Featured Image

Preek voor de 3de zondag van Pasen 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 3de zondag van Pasen 2021                                                                        Herwi Rikhof

Hand. 3,13-15.17-19 / Lc. 24,35-48

 

Inleiding
In de verhalen na de verrijzenis gaat het om verschillende zaken. Om geloof, zoals vorige week toen we het verhaal van Thomas hebben gehoord die alleen maar wilde geloven als hij de wonden in de handen voeten en zijde kon zien en ze kon voelen. Of om bekering zoals op Paasmorgen toen we het verhaal van Maria Magdalena gehoord of gezien hebben die zich twee keer omkeert.

Ook vandaag horen we geloof en bekering terug in het evangelie, en ook dat zien van de wonden. Maar vandaag komen we ook een element tegen dat in die andere verhalen niet zo duidelijk naar voren komt, namelijk dat de verrezen Heer zijn leerlingen de Schriften uitlegt. Dat gebeurt ook onderweg naar Emmaus, het verhaal dat voorafgaat aan het gedeelte dat we straks gaan horen. De evangelielezing straks begint er zelfs mee: de twee leerlingen die terug gekomen zijn uit Emmaus en hun verhaal doen en dan komt Jezus binnen komt en wenst hen vrede. Het verhaal van de Emmausgangers staat als een soort stripverhaal in onze sacramentskapel afgebeeld. In de kapel van paasavond vertellen die twee Emmausgangers aan de anderen wat er gebeurd is, komt Jezus binnen en wenst zijn leerlingen vrede. Piet Gerrits heeft die groet zelfs geschilderd.

Elke zondag vieren we Pasen en elke zondag lezen we uit de Schrift. Ik heb op de eerste zondag van de veertigdagentijd gezegd dat ik altijd een onderscheid maakt tussen de Bijbel en H. Schrift en heb aan dat onderscheid twee verschillende manieren van lezen gekoppeld. Met de Bijbel heb ik verbonden dat je de tekst – min of meer – wetenschappelijk leest, met historische informatie – het gaat ten slotte om teksten van lang geleden – en dat je de teksten zorgvuldig leest – wat voor soort tekst is dit, een verhaal en wat voor soort verhaal of een betoog of een lied, een gedicht. Aan de Schrift heb ik gekoppeld dat we een stap verder gaan, dat we op basis van die ‘Bijbelse’ lezing verbanden leggen dwars door die verschillende boeken heen, dwars door de Wet, Mozes, de Profeten, de evangelies en de brieven heen, dwars door de eeuwen heen en dat we die teksten lezen als Woord van God en dat we die teksten over anderen uit het ver verleden lezen als teksten over ons hier en nu.

Elke zondag vieren we Pasen maar vooral in deze tijd – dat zeg ik straks ook in de prefatie, maar vooral in deze tijd. Na het evangelie wil ik stil blijven bij dat element uit de Paasverhalen dat we elke zondag in praktijk brengen: lezen in de H. Schrift en luisteren naar Gods woord.

 

Preek
‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. De afgelopen week was het 500 jaar geleden dat Maarten Luther in een vergadering in Worms, een rijksdag, ten overstaan van keizer Karel V en andere wereldlijke en geestelijke hoogwaardigheidsbekleders zich moest verdedigen. Luther was in de kerkelijke ban gedaan en nu moest de keizer dat bevestigen met alle gevolgen vandien: arrestatie en executie. Of Luther toen echt gezegd heeft ‘hier sta ik, ik kan niet anders’, wordt door historici betwijfeld, maar zoals dat bekende Italiaanse gezegde luidt: als het niet waar is, is het toch mooi bedacht. De professor die op de radio het belang van dat gebeuren 500 jaar geleden uitlegde, verwees natuurlijk naar de stellingen van Luther over de aflaten en over het financiële spel dat daarmee gespeeld werd, verwees ook naar de opkomst van de boekdrukkunst waardoor, net als nu via de sociale media, ideeën in een keer veel sneller verspreid konden worden. Ze noemde ook de politiek: allerlei vorsten die de macht van de keizer wilden indammen en Luther gingen steunen.

Ze noemde niet echt nadrukkelijk iets waar Luther ook voor pleitte en dat door de boekdrukkunst ook reëler geworden was als daarvoor: het lezen van de H. Schrift. Luther heeft later niet voor niets de Schrift vertaald en zo beschikbaar gemaakt voor iedereen die kon lezen. Het is dat element, het belang van het lezen van de Schrift, het luisteren naar het Woord van God dat het Tweede Vaticaans Concilie heeft opgepakt en dat ook verwerkt is in de hervormingen van de liturgie na het concilie. Dat wij vandaag als eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen lezen, een groot gedeelte van psalm 4 horen en uit het evangelie van Lucas lezen heeft met die hervormingen te maken. De Schrift, en wel de rijkdom van de Schrift heeft een grotere en belangrijkere plaats gekregen in onze liturgie.

Als ik een persoonlijke noot mag invoegen: door de centrale plaats van de Schrift in de theologie – ook een resultaat van het Tweede Vaticaans Concilie – ben ik theologie blijven studeren en nu ik bijna elk weekend hier ook de taak heb de Schrift uit te leggen ontdek ik keer op keer iets van de rijkdom van het Woord van God. Dat betekent niet dat ik alles begrijp, of alles duidelijk vind.

Neem nu het evangelie van vandaag. Zeker op het eerste gehoor zit dat vol ongerijmdheden: Jezus verschijnt met een verheerlijkt lichaam, maar wel met vlees en botten. Jezus verschijnt met een verheerlijkt lichaam en toont zijn handen en voeten met alle tekenen van het lijden en dood. Jezus verschijnt met een verheerlijkt lichaam en eet wat geroosterde vis. Maar dit soort ongerijmdheden leiden er dan niet toe om zo’n tekst direct maar weg te doen als dom of onbegrijpelijk: zo’n tekst zet mij aan tot herlezen en nog eens herlezen, tot nadenken. Vaak, niet altijd, leidt dat tot begrip. Met dat verhaal van Thomas van de vorige week uit het evangelie van Johannes in mijn achterhoofd, zie ik dat de evangelist Lucas hetzelfde wil vertellen, maar dat op een ander manier doet: dat de verrezen Heer de gekruisigde is, dat de verrijzenis niet het lijden weggedaan heeft, maar opgenomen heeft, een plaats gegeven heeft. En wat Lucas en Johannes zeggen, zegt Paulus weer anders wanneer hij aan de christenen van Korinthe schrijft dat hij een gekruisigde Christus verkondigt, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid (I Kor 1,23)

Dat ik keer op keer de rijkdom van de Schrift ontdek, betekent ook niet dat ik het met alles eens ben. Er staan teksten in de Bijbel die om het maar scherp te zeggen, niet passen in de Heilige Schrift. En dat brengt mij tot dat element uit de paasverhalen dat vandaag eruit springt: Jezus die zijn leerlingen de Schrift uitlegt.

Lucas noemt in het gedeelte dat we gehoord hebben niet alleen de Wet en de Profeten maar ook de Psalmen. Een driedeling die recht doet aan de volle breedte van de Schrift. Niet alleen de Wet en de Profeten, ook de Geschriften die vaak later zijn dan de Wet en de Profeten maken deel uit van wat wij gewoon zijn te noemen het Oude Testament. De Geschriften zijn teksten waarin soms heel persoonlijke gevoelens en gedachten verwoord worden, onbegrip dat het de goeden slecht gaat en de slechten goed, vragen naar het waarom, worstelingen met kwaad bij anderen en bij zichzelf, klachten over onrecht. En, klachten tegen God: ‘Mijn God, mijn God waarom hebt u mij verlaten?’. Misschien dat Lucas hier met opzet de Psalmen noemt, omdat Jezus precies die psalm op het kruis bidt en met die hartverscheurende klacht op de lippen sterft.

Hoe dan ook: Jezus legt vandaag aan zijn leerlingen de Schriften uit, en dat betekent voor ons christenen dat wij de Bijbel lezen door zijn ogen, door zijn doen en laten en dat wij zó de Bijbel de Heilige Schrift laten worden. Jezus’ spreken over God als Vader, als barmhartige Vader, zijn parabels over het koninkrijk, zijn zaligsprekingen, zijn omgang met vrouwen en mannen, die onbegrip bij de Schriftgeleerden oproept, zijn lijden, sterven en verrijzen bepalen wat wij in Oude én Nieuwe Testament horen als Woord van God. Daarmee is niet alles gezegd. Integendeel nu begint het pas, want wat betekent het concreet dat wij door zijn ogen door zijn doen en laten de Bijbel de Heilige Schrift laten worden? Daarom lezen we dus elke keer in de Schrift, luisteren we elke keer naar het Woord van God en denken we elke keer, zo goed en zo kwaad als het gaat, erover na.

Zalig die het Woord van God aanhoort

En het in zijn/haar hart bewaart

Contact

Centraal Parochiesecretariaat:

Hatertseweg 111

6533 AD Nijmegen

tel: 024 – 355 3630

e-mail:
parochiecentrum@h3eenheid.nl

Bereikbaar op werkdagen tussen 09.00-12.30 uur.