Featured Image

Update leesgroep over de Zeven Sacramenten

Op zeven woensdagen tot aan de Veertigdagentijd lezen en praten parochianen in een kleine groep over de zeven sacramenten, onder leiding van pastor Herwi Rikhof op basis van zijn boek Je ziet het ene.

De eerste bijeenkomst is woensdagmiddag 19 januari om 14.00 uur in de Taborkapel.
In verband met de momenteel geldende coronaregels zijn er alléén ‘s middags bijeenkomsten, de avonden vervallen voorlopig.

Featured Image

Vieringen in de Cenakelkerk in januari

Met ingang van maandag 17 januari hervatten we de vieringen in de Cenakelkerk:

  • De doordeweekse missen op dinsdag- en vrijdagmorgen zijn om 09.00 uur in de Taborkapel.
  • De missen op zaterdagmiddag zijn om 16.00 uur, voor de duur van de huidige avond-lockdown.
  • De missen op zondag zijn om 11.00 uur en worden tevens live uitgezonden via Youtube en door Omroep Berg en Dal.

Aanmelden vooraf is noodzakelijk voor de weekenddiensten: voorlopig is er in verband met corona een beperkter aantal plaatsen (50) beschikbaar.
Zo meldt u zich aan: bij voorkeur via de parochiewebsite onder ‘vieringen of telefonisch via het locatiesecretariaat: 024 – 322 2165 ma t/m vr 09.30 en 12.30 uur.
Voor de missen op dinsdag en vrijdag is aanmelden niet nodig.

De kerk is op woensdagmorgen van 11.00 tot 12.00 uur open voor stilte en gebed. Om 11.30 uur is er een Schriftlezing gevolgd door een korte meditatie.

Zaterdag 22 januari – 16.00 uur
Eucharistieviering

Zondag 23 januari – 11.00 uur
Eucharistieviering met zang door leden van het gemengd koor
Live uitzending via Youtube.

Zaterdag 29 januari – 16.00 uur
Eucharistieviering Maria Lichtmis

Zondag 30 januari – 11.00 uur
Eucharistieviering Maria Lichtmis met zang door leden van het Taborkoor
Live uitzending via Youtube.

 

 

Featured Image

Preek voor de 2de zondag door het jaar 2022 Cenakelkerk

Preek voor de 2de zondag door het jaar 2022                                                          Herwi Rikhof

1 Kor. 6,13c-15a.17-20 Joh. 1,35-42

 

Inleiding
Het evangelie van vandaag is het verhaal over de bruiloft van Cana. In de visie van Johannes het begin van het optreden van Jezus. Een begin dat niet zomaar een begin is. De bruiloft is op de derde dag – dat staat jammer genoeg niet in de tekst van het boekje, maar ik zal dat wel lezen. ‘De derde dag’ is niet dinsdag, maar de dag waarop God iets belangrijks doet, de dag van de verrijzenis. Het gaat om een bruiloft, een beeld dat in het Oude Testament gebruikt wordt om over de verhouding van God tot zijn volk te spreken. En dan water dat in wijn verandert. Het water staat er voor de reiniging, voor het vervullen van voorschriften. Jezus maakt in een teken duidelijk dat voor die omgang van de mens met God meer nodig is dan regels en voorschriften, dat die omgang kleur en smaak moet hebben, mensen vrolijk moet maken. Wanneer Thomas More voor hij vermoord wordt, afscheid neemt van zijn dochter zegt hij ‘Till we meet merrilly in heaven’. ‘Merrily’ een woord dat je kunt vertalen met ‘vrolijk’, maar ook met ‘tipsy,’ niet echt dronken, maar toch ook niet helemaal nuchter.

Dit soort gedachten heb ik de vorige jaren op deze zondag al uitgewerkt. Vandaag zou ik stil willen blijven staan bij een tekst van Paulus. Een mooie tekst die ook altijd op Pinksteren op het rooster staat, maar die dan vaak wegvalt tussen het spectaculaire Pinksterverhaal van de storm en de vurige tongen en het intieme verhaal van Paasavond, waarop Jezus zijn adem uitblaast over zijn leerlingen en hen de Geest geeft. Die tekst van Paulus gaat ook over de Geest, over de gaven van de Geest.

Paulus schrijft zijn brief met een heel concrete gemeenschap voor ogen. Hij heeft onder hen gewoond en gewerkt. Dat zou een probleem kunnen zijn wanneer wij die brief lezen. Wij zijn die gemeenschap van 2000 geleden niet. De wereld is heel anders: elektriciteit, radio en  tv, sociale media en internet. Maar onder die grote verschillen tussen toen en nu zit in dit geval ook overeenkomst. Paulus schrijft zijn brief aan christenen in Korinthe, een Griekse havenstad die wel wat wegheeft van onze complexe maatschappij, een stad met een grote verscheidenheid van afkomst en cultuur, een stad die contacten heeft met andere steden en landen rond de middellandse zee, een stad waar het probleem van eigenheid en gemeenschappelijkheid speelt.

Het is een sterk retorische tekst. Paulus begint met een drieslag waarin hij verschil en eenheid, eigenheid en gemeenschappelijkheid telkens combineert en dat verbindt aan de werkzaamheid van de Geest, van de Heer – Jezus Christus – en van God de Vader. In die volgorde. Een volgorde die begint bij wat we kunnen waarnemen: de gaven van de Geest zijn heel concreet. Vervolgens geeft hij een kwalificatie aan die gaven, aan die concrete zaken: dienstverlening. Tenslotte geeft hij aan dat die dienstbare gaven het werk van God zijn. Paulus besluit dat begin met een zin waar ik over wil nadenken: ‘maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen.’

 

Preek
Ze kwamen met z’n drieën. Twee kende ik niet, Nathan wel, hij is hier misdienaar geweest en een paar jaar geleden heeft hij het vormsel ontvangen. Hij had mij geapp’t met de vraag of ze mij voor een werkstuk op school mochten interviewen. Natuurlijk. Wij geven vormelingen ook altijd de opdracht met iemand uit hun omgeving te gaan praten over geloof, hoe ze geloven, wat het geloof voor invloed heeft op hun leven en werken. Daar ging het interview ook wel over, maar ze waren ook en vooral geïnteresseerd in de sociale leer van de kerk, in de visie van de kerk op de samenleving. Dat was, is niet echt mijn vak, maar ik weet er wel iets van en ik heb nog niet zolang geleden met een groep mensen de laatste encycliek van de paus gelezen, Fratelli tutti. Dat is een encycliek over de sociale leer van de kerk.

Die encycliek staat in een traditie die in het eind van de 19de eeuw begonnen is door paus Leo XIII met zijn encycliek Rerum novarum. Zoals de meeste encyclieken is de titel ontleend aan de beginzin en die beginzin geeft ook meteen het onderwerp en de blikrichting aan. Rerum novarum, over de nieuwe dingen: dat slaat op de revolutionaire ontwikkelingen die in die 19de eeuw plaats vinden, ontwikkelingen in de politiek die ook hun weerslag hebben gekregen in de economie, de industriële revolutie die een klasse van arbeiders heeft opgeroepen, grote verschillen tussen arm en rijk, mistoestanden in fabrieken, kinderarbeid. Paus Leo houdt een pleidooi voor een rechtvaardig loon, vraagt aandacht voor de zwakken, roept op tot de vorming van vakbonden en coöperaties. Latere pausen hebben voortgebouwd op het fundament dat paus Leo gelegd heeft met die aandacht voor de ontwikkelingen in onze maatschappij. Paus Franciscus heeft in zijn encycliek dan ook aandacht gevraagd voor ontwikkelingen die de laatste jaren plaats gevonden hebben en nog steeds plaats vinden zoals de klimaatverandering.

In mijn gesprek met die drie scholieren heb ik aandacht gevraagd voor een begrip dat in de sociale leer van de kerk een grote rol speelt en dat ik in onze huidige omstandigheden ook van groot belang vind: de aandacht voor het bonum commune, het gemeenschappelijk goed. In allerlei analyses die ik in kranten lees of op tv of radio hoor rond de lockdown, maar ook in de berichten van de regering heb ik die aandacht gemist. Of het wordt wel genoemd, maar dan met een wat negatieve toon, als iets dat wel in andere landen – zoals Duitsland of Denemarken of Italië aanwezig is –  maar bij ons niet, want die aandacht zou niet ‘Nederlands’ zijn. Het goed van de gemeenschap wordt blijkbaar door ons gevoeld als een concurrent van het welbevinden van het individu. Het goed van de gemeenschap gaat ten koste van ‘mijn vrijheden en mogelijkheden’ en die staan bij ons voorop.

Ik vraag me af of dat klopt, of het ‘niet-Nederlands’ is wanneer aandacht wordt gevraagd voor het gemeenschappelijk goed, wanneer dat gemeenschappelijk goed belangrijk gevonden wordt. Is dat misschien iets van de laatste jaren? Heeft dat te maken met de verschuivingen die we in de politiek zien – het verdwijnen van het middenveld – en niet alleen in de politiek? Heeft dat te maken met het verdwijnen van de sociale leer van de kerk uit ons politiek bewustzijn? Heeft dat te maken met de grote nadruk op het individu en het individuele die we duidelijk tegenkomen. Vakbonden hebben het moeilijk, coöperaties ook. De marktwerking is toegepast op allerlei zaken die vroeger zaken van de staat waren, vervoer, energie, zorg, onderwijs en daardoor is de aandacht voor het gemeenschappelijk goed op de achtergrond geraakt.

Paulus in het gedeelte uit zijn brief aan de Korintiërs dat we net gehoord hebben speelt die eigenheid, die individualiteit niet uit tegen de gemeenschap, maar brengt ze met elkaar in contact. Hij noemt een hele reeks zaken die met eigenheid te maken hebben, en hoewel niet alles heel herkenbaar is, is de teneur wel herkenbaar: de ene is goed in dit, de ander in dat. De ene is goed in onderwijs, de ander in de zorg, de ene kan goed met zijn of haar hoofd, de ander is goed met zijn of haar handen. Die talenten kun je voor je houden of gebruiken voor je eigen nut, maar je kunt ze ook gebruiken voor het gemeenschappelijk goed, voor het welzijn van allen. ‘Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen’. Dat schrijft Paulus voordat hij die concrete zaken, die concrete gaven noemt. Misschien is dat wel de eerste stap: dat je erkent dat je talenten, dat waar je goed in bent, een gave is, dus niet vanzelfsprekend. En misschien is dan de tweede stap dat je je realiseert dat die talenten gaven van de Geest zijn of zoals Paulus dat noemt een openbaring van de Geest. Dat geeft ons gelovigen een verplichting, een verantwoordelijkheid.

In deze coronapandemie hebben de meesten van ons ontdekt hoe belangrijk relaties met anderen zijn en hoe belangrijk ook de gemeenschap is. Met deze gevoeligheid kan die tekst van Paulus ons helpen als gelovigen bij te dragen aan de langetermijnvisie die we zo nodig hebben. Die tekst van Paulus is niet een pasklaar antwoord, en de gaven die hij noemt zijn niet allemaal onze talenten, maar wat Paulus schrijft kan ons helpen pasklare antwoorden te vinden, als we het welzijn van allen maar niet vergeten, of on-Nederlands vinden.

Featured Image

Kerken open: Vieringen mogen weer.

Onze kerklocaties bieden weer de mogelijkheid om vieringen te bezoeken. U dient zich vooraf hiervoor aan te melden. Klik op de BOL weekend vieringen en vul het formulier in om u aan te melden. Er zijn maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Voor zover er geen plaatsen meer vrij zijn kunt u mogelijk de digitale uitzending volgen.

Zie voor alle corona maatregelen bijgaande pdf met informatie. coronamelding dd 2022-01-17.  

Featured Image

Overweging 9 januari 2022 Doop van de Heer, Cenakelkerk

Overweging 9 januari 2022 Doop van de Heer                                                  Margaret de Groot-Vlasveld

Hand. 10, 34-38   Luc. 3, 15-16. 21-22

De eerste dagen van een nieuw jaar beginnen met een open agenda. Er zijn goede voornemens en plannen, waarvan niemand weet wat ervan terecht zal komen. De kerstspullen worden ingepakt in kranten met het nieuws van nu. In december 2022 lezen we de nieuwsfeiten terug en hopelijk zijn begrippen zoals coronapandemie, lockdown, boosters of gesloten kerken minder of niet meer aanwezig. We lezen dan ook dat er op 10 januari kabinet Rutte IV op het bordes bij de koning stond. Ook zij hebben goede voornemens, ze hebben er zin in. Het motto is Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst.

Dat is ook ons motto. Als parochianen voelen we ons samen een geloofsgemeenschap en zien naar elkaar om. Al een aantal maanden wordt er aandacht gevraagd voor het synodale proces. Herwi Rikhof gaf daar heldere lezingen over. In de overwegingen van Kerstmis, Nieuwjaar en Driekoningen riep hij ons op, om als een goed voornemen er dit jaar met elkaar over in gesprek te gaan. We krijgen nu de gelegenheid om onze stem te laten horen en vooruit te kijken hoe we als parochie toekomst hebben.

Vandaag lezen we over de doop van Jezus door Johannes de Doper. Het verschil tussen Johannes en Jezus wordt zichtbaar in de manier waarop zij dopen. Johannes met water en Jezus met de heilige Geest en met vuur. De Goddelijke stem spreekt uit de hemel: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld”.

Wij allen zijn ook gedoopt. Het doopsel is een sacrament dat in nood door iedereen gegeven mag en moet worden. Dit gebeurde nogal eens bij kindjes die niet levensvatbaar waren of doodgeboren waren. En een ongedoopt kindje was niet vrij van erfzonde en zou niet in de hemel komen. Zij kregen geen naam en werden begraven in ongewijde grond. We kennen allen wel de schrijnende verhalen van ouders die dit verdriet altijd met zich meedroegen.
De meesten van ons zijn gedoopt als baby, door een Peter en Meter naar de kerk gebracht net na de geboorte. Het was geen keuze, meer een vanzelfsprekendheid. Ook de namen die daarbij gegeven werden lagen in de lijn der verwachting om vernoemd te worden naar grootouders, oom of tantes. Nu is er meer ruimte om als ouder zelf een naam te kiezen voor je kind, altijd een naam die betekenis heeft. Sommigen zijn op latere leeftijd gedoopt en maakten een keuze om als christen te leven. Doopnamen zijn daarbij gekozen. Een naam is belangrijk, God kent ieder bij naam.

Het water waarmee gedoopt wordt heeft twee betekenissen. Het water dat bedreigt en waar je doorheen moet, zoals het volk van Israël door de Rode Zee moest gaan. En ook in het afgelopen jaar zagen we dat water dreigend en verwoestend kan zijn. Water heeft ook de betekenis van leven schenkend water van Christus. Water dat de erfzonde afwast. Water reinigt. Drie keer wordt beetje water over het hoofd van de dopeling gegoten, met het gebed: Ik doop u in de naam van de Vader, en de Zoon, en de heilige Geest. Daarna wordt het voorhoofd gezalfd met chrisma. De zalving symboliseert dat je daadwerkelijk Christen bent. En dat je leeft zoals Christus en Hem volgt op weg naar het kruis.  Aan de Paaskaars wordt een doopkaars ontstoken, een teken dat de dopeling een licht voor de wereld is. Vroeger kreeg een dopeling een beetje zout op de tong. Dit herinnert aan de oproep van Jezus om aan degenen die hem volgen om het zout van de aarde te zijn. Zout staat voor smaak geven en pit hebben.

Ieder jaar, in de Paaswake hernieuwen we onze doopbeloften. Het is een bewustwording dat het doopsel dat we als kind of volwassene ontvingen, geen momentopname is uit het verleden, maar een agenda inhoudt. Gedoopt zijn, met water en chrisma gebeurt niet in het ogenblik, het is iets dat voortduurt. Een agenda waarvan je niet weet wat daarin zal staan, die nooit afgewerkt is en een leven lang zal duren. Dat was ook zo voor Jezus. Alles wat Jezus doet na zijn doop staat in het teken van de Geest. In de doopkapel heeft Piet Gerrits dat mooi geschilderd. De Geest is als een sjaal om de nek en de schouders van Jezus heen geslagen.

Als de kerk weer open mag zijn, breng dan eens een bezoekje aan de doopkapel. We lopen er vaak langs. Ik weet dat Toon Rabou de afbeelding van de ‘vleugels’ bij Jezus, de meest betekenisvolle vond. Die vleugels hebben wij ook gekregen. Niet zichtbaar, wel binnenin ons. Vanuit dat symbool zijn wij bevlogen parochianen. Als we de afbeelding van de Synode 2021-2023 goed bekijken zien we ook vleugels boven allen die onderweg zijn.

Als tochtgenoten, die gedoopt en gevormd zijn, zien we samen toekomst. Het doopsel is de identiteit van alle gelovigen, welke plek ze ook innemen in de kerkelijke hiërarchie. Het is een fundamenteel aspect dat iedereen, -ongeacht sociale of klerikale status – met gelijk gewicht mag spreken en luisteren. Iedere christen is verantwoordelijk voor de kerk, voor onze geloofsgemeenschap, met aandacht voor de zorgen van de wereld. Vroeger kreeg de dopeling wat zout op de tong. Misschien kan ons dat een beetje helpen om met meer pit onze stem te laten horen.

Zo is iedereen, in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest toegerust voor gemeenschap, participatie en zending. Amen.

 

Slotgedachte

Gedoopt zijn
is bevrijding mogen ervaren.
De toekomst krijgt kansen in je.
De kracht van het Goede haalt het.

Gedoopt zijn
is altijd opnieuw ja zeggen aan Gods Geest
in jezelf en in anderen.

Gedoopt zijn
is een voortdurende uitnodiging en opdracht
tot solidariteit met medemensen,
tot delen van je tijd, je aandacht,
om je talenten in te zetten voor Gods droom.

Gedoopt ben je heel je leven.
Het is een Verbond tussen jou en de Geest van God.
Een liefdesverbond!

 

Featured Image

Preek voor het feest van de openbaring van de Heer 2022 Cenakelkerk

Preek voor het feest van de openbaring van de Heer 2022                                              Herwi Rikhof

Ef. 3,2-3a.5-6 / Mt. 2,1-12

Op het logo voor het synodale proces staat maar één persoon met een duidelijke functie, een bisschop. Er staat ook een religieus op te herkennen aan haar habijt, maar religieuzen kunnen allerlei functies hebben. De anderen mensen hebben geen duidelijke functie en daarom kunnen we ons met mensen identificeren, ook omdat er mannen en vrouwen afgebeeld staan, jongeren en ouderen. Zij allen zijn in beweging. Die twee elementen van het logo voor het synodale proces kunnen ons helpen bij het feest van de kersttijd dat we vandaag vieren te Ieren en omgekeerd kan dat feest ons helpen dat synodale proces te begrijpen.

Dat klinkt misschien wat vreemd: om in dat gegeven dat we ons kunnen identificeren met de mensen op dat logo omdat ze geen duidelijke functie hebben, om precies in dat punt een overeenkomst te zien tussen dat logo en het verhaal van de wijzen, of magiërs zoals ze in de nieuwste vertaling worden genoemd. Die wijzen, die magiërs hebben toch een duidelijke functie ? Zeker, de term ‘wijzen’ of ‘magiërs’ en ook hun opmerking over de ster die ze gezien hebben, geven aan dat ze thuishoren in een cultuur waarin het interpreteren van sterrenbeelden en patronen van hemellichamen een belangrijke rol spelen. Het zijn niet de eerste de besten, niet mensen zonder een duidelijke plaats en functie in hun maatschappij. Maar nu kan de kunst ons helpen.

Het verhaal van het bezoek van de wijzen behoort tot de oudste verbeeldingen van christelijke religieuze kunst. Al in de catacomben kun je drie mannen in verschillende kleuren met geschenken naar moeder en kind zien lopen. Niet veel later vertegenwoordigen die drie mannen de drie leeftijden van de mens: jong, middelbaar, oud. Nog later vertegenwoordigen die drie mannen de drie bekende continenten: Europa, Azië en Afrika. In dat prachtige gebedenboek dat de gebroeders van Limburg verlucht hebben, komen die drie dan ook uit verschillende windstreken bij elkaar vóór ze naar Jerusalem gaan. In de kunst wordt zo prachtig verbeeld wat Matteüs in dit verhaal wil vertellen: dat Jezus komt voor alle mensen, ongeacht leeftijd, ongeacht achtergrond. Toen ik een paar weken geleden dit verhaal in de vormsel-groep besprak en ook vroeg hoe we dat nu zouden verbeelden, werd terecht opgemerkt dat we nu meer continenten kennen en dat ook vrouwen vertegenwoordigd zouden moeten zijn als het om iedereen gaat. Die wijzen mogen dan wel een functie hebben in hun cultuur: in dit verhaal vertegenwoordigen ze iedereen. En daarom kunnen we ons met hen identificeren.

En ze zijn in beweging. Ze komen uit het oosten, waar precies vandaan staat er niet, hoe lang of hoe moeizaam de reis was staat er ook niet bij, maar we mogen aannemen vanwege die aanduiding wijzen of magiërs, vanwege hun functie, dat ze thuishoren in een cultuur die te vinden is in Mesopotamië, het gebied tussen Eufraat en Tigris, het huidige Irak. Een flinke reis dus, zeker in die tijd. Het zijn dus mensen uit een andere cultuur dan de Joodse, mensen met een andere achtergrond dan de herders die de pasgeboren Messias in de stad van David gaan opzoeken. Die herders kennen Bethlehem, die herders weten van de Messias, die herders weten de weg. Die wijzen, magiërs, zijn vreemdelingen, zijn geen volksgenoten of geloofsgenoten, ze weten niet waar ze moeten zijn en vragen dus naar de pasgeboren koning der Joden.

Op het eerste gezicht een logische vraag van mensen die van elders komen. Maar als je goed luistert, hoor je een vreemde vraag. In de rest van het verhaal dat we gehoord hebben komt die term ‘koning der Joden’ ook niet terug. Herodes laat de hogepriesters en schriftgeleerden zoeken naar teksten waar iets staat over de geboorte van de ‘messias’ en in de tekst die ze vinden gaat het over een leidsman die ‘herder’ zal zijn (2,4-5). Hoe vreemd die vraag is, wordt echt duidelijk wanneer je kijkt naar de manier waarop Herodes en andere heersers genoemd worden in de evangeliën.

Herodes is koning, niet van de Joden, maar van Judea. Ook de andere heersers die in de evangeliën genoemd worden, worden genoemd naar de streek waarover ze regeren, niet naar het volk of de mensen. De koning der Joden bestaat niet. Is die vraag van de wijzen, de magiërs een vraag die voortkomt uit onkennis, uit niet weten hoe in een andere cultuur of maatschappij gesproken wordt? Misschien, maar ik denk dat er meer of iets anders aan de hand is.

De term ‘koning der Joden’ klinkt ons niet vreemd in de oren, omdat we die term kennen van het opschrift van het kruis. INRI, Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum  Jezsus van Nazareth (Nazarener) koning der Joden. Alle vier de evangelisten noemen dit opschrift. En in het lijdensverhaal komt de term vaker voor. Pilatus vraagt of Jezus de koning der Joden is en de soldaten bespotten Jezus met ‘gegroet Koning der Joden’. Matteüs is de enige evangelist die de term ook buiten het lijdensverhaal gebruikt en wel in dit verhaal van de wijzen. Met die vraag lopen de wijzen in feite vooruit op het lijdensverhaal. Het kind dat ze zoeken is niet een schattig baby’tje, het kind dat ze zoeken is Christus en die gekruisigd, zoals de apostel Paulus dat scherp formuleert.

De wijzen vragen de weg en vragen naar de koning der Joden. Die twee elementen zijn ook van belang voor dat synodale proces, ook omdat het twee moeilijke elementen zijn. De weg vragen, dat betekent dat we de moed moeten hebben om niet op een soort automatische piloot na te denken over de toekomst van de kerk. Het betekent niet dat wat we gewend zijn niet van belang is, maar het betekent wel dat we niet vast blijven zitten in onze gewenning, het betekent wel dat we al onze creativiteit en al onze talenten moeten gebruiken.

Vragen naar de koning der Joden, dat betekent vragen naar Christus gekruisigd. Het kruis is vanaf het begin van de kerk een moeilijk symbool geweest, op allerlei manieren is het ‘vermooid’, ook in onze kerk op het mozaïek achter mij: een kruis met edelstenen. Daarom is het goed dat het enige beeld hier op het priesterkoor het kruis met de stervende of gestorven Christus is: een soort correctie, een actieve herinnering. Als ik het altaar met de gaven bewierook, sluit ik dus niet zonder reden ook dat kruis in.

Hoe vertalen we dat zoeken, dat vragen naar de koning der Joden in onze situatie? Een min of meer voor de hand liggend antwoord is in de mensen die nu lijden in welke vorm dan ook. In onze traditie is dat antwoord concreet vertaald in de werken van barmhartigheid. Maar die werken van barmhartigheid zijn niet beperkt tot de zes die later in het evangelie van Matteüs genoemd worden: hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen opnemen, naakten kleden, zieken bezoeken, gevangenen bezoeken. Daaraan is toegevoegd doden begraven. Maar daar zijn als in de eerste eeuwen van de kerk ook nog zeven geestelijke werken van barmhartigheid aan toegevoegd: onwetenden inzicht bijbrengen; twijfelaars met goede raad bijstaan; bedroefden troosten; wie een misstap begaan, de rechte weg wijzen; lastige personen verdragen, wie ons beledigen en kwetsen, vergeven en bidden voor levenden en doden. Dat van de zes zeven zijn gemaakt – zeven het getal van de volheid – en dat aan de zeven fysieke werken van barmhartigheid ook nog zeven geestelijke of spirituele zijn toegevoegd  – twee kanten van ons menselijk bestaan – laat zien dat die werken van barmhartigheid alomvattend zijn. De sleutel is wel telkens barmhartigheid.

De vraag naar de koning der Joden vraagt dus om een vertaling waarin barmhartigheid een centrale rol speelt. Er is dit nieuwe jaar dus wat te doen.

Featured Image

Preek voor het octaaf van Kerstmis 1 januari 2022 Cenakelkerk

Preek voor het octaaf van Kerstmis 1 januari 2022                                                   Herwi Rikhof

Gal. 4,4-7 / Lc. 2,16-21

 

Een van de films die het afgelopen jaar uitkwam en die toen voor veel commentaar zorgde en die ook wel in de lijstjes van de beste films van het afgelopen jaar voor kwam, was de nieuwe verfilming van Westside Story. Het origineel kwam uit toen ik op de middelbare school zat. De muziek was aanstekelijk en hoewel we geen gangs, geen bendes op school hadden, was toch die gedanste gevechtsscènes een van de grote favorieten en natuurlijk Maria. Onze Engelse leraar zorgde er wel voor dat we wisten dat het een moderne versie was van een toneelstuk van Shakespeare, Romeo and Juliet, over twee jonge mensen die op elkaar verliefd worden ook behoren ze tot rivaliserende families. In een beroemde monoloog mijmert Juliet over de naam. Als Romeo nu een andere naam, een andere achternaam had gehad, zou er geen probleem zijn. Wat betekent een naam nu eigenlijk? Dat wat we een roos noemen, geurt toch even heerlijk als we die bloem een andere naam zouden geven. ‘What’s in a name.’

Wel begrijpelijk die mijmerij, maar ook niet reëel. Het maakt wel wat uit welke naam je draagt en hoe je iets of iemand noemt kan vergaande gevolgen hebben. Hoe gevoelig dat ligt en dus ook hoe belangrijk namen en benamingen zijn bleek de afgelopen tijd toen uitlekte dat in een stuk van een lid van de Europese commissie over ‘inclusieve communicatie’ o.a. stond dat de term ‘kerstmis’ vervangen moest worden door ’feestdagen’. En toen de vorige week de kerstwens van de jongerenorganisatie van een politieke partij die ik liever niet noem bekend werd waarin de term joelfeest gebruikt werd, een term die in Nazi-Duitsland gepropageerd werd om Kerstmis te vervangen, leverde dat ook enige commotie op, om het maar zachtjes uit te drukken.

Bij de voorbereiding op de doop vraag ik de ouders ook altijd waarom ze hun dochter of zoon deze naam, deze namen gegeven hebben. De antwoorden zijn heel verschillend, soms hebben ze een naam, gekozen omdat ze het een mooie naam vinden, soms is het een naam die in de familie vaker voorkomt, soms naar iemand bekend van sport of film, soms zit er een heel verhaal achter. Maar nooit hebben ze die naam zomaar gekozen. Elke naam heeft een betekenis.

Wanneer de engel van de Heer aan de priester Zacharia verschijnt in de tempel en hem aankondigt dat zijn vrouw Elisabeth, die al op leeftijd is, een zoon zal baren zegt de engel ook dat ze hem de naam Johannes’ moeten geven. Ook bij het bezoek van de engel aan Maria noemt de engel de naam van de zoon die zij zal baren: ‘Jesus’. ‘Johannes’ betekent ‘God is genadig’ en ‘Jezus’ betekent ‘God redt’. Namen die dus ook een duidelijke betekenis hebben en die als ik dat zo kan zeggen, een programma inhouden. In de absoute die we hier in de kerk vaak gebruiken, speelt de naam van de overledene een grote rol. De naam die een kind bij de geboorte krijgt, is in zekere zin leeg. Bij het overlijden is die naam gevuld met een heel leven, met mooie en minder mooie gebeurtenissen, met voorspoed en tegenspoed, zoals ook 2021 nu gevuld is en 2022 nog praktisch leeg.

Jezus betekent dus ‘God redt’ en ik heb net gezegd dat die naam een duidelijke betekenis heeft, een programma inhoudt. Maar is dat zo? Niet als je naar het leven van Jezus kijkt en naar de discussie die hij telkens oproept door zijn doen en laten. Dat begint al bij de bekoring in de woestijn direct na de doop, waar de duivel Jezus drie invullingen van zijn leven voor houdt en Jezus die alle drie weigert en alle drie keren een alternatief kiest. En dat gaat door wanneer de schriftgeleerden hem verwijten met zondaars om te gaan en wanneer ze zeggen dat hij door de duivel duivels uitdrijft. Judas verraadt Jezus omdat hij teleurgesteld is in het gebrek aan politieke ambitie aan de kant van Jezus En zelfs na de verrijzenis vragen leerlingen Jezus wanneer hij nu het koningschap over Israël gaat herstellen. Wat betekent die naam ‘God redt’ dan? Johannes de Doper stuurt leerlingen om Jezus te vragen of hij het is die komen zou en Jezus antwoordt met: kijk maar wat ik doe en wijst dan op allerlei genezingen en besluit met ‘gelukkig die aan mij geen aanstoot neemt’.

Genezingen. Bij die verwijzing van Jezus naar wat hij doet, genezen, moet ik denken aan een beeld dat paus Franciscus in een interview voor de kerk gebruikt.

´Ik beschouw de Kerk een beetje als een veldhospitaal net na een slag. Het heeft geen zin om aan een zwaargewonde te vragen hoe hoog zijn cholesterolgehalte is en hoe het zit met zijn suikergehalte. Men moet eerst zijn wonden helen, pas nadien kan men over de rest praten. Wonden helen, wonden verzorgen… en men moet van onderuit beginnen.

Die opmerking van de paus van vóór de coronapandemie heeft door de coronapandemie, die ons maar blijft bepalen en beperken, niets aan zeggingskracht verloren. Integendeel. Precies nu kunnen we iets begrijpen van het belang dat ‘God redt’ met genezingen te maken heeft, maar dan niet alleen met puur lichamelijke genezingen, maar ook met al die andere vormen waarop we geheeld worden, moeten worden.

Als we kijken naar die genezingen van Jezus met onze situatie voor ogen, dan gaat het om onze gevoelens van onmacht en uitzichtloosheid, onze gevoelens van eenzaamheid en geïsoleerdheid, om onze gevoelens van beperktheid en tekortschieten. En niet alleen om gevoelens, maar echt om onmacht eenzaamheid beperktheid.

Als we kijken naar die genezingen van Jezus met onze situatie voor ogen, dan krijgen die drie termen die op het logo voor het synodale proces staan een verdere invulling. Onze gemeenschap moet een helende, genezende gemeenschap zijn. In onze gemeenschap moeten mensen zich betrokken voelen, niet afgeschreven. Onze gemeenschap moet dat veldhospitaal zijn waar de paus over spreekt. Hoe realiseren we dat? Dat zijn geen eenvoudige snelle antwoorden op te geven. Daar moeten we met elkaar geduldig en zorgvuldig over spreken. Zou dat geen goed voornemen zijn voor dit nieuwe jaar?

 

Featured Image

Leesgroep over de Zeven Sacramenten o.l.v. Herwi Rikhof start 19 januari a.s.

Op de zeven woensdagen (middag/avond) tot aan de Veertigdagentijd lezen en praten parochianen in een kleine groep over de zeven sacramenten, onder leiding van pastor Herwi Rikhof op basis van zijn boek Je ziet het ene.

Data (onder voorbehoud coronaregels):

  • Woensdag 19 januari, het doopsel
  • Woensdag 26 januari, het vormsel
  • Woensdag 2 februari, de eucharistie
  • Woensdag 9 februari, boete en verzoening
  • Woensdag 16 februari, zalving van de zieken
  • Woensdag 23 februari, huwelijk en wijding

Telkens om 14.00-16.00 uur en om 20.00-22.00 uur in de Taborkapel, bij de Cenakelkerk. Aanmelden vooraf is niet nodig, u kunt de bijeenkomsten bijwonen wanneer u wilt.

Het boek is verkrijgbaar voor de voor deelnemers speciale prijs van €15,00 bij het secretariaat van de locatie Cenakelkerk Heilig Landstichting. Het secretariaat is open op elke werkdag van 09.30 – 12.30 uur. E-mail: locatielandstichting@h3eenheid.nl

Check ook de website voor nadere informatie.

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.