten op wat hij zegt en vooral wat hij niet zegt, welke woorden hij niet gebruikt.

Wraak en geweld, je zelf genoeg zijn en je zelf redden, dat zijn woorden die we niet van hem horen. In de Goede Week hebben we gehoord dat anderen hem uitdagen die woorden wel te spreken en ook de daad bij het woord te voegen, maar we hebben ook gehoord dat hij in de moeilijkste omstandigheden van zijn leven dat weigert: hij verbiedt geweld als hij gearresteerd wordt, hij komt niet van het kruis af ook al sporen de toeschouwers en de man naast hem daar toe aan.

Wat zegt Jezus wel? De wil van de Vader doen, vergeven, vrede brengen, je kruis opnemen, je leven geven. Grote woorden, Maar wat betekent die concreet? Misschien helpen de stemmen die we in de afgelopen week bij de viering van 4 en 5 mei stemmen gehoord die dat afsluiten doorbreken. We hebben gehoord dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, dat vrijheid niet als een vaststaand feit aangenomen kan worden, maar dat vrijheid telkens en voortdurend zorg en inzet vraagt. We hebben we ook gehoord over de noodzaak van een moreel kompas om onze beschaving als beschaving te laten bestaan en indrukwekkende voorbeelden daarvan gehoord van Joodse mensen die juist in concentratiekampen opkwamen voor recht en beschaving. Volgende week wordt Titus Brandsma heilig verklaard en deze week heb ik het geschrift gelezen dat hij in zijn gevangencel in Scheveningen in 1942 schreef over het verzet van m.n. het katholieke volksdeel tegen de NSB: iemand met een duidelijk kompas en met een duidelijke visie.

Nu denkt u misschien: zo’n heilige dat is toch te groot voor ons. Ik denk van niet. In wat ik nu over Titus gelezen heb, zie ik nu een gewoon mens, die graag een pijp rookte, die ook zijn beperkingen had, maar die ook iets had wat hem tot een voorbeeld maakt voor ons nu: zijn alertheid. Onachtzaamheid is het grote gevaar dat ons bedreigt, schrijft Ernst Hirsch Ballin in een tijdschrift  ter gelegenheid van de heiligverklaring van Titus dat uitgegeven is door de Nederlandse bisdommen en Karmelprovincie. Stap voor stap vinden veranderingen plaats waar we aan wennen en die normaal worden: in die omstandigheden is alertheid, achtzaamheid van belang, zodat we niet verrast worden als het (weer) te laat is, is een kompas en visie nodig, moet de stem van de Goede Herder tot ons doordringen en moeten we die stem keer op keer concreet maken.

middelste kapel roeping van Petrus DSC_3326

Preek voor de derde zondag van Pasen 2022 Cenakelkerk

Preek voor de derde zondag van Pasen 2022                                                          Herwi Rikhof

Hand. 5,27b-32.40b-41 / Joh. 21,1-19

 

Inleiding
Het evangelie van vandaag is een gedeelte dat is toegevoegd aan het evangelie van Johannes. De vorige week eindigde de lezing uit het evangelie als volgt:

“In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam”

Een duidelijk slot. Daarin gebruikt de evangelist ook nog een term die als het ware een sleutel is voor zijn evangelie: ‘teken’. Daarin kijkt hij terug en maakt duidelijk maakt wat het doel van zijn evangelie is: overtuigen, tot geloof brengen. Een mooi slot dus.
Waarom dan nog een toevoeging? Uit de handschriften blijkt dat dit niet een toevoeging van eeuwen later, maar die al vrij snel gedaan is. Waarom en waarom zo’n vreemde toevoeging? Want het is een toevoeging die vol tegenstrijdigheden staat. Jezus verschijnt aan zijn leerlingen en na al die andere verschijningen herkennen ze hem niet: alsof die andere keren er niet geweest zijn. Thomas wordt met name genoemd bij de leerlingen die aanwezig zijn en we hebben toch gehoord hoe hij Jezus herkent en tot geloof komt. Het gebeurt in Galilea, maar de leerlingen waren toch in Jerusalem, ze moesten toch wachten op de komst van de H. Geest? Jezus vraagt om vis vraagt en dan blijkt hij zelf al brood en vis te hebben. De leerlingen durven niet durven te vragen ‘wie bent u’, terwijl ze het wel weten.
Wat heeft deze toevoeging voor ons te betekenen in onze situatie?

Preek
‘Ik ga vissen’ zegt Petrus. Dus terug naar het gewone. Herkenbaar, al te herkenbaar. Lange rijen op Schiphol, vluchten die, vanwege de staking onder het personeel dat voor de bagage moet zorgen voor weinig loon en onder moeilijke omstandigheden, afgezegd worden, vluchten die omgeleid worden, ook vandaag weer. Steden die mensen oproepen maar niet te komen naar de vrijmarkt omdat het te druk is. Treinen en terrassen vol. Terug naar het gewone.

‘Ik ga vissen’ zegt Petrus. Dus terug naar het begin, terug naar waar ze vandaan gekomen zijn, alsof de drie jaren met Jezus een soort onderbreking geweest zijn. Herkenbaar al te herkenbaar. De twee jaren coronapandemie heeft niet geleid tot een omkeer en was geen crisis. Dat zegt tenminste Paul van Tongeren, de denker des Vaderlands: “we zijn er niet door veranderd, daarvoor greep de pandemie niet diep genoeg in in ons bestaan. Ja, in het allereerste begin, toen waren we even verlamd van schrik en gehoorzaamden we braaf de overheid die ons de lockdown oplegde. Maar dat duurde niet lang, daarna waren we vooral ongeduldig.” Terug naar het begin na een hinderlijke onderbreking.

‘Ik ga vissen’ zegt Petrus en de andere leerlingen gaan met hem mee. Misschien ook teleurgesteld terug naar het gewone, naar het begin? Herkenbaar, al te herkenbaar. Misschien hebben ze die jaren met Jezus gezien als een kans om te ontsnappen aan de sleur van alledag, aan de benauwdheid van hun dorp, aan de toekomst die niet echt anders was dan het heden en het verleden en hebben ze nu het gevoel dat ze zich vergist hebben. De nieuwe bestuurscultuur blijkt toch niet zo nieuw te zijn. Verandering door handel, jarenlang een aantrekkelijke idee voor de buitenlandse politiek blijkt toch niet te werken als het gaat om Rusland en om China. Teleurgesteld terug vanwege de al te duidelijke naïviteit.

‘Ik ga vissen’ zegt Petrus en de andere leerlingen gaan met hem mee. Maar ze vangen niets. Heel gewoon, dat kan toch gebeuren ze hebben hun nacht niet. Iemand aan wal vraagt om vis, ook heel gewoon, dat vraag je toch als je een boot vissers terug ziet komen. Maar het is niet gewoon wat er dan gebeurt: die man aan wal vertelt vervolgens Petrus en de anderen wat ze moeten doen en ze doen het ook nog. Niet de gewone reactie van ‘man waar bemoei je mee’, of ‘de beste stuurlui staan aan wal’. Maar ze doen gewoon wat die man zegt. Waarom? Omdat je het maar nooit weet. ‘Niet geschoten altijd mis’ is niet voor niets een staande uitdrukking, een gezegde dat op een tegeltje past. Misschien, maar misschien is er meer aan de hand. Misschien speelt bij Petrus en de anderen toch diep een niet-accepteren van die teleurstelling, een niet willen accepteren, een niet kunnen accepteren dat die drie jaren met Jezus een vergissing waren, een diep verlangen naar iets anders.

In onze kerk heeft Piet Gerrits dit verhaal geschilderd in de middelste kapel en hij heeft het moment gekozen waarop Petrus aangesproken wordt door de man aan wal. Dat is tenminste hoe ik naar die schildering in de kapel kijk. Voor mij is het is de kapel van de roeping van Petrus. Dat rijmt mooi met de middelste kapel aan de andere kant, de kapel waar Piet Gerrits de roeping van Paulus heeft geschilderd. Twee roepingen, de roepingen van de twee die wel de pilaren van de kerk worden genoemd. Twee heel verschillende roepingen ook. Die van Paulus gebeurt in een flits en is hoogst dramatisch: een stem uit de hemel, Paulus valt van zijn paard, is verblind en kan niet doorgaan, of preciezer moet, mag niet doorgaan. Roeping als een breuk. De roeping van Petrus gebeurt gewoon, zoals wel vaker kan gebeuren: een suggestie van iemand aan wal, hij moet doorgaan waar hij mee bezig is, maar op een andere plek. Roeping als een aansporing niet op te geven. Twee verschillende roepingen, om duidelijk te maken dat het niet op één manier gebeurt, dat het niet op één wijze hoeft te gebeuren en misschien ook wel dat het niet op één manier kan gebeuren, omdat mensen in verschillende omstandigheden zijn.

Bij Paulus, of zoals hij dan nog heet Saul, moet wel ingebroken worden, omdat hij zichzelf opgesloten en afgesloten heeft, zoals op Paasavond Jezus ook moet inbreken bij zijn leerlingen omdat zij zich opgesloten hebben uit angst. Maar Saul heeft zich afgesloten vanwege zijn haat voor die andersdenkenden. Hij zit dan ook hier de kerk met zijn rug naar zijn leermeester Gamaliël die verdraagzaamheid jegens die volgelingen van Jezus predikt. Bij mensen die angstig zijn of haatdragend is iets stevig doorbrekends nodig om hen te kunnen bereiken.

Maar bij Petrus ligt dat anders: die hoeft niet opgebroken te worden, die is teleurgesteld, maar is wel aanspreekbaar, die staat juist door zijn teleurstelling open voor suggesties, die hunkert naar een bemoedigend, aansporend woord. En precies wat gebeurt in dit roepingsverhaal.

Waarom dat verhaal van de roeping van Petrus is toegevoegd aan het evangelie van Johannes weet ik niet, maar ik heb wel vermoedens. In de evangelies zijn de leerlingen van Jezus niet alleen maar historische figuren, in de evangelies zijn ze ook altijd modellen voor de leerlingen later, voorbeelden voor de leerlingen van alle tijden. Als we dat inzicht gebruiken komt de vraag op of wij ons kunnen herkennen in de teleurstelling van Petrus en de andere leerlingen, en of we ons ook kunnen herkennen in die hunkering die daar onder ligt.

Dat lijkt me een goede vraag in onze omstandigheden, in onze na-corona periode. Was die periode alleen maar een hinderlijke onderbreking, of merken we bij onszelf ook iets van teleurstelling?  Teleurstelling omdat we dachten dat we in die pandemie dingen ontdekt te hebben die voor ons, individueel en gemeenschappelijk belangrijk zijn en die we in de toekomst zouden willen versterken; omdat we dachten dat ook ontdekt te hebben waar we individueel en gemeenschappelijk fouten hebben gemaakt en die we in de toekomst zouden willen vermijden. Teleurstelling omdat we op een omkeer gehoopt hadden en misschien zelfs verwacht, een omkeer die er blijkbaar niet is, maar die we wel diep in ons hart zouden willen.

Wanneer Petrus ingaat op die suggestie van de man aan de wal, wanneer hij toegeeft aan dat diepe verlangen naar iets anders, worden hij en de andere leerlingen uitgenodigd voor een maaltijd, voor de maaltijd van de Heer en worden ze gevoed met nieuw leven. Wij zijn hier bijeengekomen voor de maaltijd van de Heer. Mogen wij ook gevoed worden met nieuw leven, de teleurstelling voorbij.

DSC_3444

Overweging 23-24 april 2022, Cenakelkerk

Overweging 23-24 april 2022                                          Margaret de Groot-Vlasveld

Handelingen 5, 12-16; Johannes 20, 19-31

 

Wat ons vaak in de weg staat, is het willen weten. Meten en weten. Alles willen we zeker weten, liefst beschreven met harde cijfers en feiten. Zomaar iets voor waar aannemen, is onnozel. Aan het begin van het jaar was er ongeloof over oorlogsdreiging rondom Oekraïne. Nu we de gevolgen van de oorlog aldaar dagelijks zien, zijn er bewijzen te over hoeveel slachtoffers er gevallen zijn. Het bewijs van de oorlog, die slecht invasie mag heten.

Op Witte Donderdag is er ongeloof over verraad, over overlevering, over de dood van Jezus aan het kruis. Later ongeloof over zijn verrijzenis. Veel van de verrijzenisontmoetingen worden gekleurd door ongeloof. Angst en schaamte vervullen de leerlingen. Zij klampen zich achter gesloten deuren aan elkaar vast. Beloken Pasen. De luiken gaan dicht. Bij groot verdriet kunnen wij ook onze ramen en deuren sluiten. Ongeloof over wat er gebeurd is. Anderen wil je buiten de deur houden. Vroeger bleven de gordijnen na een overlijden dicht, droeg men zwarte kleding. De tijd in huis stond stil. Als je hoort dat er ernstigs gebeurt in je leven, dat je leven wordt doorkruist, is er eerst een periode van ongeloof, van ontkenning. Het kan niet waar zijn. Pas op het moment dat je echt geconfronteerd wordt met de werkelijkheid kun je het geloven. Na het overlijden van geliefde mensen uit mijn omgeving kon ik pas geloven dat ze ECHT hun laatste adem hadden uitgeblazen, toen ik daarna zag. Een verstild lichaam, aan de grens van leven en dood.

Octaaf van Pasen, het begin van een tussentijd tussen Pasen en Pinksteren. De mensenzoon gekruisigd, de geest nog niet aanwezig, er leek geen houvast te zijn. Ongeloof en twijfel zijn zo herkenbaar, Tomas is hierin onze metgezel. Het verhaal van vandaag is overbekend, de ongelovige Thomas. Wat opvalt als je naar Jezus  kijkt is dat hij twee keer door gesloten deuren binnenkomt en driemaal tot zijn leerlingen zegt: “Vrede zij u.”. Door gesloten deuren binnenkomen is natuurlijk al even onmogelijk als uit de doden opstaan. Uit de doden opstaan en door gesloten deuren binnenkomen zijn tekenen, zegt Johannes, tekenen die zijn leerlingen en ook wij moeten zien.

En dan acht dagen later – een week heeft maar zeven dagen, de achtste dag is een nieuw begin– , op die achtste dag, vandaag misschien, zitten we dus weer bij elkaar en nu zijn alle Tomassen er bij, al die ongelovigen die zeggen van ‘ik zal het niet geloven als ik niet eerst dit of eerst dat ….’
En dan opnieuw dat woord ‘vrede’. Jezus spreekt Tomas, u en mij aan: ‘kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig’.

Tomas heeft een bijnaam, ongelovig Tomas.  Maar hij heeft ook een naam. Tomas, Didymus, dat betekent Tweeling. Het zou te maken kunnen hebben met zijn innerlijke verscheurdheid, tussen geloof en ongeloof, tussen aarzeling en overgave. Het zou ook kunnen zijn, dat zijn naam Tweeling daarnaar wijst, dat een mens alleen onvolledig is. Het geldt voor ieder mens, dat je het leven en het geloof vindt, dat je pas mens kunt worden aan elkaar en door elkaar. Geloven is niet de uitkomst van een redenering, maar de vrucht van een ontmoeting. Een menselijke ontmoeting. Verzoening en vergeving is waar Jezus van getuigt als hij zijn wonden laat zien. Niet de pijn, de gekwetstheid, de wonden hebben het laatste woord bij hem. Want vrij is een mens die zijn gekwetstheden en zijn wonden met God mag neerleggen. Door zijn helende hand, op de achtste dag,

Ook onze wonden tellen bij God, de wonden die we van nature hebben meegekregen of die we hebben opgelopen in ons leven, in onze liefde, in onze verantwoordelijkheden. Met al onze wonden en kwetsbare plekken mogen we naar God gaan. Ze worden door Hem geheeld en gerespecteerd maar niet verdoezeld, want zijn Zoon wordt erdoor getekend. Dit betekent iets voor onze levenshouding. Het is menselijk wonden te hebben en kwetsbaar te zijn. Wonden kunnen iemand fijngevoeliger maken en beter doen zien. Wonden worden littekens, soms breekt de wondpijn daar doorheen.

Waar werkelijk geleefd en gewerkt wordt, waar men liefheeft en verantwoordelijkheid op zich neemt, daar ontstaan wonden. Alleen degene die in staat is tot ontmoeting zal de wonden van anderen helpen meedragen. Onze momenten van twijfel zullen er blijven. Geloven gaat dieper dan meten en weten. Mogen we openstaan voor het ontvangen van de Heilige Geest.

Vrede zij u.  Amen.

 

 

 

 

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.