Featured Image

Preek voor de 17de zondag door het jaar 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 17de zondag door het jaar 2021                                       Herwi Rikhof

2 Kon. 4,42-44 / Joh. 6,1-15

 

Inleiding
In dit jaar, waarin we op de gewone zondagen uit het evangelie van Marcus lezen, lezen we de komende zondagen uit het evangelie van Johannes, omdat het evangelie van Marcus te te kort is om voor alle zondagen genoeg materiaal te leveren. Het evangelie van Johannes dus als aanvulling. Maar dat klinkt gemakkelijker dan het is, want deze twee evangelies verschillen nogal in opzet en stijl. Het evangelie van Marcus kun je lezen als een verhaal over een weg die in de woestijn begint en in een leeg graf eindigt en midden op die weg vraagt Jezus aan zijn leerlingen en aan de leerlingen van alle tijden: wie ben ik? Het evangelie van Johannes kun je lezen als een verhaal over zeven tekenen met telkens een discussie over die tekenen en in die discussie zegt Jezus dan een aantal keren: ik ben.

In het evangelie van vandaag horen we over een teken dat Jezus doet; op de komende zondagen horen we de discussie naar aanleiding van dit teken en horen we Jezus een paar keer zeggen: ik ben het brood van leven.

 

Preek
Je kon het de afgelopen week niet missen, dat vanaf eergisteren de Olympische spelen in Tokio gehouden worden. Of ze wel of niet zouden doorgaan was een tijdje geleden al een punt van discussie, maar toen eenmaal duidelijk werd dat de Japanse regering vanwege economische redenen besloten had ze door te laten gaan, hield die discussie niet op, integendeel ze werd heftiger en er bleef tegenstand. De prognose van 48 medailles voor Nederland tegenover 55% van de Japanners die coronabestrijding belangrijker vinden dan wedstrijden. En dan waren er ook nog schandalen: een reeks medewerkers op het hoogste niveau die werden ontslagen vanwege verkeerde opmerkingen of verkeerde grappen of pesterijen. Maar eergisteren zijn ze dan toch geopend, een spektakel in een bijna leeg stadion. Het binnen brengen van het olympisch vuur en het ontsteken van de grote toorts, het binnen brengen van de vlaggen, het herdenken van de coronaslachtoffers en van de Israëlische sporters die in München door Palestijnse terroristen werden vermoord. In het commentaar viel herhaaldelijk het woord symbool en dat klopt: het vuur, de vlaggen, de dansen, ongeveer alles wat je zag had een extra betekenis, een reden, een gelaagdheid.

Wanneer Johannes een verhaal vertelt doet hij dat op de manier van die opening in Tokio. Alles wat hij zegt heeft een extra betekenis, bijna niets is wat je op het eerste gehoor denkt. Het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging komt bij alle vier de evangelisten voor en bij alle vier is het al niet een gewoon verhaal. Bij alle vier vallen getallen: vijf, twee, twaalf. Toevallig? Nee. Symbolisch? Ja.

‘Vijf’ dat roept de vijf boeken van Mozes op, de Wet, een van de kernen van wat wij het Oude Testament noemen. Die vijf broden roepen daarmee verhalen op, het verhaal van de schepping en het verhaal van de uittocht, die roepen de tien geboden op, al die zaken die wij nodig hebben voor het leven, om goed te leven. En twee vissen, die roepen Mozes en Elia op, de vertegenwoordigers van de wet en de profeten, de twee grote leiders. Mozes die de Joden uit Egypte voert, uit de slavernij naar de vrijheid, en Elia die er tegen vecht dat de Joden, wanneer ze in hun land zijn aangekomen, God vergeten. Mozes en Elia, de twee groten die al die woorden waarmaken. En twaalf, dat roept de twaalf stammen van Israël op, het volk dat wil leven van de wet van God, dat die wet wil waarmaken.

Die getallen – vijf, twee, twaalf – roepen het verbond op van God met zijn volk, dat voortdurende aanbod van God tot omgang en zorg, maar ze roepen ook de wispelturige geschiedenis van het volk van God op, al die keren dat het volk, van hoog tot laag  andere paden gaat. En ze roepen de belofte op van een nieuw verbond. Precies dat gebeurt in dit symbolische verhaal: een nieuw verbond.

Alle evangelisten hebben dit verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging, alle evangelisten hebben het over vijf broden en twee vissen en twaalf manden. Maar Johannes voegt een paar elementen toe aan het verhaal waardoor het verhaal over het nieuwe verbond nog extra diepte krijgt. Alleen Johannes merkt op dat het vlak voor Pasen is. Alleen Johannes vertelt dat het een jongetje is dat dat eten bij zich heeft. Een jongetje, eigenlijk zou je moeten zeggen, grut, zo klein dat je nog niet eens goed kunt zien of het een jongetje of een meisje is. Alleen Johannes vertelt dat hij gerstebrood bij zich heeft. Gerstebrood, dat is het brood van de armen, brood dat je nauwelijks brood kunt noemen Alleen Johannes vertelt dat hij gedroogde vis bij zich heeft. Gedroogde vis, het goedkoopste van het goedkoopste. Wat bedoelt Johannes hier met die toevoegingen: vlak voor Pasen, dat jongetje van niks, dat brood van niks, dat beleg van niks? Haast lege handen.

Om dat te ontdekken moeten we bij het begin beginnen. Bij de grote menigte op zoek naar geluk, bij al die mensen met pijn in lichaam en ziel, in hart en geest, de mensen die zien dat Jezus geneest en daarbij willen zijn, genezen willen worden. Een menigte van alle tijden en van alle streken. Wanneer Jezus al die mensen ziet, al die pijn, al die vragen, al die verlangens, dan vraagt hij eerst de leerlingen, zijn helpers, wat te doen met zoveel vragen, zoveel pijn.

Die apostelen reageren zoals we gewoon zijn te reageren bij problemen: we zoeken een oplossing op een praktisch, technisch niveau, wij zoeken een oplossing op het niveau van geld en organisatie, op het niveau wat wij kunnen doen. In veel gevallen moet dat natuurlijk ook zo, moet die modder van de overstromingen verwijderd worden, moeten huizen hersteld worden, moeten mensen opgevangen worden. Natuurlijk moeten vaccins ontwikkeld worden en beschikbaar komen voor zoveel mogelijk mensen wereldwijd. Maar als het gaat om meer dan modder, meer dan vaccins, als het gaat om de grote vragen van het leven, om vragen naar geluk, de vragen naar wat moet ik nu doen in mijn leven, dan schiet die praktische reactie tekort. Wanneer de leerlingen dat merken, dan pas ontdekt Andreas dat kleine ding van niks met brood van niks en met die vis van niks, dan pas komt Andreas met de oplossing van de haast lege handen. En daarmee kan Jezus wat doen. In die ruimte van de haast legen handen een nieuw verbond aanbieden.

Wanneer wij de maaltijd des Heren vieren, ons het laatste avondmaal vlak voor Pasen herinneren, wanneer wij zoals Jezus toen op die vlakte, – brood nemen, het zegenen, het breken -, worden wij het in het licht van dit verhaal van Johannes gevraagd om met lege handen te durven staan, om niet te snel de gewone antwoorden, de voor de hand liggende antwoorden te geven, maar met lege handen te durven staan, zodat God ze kan vullen, zodat het nieuwe verbond werkelijkheid kan worden. Het evangelie van vandaag heeft niets aan actualiteit verloren. Integendeel. Deze coronatijd vraagt om de durf, de moed met lege handen te staan en niet terug te vallen op de ‘gewone’ reacties.

 

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.