Overwegingen van achter ons liggende zondagen.

Overweging, 4 april, Hoogfeest van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben

Op vrijdag een week geleden woonde ik digitaal de ‘Avond van de martelaren’ bij. Naast de ingetogen kruisweg en de stemmige zang raakte mij vooral de krachtige getuigenissen over drie eigentijdse martelaren. Ze waren gedood omwille van hun geloof in de verrezen Heer. Een van de drie, een seminarist uit Nigeria, verkondigde, net zoals Jezus, het Evangelie aan zijn moordenaar tot op het allerlaatste moment. ‘Er is geen groter liefde dan je leven geven voor je vrienden’, dat is wat hij deed als een blijvend getuigenis voor ons als medegelovigen. Zelfs zijn inmiddels gevangengenomen moordenaar werd hierdoor echt geraakt en bewogen, zo liet hij weten. De seminarist Michael is de dood voorbij, hij leeft nu net zoals Jezus! En weet u wat het nog meer bijzonder maakt, zijn tweelingbroer heeft de moordenaar vergeven…Daar word je gewoon stil als in een omhelzing door de vreugde zelf.

Met de woorden van een lied dat gezongen werd op de genoemde ‘Avond van de martelaren’, klinkt het zo: ‘De toekomst is zeker, ja eindeloos goed. Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet; dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam. U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.’ Het zijn woorden die duiden op, wat ik zou willen noemen, een ‘veranderd’ verrijzen. Ze brengen vreugde en zijn voor ons het richtsnoer voor een nieuw leven in de gemeenschap met God en elkaar. De Coronapandemie maakt ons, volgens mij, met zoveel woorden daar eens te meer bewust van. Dat is als we de woorden van het lied met een ‘gelovig gehoor’ durven te beluisteren en ons eigen maken. Mij schiet nu een bekend visioen van de profeet Ezechiël door het hoofd. De passage waarin de verdorde, dode beenderen opnieuw worden bekleed met vlees en waarin de geest van God wordt ingeblazen. Zij blikken als het ware in het Oude Testament vooruit naar de verrijzenis.

De lezingen van deze Paaszondag getuigen eveneens van het nieuwe en verrezen leven…

  • in de Handelingen van de apostelen (10, 34a.37-43) getuigt Petrus van de universele zending van de Kerk;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Kolossenzen (3, 1-4) roept hun op om de blik op Christus gericht te houden;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (20, 1-9) horen we over het lege graf.

We horen als eerste een getuigenis van de apostel Petrus, na Pinksteren, toen de Heilige Geest over hem was neergedaald. Hij, de eerste onder apostelen en als zodanig door Jezus daartoe aangewezen als de steenrots waarop de Kerk gevestigd zal worden, verkondigt met passie diezelfde Jezus van Nazareth aan de heidenen of de niet-Joden. Een eerste bevestiging, in de geschiedenis van de jonge Kerk want dat is de Handelingen van de Apostelen, van de universele of alomvattende zending van Christus en de Kerk, die door Hem op het kruis is gesticht. Petrus verkondigt conform de door God gegeven instructie bij het tot driemaal toe uit het hemel neerdalende tafellaken met allerlei dieren. Hij doet dit met woorden en in de kracht van de Heilige Geest en spreekt over de menswording van Jezus, zijn verlossend lijden en sterven alsmede zijn verrijzenis. Voor de goede luisteraar prachtig verwoord door de strofen van een ander couplet uit het eerder aangehaalde lied: “Ik ben die Ik ben’, is uw eeuwige naam. Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan. Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij: uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’’. Deze boodschap van Petrus of in het lied over de levende God, is er een die er toe doet voor de mensen van alle tijden! Laten we haar ter harte nemen…

In alle vroegte, het is nog donker, bezoeken achtereenvolgens Maria Magdalena en daarna de apostelen Petrus en Johannes het geopende graf van de Heer. Het donker duidt niet alleen op het tijdstip van de ochtendschemering maar verwijst ook naar het nog versluierd zijn van hun geest om te beseffen wat er gebeurd is met Jezus. Hetgeen ze met hun ogen zien en met hun hoofd pogen te beredeneren dringt als het ware nog niet door tot hun hart, de plaats waar ‘de liefde, de hoop en het geloof’ wonen. Maria Magdalena ziet dat de steen voor het graf op onverklaarbare wijze, is weggerold. De apostel Petrus ziet in het graf de zwachtels en de zweetdoek netjes opgeruimd al dan niet op een andere plaats liggen. En de apostel Johannes, de benjamin van allen, gaat naar binnen, ziet en gelooft, staat er dan. Hij komt, zo zouden we wellicht mogen zeggen het dichtste bij hetgeen er gebeurd is maar hij kan er de vinger nog niet achter krijgen wat het betekent dat Jezus Christus verrezen is, ja dat Hij leeft. Alle drie de getuigen kunnen het op dat moment nog geen plaats geven, maar later wel. Ik verwijs allereerst naar de gepassioneerde verkondiging van Petrus aan het gezin van de hoofdman Cornelius in de eerste lezing. Maar ook naar Maria Magdalena die, na het vertrek van beide apostelen, de eerste zal zijn van Jezus’ leerlingen die de verrezen Heer persoonlijk ontmoet. Dit zal de apostelen op diezelfde dag van Pasen ook ‘overkomen’. Het zou hen en ook ons, indien we dit prachtige gebeuren van Pasen zouden hebben meegemaakt, met de woorden van het laatste couplet van het genoemde lied zo maar hebben kunnen doen uitzingen: O naam aller namen, aan U alle eer. Niets kan mij ooit scheiden van Jezus, mijn Heer: Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn. Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.’ Ik wens u allen een gezegend Pasen toe…AMEN

Overweging, 28 maart, Palmzondag 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

We horen vandaag zowel het Evangelie van de Intocht als dat van de Passie. Vreugde en blijdschap worden gepaard aan verdriet, lijden en sterven. En dit alles in slechts enkele dagen tijd. Echter Jezus gaat beide keren met eenvoud van en liefde in het hart op weg. Hij geeft zich totaal over om de spijs te eten die de Vader Hem te eten geeft, dat is het doen van zijn verzoenende wil.

Recent viel mijn oog op een boekje met dertig bezinnende teksten van een voormalige Amerikaanse topsporter. Het heeft als titel ‘Een weg door het water’. Tegen de achtergrond van de lezingen van Palmzondag werd mijn aandacht getrokken door twee paragrafen, ‘Lijden in het lijden’ en ‘Kijk omhoog’. In het lijden van Jezus vinden we, als we goed zien, ons eigen lijden aan de zonden terug. Immers Hij lijdt voor ons en wordt hierin totaal afgesneden van de mensengemeenschap. We ervaren in onze tijd iets vergelijkbaars in het ‘afgesneden’ zijn van onze gemeenschap met elkaar in deze pandemie. In het opkijken naar de lijdende en stervende Heer aan het kruis ontvangen wij, net zoals indertijd bij het op zien naar de koperen slang op een paal in de woestijn door het volk Israël, de troost en de kracht om overeind te blijven ondanks Corona. In het op God gericht zijn van onze blik ervaren we iets van Gods liefdevolle nabijheid, zoals ook Jezus dat ervaren moet hebben op het kruis.

Tijd om terug te keren naar de lezingen van de zondag…

  • in het 1e Evangelie volgens Marcus (11, 1-10) horen we over de blijde intocht van Jezus in Jeruzalem;
  • bij de profeet Jesaja (50, 4-7) vernemen we zijn opdracht om Gods boodschap uit te dragen;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Filippenzen (2, 6-11) wordt gesproken over de totale ontlediging van Jezus in zijn menselijk leven en sterven;
  • en in het 2e Evangelie volgens Marcus (14, 1-15, 47) horen we tot slot het passieverhaal.

Jezus is met zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem. Het Joodse Pesach of Paasfeest zit er aan te komen. Hij weet dat het Joodse religieuze gezag Hem  vijandig gezind is maar Hij kent ook de wil van zijn Vader en die is Hem alles waard. Het jong van een ezelin zal Hem ‘de stad van vrede’ binnen leiden. De leerlingen leggen hun mantels over het dier en ze snijden palmtakken af om Hem toe te juichen. De mantels verwijzen naar zijn koning, zijn profeet en zijn aanvoerder zijn. Koning omdat Hij een ‘zoon’ van David, de koning, is; profeet, omdat Hij de beloofde boodschapper van God of Messias is; en aanvoerder omdat Hij gekomen is om Israël en ons te bevrijden van de overheersing van de zonden. Echter alles in de naam van God, de Vader want het is ‘Mijn spijs om de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft’, horen we Hem bij de evangelist Johannes zeggen.

Echter Jezus blijkt een andere Messias of Christus te zijn dan verwacht, geen politieke bevrijder van de Romeinen maar een lijdende dienaar. Daarover spreekt Jesaja als profeet, zo’n acht eeuwen voor zijn komst. Hij is een instrument van God met de opdracht om, gesterkt door het dagelijks voedsel wat Hij van Hem ontvangt, het volk te onderwijzen in Gods bedoelingen. Toen al verzette het ‘gezag’ en in het kielzog het volk, zich tegen de woorden van ‘hun’ God. Jesaja spreekt over de Komende of de Messias als de lijdende dienaar. Hij zal net zoals de profeten die aan Hem voorafgingen, te lijden hebben onder bedreiging en vervolging. Ja, Hij wordt vermoord. Echter toch blijft het herstellen van de verstoorde relatie tussen God en zijn volk, Gods bedoeling. Daarvoor ontledigt Jezus totaal. Hij, de zoon van God houdt niet vast aan zijn majesteit maar wordt, behalve in de zonde, volledig mens zoals wij. Hij verkiest net zoals in het Evangelie van de intocht, voor de eenvoud in plaats van de status van zijn God zijn. Hij doet dit alles met het oog op de verzoening. En wel in een volledige gehoorzaamheid aan God, de Vader om uiteindelijk verheven te worden aan de rechterhand van diezelfde Vader als koning en Heer.

In het Evangelie van de Passie zoomen we in op zijn levensgave. En opnieuw zijn wij getuige van de al eerdergenoemde totale overgave in eenvoud, zijn gehoorzaamheid, nederigheid en grootsheid waarmee dit plaatsvindt. Juist door zijn blik gericht te houden op God, de Vader en met het oog op het eeuwig geluk van de mensheid, wijst Hij de mensen van alle tijden de weg in het lijden. In zijn Passie is dit zichtbaar voor Simon van Cyrene, die het kruis meedraagt; Veronica die Hem vertroost door zijn gezicht af te drogen; de huilende vrouwen die Hem tegemoet komen onderweg; en allen die Hem betreuren zoals zijn moeder Maria, de apostel Johannes maar ook Nicodemus, Jozef van Arimatea en de Romeinse honderdman onder het kruis. Op alle momenten biedt Hij als eerste, troost. We kunnen ze verbinden met de momenten van ons persoonlijk lijden en dat van de gemeenschap zoals nu in de tijd van de Coronapandemie. Immers in zijn lijden wordt ons lijden meegedragen. Door op te zien naar Hem die voor ons geleden heeft op het kruis, worden wij aangeraakt en in ons hart getroost, gelouterd en geheeld. Bidden wij tot slot met een aantal woorden uit ‘Psalmodes’ (2008):

Wees met uw levenskracht bij mensen, die in levensbedreigend oorlogsgeweld staande moeten blijven. Wees met uw levensmoed bij mensen, die worden verstoten en vervolgd. Wees met uw troost bij mensen, die slachtoffer zijn van wraak en jaloezie. Wees met uw wijsheid bij mensen, die bekneld raken door winstbejag en hebzucht van anderen. Wees met uw liefde bij mensen, die lijden onder zinloos geweld. AMEN…

Overweging, 21 maart, 5e zondag 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Ik kwam in de afgelopen week een klein filosofisch boekje tegen. Het had als titel ‘De weg van de boog’. Hierin ontmoet een leerling zijn voormalige leraar boogschieten met de bedoeling om hem te verslaan. Hij heeft heel veel van hem opgestoken en is een uitstekende boogschutter. Als echter het puntje bij paaltje komt dan ontbreekt er, aldus zijn leraar, een essentieel element. Alles heeft hij zich eigen gemaakt máár de vrede in het hart ontbreekt. Vrij vertaald zegt hij dat de vrede in het hart in het goede doen voor de ander, ontbreekt…

Velen onder ons, in het heden en het verleden, hebben gedacht en of denken nog steeds, dat onze wereld maakbaar is. De praktijk zeker met de Coronapandemie op ons netvlies, wijst anders uit. De auteurs van een tweede klein boekje met de prikkelende titel ‘Nothing in excess’, vragen nadrukkelijk om opnieuw aandacht te hebben voor de lange termijn, de waarde van de schepping en voor God. Wij mensen moeten oog hebben voor het leven in gemeenschap met en de zorg voor elkaar. Dit geeft, nu en in de komende generaties, de broodnodige en duurzame samenhang waar wij naar op zoek zijn in plaats van, zoals de genoemde leerling, elkaar de loef te willen afsteken. Echter dat vraagt ook, zoals Jezus het zegt in het Evangelie, de bereidheid om ‘het leven te verliezen in plaats van het te beminnen’, lees krampachtig vast te houden. De pastoor van Ars zegt het zo: ‘Als je een ander mens gelukkig maakt, zal je zelf ook gelukkig worden.’

De lezingen wijzen in dezelfde richting…

  • in de profeet Jeremia (31, 31-34) belooft God een nieuw verbond te sluiten met zijn volk dat in het hart geschreven zal staan;
  • in de brief de Hebreeën (5, 7-9) wordt gesproken over de gehoorzaamheid in de school van het lijden;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (12, 20-33) is het ‘Uur’ van Jezus aangebroken.

Het woord ‘berit’ is het Hebreeuwse woord voor verbond. En dat is geen overeenkomst tussen vreemden maar tussen de leden van het volk van God. Bij monde van zijn boodschapper, de profeet Jeremia, laat God zijn volk weten dat Hij in de toekomst een nieuw verbond met hen zal sluiten want hij is hun God en zij zijn, zijn volk. Het is niet een verbond zoals het ‘Oude’ met allerlei op schrift gestelde regels, maar een verbond dat in het hart gegrift zal staan. Maar Hij heeft ook nu een duurzame relatie of gemeenschap, dat is voor altijd, op het oog dat begint bij en voltooid wordt door God om goed te doen aan elkaar. Zeggen we immers niet ‘Wie goed doet, goed ontmoet’. Deze handelswijze bouwt gemeenschap op en de liefde staat centraal. Het nieuwe verbond beoogt, in het hart gegrift als zij is, door een goede gerichtheid op elkaar de gewenste duurzame vrede. Dan zal de spreekwoordelijke pijl van het goede doen, in willekeurig welke situatie ze ook wordt afgeschoten, altijd haar doel bereiken. Immers datgene wat vanuit de oprechte liefde wordt gedaan, is een schot in de roos. De woorden van de tussenpsalm 51 ‘Schep in mij een zuiver hart, mijn God. Geef mij weer een vastberaden geest’ zijn ergens ook een bede om deze vrede in het hart. Het stelt immers de mens in staat om de gemeenschap met God en de medemensen op en uit te bouwen, door haar te leven…

Jezus wordt bij zijn intocht in Jeruzalem als een koning feestelijk verwelkomt. Het is echter ook het begin van zijn passie. Hij zegt het ons zelf nadat een paar Grieken bij twee van zijn leerlingen naar Hem informeren: ‘Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.’ Tegelijkertijd wordt zijn verzoenende en reddende missie hierdoor in een breder perspectief geplaatst immers God is liefde voor iedereen. Jezus zal hiervoor zijn leven verliezen door het voor ons te geven met de bedoeling om de mensheid een toekomstperspectief aan te reiken. Hij is de graankorrel die in de aarde moet vallen om te sterven en veel vrucht voort te brengen, schrijft de evangelist Johannes. Maar ook voor de Mensenzoon is dit geen eenvoudige weg om te gaan. Niemand kiest immers vrijwillig voor zijn eigen dood, ook Jezus niet. Bidt Hij elders niet: ‘Vader als het mogelijk is, laat dan deze beker aan Mij voorbijgaan’? Maar daarop aansluitend zegt Hij ook: ’Maar niet mijn maar Uw wil geschiedde’. Jezus spreekt vandaag woorden met een gelijksoortige strekking als op die bewuste nacht in de hof van Olijven: ‘Maar daarom ben Ik tot dit uur gekomen. Vader, verheerlijk uw Naam.’  God, de Vader beaamt deze woorden. Hij staat achter zijn Zoon zoals Hij ook ons nabij is in ons lijden. Jezus is de door Hem aangewezen en eeuwige hogepriester van het Nieuwe Verbond waarover wordt gesproken in de brief aan de Hebreeën. Echter Hij verschilt echter van de hogepriester in het Oude Verbond die ieder jaar vanwege de begane zonden op de Grote Verzoendag, offers voor het volk en voor zichzelf moest opdragen. Nee, door zijn eenmalige levensgave heeft Jezus op het kruis het Nieuwe Verbond, dat tot een duurzame vrede en gemeenschap met God en de medemensen moet leiden, voor altijd bekrachtigd.

Jezus navolgen is meer dan alleen Hem bewonderen om wat Hij gedaan heeft. Het betekent in geloof bereid zijn om, net zoals Hij, het leven ‘te verliezen’ door onszelf te geven. De bedoeling is dezelfde, om vrucht te dragen voor het geluk van de ander. We doen dat menselijkerwijs echter veelal beetje bij beetje maar op een gegeven moment, zo zegt ‘Toon’, zijn wij aan het laatste beetje toe. Laten wij met God, vanuit ons hart en in geloof onszelf geven door om niet goede daden te verrichten of door spreekwoordelijk ‘pijlen van de Blijde Boodschap’ naar elkaar toe te schieten. Echter om een duurzame gemeenschap op en uit te bouwen moeten we daarbij ook geen onderscheid willen maken tussen vriend en vijand. Wij mogen er ons over verheugen als deze vurige pijlen van liefde en vrede, de roos treffen. Zij brengen dan medemensen, en ook onszelf, in beweging om ook het goede te (blijven) doen. De vreugde zal echter ook ons deel zijn als wij zelf door zo’n ‘pijl’ worden getroffen door de goede daden van anderen. De aarde zal alles bij elkaar een andere kleur zal krijgen omdat wij haar duurzaam beheren naar Gods bedoelingen… AMEN

 

Overweging, 13 maart, 4e zondag 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Ik las in de afgelopen week een roman met als titel ‘Verdwijnende aarde’. Het verhaal begint met de onverklaarbare verdwijning van een tweetal jonge meisjes op het schiereiland Kamtsjatka aan de grens van Rusland met Japan. De zoektocht naar beide meisjes komt keer op keer voorbij in het wel en wee van gezinnen en relaties. Er is altijd wel op de een of andere wijze een verbinding te maken met het drama dat de mensen bezighoudt. Verlies en verlangen zowel in het een als het ander spelen een sleutelrol. En steeds er komt de gedachte op dat de verdwijning van de twee met iemand van buiten moet worden verbonden. Uiteindelijk blijkt dit niet het geval te zijn.

Het sleutelwoord van deze zondag is herstel. Er is sprake van een, door het volk Israël, verbroken verbond met God. De Babylonische ballingschap in den vreemde, in het huidige Irak, is er het rechtstreekse gevolg van. En ook de komst van de Mensenzoon heeft van doen met het herstel van het verbond tussen God en mensen. Jezus, komt doorheen het Joodse volk, een nieuw en definitief verbond aanreiken aan de mensheid. In beide gevallen is er sprake van een verlies van een echte verbondenheid met God en is er een diep verlangen naar redding. God bewandelt in het herstel de onverwachte weg, de weg van de genade. Zij, het oude Israël, en wij, het nieuwe Israël, zijn immers Gods volk. Via het berouwvol leren aankijken van het verrichtte kwaad gaat Hij met ons de weg van de liefde. De hulp komt steeds via een ‘mens van binnen’ als een gezondene van God. In tweede boek Kronieken is dat de Perzische vorst Cyrus en in het Evangelie is dat Jezus, de nieuwe Mozes en de mens geworden zoon van God.

De lezingen spreken dezelfde taal. Ze gaan over verlies en verlangen of de wens tot het herstel van de relatie met God…

  • in het 2e boek Kronieken (36, 14-16, 19-23) vernemen we over de reden voor de Babylonische ballingschap en de terugkeer naar Jeruzalem;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs (2, 4-10) spreekt hij over de rijkdom aan genade van het verlossend handelen van Jezus Christus;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (3, 14-21) maakt Jezus in het gesprek met Nicodemus een vergelijking tussen zijn verheffing op het kruis en het opheffen van de bronzen slang ten tijde van Mozes.

‘Cuius regio, eius religio’ zijn de toepasselijke woorden als we de aanloop naar de ballingschap in Babylonië bezien. Immers het slechte voorbeeld in geloof van de Judese vorsten en de kringen daaromheen, doen het volk door de eeuwen heen ontrouw zijn aan het verbond met God. Vorsten, priesters en het volk maken zich, net zoals al eerder de andere tien stammen van Israël, tot een voorwerp van de woede van God. Afgoderij, ontucht, onreinheid en de ontheiliging van de Tempel stroken niet met de door God gegeven leefregels van het Verbond. Ondanks de herhaaldelijk gezonden boodschappers, de profeten, willen ook de twee overgebleven stammen, Juda en Benjamin, zich niet omkeren op hun dwaalwegen. Er rest God nog maar een middel om het verloren gegane te redden en dat is het door een ballingschap in den vreemde tot inkeer brengen van het volk. Los van de Tempel, die verwoest wordt, los van het Beloofde land waarin zij woonden, mogen zij tot inzicht komen door het verrichtte kwaad van binnenuit in de ogen te leren kijken. Onvrij, zoals langgeleden in Egypte, zijn zij tot slavernij vervallen. Voor hoe lang? Daarop geeft het geschrevene over de sabbatjaren een antwoord. In het oude Israël bestond de regel dat na zes jaar, dat is in het zevende jaar, de slaven vrijgelaten moesten worden. Dan kon het land ook tot rust komen om opnieuw vrucht te dragen. In de gehoorde passage wordt echter gesproken over zeventig jaar. Dat geeft wel aan hoe zwaar de last was die het ontrouwe volk op zich geladen had. Om opnieuw vruchtbaar te kunnen worden heeft het hart, de plaats van de liefde en het geloof, vanwege ‘het achterstallig onderhoud’, een langere tijd nodig om te herstellen. Om het verlorene van binnenuit te ontdekken en het verlangen te doen ontstaan naar de verlossing van God, moeten er maar liefst tien sabbatjaren voorbijgaan. Er komt licht aan de horizon als koning Cyrus in het overgeërfde rijk, aan de macht komt. De hulp komt uit een onverwachte hoek alhoewel de naam Cyrus die zowel in het Grieks als het Perzisch verwijst naar de Heer, anders doet vermoeden. Hij geeft het oude Israël de mogelijkheid om terug te keren naar het Beloofde land en om de Tempel te herbouwen. Cyrus is de middelaar van de liefde en de barmhartigheid van God die opnieuw begint met zijn volk. Het herstel is daar. De nacht is voorbij en de dag breekt aan…

In het Evangelie ontmoet Jezus, Nicodemus in de nacht. Het is echter niet alleen nacht maar ook in het geestelijk leven van de tweede is het donker. Hij heeft in Jezus nog niet de beloofde Redder herkent. Desalniettemin is hij geraakt door de wonderdaden en het gezag waarmee Jezus optreedt. Alleen zijn mogelijk ‘Messias zijn’ is in strijd met de verwachtingen van het religieuze gezag en het volk. Nicodemus bevindt zich in een geestelijke woestijn. Enerzijds is er het grote verlangen naar de Redder maar anderzijds houden ‘schaamte en twijfel’ ’over het geraakt zijn door Jezus en zijn positie in het gezaghebbende college van de Joden, hem tegen. Jezus weet dat. Hij kent immers de mens. Tegen deze achtergrond spreekt Hij met hem over het opheffen, ten tijde van de woestijntocht van het volk naar het Beloofde land, van de bronzen slang op een paal. Door daar naar op te zien komt er, in het besef van het begane kwaad dat de oorzaak was van de aanval van de giftige slangen, redding. Mozes was de middelaar tussen God en het volk. De verwijzing naar dit gebaar van liefde en barmhartigheid zal er voor zorgen dat er uiteindelijk een einde komt aan de duisternis in het geestelijk leven van Nicodemus. Jezus zal, als Hij opgeheven wordt aan het kruis, hem en vele anderen de ogen openen en innerlijk doen beseffen dat Hij de beloofde Redder is van het volk Israël en van de gehele mensheid. Door op te zien naar Hem, de zoon van mensen en van God, die uit liefde voor ons en omwille van ons kwaad aan een paal werd geslagen komen, toen en nu, mensen tot geloof. De apostel Paulus spreekt met soortgelijke woorden over het ‘herstel’ van het verbond in zijn brief aan de christenen van Efese.

Het kost de mens echter, door de eeuwen heen en getuige de vele martelaren omwille van het christelijk geloof, veel moeite om deze liefdesboodschap te verstaan. Desalniettemin ligt in ieder mensenhart het diepe verlangen naar geluk, al is het soms heel ver weggestopt, waarop Jezus Christus het antwoord is. De heilige zuster Faustyna Kowalska verwoordt het in haar prachtige dagboek zo: ‘Gelukkig is de ziel die de liefde van het hart van Jezus heeft leren verstaan.’  Voor hen is de aarde verdwenen en de hemel verschenen want het herstel is daar, voeg ik er dan maar aan toe …AMEN

 

Overweging 7 maart, 3e zondag 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben

De tijd van veertig dagen is te typeren als een tijd van ‘opruimen’. Dat doet mij denken aan de grote voorjaarsschoonmaak maar dan niet in de huiselijke of fysieke maar in de geestelijke zin. Als leidraad bij het opruimen gebruiken we de tien geboden of de levensrichtlijnen, waar we vandaag over horen, van de Heer. De rode draad is de liefde, dat is immers de kern van het verbond tussen God en mensen. Vrij vertaald in de woorden van de jongere generatie, is dat ‘Wat zou Jezus doen?’ Kortom, het verzoek is om ons opnieuw in te oefenen en vertrouwd te worden met de tien sleutels voor het geluk zodat het, na het opruimen, kan gaan ‘zomeren’ in ons leven. De Heer wil ons verlichten en verwarmen met zijn liefde met een hoofdletter.

Recent las ik een nieuw boek met als titel ‘Profeet van de eenheid’ over Chiara Lubich, de stichter van de Focolare-beweging. Het Italiaanse woord Focolare betekent ‘vuurhaard’. Mijn oog viel op twee prachtige zinnen die ik elders in dit verband tegen kwam. Ze hebben een duidelijke boodschap voor onze tijd. ‘Met eenvoudige ogen God ontdekken onder de werkelijkheid van de wereld.’ en ‘Onze identiteit niet vinden door navel te staren maar door alle eenzamen te omarmen.’ De bedoeling wordt duidelijk in het voorbeeld van Hedy, een moeder van vier kinderen, die zich altijd heeft ingezet voor het geloof. Ze is terminaal en op haar ziekbed heeft ze haar belangstellende blik alleen op anderen gericht. Ze doet dit, ondanks dat het spreken haar moeilijk valt, met dankbaarheid jegens God en de medemens. Haar gedrag verwondert iedereen. Waar haalt ze toch de kracht vandaan? Ze is liefde en doet zodoende de ‘wil van God’. Dezelfde boodschap ontvangen we als we de lezingen tot ons nemen…

  • in het boek Exodus (20, 1-17) geeft God na de uittocht uit Egypte aan het volk, tien richtlijnen ten leven als teken van het te sluiten verbond;
  • in de 1e brief van de apostel Paulus aan de Korintiërs (1, 22-25) spreekt deze over de wijsheid van het kruis van Jezus Christus;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (2, 13-25) reinigt Jezus met een duidelijke boodschap, de Tempel.

De bevrijdende tocht van het volk Israël wordt gemarkeerd door een aantal bijzondere momenten te beginnen bij de uittocht uit Egypte. Een tweede gebeuren om niet te vergeten, is de doortocht door de Rode Zee en het derde is het sluiten van het verbond op de berg Sinaï. God geeft het volk bij monde van zijn vriend en de leraar van Israël, Mozes, woorden van leven en aanwijzingen  voor het geluk. Het zijn echter ook woorden die, mits ze serieus worden genomen, de vrijheid van het volk zullen garanderen. Denk maar eens aan de tijd van koning David waarin het volk in vrijheid en vrede leeft. De tien geboden kunnen in tweeën worden verdeeld. De eerste drie hebben betrekking op de relatie met God en de overige zeven op het gedrag ten opzichte van de medemens. Kort samengevat: heb God lief voor wie Hij is en heb de naaste zonder eigen belang lief en dan niet alleen met woorden maar vooral met daden. De leefregels zijn vrij vertaald woorden van dienstbaarheid en een uitnodiging om een ‘opgeruimd’ leven te leiden. Ze maken ons tot een heel of heilig mens. Dat vraagt van ons echter wel om met grote regelmaat naar binnen te zien hoe het er mee staat…en wat om zuivering en of opruiming vraagt.

Pesach, een van de drie grote feesten van de Joden, is op handen. En Jezus en zijn leerlingen zijn krachtens de Wet verplicht om naar Jeruzalem te gaan voor het jaarlijkse offer. Echter daar aangekomen treffen zij geen offer maar louter een handelscultuur aan. Dit wekt grote woede op bij Jezus. Het huis van God de Vader, de zijne en de onze, is verworden tot een marktplaats waar grof geld wordt verdiend. Dat kan en mag niet de bedoeling zijn. Het is in strijd met een van de twee kernwaarden van het verbond, de liefde voor God. Jezus maakt er korte metten mee door de boel eens flink op te schudden. Zijn gedrag zet de verhoudingen met het religieuze gezag, op scherp. Waarom doe je dit? En wie ben jij dat je dit doen mag? Echter achter de fysieke opruiming bevindt zich een diepere en geestelijke bedoeling. Dat is het omkeren naar God toe en het afstand nemen van de afgod van het geld. Op deze diepere laag geeft Jezus een antwoord op de vragen van de Farizeeën en de Schriftgeleerden. Hij zegt: ‘Breekt deze Tempel af en in drie dagen zal ik hem doen herrijzen.’  Zijn uitspraak wordt echter verkeerd begrepen. Hij spreekt niet over het gebouw van de Tempel maar over zijn menselijk lichaam. Hij blikt vooruit naar zijn passie. De nieuwe Tempel waarin Hij wil wonen, is het menselijk lichaam. Door actief in Hem te geloven als de door God gezonden Redder of Messias, woont Jezus samen met zijn Vader in ons hart, de plaats van de liefde. Echter om goed te (blijven) geloven is het nodig om bij tijd en wijle  een geestelijke opruiming te houden. En dat kan al door ons af te vragen waar wij (nog) bezig zijn met het navelstaren. Maar ook door te leren om met eenvoudige ogen God te zien onder de werkelijkheid van deze wereld. Of met de woorden van de apostel Paulus, door het afschuwelijke en mensonterende lijden van Jezus heen te zien. Door te ontdekken dat op het kruis een verbond van liefde wordt gesloten tussen God en de mensen. Dan blijkt dat het kruis geen dwaasheid is maar een teken van Gods wijsheid. Het geloven in Jezus is een reddende kracht. Dat wordt voor ons mensen pas echt zichtbaar als het persoonlijke geloof en het menselijk verstand samenwerken. De leefwereld van ons mensen staat door de eeuwen heen bloot aan allerlei vertroebelende invloeden van binnen en buitenaf. Daarom is het goed om met een behoorlijke regelmaat op te ruimen door naar binnen te zien of we onze blik nog in liefde op God en met Hem op de ander hebben gericht. Immers alleen dan komt de hemel op aarde…en leven we als echte partners van het verbond…AMEN

Overweging, 28 februari, 2e zondag 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

In de afgelopen weken las ik een spraakmakend boek met als titel ‘Op het geniale af’. Het verhaal gaat over de tiener Francis die na een zelfmoordpoging van zijn moeder op zoek gaat naar zijn tot dan toe onbekende vader. Hij is ‘voortgekomen’ uit een liefdeloos experiment van een geniënspermabank, en dat is niet hetzelfde als een verbond van liefde, waaraan zijn moeder heeft deelgenomen. De zoektocht met een vriend en het meisje op wie hij heimelijk verliefd is loopt, na een aantal momenten van een hoopvol licht, uit op een grote teleurstelling. Zijn vader blijkt een kleine crimineel en een  bedrieger in plaats van een genie te zijn. Tegen deze achtergrond en het ‘liefdesverbond’ met het meisje, dat inmiddels is verbroken, met wie hij inmiddels een zoon heeft, probeert hij zichzelf te bewijzen. Hij wil een goede vader zijn en gaat gokken in Las Vegas, hetgeen uitloopt op een sof. Hij meldt zich ten einde raad aan als vrijwilliger voor de oorlog in Irak en laat daarbij het leven. Wat begon als een hoopvol licht en een zoektocht naar liefde eindigt in duisternis en liefdeloos…

Momenten van licht zijn belangrijk in ons leven zoals iedere keer weer blijkt in de liturgie van de uitvaart. Het ontsteken van de kaarsen rondom de overledene en bij het gedachteniskruisje in onze parochie, is een moment van licht. De gedaanteverandering van Jezus is ook een voorbeeld van een troostvol licht, waarin zijn zoon van God wordt bevestigt aan drie van zijn leerlingen. Het is echter ook een bemoediging omdat zijn kruisweg van lijden en sterven nabij is. Jezus stelt in het laatstgenoemde, vanuit God de Vader, een teken van zijn verzoenende liefde. Het lijden, sterven en verrijzen ten leven zijn een beweging van donker naar licht. Iets wat ook mooi verbeeld wordt door de Middeleeuwse Italiaanse schilder Caravaggio in zijn doek van het offer van Isaak door zijn vader Abraham. In beide passages in het boek Genesis en het Evangelie volgens Marcus is er sprake van een luisteren in verbondstrouw. God overziet alles. Dit hoopvolle perspectief ontbreekt helaas in de besproken zoektocht van Francis. Aan ons wordt in deze tijd van herbronning gevraagd om de woorden ‘Ga met God want Hij zal met je zijn’ als een licht op onze levensweg aan te nemen. Laten we terugkeren naar de lezingen …

  • in het boek Genesis (22, 1-2.9a-10.13.15-18) gaat het over het offer van Abraham van zijn zoon Isaak;
  • in de brief van de apostel Paulus (8, 31b-34) spreekt deze over het heugelijke feit dat God voor ons is;
  • en in het Evangelie volgens Marcus (9, 2-10) verandert Jezus op de berg Thabor kort voor het Pesachfeest van gedaante.

God ‘beproeft’ Abraham door hem te vragen om zijn zoon Isaak te offeren. Dit verhaal past in de grote beproeving van het volk Israël in het boek Deuteronomium. Mensenoffers kwamen in de tijd waarin de beproeving van de aartsvader Abraham zich afspeelt, vaker voor in de omringende landen. Goed bezien ontdekken we dat God helemaal niet de bedoeling heeft om Isaak te laten offeren. Integendeel, het is veeleer zijn bedoeling om met Abraham, luisterend en in vertrouwen op weg te zijn in het leven. ‘God zal wel voorzien’ is de boodschap van Abraham, kort voor het offer, aan zijn zoon Isaak. Hij is immers, de liefdevolle Vader en een baken van hoop en licht voor ons mensen. Abraham is met ontzag op weg gegaan en ontdekt dat als hij de ‘beproeving’ glansrijk heeft doorstaan, dat God inderdaad een trouwe, nabije en een zorgende God is die zijn beloften nakomt. De dreigende duisternis wordt afgewend niet alleen door het plaatsvervangende offer van een ram maar ook door de bevestiging van de verbondsbeloften van het nageslacht en het Beloofde land. Het klinkt zoals de lichtende woorden van psalm 116 ‘Ik mag weer leven onder Gods oog in het land van de levenden’.

Jezus is solidair met mensen in de beproeving, zo hoorden we vorige week in het Evangelie. Op weg naar de duisternis van Goede Vrijdag en uiteindelijk het grote licht van Pasen, ervaren de leerlingen Petrus, Johannes en Jacobus op de berg Thabor dat Jezus het Licht van de wereld is. Oud en Nieuw worden met elkaar verbonden als Jezus in een lichtend gebeuren zichzelf laat zien samen met Mozes en Elia als de vertegenwoordigers van de Wet en de Profeten. Hemel en aarde lijken elkaar te raken in het onderlinge gesprek waarin het sluitstuk van Jezus’ missie van liefde op aarde wordt onthuld. Het is de hemel op aarde voor Petrus maar tegelijkertijd gaat het zijn pet en ook de onze te boven. Wat gebeurt hier? Er is  een parallel met het verschijnen van God op de berg Sinaï voor Mozes en het volk Israël dat door de woestijn op weg is naar het Beloofde land. Immers ook nu zijn er het licht, de wolk en de stem als tekenen van de aanwezigheid van God en zijn de getuigen verbluft. En ook nu komt het op luisteren aan in dit moment van bemoediging voor de drie met het oog op het aanstaande lijden, sterven verrijzen van de Heer. God is met mensen begaan en Hij stelt een teken van zijn liefdevolle vaderschap want ‘God is voor ons’, zegt de apostel Paulus vandaag in zijn brief aan de christenen van Rome. Dat geeft de mensen van alle tijden hoop. En het is evenzeer een teken van licht als wij te lijden hebben vanwege het Coronavirus of anderszins omdat het reddende lijden en sterven van Jezus perspectief biedt. Het geeft ons houvast als alles reddeloos verloren lijkt te zijn zoals voor Francis in het genoemde boek. Het hoeft immers niet aan te komen op de kleur rood of zwart bij het spelen in het casino. Het leven is geen spel maar een gave in liefde van God. We mogen leren vertrouwen te hebben in de God die als een Vader onvoorwaardelijk trouw blijft, die voorziet en nabij is in welke situatie dan ook. Met de woorden van psalm 139 wil ik eindigen: ‘Voor U heerst in het duister geen duister: lichtend is de nacht als de dag, de duisternis is gelijk licht.’  …AMEN

 

Overweging 1e zondag, 21 februari, 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Ik las ergens dat we tijd van Aswoensdag tot en met Pasen als een etappekoers kunnen beschouwen. Dat lijkt mij wel een rake typering voor de tijd die nu is aangebroken. Elke dag en week maken wij stapjes op het pad van de bezinning en het vasten. We zijn geleidelijk aan, met de zondag als een moment van herademen, door het lijden heen op weg naar een nieuw leven. We worden gevraagd om ons te heroriënteren op het Nieuwe Verbond dat Jezus in zijn levensgave op het kruis met ons gesloten heeft.

Over verbond gesproken, ik zag in het kader van IFFR (International Film Festival Rotterdam) 2021, hoe kan het ook anders, een Letse film met als titel ‘The year before the war’. De film begint met de ‘oude wereld’ van vlak voor de 1e Wereldoorlog. Alles is in Riga, de Letse hoofdstad, op een wel haast aristocratische manier met elkaar verbonden, althans in de ogen van de hoofdrolspeler, de portier van een groot hotel. Met een aanslag verandert alles in een enkele oogopslag. De portier beweegt zich daarna in de tijd en in verschillende landen. Een half afscheurde foto van twee broers speelt hierin de centrale rol. De voormalige portier is in meerdere opzichten, en wij misschien wel net zoals hij, zoekende. Verschillende thema’s zoals strijd, waanzin, liefde, discriminatie, occultisme, dood en communisme passeren de revue. Uiteindelijk weet de voormalige portier, door een andere afslag te nemen dan wij als christenen in de regel nemen, zich verbonden met de nieuwe wereld van het communisme. Als commandant heeft hij een nieuwe identiteit gekregen. De manier waarop een en ander is verfilmd maakt echter alles ook heel actueel als het gaat om de thema’s die een rol kunnen spelen in het leven van een zoekende mens…

In de lezingen van de veertigdagentijd horen we over de rol van het verbond in de geschiedenis van God met zijn volk, joden en het christenen. In het Oude Verbond komen in de voor ons liggende weken achtereenvolgens Noach, Abraham, Mozes en de profeet Jeremia ‘aan het woord’. In het Nieuwe Verbond is het Jezus die spreekt. Met behulp van de lezingen gaan we samen op weg …

  • in het boek Genesis (9, 8-15) gaat God een verbond aan met Noach;
  • in de eerste brief van de apostel Petrus (3, 18-22) spreekt hij over de Rechtvaardige, Christus, die gestorven is voor de onrechtvaardigen;
  • en in het Evangelie volgens Marcus (1, 40-45) verblijft Jezus 40 dagen in de woestijn en vangt Hij de verkondiging van de Blijde Boodschap aan.

Nadat de aarde verwoest is en Noach met zijn gezin en de vooraf gekozen dieren in de ark de watervloed hebben overleefd, sluit God een verbond met hen. Hij neemt het initiatief immers Hij is de God van het leven en weet zich verbonden met zijn schepselen. De geloofstrouw van Noach c.s. wordt, na de beproeving van het maandenlange verblijf in de Ark, beloond. God belooft om de aarde nooit meer met een dergelijke vloed te zullen verwoesten. Met het teken van de regenboog, als het teken van zijn verzoenende liefde, bevestigt Hij het verbond. En dat doet Hij nog steeds, zo heb ik mogen ervaren. Bij het sterven, na een zwaar leven, van een vrouw in mijn oude parochie stond er een dubbele regenboog aan de hemel boven haar appartement. Immers ‘De wegen van God zijn goed en betrouwbaar.’

Na het doopsel in de Jordaan verblijft Jezus, ter bezinning op en voorbereiding van zijn openbaar leven van verkondiging en genezing, veertig dagen in de woestijn. Het getal veertig mogen wij verbinden met de veertig jaar dat het volk Israël, zoekende, op weg was naar het Beloofde Land. In het Nieuwe Verbond, dat Jezus op het kruis zal sluiten, is Hij zelf de weg naar het hemelse Beloofde Land. Opvallend is overigens dat er sprake is van een vredig samenzijn, de engelen en de wilde dieren dienen Hem. Daarna breekt het moment van de ‘strijd tussen Goed en Kwaad’ aan. De duivel probeert Jezus op voor ons herkenbare wijzen te verleiden: om stenen in brood te veranderen; om van de Tempelpoort omlaag te springen; en om zich voor hem neer te buigen. Maar Jezus’ antwoord is kort. Het is tevens een levensles voor ons. Er is maar een God die alle eer toekomt. Hij is en geeft het leven. In Hem mogen we geloven. Deze Jezus, zo zegt de apostel Petrus, heeft zijn leven als de Rechtvaardige gegeven voor de onrechtvaardigen of de zondaars.. Hij heeft de dood overwonnen en reikt ons mensen, ja de gehele schepping, een hoopvol toekomstperspectief aan. Door Gods geduld en lankmoedigheid is er, net zoals in de tijd van Noach, redding nu door het water dat samen met zijn bloed uit zijn zijde stroomde als teken van leven. Het trouwe geloof in Jezus zal uiteindelijk onze ‘zoektocht’ door de dorheid van de woestijn, dat het leven kan zijn, doen eindigen…

Tot slot een jeugdherinnering van onze paus bij het overlijden van zijn favoriete componist Prokovjef. Hij stelde zijn oma aan moeders kant de vraag ‘’Hoe kun je zo geniaal zijn om werken te componeren zoals die waaraan Prokovjef ons heeft laten wennen.’ En zijn oma antwoordde: ‘’Kijk eens, Jorge, hij is niet zo geboren, maar hij is zo geworden. Hij heeft gestreden, gezweet, geleden en geschapen. De schoonheid die je vandaag ziet, is zijn werk van gisteren, toen hij in stilte leed en alles gaf.’ Deze bezonnen woorden sluiten aan bij de boodschap die ik uit de film en de lezingen meen te kunnen halen. Het je met iemand of iets in geloof en vertrouwen verbinden kost tijd en moeite, betekent strijd alsmede overgave om uiteindelijk er helemaal voor te gaan. Het resultaat zien we in het nu, de strijd vond echter gisteren plaats…AMEN

 

Overweging 6e zondag, 14 februari, door het jaar 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

In de tuin werken, daar krijg je in de regel vuile handen van. Ik in ieder geval wel. Je kunt ook op een andere manier vuile handen krijgen als je je begeeft in duistere zaakjes. Meestal ben je dan niet helemaal zuiver op de graat ten koste van anderen.

De laatste in een serie van drie Baltische films die ik recent zag, was van Estse origine. Deze had als titel ‘The fencer’ (‘De schermer’). Het gaat over een jongeman die zich als Duitse Est verzet heeft toen de Russen Estland heroverden in 1944. Hij heeft zijn naam veranderd en is een verdienstelijk schermer geworden in Leningrad. Dat gaat goed totdat er iemand in zijn verleden duikt. Hij vlucht naar Estland om op een school, sportleraar te worden in een dorp. Na een stroef begin, de directeur werkt hem als een rechtgeaarde communist tegen, heeft hij het er goed naar zijn zin. Tot groot enthousiasme van de leerlingen begint hij met het geven van schermlessen. En hij wordt verliefd op een lerares.  Maar de genoemde directeur maakt vuile handen door een belastend onderzoek naar hem te starten. De leraar volgt echter zijn geweten en hij laat desondanks zijn schoolteam deelnemen aan een prestigieus schermtoernooi in Leningrad. En met succes! Echter na de prijsuitreiking wordt de leraar voor de betraande ogen van de leerlingen die in hem een vaderfiguur zagen, gearresteerd. Hun eigen vaders zijn allemaal weggevoerd naar Siberië of zitten elders gevangen. Als Stalin een paar jaar later sterft, keert de leraar terug en wordt hij met open armen ontvangen door alle leerlingen en zijn geliefde.

Het is voor ons als christenen een levensopdracht om, niet zoals de directeur van de school, geen vuile handen te maken. Maar evenzeer er geen dubbele agenda op na te houden. Nee, we mogen een voorbeeld nemen aan de leerlingen die de leraar die met hen begaan is als een vader, onbevooroordeeld in hun hart sluiten. Ze treden hem met open vizier tegemoet. Vinden we hiervan iets terug in de lezingen van de zondag? Ik meen van wel…

  • in het boek Leviticus (13, 1-2.45-46) vertelt God aan Mozes wat hij moet doen bij melaatsheid in de gemeenschap;
  • in de eerste brief aan de Korintiërs (10, 31-33; 11,1) spreekt Paulus over het doen ter ere van God;
  • en in het Evangelie volgens Marcus (1, 40-45) geneest Jezus een melaatse.

In de passage uit het boek Leviticus, een van de vijf boeken van Mozes, zijn we getuige van een gesprek tussen God en Mozes. De laatstgenoemde krijgt een korte en bondige opdracht mee. Als er iemand van het volk Israël melaats is of lepra heeft dan moet hij of zij fysiek buiten de gemeenschap leven, hetgeen ook zichtbaar moet zijn door zijn of haar kleding en haardracht. En om er niet mee in aanraking te komen moet de melaatse ‘onrein’ roepen want de ziekte is, net zoals Corona, besmettelijk. Het moment van uitsluiting en terugkeer wordt bepaald door een priester. Deze speelt evenzeer en als een vader, een onderscheidende rol bij de geestelijke onreinheid vanwege immoreel gedrag. De zus van Mozes maakt bijvoorbeeld vuile handen door jaloers te zijn op de vriendschap van haar broer met God. In beide gevallen, van de lichamelijke en geestelijke onreinheid, heeft de priester namens God de taak om te beschermen maar ook om ‘de buitenstaander’ te doen terugkeren. De blik mag beide keren hoopvol op God gericht zijn. God strijdt onbevooroordeeld en met een open vizier voor ons met de bedoeling om ons te helen, om opnieuw mens te worden naar zijn beeld en gelijkenis…Hij is immers onze Vader.

Jezus gaat in gesprek met een melaatse, met dezelfde intentie waarmee God in dialoog gaat met Mozes over melaatsheid: genezing. De melaatse verlangt om gereinigd te worden vanuit het vertrouwen dat Jezus dit wil en kan. Hij gelooft in Hem als de Messias en dat is de eerste stap in de goede richting. Het gaat vooraf aan de lichamelijke genezing. Jezus steekt, ondanks de besmettelijkheid van de ziekte, zijn hand naar hem uit. Hij ziet zijn geloof en dat is voldoende om genezen te worden, om een teken van liefde te stellen. Hij doet dit met simpele woorden ‘Ik wil, wordt rein’. Bij God staat immers het spreken gelijk aan het doen, zoals we eerder zagen in het boek van de schepping, Genesis. Tevens horen we iets terug uit het boek Leviticus, ‘ga je aan de priester laten zien’, met de bedoeling om weer toegelaten te worden tot de gemeenschap. Echter ook om het religieuze gezag het bewijs te geven dat Jezus de beloofde Redder is. Het is echter ook de reden waarom Hij de genezen man verbiedt om het gebeurde te vertellen, om te voorkomen dat Jezus louter en alleen als een wonderdokter wordt weggezet.

Het opbouwen van de gemeenschap met God en met elkaar, vraagt van ons dat wij, de liefde tot Hem en elkaar serieus nemen. Dit betekent zoveel als geen aanstoot geven aan God en anderen, of geen vuile handen maken. Immers zo’n gedrag, lichaam en geest werken op elkaar in, kan ook een lichamelijk ziek worden tot gevolg hebben. Jezus wil ons daarvoor behoeden door zich, net zoals de betreffende leraar in de film, vaderlijk en zonder eigen belang of met open vizier, op te stellen. Hoe kunnen wij zijn voorbeeld volgen? De woorden van een gebed van de Duitse theoloog Karl Rahner geven het antwoord. ‘Ik geloof dat Hij mij vindingrijk in de liefde kan maken. Ik geloof dat Hij mij de moed tot het goede kan geven.  Ik geloof dat Hij mij kracht kan geven in mijn lijden. Ik geloof dat Hij mijn wezen kan doordringen.’ … AMEN

Overweging 5e zondag, 7 februari, door het jaar 2021 B, door pastoor Jacques Grubben.

De Blijde Boodschap! Wij zijn als christenen genodigd om de vreugdevolle inhoud  naar de mensen toe te dragen, haar voor te leven. Echter in ieders leven zit ook iets van lijden. Het hoort er als het ware bij, in alle tijden. Er valt te denken aan ziekte, armoede, ongerechtigheid en de dood. We kunnen daar ook zaken zoals bijvoorbeeld het misbruik, de verslaving, de vervolging en het (digitaal) pesten aan toevoegen. Maar door met elkaar over het lijden te spreken, er samen over te bidden, door voor elkaar op te komen, (ver) dragen wij als gemeenschap het lijden. Dan krijgt de vreugde een kans. Krachtens het Evangelie is deze vorm van gedrag te bestempelen als een uiting van naastenliefde die vruchtbaar is en die gemeenschap sticht en of voedt. Ook Jezus heeft zijn deel van het lijden op zich genomen. Hij doorstond de vervolging van het religieuze gezag, de verwerping door mensen en Hij stierf voor ons aan het kruis. Daarmee stelde Hij een daad van genezende en reddende liefde en stichtte de gemeenschap van de Kerk. Wat een vreugde…

Recent zag ik de Letse film ‘The mover’ over de Naziterreur en de vervolging van de Joden in de jaren 1941-44. In dit grote lijden stonden de Let Zanis Lipke en zijn vrouw samen op. Ze namen een groot risico door verschillende Joden uit het getto in Riga te redden en onder te brengen onder hun huis. Met gevaar voor eigen leven hebben ze er uiteindelijk zo’n vijftig weten te redden van een mensonwaardige dood. Ze hebben met andere woorden, in geloof en uit naastenliefde, het lijden van het Joodse volk meegedragen maar er werd echter ook zoiets als een gemeenschap gesticht. Hierdoor kreeg het Evangelie opnieuw gestalte en was Jezus in hun midden. Vreugde en lijden gaan hand in hand…

Wat hebben de lezingen ons te vertellen?

  • in het boek Job (7, 1-4, 6-7) schetst Job een somber vooruitzicht van zijn verdere leven;
  • in de eerste brief aan de Korintiërs (9, 16-19, 22-23) spreekt de apostel Paulus over zijn aandrang om het Evangelie te verkondigen;
  • en het Evangelie volgens Marcus (1, 29-39) gaat over de verkondiging en het genezen van mensen in verbondenheid met de Vader.

In de eerste lezing begint Job met een klaagzang over het dagelijkse leven. Het is hard werken en hij ziet uit naar rust en een beloning. Zijn leven gaat in een sneltreinvaart voorbij en het voelt alsof hij wordt geleefd, hetgeen heel herkenbaar is met of zonder Coronabeperkingen. Job is de rechtvaardige die lijdt. Job is echter ook de mens die weet dat ‘goed doen’ gelijk staat aan ‘goed ontmoeten.’ Hij gaat in gesprek met drie van zijn ‘vrienden’ die hem er van beschuldigen dat het lijden hem terecht treft. God straft niet voor niets, betogen zij. Job is het daar hardgrondig mee oneens. Hij is een gelovige man die het besef heeft van de vergankelijkheid van het mensenleven maar ook respect heeft voor de scheppende almacht en liefde van God. In zijn gebroken zijn en in zijn lijden wendt hij zich uiteindelijk in zijn klaagzang tot God, die hij trouw blijft. En God is Job nabij. Hij zal de verlangde beloning en rust ontvangen. En hij ervaart de boodschap van de woorden van psalm 147 ‘Prijst nu de Heer, gebroken harten geneest Hij weer’, ten diepste.

Na het bezoek aan de synagoge van Kafarnaüm, waarin Jezus zijn liefde voor God de Vader laat zien, gaat hij op huis of ziekenbezoek. Hij stelt een teken van naastenliefde. Zo legt Jezus de vreugdevolle kern van de Blijde Boodschap, het dubbelgebod van de liefde, bloot. Hij wordt attent gemaakt op een ernstig zieke die Hij geneest waarna zij Hem en zijn metgezellen gastvrijheid betoont. Weer, een teken van naastenliefde. Jezus is gekomen voor de zieken en de zondaars. Het verbaast dan ook niet dat Hij ’s avonds hen opnieuw de handen oplegt, geneest en hen bevrijdt. In de nacht komt zijn verbondenheid of trouw aan God aan het licht. De zoekende leerlingen vinden Hem uiteindelijk in gebed. Het is immers God de Vader zelf die Hem menselijkerwijs in zijn zending draagt en Hem roept om het Evangelie verder te dragen in doen en laten. Voor ons als christenen moet het eigenlijk niet anders zijn. Jezus trekt in de ochtend met zijn leerlingen naar de omliggende dorpen om te verkondigen, mensen te bevrijden en of te genezen. De Messiaanse heilsboodschap van ‘echt’ leven moet immers in de tijd die Hem gegeven is, in woord en daad gestalte krijgen. En door de ‘lijdenden’ nabij te zijn maakt Hij het lijden in ieder mens vruchtbaar. Hij nodigt hen en ons uit om dit als een wezenlijk onderdeel van het leven met de Blijde Boodschap aan te nemen.

Wat zit er voor ons in het vat? Het Evangelie aan elkaar voorleven door het voorbeeld van Jezus te volgen. En door ons in het leven, net zoals de apostel Paulus, hierin gedreven te weten door de Heilige Geest. Deze vuurt ons aan, bemoedigt ons en Hij doet ons met liefde volharden om de toevertrouwde taak te volbrengen. Niet alleen er over praten, er voor bidden maar ook gewoon doen. Dat is de kern van het Evangelie dat de Letse verzetsheld Zanis Lipke en zijn vrouw in praktijk hebben gebracht. Het Evangelie is immers een reddende kracht die door het lijden heen, vreugde of leven brengt. Moeder Teresa bad met deze woorden: Stel mij in staat om begrip op te brengen en schenk mij het geloof dat bergen kan verzetten, maar op liefdevolle wijze. Leer mij om steeds die geduldige en vriendelijke soort van liefde aan de dag te leggen, om nooit afgunstig, verwaand, egoïstisch of prikkelbaar te zijn. De liefde die haar vreugde put uit de waarheid en die steeds bereid is om te vergeven, te geloven, te hopen en te verdragen.‘ …AMEN

Overweging 31 januari, 4e zondag door het jaar 2021 B door pastoor Jacques Grubben

De vrijheid van spreken is een groot goed. De recente arrestatie van de  oppositieleider Navalny na zijn terugkeer in Rusland en daaropvolgende wereldwijde protesten, laten dit zien. In het afgelopen weekend zag ik de film ‘Ashes in the snow’ over de deportatie van vele intelligentsia en hun gezinnen uit het naoorlogse Litouwen naar Siberië. De vrijheid van spreken, rekening houdend met de normen van goed fatsoen is, ondanks de wereldwijde verbeteringen, opnieuw een probleem. Spreken kan verbinden of verdelen, dat zagen we afgelopen dagen ook in Nederland. Het gezag waarmee gesproken wordt, denk aan onder meer de huidige influencers, is hierin alles bepalend. Dat was in Jezus’ tijd niet anders. Het vrij spreken over God wat Jezus deed, kan bevrijdend zijn. Het neemt bijvoorbeeld de angst weg die er voor Hem of de Vader kan bestaan. Dat was in de tijd van de donderpreken helaas anders. En ook het sacramenteel vrijspreken namens God geeft ademruimte door de bevrijdende vergeving. De vrijheid van spreken brengt tot slot een gesprek op gang. Het is of voelt als het in vrijheid elkaar ontmoeten, van een spreken tot en een luisteren naar elkaar. De lezingen hebben een soortgelijke boodschap…

  • in het boek Deuteronomium (18, 15-20) spreekt Mozes over een profeet in de toekomst;
  • de eerste brief van de apostel Paulus aan de Korintiërs (7, 32-35) gaat over de levensstaat;
  • en het Evangelie volgens Marcus (1, 21-28) handelt tenslotte het optreden van Jezus in Kafarnaüm.

Het spreken van Mozes als leraar en als herder van het volk Israël is gezaghebbend. Hij spreekt frank en vrij over de toekomst, over de boodschapper of profeet van God als het volk is aangekomen in het Beloofde Land. De profeet is iemand uit het eigen volk die hen namens God ‘de weg’ in geloof zal wijzen. God kiest bij monde van Mozes hiervoor omdat zijn indrukwekkend spreken met het bijbehorende natuurgeweld op de berg Sinaï, beangstigend was voor Israël. Mozes raadt het volk aan om, zoals ze naar hem hebben gedaan, te luisteren naar deze boodschapper. Er moet immers over het leven uiteindelijk ook rekenschap worden afgelegd. De bedoelingen van God zijn goed. Het bericht is echter een waarschuwing voor de tijd, die door Hem al voorzien wordt, van geloofsafval en afgoderij in de toekomst. De goed bedoelde waarschuwing klinkt ook door in het refrein van de psalm 95: ‘Luistert heden naar zijn stem, weest niet halsstarrig.’ Deze woorden zijn echter evenzeer een appél voor de mensen van alle tijden…Zij maken ons niet onvrij maar beogen en bereiken het tegenovergestelde, een vrij zijn in God.

De evangelist Marcus schrijft compact en richt zich, naar wat wordt aangenomen als ‘schrijfknecht’ van de apostel Petrus tot de niet-Joodse christenen. Vandaag bericht hij ons over een tweetal momenten waarop Jezus gezagvol en in vrijheid conform zijn zending, optreedt te midden van het volk. Hij doet dat in Kafarnaüm waar hij naar verluidt woont in een door dezelfde Petrus ter beschikking gesteld huis. En Hij houdt zich aan de Joodse Wet en gaat op de Sabbat naar de synagoge, het Joodse gebedshuis. Daar spreekt Hij gezagvol als de ‘nieuwe’ Mozes, en krachtiger dan de Farizeeën, zo zegt men. Hij drijft met gezag een onreine geest uit een bezetene uit. Het krachtige handelen tot twee keer toe, onthult zijn identiteit maar Hij verbiedt de onreine geest daarover te spreken. Waarom? Hij treedt toch op als de gezondene of gezalfde van God, als de Messias? Is zijn identiteit belemmerend voor zijn vrije spreken? Nee, de ware reden voor het zwijgverbod van Jezus is een andere. Hij wil voorkomen dat het volk een verkeerd beeld krijgt van zijn Messias zijn . Hij is immers niet de Messias die Israël komt bevrijden van de vreemde overheersing van de Romeinse bezetters. Het volk moet weten dat zijn identiteit als Messias, een andere is namelijk die van de lijdende dienaar krachtens de woorden van de profeet Jesaja uit de achtste eeuw voor Christus. Voor velen wordt dat pas duidelijk als Jezus lijdt en sterft aan het kruis maar voor velen helaas ook niet…

Wij merken in onze tijd, zoals in de geschiedenis als vaker het geval was, dat het in vrijheid spreken over ons geloof moeilijker wordt. Een ‘onbezorgd’ leven, zit er  in die zin niet in voor ons christenen. Daarvoor hoef je niet alleen de cijfers van de organisatie ‘Open doors’ over de toename van de wereldwijde vervolging van de christenen, te raadplegen. Feitelijk zegt de apostel Paulus, zij het in een ander verband, dit ook. Door de korte perikoop van de eerste brief aan de christenen van Korinthe heen, roept hij gelovige mensen – gehuwd of ongehuwd – op tot een onverdeelde gerichtheid op Christus. De jonge zalige Carlo Acutis,  raadt aan om onze blik niet op onszelf maar op God te richten. Dat zal ons werkelijk vrij maken en diepe innerlijke vreugde geven in het leven. We zullen  ten diepste ervaren dat de God die liefde is, in de persoon van Jezus Christus,  oneindig barmhartig is. Hij spreekt ons vrij, doet ons onbevreesd zijn en leert ons om in vertrouwen en vrij te spreken over Hem. Op de achtergrond resoneren opnieuw de woorden van psalm 95 ‘Luistert heden naar zijn stem, weest niet halsstarrig’. Een goede raad die ons tot slot wordt meegegeven…AMEN

 

Overweging van 24 januari, 3e zondag door het jaar 2021 B, door pastoor Jacques Grubben.

Vandaag wordt de Bidweek voor de Eenheid onder de christenen afgesloten. Het thema ‘Blijf in mijn liefde’ uit het Evangelie volgens Johannes biedt een aanknopingspunt bij de lezingen. De Blijde boodschap is een gebeuren van de liefde tussen God en mensen. Dat werd in eerste aanloop al zichtbaar door de boodschappen van de profeten in het Oude Testament. En nadrukkelijk in het leven en de verkondiging door Jezus Christus. Hij, de zoon van God werd uit liefde voor de mensen, zelf mens en gaf zijn leven op het kruis. Er is een grote behoefte aan de Liefde die God is, in de wereld van toen en die van nu. Het gaat er om die Liefde te herkennen door het stellen van een teken van wederliefde zowel naar God als de medemensen toe. Het is een universele oproep voor alle tijden, opdat allen één zijn. Jezus bad er nadrukkelijk voor op de avond van het Laatste Avondmaal. Om dit alles te bewerkstellingen dienen onze blik op Jezus in plaats van op onszelf te richten. Dat zal vreugde geven, zegt de jonge Carlo Acutis, die vorig jaar zalig verklaard werd. De lezingen wijzen ons de weg…

  • de profeet Jona (3, 1-5.10) roept op Gods verzoek, de inwoners van Ninive op tot bekering;
  • de eerste brief van de apostel Paulus aan de Korintiërs (7, 29-31) spreekt over het niet (blijven) vastzitten aan het aardse;
  • en het Evangelie volgens Marcus (1, 14-20) gaat over de roeping van de eerste vier apostelen.

Jona wordt als Jood geroepen om als een profeet van God te gaan naar de inwoners van Ninivé. Dat zijn geen Joden en dus heidenen. De Joden waren het uitverkoren volk van God. Het is derhalve zoiets als een ‘wij’ tegenover een ‘zij’. Echter juist de oproep van God bij monde van Jona laat iets zien van Gods uiteindelijke bedoelingen. Hij wil verzamelen en tot eenheid brengen. Hij verlangt naar een ‘wij’. Hij is immers de God van alle mensen en heeft iedereen lief. Wij zijn, zijn kinderen. Ninivé is de hoofdstad van het Assyrische Rijk. In de 8e eeuw voor Christus zullen de Assyriërs het gebied van tien van de twaalf stammen van het volk Israël, innemen. De reden dat God dit toelaat heeft te maken met het ongeloof en de door Israël gepraktiseerde afgoderij. De goede afloop van de missie tot bekering van Ninivé kunnen we eigenlijk als een spiegel hanteren die Israël maar ook ons wordt voorgehouden. God heeft immers clementie met de grote heidense stad die zich op de waarschuwing van de profeet Jona bekeert. Eens te meer blijkt hieruit het mededogen van God. Hij wil verzamelen en bijeen brengen in plaats van vernietigen. Hij geeft de inwoners van Ninivé veertig dagen de tijd om zich te bezinnen, om de blik op God in plaats van zichzelf te richten. Dat brengt vreugde in plaats van verdriet. Het geloof hechten aan de woorden van de boodschapper Gods betekent uiteindelijk redding voor alles wat er leeft in de stad.

In het Evangelie vernemen wij soortgelijke woorden. Johannes de Doper wordt gevangen genomen door koning Herodes. Dit markeert het begin van de openbare verkondiging van de Blijde Boodschap door Jezus. Hij is, zie de eerdere gebeurtenis van zijn Doopsel in de Jordaan door dezelfde Johannes, de gezondene van God. Hij is de gezalfde van God zoals de profeet Jesaja hem eeuwen eerder aankondigt als de beloofde Redder of Messias. Er breekt een nieuwe tijd aan als God door de ultieme stap maakt in het tot eenheid brengen van de Joden en de niet Joden, van alle mensen. Niet langer een ‘wij’ en een ‘zij’ maar alleen een ‘wij’. De tijd is nabij, zegt Jezus of beter gezegd hij is er al want het echte geloof in Jezus als de Christus of de Verlosser, brengt samen. Dat kan echter alleen, toen en nu, door onze blik op Hem en niet op onszelf te richten. Met andere woorden: door de liefde tot God en naaste te prevaleren of door in Zijn liefde te blijven. Al doende worden we dan ‘mensenvissers’ net zoals de apostelen. We zijn allen geroepen om de Blijde Boodschap, de genoemde liefdesboodschap, voor te leven en iedereen hiervoor uit te nodigen.

Als wij dit proberen gestalte te geven in Jezus’ naam dan is het ‘Jezus, die langs komt, die uitnodigt en doet volgen’. Het vraagt zoals de apostel Paulus het tot slot zegt in zijn 1e brief aan de christenen van Korinthe, dat we met het aardse ‘omgaan’ maar er niet ‘aan vast zitten’. Of met de woorden van de apostel Johannes: we zijn wel in de wereld maar niet van de wereld. We zijn immers van God. Dat brengt niet alleen redding maar ook leven en vreugde. En dit kan al met de woorden van Moeder Teresa door een glimlach te schenken aan iemand die bedroefd is; door een bezoek te brengen aan iemand die eenzaam is; door een paraplu op te steken voor iemand die in de regen loopt; of door iets voor te lezen aan een blinde…Dan maken we de liefdevolle blik van Jezus die op ons allen gericht is, zichtbaar. Ze schijnt door ons heen naar onze naaste……AMEN

Overweging, 17 januari, 2e zondag door het jaar 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

‘Het is weer groen’, zei een van onze priesterdocenten op het seminarie, ieder jaar weer, bij de eerste Mis na de Doop van de Heer. We horen dat ‘God langs komt’. Dat is op zijn Brabants gezegd, dat Hij op bezoek komt. Echter goed beschouwd staat er, dat Hij voorbij gaat. Dat gebeurt zowel als Hij de profeet Samuël roept alsook in het voorbijgaan van Johannes de Doper en zijn leerlingen. ‘Zie het Lam Gods’ wordt er gezegd en twee van zijn leerlingen volgen Hem. In beide gevallen, bij de profeet Samuël en bij de latere apostelen Andreas en Johannes, willen ze God beter leren kennen en zijn bedoelingen achterhalen. De ene keer met de woorden ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’ en de andere maal met ‘Rabbi of Meester, waar houdt Gij U op?’ Ze worden als het ware aangetrokken als door een magneet. En ze willen door Hem bij de hand genomen en of geïnspireerd worden. Of met de woorden van Thomas van Kempen (15e eeuw) ‘Trek mij mee, opdat ik enthousiaster achter U aan kan snellen.’ En dat mag ook voor ons gelden. De Heer roept ons om Hem te volgen en om deel uit te maken van de gemeenschap van de wereldwijde Kerk. Laten we omzien naar de lezingen van deze zondag…

  • het eerste boek Samuel (3, 3b-10, 19) gaat over de roeping van Samuël;
  • de eerste brief van de apostel Paulus (6, 13c-15a, 17-20) bespreekt de betekenis van het lid zijn van het lichaam van Christus, de Kerk;
  • en het Evangelie volgens Johannes (1, 35-42) gaat over het volgen van het Lam van God.

‘De lamp van God was nog niet gedoofd’ staat er bij de profeet Samuël. Het is de tijd van de door God verworpen koning Saul en er zal een nieuwe koning komen, David. Als de jonge Samuël zich te rusten legt bij het Allerheiligste, de Ark van God, dan is het donker. In die zin kunnen we het ‘nog niet gedoofd’ zijn verstaan. Maar deze woorden kunnen we kunnen betekenen dat er een verminderde mate van geloof of beter gezegd ongeloof bestaat in Israël. En tenslotte ook nog dat God mededogen heeft met zijn volk en de kwijnende vlaspit niet dooft. De naam Samuël verwijst naar het geloven in God. De Hebreeuwse woorden Samu en El kunnen vertaald worden met het ‘horen naar God’. Ze vertellen ons iets over zijn toekomstige rol als boodschapper van God die al naar gelang de Geest hem ingeeft, handelt. En dan ‘komt God langs’ maar de jonge Samuël weet niet wie het is die hem roept. De priester Eli beseft dat ook niet direct en pas bij de derde keer valt het kwartje bij hem. Dat zegt iets over de verstoorde relatie tussen God en zijn volk en over Gods mededogen met Hen, ‘de lamp van God is nog niet gedoofd.’ Eli adviseert nu de jongen om, mocht de Heer hem weer roepen, te antwoorden met ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’ In vervolg van zijn leven wordt Samuël steeds meer met Gods Geest vervuld. Hij wordt voorbereidt op de taak die hem wacht, het handelen in Zijn naam. Als God roept, op unieke wijze, dan wordt ook aan ons gevraagd om, net als Samuel, te horen naar of open te staan voor Hem. Om te luisteren naar wat de Geest zegt, om samen op weg te gaan en te ontdekken wat er van ons gevraagd wordt. Ons antwoord mag dan, met de woorden van de psalm 40, zijn: ‘Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen’ …

Johannes de Doper doopt met het water van de Jordaan. Het is een Doopsel van bekering. Hij nodigt mensen uit om zich om te keren naar God en vandaar uit met vertrouwen met Hem op weg te gaan. Zijn leerlingen zijn bij hem als ‘Jezus langs komt’. Hij zegt: ‘Zie het Lam van God’. Dat betekent zoveel als, dit is de Messias. De uitspraak ‘Lam van God’ verwijst terug naar de bevrijdende uittocht uit Egypte. Tegelijkertijd wijst zij ook vooruit naar het bevrijdende handelen van Jezus in zijn Passie. In beide gevallen is het een uitnodiging om door het geloof in God, een nieuwe mens te worden. Tegen deze achtergrond volgen twee van de leerlingen van Johannes de Doper, Jezus. Het zijn Andreas, de broer van Simon Petrus en Johannes, de broer van Jacobus van Zebedeus. Er zijn vier kernwoorden die opvallen in daaropvolgende passage. Allereerst het volgen van de Heer want dat is het wat deze twee doen. Jezus draait zich om en vraagt naar het waarom en of wat ze van Hem verlangen. Hun antwoord is: ‘Rabbi of Meester, waar houdt U zich op? Eigentijds gezegd: Waar woont U? Wij willen U beter leren kennen. Andreas en Johannes gaan met Hem mee en blijven een paar uur bij Hem. De eerstgenoemde gaat daarna op zoek naar zijn broer Simon. Hij vindt hem en vertelt dat ze de Messias gevonden hebben. Daarop volgt, als Simon bij Jezus komt, een naamsverandering. Hij zal voortaan Kefas, dat is rots of Petrus, heten. Wat Johannes doet, weten we niet. Maar ik zou mij kunnen voorstellen dat hij alles, net zoals Maria, de moeder van Jezus, in de stilte van zijn hart bij God brengt. Ook hij heeft gevonden naar wie hij verlangde, de Messias, zoals verder op in het Evangelie zal blijken.

Wij worden in ons leven geroepen tot het geloof in Jezus, de Christus of de Messias. Wij genodigd, om een stap te maken naar Hem, om Hem te volgen en om onze rust te vinden bij Hem. In ons antwoord en ons volgen worden wij, zoals de apostel Paulus het zegt, met Hem verenigt door en in één Geest. Om vanuit Hem, in het dagelijks leven, te gaan vanuit en terug te keren naar Hem. Of zoals Thomas van Kempen al in de 15e eeuw wist: ‘Als U trekt, zie, dan kom ik, zie, dan haast ik mij, snel ik, gloei ik. Maar doet U dat niet, dan snel ik niet, zoek ik niet en voel ik nauwelijks aandrang om U te volgen.’ …AMEN

Overweging Doop van de Heer, 10 januari 2021 B, door pastoor Jacques Grubben.

Bij het nadenken over water denken we wellicht aan een begrip zoals het watermanagement. Onze koning heeft hier een binding mee. Daar zullen we het vandaag echter niet over hebben. Het woord water vinden we op veel plaatsen in de Bijbel. Denk maar eens aan de eerste regels van het boek Genesis ‘En de Geest van God zweefde over de wateren.’ Of de woorden van Jezus bij de evangelist Johannes ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke..’ En ook het ‘…terstond kwam er bloed en water uit…’ op het moment dat Jezus op het kruis doorstoken, kent een belangrijke plaats toe aan het water. Tot slot bij zijn Doopsel in de Jordaan dat ons vandaag ter overweging wordt voorgehouden.

Vlak voor een kinderdoop ben ik gewoon om aan de aanwezige kinderen te vragen waar wij het water voor gebruiken. Er volgen dan allerlei antwoorden zoals bijvoorbeeld, het drinken en het wassen. Meestal voeg ik daaraan toe dat de mens voor een groot deel uit water bestaat. Dat veroorzaakt echter veelal vragende blikken. Uiteindelijk komen we uit bij de doop van Jezus. Wij volgen zijn voorbeeld en horen door het Doopsel bij Hem en grote familie van de Kerk. Een van de kernwaarden van het geloof van ons Doopsel is het dagelijks bidden van het Onze Vader. Dit gebed vat als het ware het Evangelie, dé boodschap van het geloof, samen. De Westerse kerkvader Augustinus uit de 5e eeuw noemt het Onze Vader zelfs ons dagelijks Doopsel.

De eerste lezing en het Evangelie gaan vandaag over het water…

  • de profeet Jesaja (55, 1-11) nodigt het volk Israël uit om in hun nood tot de Heer te gaan ;
  • de eerste brief van de apostel Johannes (5, 1-9) houdt de lezers voor om in Jezus als Verlosser te geloven en de geboden te onderhouden;
  • en het Evangelie volgens Marcus (1, 7-11) gaat over het Doopsel van Jezus door Johannes de Doper.

De profeet Jesaja richt zich namens God tot allen die terugkeren uit de grote ballingschap in Babylon. Een deel van het volk had zich door middel van afgoderij afgekeerd van Hem. Desalniettemin neemt God, die trouw is aan het Verbond, de zorg voor hen serieus. Hij biedt ze de mogelijkheid tot een nieuw begin zoals bij het Doopsel. Hij wil hun dorst laven. Zij worden geroepen om naar het water te komen. Er wordt echter ook gesproken over melk, wijn, brood en over geld. Een goede voeding is natuurlijk onontbeerlijk voor de mens maar het gaat hier over iets anders, iets veel belangrijkers. Jesaja spreekt over de geestelijke dorst die God wil laven en over het schoonwassen van de afgoderij die is bedreven. Hij wenst als een echte Vader opnieuw te beginnen met hen en weer vruchtbaar en levend maken in geloof. Daarvoor is er wel eerst de ommekeer nodig van de afvalligen. Hij wil immers iedereen insluiten. Of met de woorden van de woorden van Jesaja: ‘U zult in vreugde water putten aan de bronnen van uw redder.’

Johannes de Doper is dé getuige van deze Redder Hij spreekt over Hem als iemand die sterker en waardiger is dan hijzelf. Hij doopt met water maar Jezus doopt met de Heilige Geest, die het echte leven geeft. In Hem zijn we genodigd om te geloven. En toch is er bij het Doopsel van Jezus sprake van zoiets als een omgekeerde wereld. De Redder of de Christus wordt gedoopt door zijn wegbereider Johannes. De hemel wil het zo. En er is meer wat de hemel wil; een verbinding tot stand brengen tussen de hemel en de aarde als een band die leven brengt en vruchtbaarheid geeft. De hemel scheurt open, de Heilige Geest daalt in de gedaante van een duif op Jezus neer en God, de Vader spreekt. Een Drie-een gebeuren van uitverkiezing ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik  welbehagen heb.’ Maar in het vervolg ook van roeping en navolging in het ‘Luistert naar Hem.’ Het laatste begint bij ons Doopsel waarin we met zoveel woorden gevraagd worden om, zoals onze bisschop het zegt, onze verantwoordelijkheid te (blijven) nemen.

Echter het betekent ook strijd zoals de apostel Johannes het in zijn strijdbare eerste brief zegt. Hij roept ons op om getuige te zijn van de Christus. Of met andere woorden om ‘niet van de wereld te zijn’ en door Hem totaal na te volgen in het liefde zijn. Dat alles kunnen we alleen maar volbrengen door het geloof in Jezus als onze Redder en Verlosser. Dan blijven wij in Hem en Hij in ons. Het geeft ons de kracht en de moed om deze liefde tot God en de naaste te volbrengen. Onze dagelijkse voeding ontvangen wij in het vieren en het ontvangen van de Heer in de Eucharistie. Tevens worden wij door het regelmatig ontvangen van het sacrament van Boete en Verzoening ‘schoon gewassen’. Dit alles zal ons instaat stellen om het Evangelie werkelijk te leven dat zoals gezegd, compact is samengevat in het Onze Vader. En dan zullen de zachte woorden ‘Jij bent mijn zoon of dochter, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb.’

Een gebed van Marinus van de Berg tot slot. ‘Zegen ons met de dauw van uw liefde. Zegen ons met uw warmhartige nevel, dat we elkaar niet besmetten met vrees,. dat wij onze harten niet op afstand houden. Zegen ons met zorg en aandacht om elkaar, dat wij niet onverschillig en slordig leven. Kroon ons met de naam van Uw Hoop, de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ …AMEN