Featured Image

Overweging 2e zondag door het jaar 2021 Cenakelkerk

 

17 januari 2021 2e zondag door het jaar                                                          Margaret de Groot-Vlasveld

1 Samuel, 3, 3b-10-19,  Johannes 1, 35-42

 

Al enkele weken was het onderwerp van gesprek in politiek Den Haag. Wie neemt er de politieke verantwoordelijkheid naar aanleiding van het rapport op de toeslagenaffaire? En welke verantwoordelijkheid wordt gevraagd aan het kabinet om ons land door de Coronacrisis te loodsen?  Een duivels dilemma, waarvan we nu weten welke beslissingen er genomen zijn. Een demissionair kabinet. En wij, wij vinden er allemaal iets van. Als burgers herkennen we ons in sommige meningen heel goed en andere verwerpen we. En de praatprogramma’s zien zichzelf als een deskundig platform.

We komen hier niet samen om het daar met elkaar over te hebben. Nee, we komen hier samen als gelovigen in een kerkgebouw waar de (vandaag figuurlijke) deur naar stilte openstaat. We komen samen als geloofsgemeenschap. We zijn hier als leerlingen, als volgelingen van Jezus. En we zijn allemaal geroepen. Door het ontvangen van het doopsel mogen wij antwoord geven als wij geroepen worden.

Het is niet vanzelfsprekend dat we ook echt luisteren als we geroepen worden. Soms houden we onze oren dicht, uit onzekerheid, uit angst of omdat we te veel met onszelf bezig zijn. Als we wel open staan, horen we een andere vraag. In het verlengde hiervan komt een tweede vraag, nl. of we er naar handelen. Durven we dan te antwoorden met: Spreek Heer, uw dienaar luistert.

In de lezing uit het boek Samuël geeft de eerste zin aan de lamp van God niet was gedoofd. Dat betekent dat het niet goed ging met het geloofsleven van Israël ten tijde van Eli en Samuel. Er was weinig elan en enthousiasme. En precies in moeilijke tijd wordt Samuel geroepen. Hij hoort een stem in de nacht, hij denkt dat het Eli is, de bejaarde priester die hem roept. Eli heeft levenservaring en beseft dat er meer aan de hand is, dat het God is die roept. Eli geeft daarom aan de jonge Samuel de raad om, wanneer hij nog eens de stem hoort, te antwoorden: “Spreek, Heer uw dienaar luistert”. “Hier ben ik”. “Hier ben ik” is het antwoord op de oproep bij de wijding van diakens en priesters en bij het afleggen van kloostergeloften. Hier ben ik, bereid om een engagement op te nemen. Maak maar zichtbaar waar het om gaat. Ook aan ons wordt die vraag gesteld als wij bij naam geroepen worden.

Jezus nodigt de leerlingen van Johannes, ze worden hier nog niet bij naam genoemd, uit om te komen kijken waar hij verblijft. En verblijven is meer dan ergens logeren. “Kom mee en je zult het zien”. We lezen niet wat ze zien, maar het zal een onvergetelijke indruk gemaakt hebben. In het volgen van Jezus wordt zichtbaar: Hier ben Ik en Ik zal er zijn. Ze hebben gevoeld dat Jezus “in de liefde van de Vader” verblijft. Dit zijn woorden die Jezus van zichzelf zegt op de avond voor zijn lijden. In die liefde wordt Hij gedragen. Het volgen van het voorbeeld van Jezus gaat verder dan geroepen worden. Hij ziet dat Jezus de Messias is.  Vanaf dan wordt een van de  leerlingen bij naam genoemd: Andreas. Hij vertelt het aan zijn broer Simon. Deze ontmoeting geeft een opdracht mee: Voortaan heet jij Kefas, dat betekent: rots. Op een rots kun je bouwen. Zo wordt doorgegeven waarin Jezus indruk heeft gemaakt. Als leraar, als Messias. Hij betrekt Simon erbij, als een rots waarop gebouwd kan worden. In ons gelovig leven zit een gelaagdheid. We worden ook meerdere keren geroepen. Algemeen, als lid bij de wereldkerk waar de Paus onze leidsman is. Regionaal, bij een bisdom, met de bisschop aan de leiding. Lokaal, bij een geloofsgemeenschap met pastores die als herder richting geven. In deze tijd van lockdown wordt de kring nog kleiner. Daarin worden we op onszelf teruggeworpen. In elke kring worden we geroepen. In deze coronaperiode wordt de roep sterker hoorbaar. Op de TV wordt het vaak gezegd: Laten we wat meer naar elkaar omkijken.
Het is het kind dat roept, nu er geen school is, om extra aandacht van ouders en grootouders.  Het is de patiënt, die vraagt om begrip en troost in zijn lijden.
Het is de leerling die, zonder klasgenoten en met online onderwijs om uitleg vraagt. Het is de kerkbezoeker, het koorlid die de geloofsgemeenschap mist en verdieping willen, die de ontmoetingen ontberen. Het is de eenzame, opgejaagde, kwetsbare, oudere en rouwende mens die erbij wil horen, die tot rust wil komen, door een gesprek. Het is een familielid, vriend of buur die een beroep op ons doet.

Deze nabijheid kan iedereen geven. Als volgers van Jezus mag er meer van ons gevraagd worden. Deze week is het de week van het gebed voor eenheid. Gebed, verstilling kan in deze periode, op momenten van eenzaamheid, uitzichtloosheid het verschil maken. Voor onszelf, maar ook bij bezoekjes of in telefoongesprekken. De kerkgebouwen zijn gesloten.  In ons huizen maken we een thuiskerk, onze woontent. We maken het zichtbaar door een kaarsje aan te steken, samen te bidden, gewoon een Onze Vader en een Wees Gegroet. Een psalm of een gebed dat vroeger thuis gebeden werd. Door te luisteren naar een kerkelijk lied zoals b.v. Blijf mij nabij, Licht dat ons aanstoot, Salve Regina. Daarmee maken we zichtbaar dat lid zijn van onze geloofsgemeenschap een andere gelaagdheid heeft. We worden geroepen om zichtbaar te maken wat Jezus ons voorleeft. We hebben een stevige rots nodig en mogen zelf een rots zijn om deze tijd van crisis goed door te komen.

Amen.

Featured Image

Online vieringen Cenakelkerk en huiszegen

Gedurende de lockdown zijn er geen diensten met mensen in de kerk. Onze vieringen worden op zondagmorgen via YouTube live uitgezonden.

Deze maand kunt u de volgende vieringen in de Cenakelkerk op die manier live volgen:

  • zondag 10 januari 11.00 uur: Feest van de Doop van de Heer
  • zondag 17 januari 11.00 uur
  • zondag 24 januari 11.00 uur
  • zondag 31 januari 11.00 uur

Klik hier om te kijken. Via deze link kunt u ook de vieringen van de afgelopen tijd terugkijken.

 

Huiszegen: Christus Mansionem Benedicat

Het is een gewoonte in onze kerk om in het nieuwe jaar krijtjes te zegenen die je mee kunt nemen om een bordje bij je voordeur te maken, zoals we dat ook altijd op de deuren van onze kerk doen. De krijtjes die tijdens de mis op zondag 3 januari gewijd zijn liggen nu in de plastic box bij de voordeur van het parochiecentrum. Daar kunt u een krijtje halen om daarmee een bordje te maken bij uw voordeur en uw huis te zegenen.

Tevens vindt u in deze box de misboekjes voor de aankomende zondagen.

Heer onze God,
aan u behoren tijd en eeuwigheid.
Gij zijt de oorsprong van al wat geschapen is.
Wij wijden U dit jaar toe.
Moge het een jaar van genade zijn.
Wees steeds bij ons.
Zegen ons leven en onze woning.
Geef ons onderlinge liefde 
en laat ons thuiskomen bij U.
Amen.

(meer…)

Featured Image

Preek voor het feest van de doop van de Heer 2021   Cenakelkerk

Preek voor het feest van de doop van de Heer 2021                              Herwi Rikhof

1 Joh. 5,1-9 / Mc. 1,7-11

 

Nee het was geen antireligieuze censuur. De afgelopen zondag keek ik naar een Engelse documentaire in Het uur van de wolf over de dirigent Bernard Haitink. Deze vertelde hoe hij altijd te werk ging en dat hij dat ook zijn studenten meegaf: beginnen bij de partituur te bestuderen en ‘if the Holy Spirit comes loose…’ (‘als dan de Heilige Geest losbarst…’) dan gebeurt het. Ik vond dat een opmerkelijke uitspraak. Ik wist niet dat Haitink gelovig was en de interviewer ging er ook niet op door. Maar nog opmerkelijker vond ik de vertaling in de ondertiteling: ‘als je de geest krijgt’ en geest met een kleine letter. Duidelijk een verkeerde vertaling van ‘Holy Spirit’. Ik heb een mail gestuurd naar de redactie van Het uur van de wolf met de vraag of het een foutje was of antireligieuze censuur. Het antwoord kwam nog diezelfde dag: die zin was niet vanuit antireligieuze opzet vertaald: ze hadden geprobeerd zo goed mogelijk te vertalen.

Een tamelijk onbevredigende reactie, omdat elke vertaling natuurlijk een poging is zo goed mogelijk weer te geven wat in die andere taal gezegd wordt. Dat is wat vertalen is. Of een vertaling correct is of niet is, een heel andere kwestie. En hier gaat het om een verkeerde vertaling, waarbij alle religieuze betekenissen verdwenen zijn. Wanneer een vertaler niet weet wat een term betekent, dan is het toch gewoon om woordenboeken of zo te raadplegen. Ik doe dat zelf vaak genoeg, ook om te kijken of er betekenissen zijn die ik niet weet.

Het gaat hier niet alleen om een woordje wel of niet goed vertalen, maar om wat het betekent en wat er gebeurt wanneer je een term die duidelijk religieus is, niet religieus vertaalt. Blijkbaar is voor Haitink dat proces van creativiteit iets religieus en heeft dat noemen van de heilige Geest ook te maken het verwonderlijke, verbazingwekkende en ook wel ongrijpbare van dat creatieve proces. Haitink verbaast zich in de documentaire er ook over dat hij maar wat zwaait en dat er dan prachtige muziek ontstaat.

Die verkeerde vertaling viel mij misschien ook wel op omdat ik weet hoe ingewikkeld en gecompliceerd een verwijzing naar de werkzaamheid van de Heilige Geest is. Wanneer er geen lockdown geweest zou zijn, zouden vanmiddag een twaalftal jongeren uit onze parochie gevormd zijn, zou de vormheer hen hier gezalfd hebben. Wij hebben in onze kerk een mooie traditie dat het vormsel plaats vindt op het feest van de doop van de Heer, omdat we op dat feest herdenken dat Jezus gedoopt is, dat hij gezalfd wordt met de heilige Geest en door de stem uit de hemel mijn Zoon genoemd wordt. De vormelingen komen dan ook naar voren met hun doopkaars, om aan te geven dat het vormsel bij de doop hoort, dat een christen niet alleen met water is gedoopt maar ook met de heilige Geest, zoals Johannes de Doper dat in het evangelie van vandaag formuleert.

In het evangelie van Marcus dat we dit jaar lezen draait Jezus zich midden in dat evangelie als het ware om en vraagt aan zijn leerlingen: wie zeggen jullie dat ik ben. Petrus antwoordt dan: de Christus, de Messias, de met de heilige Geest gezalfde. En wanneer Jezus dan uitlegt wat dat betekent, dat hij moet lijden en moet sterven, komt diezelfde Petrus in opstand: die interpretatie, invulling van Christus, Messias, van de met de Geest gezalfde, staat hem niet aan. Marcus maakt hier duidelijk dat dat gezalfd zijn met de heilige Geest geen eenvoudige, duidelijke zaak is, maar controverses oproept. In alle evangelies is dat terug te vinden. Jezus mag dan wel de Christus zijn, of zichzelf zo beschouwen, anderen, Farizeeën, Schriftgeleerden, hoge autoriteiten, doen dat niet en weer anderen, zijn leerlingen, geven aan die titel Christus een andere interpretatie aan dan Jezus. Of iets de werkzaamheid van de heilige Geest is, is niet altijd duidelijk, of misschien moet je zeggen is altijd niet duidelijk. Altijd moeten we ons afvragen of dit wel of niet de werkzaamheid van de heilige Geest is, of dit wel of niet een vrucht van de heilige Geest is. Dat moeten we, omdat die werkzaamheid een werkzaamheid in onze geschiedenis, in onze maatschappij, in ons leven is.

Wat in onze geschiedenis, maatschappij, leven gebeurt, is altijd dubbelzinnig. Dat hebben we deze week op een onthutsende manier kunnen zien bij de bestorming van het Capitool in Washington. Wat voor sommigen als een opstand tegen de dictatuur van corrupte politici was, was voor anderen – de meesten – een uiting van terrorisme. De aanvallers droegen heel wat symbolen mee, waaronder ook christelijke. De mensen die die christelijke symbolen meedroegen, zagen deze aanval als een soort kruistocht, maar andere christenen – een meerderheid – hebben dit geweld veroordeeld.

In de voorbereiding op het vormsel besteden we altijd aandacht aan de heilige Geest, aan de werkzaamheid van de Geest, aan de vruchten van die werkzaamheid, precies om die jongeren gevoelig te maken voor het ingewikkelde en gecompliceerde van die werkzaamheid. Allereerst dat die werkzaamheid er is en vervolgens dat je moet leren een onderscheid te maken tussen de werkzaamheid van de heilige Geest en van andere geesten. Omdat we dit jaar vanwege de corona niet ons gewone traject konden doen, hebben we een paar keer deze kerk gebruikt om die werkzaamheid wat tastbaar te maken en om dat onderscheiden een beetje in te oefenen. De verhalen die hier in de kerk afgebeeld staan, staan hier afgebeeld omdat in elk verhaal de werkzaamheid van de heilige Geest te zien is. Piet Gerrits heeft voor alle duidelijkheid boven elke afbeelding een tekst geschilderd waarin de Geest genoemd wordt.

Die verhalen zijn een selectie, maar wel een selectie die je kan helpen in dat waarnemen van de werkzaamheid van de heilige Geest nu en in dat proces van onderscheiden. Niet omdat die verhalen één op één betrekking hebben op ons en op onze situatie, maar omdat die verhalen als het ware boven zichzelf uit stijgen. In elk verhaal zit een element dat voor ons relevant is. Op tweede kerstdag heb ik gewezen naar Stefanus en wat hij voor ons inhoudt. Vandaag kijk ik naar de andere kant en zie daar Petrus in discussie met Simon de Magiër die denkt dat je de werkzaamheid van de heilige Geest kunt kopen. Een discussie die eeuwenlang toegespitst is geweest op het kopen van kerkelijke ambten: simonie. Maar in onze situatie wordt die discussie fundamenteler, omdat we zo gewend zijn veel of zelfs alles in economische termen uit te drukken. Marktwerking is dan het toverwoord. Door de coronacrisis zijn daar kanttekeningen bij geplaatst en meer dan kanttekeningen. Die discussie daar helpt ons in onze huidige situatie onderscheid te maken en te kiezen welke werking we de werking van de heilige Geest vinden. Marktwerking of toch liever niet?

In de absis van de doopkapel heeft Piet Gerrits het verhaal dat we vandaag hebben gehoord geschilderd: Jezus die door Johannes gedoopt wordt. Hij heeft ook op de zijwand die je ziet als je binnen komt, de Geest geschilderd als rustend op Jezus. De zalving met de Geest is iets dat blijft. De vraag naar dat onderscheid, wat is werking van de heilige Geest of niet ook.

Die vertaling in de documentaire was fout, maar wel een hele leerzame fout.

 

Featured Image

Raadpleging parochianen Heilig Landstichting m.b.t. de toekomst van de Parochie

Zoals u ongetwijfeld nog weet hebben er in het najaar op verschillende locaties van onze parochie visiebijeenkomsten plaatsgevonden waarin naar aanleiding van de inbreng van de parochianen bij de Advents(wens) boom van 2019, teruggekoppeld werd. Tevens werd er nadrukkelijk gesproken over de vijf pijlers van de visie.

  • Geloof vieren
  • Geloof vormen en verdiepen
  • Gemeenschap van gemeenschappen
  • Dienstbaar zijn binnen de geloofsgemeenschap en naar buiten toe
  • Kom, zie en doe mee!

Op de locaties Heilig Landstichting is dit vanwege Corona tot nu toe niet gelukt met de huidige beperkingen. Derhalve heeft de Visiegroep besloten om de parochianen van deze locaties de gelegenheid te geven om per e-mail te kunnen reageren op het bijgevoegde visiedocument: Geloof vieren, praatstuk t.b.v. Visiebijeenkomsten 2020, zoals dat op de andere locaties ook het geval is geweest.

U kunt uw reacties voor de locatie Heilig Landstichting (de Cenakelkerk) sturen naar locatielandstichting@h3eenheid.nl

De eerdere verslagen van de overige locaties kunt u vinden op het onderdeel Toekomst Visie op deze website, wilt u dat lezen: klik hier.

Featured Image

Preek voor de Openbaring van de Heer   Cenakelkerk

Preek voor de Openbaring van de Heer 2021                                               Herwi Rikhof

Ef. 3,2-3a.5-6 / Mat. 2,1-12

 

Inleiding

Vandaag is de tweede stap in de kersttijd. De eerste stap is de boodschap aan het volk van Israel: de boodschap aan de herders, de getuigenis van Simeon en Hanna, twee mensen die bij de tempel horen. Vandaag komen de volkeren in beeld, de rest van de wereld. Dat is ook te merken in de gebeden van vandaag. Omdat nu de volkeren, de heidenen, wij in beeld komen, wordt dit feest in de Oosterse kerk als het kerstfeest beschouwd. Maar omdat wij in beeld komen, komt het verhaal van kerstmis ook dichter bij, misschien wel ongemakkelijk dichterbij.

Preek

De sticker zit nog op een sponning naast de deur, de sticker met de letters C M B en het getal 20 voor die letters en het getal 20 na die letters. Ik weet dat hier op de Landstichting diezelfde letters en getallen, maar ook met andere getallen op de posten van deuren staan. Die letters verwijzen naar de voornamen van de drie koningen, Caspar, Melchior en Balthasar, maar op de sticker of op de posten van de deur verwijzen ze ook naar drie woorden in het latijn die samen een gebed vormen: Christus mansionem benedicat, moge Christus dit huis zegenen.

Het is ook een gewoonte hier in de kerk krijtjes te zegenen die mensen mee kunnen nemen om die drie letters met het jaartal op hun deur aan te brengen, zoals we dat ook altijd op de deuren van deze kerk doen. Door de coronacrisis moeten we die traditie een beetje aanpassen. Ik zal straks wel die letters en cijfers op het bordje zetten dat op  de deuren van onze kerk komt te hangen, maar krijtjes voor thuis dit jaar niet zoals we gewend zijn. Ik zal ze wel wijden en dan in de grote plastic box zetten, waar ook de boekje voor de zondagen in liggen. Als u wilt en in de buurt bent, kunt u dan een krijtje meenemen en die letters met de cijfers 20 21 ergens opschrijven.

Aan dit kleine voorval kun je zien dat tradities een onderdeel van ons leven zijn en ook hoe levendig en lenig tradities kunnen zijn. In de afgelopen weken is het feest van vandaag niet de enige keer dat we ons bewust worden van tradities of gewoontes. Vanaf de intocht van Sinterklaas, waren er telkens momenten  waarop we vanwege de coronacrisis, ook moesten nadenken wat we met die tradities en gewoontes moesten en konden doen. Geen zwarte Piet, meer lichtjes, een grotere kerstboom, kerststal eerder, vuurwerk niet, beperkt bezoek wel.

Dat gebruik om die drie letters met het jaartal op de deur aan te brengen is een onderdeeltje van veel tradities rond het verhaal van de wijzen. Dat verhaal heeft aanleiding gegeven tot veel tradities: kinderen die als koningen verkleed langs de deuren gaan, een koek met een boon en ook tot tradities in de kunst. Van eenvoudige afbeeldingen van drie mannen met geschenken tot grootste schilderingen van drie koningen in rijke kleding, van verschillende leeftijden, komend uit de drie continenten, die toen bekend waren Europa, Afrika en Azië, en dan niet alleen, maar met een uitgebreide entourage van bedienden en kamelen en paarden. Vaak prachtige interpretaties van dat alle volkeren, de hele wereld, jong en oud het Woord van God kunnen horen.

Dat verhaal van de wijzen lezen we nu zoals het verhaal van de herders en het verhaal van Hannah en Simeon, zoals alle verhalen en teksten in deze kersttijd gelezen hebben in een tijd die donker en dreigend is. Dan vallen andere aspecten op dan in andere tijden. Wat valt nu op in dat verhaal?

Dat ook in dit verhaal een spanning zit, een conflict, zoals in alle andere verhalen die we in deze kersttijd horen. Een spanning tussen enerzijds koning Herodes en alle religieuze autoriteiten en anderzijds die wijzen uit het oosten. Een gelaagde spanning, want het gaat allereerst om een spanning tussen eigen mensen en vreemdelingen. Herodes is dan wel geen afstammeling van David en is er neergezet door de Romeinse bezetters, maar hij heeft wel de tempel verfraaid om in de gunst te komen van de Joden. In het verhaal doet hij geen vergeefs beroep alle hogepriesters en Schriftgeleerden. Integendeel. En heel Jerusalem is verontrust met hem. Duidelijk die ene kant. De andere kant zijn de buitenlanders, vreemden, die wijzen uit een andere streek, uit een andere cultuur, een andere godsdienst zelfs.

Maar onder die uiterlijke spanning gaat nog een andere, innerlijke spanning schuil. En dat heeft te maken met informatie en hoe men daar mee omgaat. Die wijzen komen met een vraag op basis van wat ze gezien hebben, een ster. Ze zijn nieuwsgierig, ze zijn op onderzoek uitgegaan en wanneer ze een antwoord gekregen hebben, gaan ze er mee aan het werk, gaan ze verder zoeken. De anderen hebben dezelfde informatie, maar doen niets. Herodes niet en ook de anderen niet. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om een praktisch probleem, te grote afstand of zo: Bethlehem ligt op loopafstand van Jerusalem. Door de muur die gebouwd is, is dat nu niet meer zo. Maar toen wel: makkelijk te bereiken. De mensen van de godsdienst, de dragers van het geloof, de andere kant, blijven zitten waar ze zitten. Ze gebruiken de Schriften niet om God te zoeken, ze gebruiken hun inzichten niet om de Messias te vinden. Ze doen niets.

Wij zijn dragers van het geloof, wij lezen de Schrift, wij hebben informatie over de Messias, de Christus, wij hebben de woorden van Jezus, wij bidden zijn gebed, wij doen wat hij gevraagd heeft door elke keer zijn Laatste Avondmaal te herinneren. Maar wat doen we met die kennis, met die inzichten, die ervaring? Gebruiken we die zoals Herodes en de hogepriesters en Schriftgeleerden om te blijven zitten waar we zitten, of gebruik we die op de manier van die wijzen, die op pad gaan om de Messias te vinden in een omgeving die ze niet hadden verwacht, bij mensen die ze normaal over het hoofd zien. Gebruiken wij die kennis, die inzichten om Christus te zoeken, zijn ster te volgen in deze donkere tijd.  Zijn wij, om in termen van de apostel Paulus te spreken, echt mede-erfgenamen, echt medeleden, echt mededeelgenoten van de belofte en gedragen we ons daarnaar?

Mag Christus ons huis zegenen?

 

Featured Image

Preek voor oudjaar- nieuwjaar 2020     Cenakelkerk

Preek voor oudjaar- nieuwjaar  2020                                                                       Herwi Rikhof

Gal. 4,4-7 / Lc. 2,16-21

 

Je ontkomt er gewoonlijk niet aan: de overzichten en de lijstjes aan het eind van het jaar. Maar dit jaar ontkom je er helemaal niet aan. Zo’n onthutsend apart jaar. Ik ben nog niet, zoals wel in de voorafgaande jaren, een artikel tegen gekomen waarin de voorspellingen voor dit jaar 2020 achteraf gecontroleerd werden, maar misschien is het wel duidelijk dat praktisch niemand deze coronacrisis zag aankomen. De opmerking van minister de Jonge dat er voortdurend geïmproviseerd moest worden, spreekt boekdelen. En, je ontkomt niet aan de goede voornemens: die horen bij nieuwjaar. In een van de kranten of tijdschriften die ik de laatste weken gelezen heb stonden tips om die voornemens een beetje reëel te houden.

Als ik deze dagen terugkijk en probeer te vatten wat ons hier in onze parochie het afgelopen jaar is overkomen, hoe ik als gelovige en als pastor deze crisis beleefd heb en nog steeds beleef, en wat voor goede voornemens wij zouden moeten maken, dan moet ik allereerst zeggen dat ik ontdekt heb hoe buitengewoon en hoe belangrijk iets is gebleken wat ik de laatste jaren eigenlijk heel gewoon vond: dat we hier in onze mooie kerk met veel mensen een warme en uitnodigende liturgie konden vieren, een liturgie waarin de mensen in de kerk geen toeschouwers waren maar actieve deelnemers om een formulering van het Tweede Vaticaans Concilie te gebruiken. De acclamaties, de schuldbelijdenis, de geloofsbelijdenis, het onze vader meezingen was gewoon en vanzelfsprekend. Die gewoonheid en vanzelfsprekendheid is jammer genoeg verdwenen. Vandaag merken we weer hoe goed het zal zijn wanneer we dat bijzondere weer gewoon kunnen meemaken

Maar ik ben ook bevestigd in een aantal zaken waar ik al jaren lang over nagedacht heb, colleges over gegeven heb, artikelen over geschreven heb, en die nu als het ware in de praktijk voelbaar worden en die niet alleen maar mooie gedachten blijken te zijn. Ik heb de afgelopen maanden daar in mijn preken wel bij stil gestaan, en daarom is wat ik nu ga zeggen waarschijnlijk ook niet compleet verrassend. Maar toch, op oudejaarsavond/ op nieuwjaarsdag is het goed, denk ik, die punten nog eens te noemen.

Het gaat om idealen die tot de waarden en normen van onze maatschappij behoren, die ook wel een zekere aantrekkelijkheid hebben, maar die niet noodzakelijk tot de waarden en normen van het koninkrijk van God behoren. Door de crisis zijn die normen en waarden van onze maatschappij onder druk komen te staan en is als het ware het contrast met de waarden en normen van het koninkrijk van God scherper geworden.

Naar aanleiding van de boodschap van de engelen aan de herders dat in Bethlehem voor hen een redder is geboren, heb ik gewezen op het ideaal van zelfredzaamheid dat in onze maatschappij op allerlei niveaus werkzaam is en dat ook wel een aantrekkelijk ideaal is. Afhankelijk zijn wil toch niemand? Zelfstandig worden, zelf beslissingen kunnen nemen, zelf verantwoordelijk zijn: dat zijn toch idealen waarmee we opgroeien. En met die idealen is ook niets mis. Paulus doet in zijn brief aan de Galaten nadrukkelijk een beroep op dat ideaal door die tegenstelling slaven – vrijen. Wij zijn die vrijen.

Maar veel of alles hangt af van hoe je dat ideaal gestalte geeft. Als dat gecombineerd wordt met een opgesloten zijn in jezelf, met egoïsme, als dat gecombineerd wordt met een onverschilligheid naar anderen toe, dan is dat ideaal een valkuil, een bekoring, een beproeving, dan verwordt het tot zelfredzaamheid en zelfgenoegzaamheid. Dan zijn anderen niet nodig, maar eerder lastig. Dat is niet gelovig. In het scheppingsverhaal wordt de eerste mens op een diepzinnige manier als fundamenteel relationeel getekend: als beeld van God en als mannelijke en vrouwelijk. En Paulus zegt vandaag dat we door ons doopsel kinderen van God geworden zijn, dat we de Geest van Christus hebben ontvangen die Abba Vader roept. Gelovig is dat ideaal van zelfstandigheid te combineren met zorg voor anderen en ook met erkenning dat ieder van ons anderen nodig heeft. Dat is precies waar een geloofsgemeenschap op wijst.

Er is nog een ander ideaal dat in onze maatschappij een grote rol speelt: het ideaal van efficiëntie. Dat past in een hele sfeer van economisch denken. Ook met dit ideaal en die sfeer van denken is niets mis, maar het wordt ook een valkuil, een bekoring, een beproeving als het alles gaat bepalen, wanneer de marktwerking de zorg dicteert, wanneer ‘voor wat hoort wat’ niet alleen de zakelijke menselijke verhoudingen bepaalt, maar ook de vriendschappelijke relaties gaat invullen, wanneer quitte spelen als het hoogste goed wordt gezien.

In de zogenaamde zegen van Aaron die ik aan het eind van deze dienst zal bidden komt de formulering voor: ‘moge de Heer u genadig zijn’. Dat is het tegenovergestelde van marktwerking, van ‘voor wat hoort wat’ en van quitte spelen. Genade heeft te maken met een welwillendheid die niet berekenend is, een echt cadeau, zo maar en voor niets. Gratis. Dat levert ook een mooie definitie op in het latijn: gratia gratis datur. Genade krijg je gratis.

Genade is een belangrijk woord in ons geloof, omdat het verwijst naar een ervaring die dieper gaat dan elke vorm van economie van gelijk oversteken, van verdienen, van recht hebben op. Als ik nadenk over mijn leven, dan realiseer ik me hoeveel ik gekregen heb, het leven zelf en mijn talenten – en dat geldt voor ieder van ons, ieder van ons heeft zoveel gekregen, zoveel gekregen om van te genieten, om dankbaar voor te zijn. Er wordt wel gesproken over geloof als een vorm van zingeven, een van de manieren waarop mensen zin kunnen geven aan hun bestaan, zoals mensen ook zin kunnen geven aan hun bestaan door sport, of werk. Maar ons christelijke geloof is op de eerste plaats een kwestie van zin krijgen, een bewust zijn dat we iets gekregen hebben zonder dat we het verdienen, zonder daar recht op hebben, een houding van diepe dankbaarheid.

Ik ben gevraagd om een bijdrage te leveren aan een boekje over de ervaring van deze crisis en bij de kerk horen. Ik heb daar dit soort gedachten in geformuleerd en ik ben geëindigd met een paar opmerkingen over onze kerk.

Onze kerk is een echte koepelkerk. De ronde vorm van de vloer, de cirkel die het grondpatroon van de kerk uitmaakt, maakt dat je waar je ook in de kerk zit, je opgenomen voelt in een grote geheel, in een gemeenschap. En de koepel, die loze ruimte maakt duidelijk dat wat hier gebeurt niet efficiënt is, maar een weldadige overvloed uitstraalt. Met zo’n kerk hoef je geen goede voornemens te maken: die krijg je.

Featured Image

Preek voor het Feest van de Heilige Familie 2020   Cenakelkerk

Preek voor het Feest van de Heilige Familie 2020                                                       Herwi Rikhof

Hebr. 11,8.11-12.17-19 / Lc. 2,22-40

 

Om wie gaat het nu vandaag? De heilige familie? Zo heet het feest en dat staat ook op de voorkant van het boekje. Maar wat betekent dat? Heilige Familie Wat roept dat op? Heilige Familie. We hebben al een tijd lang geen koffie kunnen drinken in de Oosterse Zaal en als we daar koffie drinken, gaat onze aandacht natuurlijk niet op de eerste plaats uit naar de wandversiering. Onze eerste aandacht gaat uit naar de koffie en naar de mensen die daar zitten of staan, naar de gesprekken en de contacten. Maar als je nu die lege zaal binnen komt, waar wat stoelen staan opgestapeld, zie je meteen links Maria op de achtergrond met een nuttig handwerkje en Jezus die Jozef helpt in de werkplaats. Een verbeelding van de heilige familie, die zoals elke verbeelding, de tijd weergeeft waarin het geschilderd is. Wat ons bij die schildering waarschijnlijk opvalt is dat beeld van het gezin, de rolpatronen die daar naar voren komen – moeder de vrouw op de achtergrond, de vader de kostwinner en de zoon in de stappen van de vader – , omdat dat beeld niet meer geldt en ook verzet oproept. Het gezin als hoeksteen van de samenleving is misschien een thema in de komende verkiezingen, maar dan niet zonder tegenspraak en de nodige ironie.

Iets van dat ongemak is terug te vinden in de lezingen van vandaag. In de lezing uit de brief aan de Hebreeën, over Abraham en Sara gaat het niet zozeer om een gezin, familie gaat, maar om hun geloof. Tot drie keer toe wordt dat herhaald: ‘door het geloof…’. In de evangelie lezing staat aan het eind wel iets over de terugkeer naar Galilea, naar Nazaret, maar niet veel over het gezin of het gezinsleven daar.

Om wie gaat het nu vandaag? Als we het evangelie als uitgangspunt nemen om Simeon en Hanna. Bezien vanuit het evangelie van Lucas is dat zeker het geval. Na de herders, nu twee andere mensen, na de verkondiging aan de herders van de geboorte van de redder, de Christus, de Messias en na de verkondiging van de herders aan allen die het maar horen willen, nu een oude man en een oude vrouw die die verkondiging onderstrepen. Simeon die in het kind de belofte dat hij de Gezalfde, de Messias zal zien voor hij zal sterven, herkent en Hanna die over het kind spreekt tot allen die de bevrijding van Jerusalem verwachten. En na de verbazing van Maria over wat de herders haar vertellen over haar kind, nu de verbazing van Maria over wat Simeon zegt over haar kind.

Maar ook bezien vanuit de opbouw van de liturgie van de Kersttijd gaat het om Simeon en Hanna. Want na de verkondiging van de herders en van de herders, die enkel gaat over de Messias, wordt nu in een tweede stap de fundamentele dubbelzinnigheid van elk historische gebeuren aangestipt. Simeon spreekt over val en opstanding van velen, over het teken van tegenspraak dat Jezus zijn: de ene voor, de ander tegen. Messias, goed, maar wat voor Messias? En om wat voor bevrijding van Jerusalem gaat het? Vervolgvragen waarin in de loop van het evangelie antwoorden op komen, antwoorden die weer verdere vragen oproepen tot aan de Emmausgangers op paasavond toe

Maar als we de titel van het feest serieus nemen, heilige familie, gaat die centrale plaats van Hanna en Simeon wat wringen, tenzij je van die twee oude mensen een soort surrogaat opa en oma maakt. Dat is misschien ook de reden waarom er een alternatieve lezing is, waar die twee oude mensen uit weg gesneden zijn. Ik ben daar nooit zo’n voorstander van omdat we dan gemakkelijk de tekst van de Schrift naar ons eigen inzicht kunnen plooien en gebruiken. Nee, we moeten die tekst helemaal nemen en dan afvragen wat heeft dat nu met heilige familie te doen.

De plaats waar zich alles afspeelt is Jerusalem en wel de tempel en die plaatsen worden niet zonder reden genoemd, omdat het in dit hele gebeuren gaat om de Wet van Mozes, om de Wet des Heren, de tocht naar Jerusalem en naar de tempel is om de voorschriften die op die Wet  betrekking hebben te vervullen. Vijf keer valt die term: voorschriften van de Wet. En ook Simeon en Hanna worden getekend als mensen van de Wet, wetsgetrouw, vroom, mensen van vasten en gebed.  Het gaat niet om zomaar een stad, om een of ander bureau waar aangifte gedaan moet worden: het gaat om Jerusalem, om de tempel. Het gaat niet om een of ander voorschrift, een lokale bepaling, het gaat om de Wet des Heren.

De wet van Mozes, de wet des Heren is een wet zoals onze grondwet, een wet die de identiteit van een volk bepaalt, die ook de toetssteen is van wel of niet erbij horen, een wet die het volk maakt. Door de voorschriften van die grondwet te vervullen geven de Maria en Jozef aan dat hun zoon bij het volk hoort dat door de wet van God gevormd wordt. En eigenlijk is dat een onderstreping van de menswording, van de concreetheid van de menswording.

Die concreetheid van de menswording is vanaf het begin een probleem geweest. Het is niet voor niets dat we in de grote geloofsbelijdenis dat twee keer zeggen: hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden. Blijkbaar is het niet voldoende te zeggen: het vlees aangenomen, blijkbaar is het niet voldoende te belijden dat de Zoon Gods beperkt en vergankelijk en brekelijk en broos is geworden, een van ons, maar moet nog toegevoegd worden: mens, moet de concrete geschiedenis onderstreept worden, de concreetheid van een gezin, de concreetheid van een volk, de concreetheid van een traditie.

Zoals bij alle lezingen die we deze afgelopen dagen gehoord hebben, het verhaal van de geboorte van Jezus in een stal met dat contrast tussen het bevel van Augustus en de glorie van God, het gedicht over het Woord en het Licht met als kern die drie korte ademloze zinnetjes ‘en het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond, en we hebben zijn heerlijkheid gezien’, het verhaal over Stefanus die als een echte christen getekend wordt en geestdriftig getuigt van zijn geloof,  zoals bij alle lezingen die we deze afgelopen dagen gehoord hebben, bepaalt ook vandaag de donkere crisis waar we ons in bevinden welke accenten we leggen, welke elementen betekenis krijgen, diepere betekenis krijgen. De concreetheid van het gezin, van onze leefomgeving, van onze traditie is zo’n element, is het element dat het feest van vandaag bijdraagt aan onze pogingen om de tekenen van deze tijd, deze corona tijd te verstaan.

Om wie gaat het nu vandaag. Uiteindelijk om ons.

 

Featured Image

Preek voor de Tweede Kerstdag 2020 Cenakelkerk

Preek voor de Tweede Kerstdag 2020                                                                              Herwi Rikhof

Hand. 6,8-10; 7,54-60 / Mat. 10,17-22

 

Is het toeval dat we de dag nadat we de geboorte van Jezus hebben gevierd de dood van Stefanus gedenken? Is dat toeval? In veel gevallen gedenken we een heilige op de datum dat zij of hij overleden is, bijvoorbeeld Clara van Assisi op 11 augustus,  Willibrord op 7 november. We hebben ook feesten waar een zeker logica achter zit: we vieren Maria boodschap negen maanden voor de geboorte van Christus. Maar er zijn ook feesten waar zo’n gewone logica niet aanwezig is. Op 28 december gedenken we de moord op de kinderen in Bethlehem, maar dat zouden we na het feest van driekoningen moeten vieren, want Herodus gaf de opdracht tot de moord nadat hij ontdekte dat die wijzen naar hun land vertrokken waren zonder hem in te lichten over waar Jezus te vinden was. En als we niet de datum weten van het sterven – en dat weten we niet van Stefanus – dan is het toch een kwestie van toeval? Of is er misschien een andere reden te vinden. Ik denk dát het geval is voor het feest van vandaag, de gedachtenis aan Stefanus .

Maar ik moet wel zeggen dat de lezing van vandaag over Stefanus ons daar niet echt bij helpt. Dat komt omdat we maar twee fragmenten horen. Ik begrijp wel dat we niet die twee tamelijk lange hoofdstukken uit Handelingen die over Stefanus gaan, kunnen lezen, maar toch. Je hebt het hele verhaal nodig om te begrijpen waarom we vandaag, de dag nadat we de geboorte van Jezus hebben gevierd Stefanus’ dood gedenken.

Zoals gezegd, we hebben twee fragmenten gehoord uit die twee hoofdstukken over Stefanus. Als de hele Handelingen bekijkt dan ontdekt je snel dat Petrus en vooral Paulus de hoofdrolspelers zijn in de vroege kerk. Maar als je alleen let op het allereerste begin, op de spectaculaire groei van de kerk na Pinksteren in Jerusalem, dan is het opvallend dat  de evangelist Lucas, de schrijver van Handelingen, twee lange hoofdstukken aan Stefanus besteedt en het is ook opvallend dat Lucas op een soms subtiele, maar wel duidelijke manier lijnen trekt tussen zijn evangelie en deze Handelingen. Lucas tekent Stefanus als een echte volgeling van Jezus, als een echte christen.

Stefanus komt het eerst in beeld wanneer in de vroege gemeente een praktisch probleem ontstaat, dat misschien meer dan puur pragmatisch is.  De apostelen merken dat er een spanning is tussen enerzijds  de christenen met een Joodse achtergrond en christenen met een Griekse, Hellenistische achtergrond over de verdeling van goederen, over toeslagen. De Hellenisten voelen zich achtergesteld en de apostelen besluiten dan zeven mannen aan te stellen om te zorgen voor een eerlijke verdeling. Zeven, net als twaalf, een symbolisch getal. Zeven is het getal van de dagen van de goede, overvloedige schepping, zeven is het getal van de broden en de vissen waarmee Jezus een hongerige menigte voedt. Stefanus wordt als eerste van deze zeven genoemd.

Vanwege die problemen over een eerlijke verdeling van dagelijkse goederen wordt dus een nieuw ambt ingesteld. Dat nieuwe ambt krijgt nog geen speciale naam, maar later wordt dat ambt met de term diaconaat aangeduid, met dienst, of dienstsbaarheid. Het is een term die Jezus gebruikt om zijn leven, het doel van zijn leven, de reden van zijn komst in onze geschiedenis aan te duiden: ik ben niet gekomen om te heersen, maar om te dienen (vgl. Lc 12,37; 22, 27).

Wanneer Lucas Stefanus als eerste van de zeven voorstelt, zegt hij meteen dat Stefanus een man ‘vol geloof en heilige Geest’ is (6,5). Van die andere zes zegt Lucas dat niet. Vol heilige Geest, dat is Jezus ook wanneer hij gedoopt wordt en de Geest ontvangt. Vol heilige Geest is Jezus wanneer hij door de duivel in de woestijn op de proef wordt gesteld en hem weerstaat. Vol heilige Geest is Jezus wanneer hij voor het eerst in Nazareth op sabbat in de synagoge optreedt. ‘Vol heilige Geest’: een mooie omschrijving van de titel ‘Christus’. ‘Vol heilige Geest’: een mooie omschrijving van de titel christen.

In de fragmenten die we net hebben gehoord komt dat twee keer terug, wanneer gezegd wordt dat Stefans voor genade en kracht grote wondertekenen doet en wanneer hij voor de rechtbank, voor het Sanhedrin van zijn geloof getuigt. Piet Gerrits heeft precies dat moment gekozen om hier in de kerk te verbeelden. Stefanus de christen bij uitstek.

Die lijn tussen Jezus de Christus en Stefanus de christen wordt nog versterkt wanneer hij, zoals Jezus, beschuldigd wordt van Godslastering, wanneer tegen hem, zoals bij Jezus, valse getuigen optreden voor het Sanhedrin.. Jezus zegt weinig of niets tijdens zijn proces, maar Stefanus houdt een grote redevoering, maar daarin klinken wel de echo’s van de kritiek van Jezus op Schriftgeleerden en andere autoriteiten.

De lijn tussen Jezus de Christus en Stefanus de christen wordt op het eind opnieuw duidelijk en dat eind hebben we net gehoord. Stefanus die als Jezus onschuldig vermoord wordt en dan bidt zoals Jezus op het kruis bidt. Ook dat moment heeft Piet Gerrits afgebeeld. Stefanus de martelaar, de bloedgetuige.

Op die schildering heeft Piet Gerrits dus twee momenten van getuigen afgebeeld: op de voorgrond Stefanus die vol van de Geest voor zijn geloof uitkomt en op de achtergrond Stefanus de bloedgetuige die om vergeving bidt voor die hem vermoorden. Vaak wordt Stefanus als bloedgetuige afgebeeld, niet zo vaak als ‘gewone’ getuige. Hier in onze kerk staat Stefanus als ‘gewone’ getuige op de voorgrond.

Of ik nu de redenen die Piet Gerrits tot dit dubbelportret hebben geleid goed weergeef weet ik niet, maar ik vermoed dat hij het zó gedaan heeft om Stefanus de christen dichterbij te brengen. We hoeven, gelukkig maar, niet te getuigen met ons bloed voor ons geloof, maar we moeten wel van ons geloof getuigen. Zeker in deze moeilijk, onzekere, donkere corona-tijd kan onze geloofsgetuigenis, onze gelovige feeling voor welke waarden en welke normen van belang zijn en van belang moeten blijven straks van groot belang zijn, niet alleen voor onze kerk, maar ook voor onze samenleving. Ook al hoort deze locatie tot de gemeente Berg en Dal, een groot deel van onze parochie valt in de gemeente Nijmegen en die heeft als patroon Stefanus.

Toeval? Misschien, maar het  is geen toeval dat we de dag na de geboorte van Jezus de Christus de dood van Stefanus de christen gedenken.

Featured Image

Preek voor kerstmorgen 2020  Cenakelkerk 

Preek voor kerstmorgen 2020                                                                         Herwi Rikhof

Jes. 62,11-12 / Joh. 1,1-18

 

Het lijkt muggenzifterij, zeker op het eerste gehoor, klagen over een paar woordjes die niet vertaald zijn. Heb je nou niets anders om je druk over te maken in deze moeilijke tijd? Natuurlijk, dat is een vanzelfsprekende tegenwerping, maar vreemd genoeg hebben die woordjes die niet vertaald zijn van alles te maken met deze donkere en onzekere tijd. In de commentaren na de verschillende persconferenties en toespraken werden telkens ook opmerkingen gemaakt over het taalgebruik, over wat wel werd gezegd en wat niet werd gezegd, over de al dan niet duidelijke communicatie, over de toon en over de emotie of het gebrek daaraan. De toespraak van Angela Merkel waarin ze emotioneel een beroep deed op haar landgenoten om zich te houden aan de strenge regels, zag ik een paar keer langs komen. Taal is nooit zomaar taal, het maakt veel of alles uit wat je zegt en hoe je het zegt. En de kleine woordjes in onze taal maken grote verschillen, de kleinste woordjes de grootste verschillen: ja, nee.

Als je een gedicht leest, luistert dat haast nog meer dan wanneer je luistert naar een persconferentie of een redevoering. Net als evangelielezing hebben we een gedicht gelezen. Geen verhaal met begin, midden, eind, zoals vannacht, maar een diepzinnige poëtische meditatie over Jezus, een gedicht dat van beeld naar beeld springt, een gedicht over het Woord, over het Licht, over de Uitleg van de onzichtbare God.

Wat is de centrale zin van dit gedicht? Eigenlijk een onmogelijke vraag: van dat gebeeldhouwde begin tot dat fundamentele einde, van ‘In het begin was het Woord’ tot ‘Niemand heeft ooit God gezien, hij heeft hem uitgelegd’ komen in dat gedicht thema’s aan de orde die tot de kern van ons geloof behoren: licht – duister, verwerpen – aannemen, geloven – niet-geloven, kind van God worden. Maar vandaag op kerstmorgen gaat de aandacht toch vooral uit naar die zin over de menswording, over het Woord dat vlees geworden is en precies in de vertaling van die kernzin zijn een paar woordjes weggelaten, niet vertaald. In het origineel is die kernzin in drie zinnetjes verdeeld, die elk keer beginnen met και (kai), met ‘en’.

en het woord is vlees geworden,

en het heeft onder gewoond

en we hebben zijn heerlijkheid aanschouwd

Als je die kernzin zo vertaalt, met dat drie keer en – en- en klinkt dat haast als een kind dat buiten adem binnen komt rennen om te vertellen wat er gebeurd is, buiten adem vanwege het verrassende en ongehoorde dat het gezien heeft: en – en – en. Want verrassend en ongehoord is het wel wat in die drie korte zinnetjes wordt gezegd.

‘En het woord is vlees geworden’. Vlees. In de geloofsbelijdenis die we straks gaan binnen klinkt een echo van dit eerste zinnetje, maar wordt meteen toegevoegd ‘en is mens geworden’ een teken dat ‘vlees’ makkelijk verkeerd verstaan kan worden, maar in de lijn van het Oude Testament begrepen moet worden als onze menselijke conditie met al onze beperkingen en grenzen, onze zwakheid en brekelijkheid, onze eindigheid en vergankelijkheid. Verrassend en ongehoord. “In onze stoutste dromen was God nooit hier en nu” zoals een kerstlied dat verrassende en ongehoorde zo passend formuleert.

‘En het heeft onder gewoond’  of zoals dit tweede zinnetje ook wel vertaald wordt, ‘en het heeft onder ons getent’, een vertaling die die brekelijkheid en vergankelijkheid van ‘vlees’ nog eens onderstreept. Een vertaling die ook oproept hoe God met zijn volk mee trok in die lange veertig jaren in de woestijn op weg naar het Beloofde Land. Gewoond of getent, dat tweede zinnetje geeft aan dat het vlees worden van het Woord een betrokkenheid inhoudt, een aanwezigheid. Hier in de kerk worden we daar aan herinnerd door de tekst daar boven: ziehier Gods woontente onder de mensen, een tekst uit het visioen van het hemelse Jerusalem, die duidelijk maakt dat wat hier begonnen is in alle voorlopigheid tot in eeuwigheid duren zal.

‘En wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd’. Het derde zinnetje is ook de derde stap. ‘Wij’ worden expliciet genoemd. In de eerste twee zinnetjes waren we al aanwezig, als het ware verborgen in ‘vlees’, en in dat ‘onder ons’, maar nu zijn wij het onderwerp. En wat hebben wij aanschouwd: zijn heerlijkheid. Heerlijkheid, dat is net als vlees een term die gemakkelijk misverstaan kan worden, alsof het gaat om de heerlijkheid, de glorie van machthebbers, sterke mannen die met geweld of met leugens zichzelf in het centrum zetten en willen handhaven. De kerkvaders Irenaeus zegt ergens dat de glorie van God de levende mens is: de mens die niet alleen maar bestaat, maar die leeft. Wat dat leven inhoudt, horen we wanneer we hier lezen uit de Schrift en zo gevoelig worden voor de normen en waarden van het koninkrijk van God.

Door coronacrisis hebben deze drie zinnetjes extra diepte gekregen en klinken ze vandaag nog verrassender en ongehoorder. De eindigheid en brekelijkheid van vlees hebben we in de laatste maanden ontdekt, of herontdekt: onontkomelijk zijn we geconfronteerd met onze beperkingen en grenzen. De aanwezigheid van anderen en betrokkenheid op anderen: hoe belangrijk die zijn hebben we in de lockdowns ervaren. En, we hebben ontdekt dat de zaken die wij in onze maatschappij belangrijk zijn gaan vinden niet noodzakelijk de normen en waarden van het koninkrijk van God zijn, niet altijd, of vaak niet de kern van leven uitmaken. We hebben – of laat ik maar voor mezelf spreken – ik heb ontdekt, beter nog, ik heb bevestigd gekregen hoe belangrijk ontvankelijkheid is, hoe vanzelfsprekend en aantrekkelijk dat ideaal van maakbaarheid, dat in onze samenleving zo aanwezig is, ook is. Ik heb bevestigd gekregen dat ik anderen nodig heb, dat ik de hulp van anderen nodig heb, niet alleen aan de randen van mijn bestaan, maar als kern van mijn leven, hoe vanzelfsprekend en aantrekkelijk dat ideaal van zelfredzaamheid, dat in onze samenleving zo aanwezig is, ook is. ‘Omwille van ons, en omwille van ons heil’ bidden we straks in de geloofsbelijdenis. Een voortdurende herinnering dat God vlees mens geworden is, een van ons geworden is, vanwege ons, omwille van ons.

Een van de indrukwekkende thema’s in de liturgie van deze kersttijd is de wonderbare ruil, een thema dat overgenomen van kerkvaders die nadachten over het verrassende en ongehoorde van de menswording. Die wonderbare ruil is dat God mens wordt opdat wij goddelijk kunnen worden. Zoals het in het openingsgebed staat: ‘neem ons op in het goddelijk leven van Hem die ons mens-zijn heeft willen delen. En elke keer als we eucharistie vieren bidden bij het klaar maken van de gaven: water en wijn worden een, gij deelt ons mens zijn gij neemt ons op in uw goddelijke leven.

Verrassender en ongehoorder kan niet.

en het woord is vlees geworden,

en het heeft onder gewoond

en we hebben zijn heerlijkheid aanschouwd

 

Featured Image

Preek voor kerstavond 2020   Cenakelkerk  

Preek voor kerstavond 2020                                                                     Herwi Rikhof

Jes. 9,1-3.5-6 / Lc. 2,1-14

 

Het schuurt meer dan in de vorige jaren, Kerstmis zoals we dat hier in onze kerk vieren en het kerstfeest zoals dat in onze maatschappij zijn gaan vieren. De laatste jaren is dat contrast er keer op keer geweest en dat geldt niet alleen voor Kerstmis, maar ook voor Pasen en Pinksteren. Deze week stonden de laatste cijfers in de krant: 20% rooms katholiek, 15 % protestant. Die 35 % is heel wat minder dan de 80% in 1960.

De laatste jaren heb ik meer en meer ontdekt dat het verhaal dat we altijd op kerstavond hier in de kerk lezen geen gezellig en knus verhaal is over een geboorte, hoe mooi en leuk de kinderen in de afgelopen jaren dat verhaal ook gespeeld en gezongen hebben. In dat spel gaat het om Maria en Jozef die aan komen in Bethlehem, geen plaats, om de herders en de wijzen, een soort levende kerststal hier voor het altaar. Ik ben altijd weer verbaas hoeveel kinderen graag een schaap spelen of de os en de ezel. Het is jammer dat we dat spel dit jaar niet kunnen meemaken. Maar de laatste jaren heb ik meer en meer ontdekt hoe belangrijk het contrast binnen dat verhaal is dat de kinderen spelen en dat we hier op kerstavond horen, belangrijker dan het contrast tussen hier in de kerk en daarbuiten in de stad. Ik bedoel het contrast tussen het bevel van keizer Augustus waar het verhaal mee begint en de glorie van God die de engelen bezingen en die de herders zien. De evangelist Lucas geeft dat contrast subtiel aan met een woordspeling in het Grieks die moeilijke te vertalen is, het dogma (bevel) van Augustus en de doksa (glorie) van God. Maar achter dat minieme verschil in klank– dogma- doksa – ligt een wereld van verschil. Die twee op elkaar lijkende en klinkende  woorden verwijzen naar werelden die niet op elkaar lijken, maar zelfs elkaars tegendeel zijn. De wereld van keizer Augustus is de wereld van de zogenaamde pax romana, de romeinse vrede die tot stand komt door verdeel en heers, de romeinse vrede die in stand blijft door onderdrukking en bezetting, de romeinse vrede die de vrede is van wraak en controle. De wereld van God is de vrede die hoort bij welwillende mensen, de vrede van God is de vrede die hoort bij zijn koninkrijk waar de uitgeslotenen uitgenodigd worden aan de maaltijd, de vrede van God is de vrede die de verrezen Heer op Paasavond zijn weggelopen leerlingen toewenst.

Maar dit jaar schuurt het meer of beter gezegd schuurt het anders en dat komt door de lockdown en de coronacrisis. Wij hebben in onze parochie die lockdown serieus genomen en onze eerdere plannen voor vieringen met een dertigtal mensen drastisch veranderd: geen mensen in de kerk, alleen een paar zangers, een lector, een misdienaar en de mensen die voor de uitzending zorgen, Ard en Bart. Zo’n beslissing doet pijn, maar wij vonden dat wij als parochie dat contrast met de maatschappij, met al die sectoren die moeten sluiten, niet groter moesten maken dan nodig is en dat wíj het onbegrip dat te lezen valt in ingezonden brieven en columns niet moesten voeden.

Maar er is een diepere laag waarop het schuurt en dat is niet zozeer vanwege de huidige lockdown van de laatste paar weken, maar vanwege die brede coronacrisis, voor wat die maandenlange crisis heeft duidelijk gemaakt over onze maatschappij, over de waarden en normen die we bewust en vaak onbewust hanteren. We hebben door schade en schande ontdekt dat idealen die in onze maatschappij opgeld deden, toch niet zo ideaal zijn. Neem bijvoorbeeld het ideaal van zelfredzaamheid.

Dat is op het eerste gezicht een aansprekend en aanlokkelijk ideaal omdat het aansluit bij een diep menselijk gevoel van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Volwassen worden is zelfstandig worden, onafhankelijk zijn en wie wil nu onvolwassen en kinderlijk door het leven gaan?

Maar op het tweede gezicht is dat ideaal ook een bekoring of een beproeving, omdat aan dat ideaal van zelfredzaamheid in onze maatschappij zeker de laatste jaren vormen van individualisme, egoïsme en onverschilligheid zijn gekoppeld. ‘Ik red mezelf wel’, ‘ze zoeken het maar uit’. Precies dat verstaan van zelfredzaamheid is door de corona-crisis pijnlijk duidelijk geworden als een echte beproeving.

Wanneer de engelen aan de herders een vreugdevolle boodschap brengen, vertellen ze dat voor hen een redder geboren is. Zoals het Gloria in onze eucharistievieringen een echo is van de slotzang van de engelen, is in de grote geloofsbelijdenis een echo te horen van deze vreugdevolle boodschap: ‘omwille van ons en omwille van ons heil’’. Dat schuurt, dat is volgens mij een van de weerbarstigheden van onze geloofsbelijdenis, dat ‘omwille van ons en omwille van ons heil’, die kwalificatie ‘redder’. Is dat nou een vreugdevolle boodschap? Dat we gered moeten worden?

Ik denk van wel en om twee redenen. Allereerst gaat het hier om iets dat wij allen nodig hebben, niet alleen aan de randen van ons leven, als we klein zijn, of ziek zwak en misselijk, of oud en als dor hout omschreven, afgeschreven worden. Maar heel ons leven, midden in ons leven. Dat hebben we in de huidige crisis ontdekt: hoe diep we anderen nodig hebben.

Vervolgens gaan de engelen verder en zeggen ze iets heel belangrijks over de vorm waarin die redding komt: een pasgeboren kind, gewikkeld in doeken, liggend in een kribbe. Een kind, pasgeboren: klein en zwak dus. Gewikkeld in doeken, hulpeloos dus gebonden aan handen en voeten. Liggend in een kribbe, buiten het gewone patroon dus. Wanneer ik dat teken op me laat inwerken, ontkom ik niet het verband dat hier aan het begin gelegd wordt met het eind: de dode, vermoorde Jezus die in doeken gewikkeld wordt en in een nieuw graf wordt gelegd (Lk 23, 53). De redding waar het in ons geloof om gaat, is niet een snelle oplossing, en zeker niet een met harde hand. De redding waar het in ons geloof om gaat is die van de zachte krachten. Het leven dat ligt tussen dat kleine weerloze kind in de kribbe en die vermoorde man aan het kruis laat dat keer op keer zien.

‘Het volk dat in het donker wandelt zal een groot licht zien, een licht zal stralen over hen die wonen in het land van doodse duisternis.’ Dat hebben we de afgelopen advent telkens aan het begin van onze vieringen gebeden. Dat hebben we aan het begin van de eerste lezing gehoord. In onze lege kerk zijn lichtjes gezet, op de plaatsen waar normaal mensen zitten, waar u zit. Die kleine lichtjes samen vormen een groot licht. Het is de uitdrukking van ons geloof in de Redder uit de vreugdevolle boodschap van de engelen aan de herders.

Het zal de kunst zijn om die vorm van redding die past bij ons geloof in de komende tijd gestalte te geven in onze omstandigheden. Maar wanneer we er niet alleen voor staan, omdat we er niet alleen voor staan, kunnen we samen dat grote licht van onze Redder laten schijnen.

 

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.