Overwegingen van achter ons liggende zondagen.

Overweging,6 juni,  Heilig Sacrament 2021 B, door pastoor Jacques Grubben.

In mijn oude parochie trekt jaarlijks, bij goed weer, de Heilig Bloedprocessie door de straten van Boxtel. Vaandels, bruidjes, prachtig versierde perken in het kasteelpark en vele figuranten behoorden en behoren tot de vaste elementen. En veel volk natuurlijk! In de 14e eeuw heeft een priester door onvoorzichtigheid, tijdens de heilige Mis, de kelk omgeschoten en zowel het altaar-linnen als de corporale kleurden rood. Al snel wordt het gebeurde, mede door de tussenkomst van de kasteelheer, in Rome als een bloedwonder erkend. Echter in de tijd van en na de Reformatie tot en met 1924 trekt er geen Bloedprocessie door de straten van Boxtel. Een van de, tijdens de Reformatie, in het Vlaamse Hoogstraten in veiligheid gebrachte doeken keert op plechtige wijze in 1924 terug naar de Sint Petruskerk, waar het allemaal begonnen is.

Het voorgaande brengt de levensgave van Jezus Christus alsmede de woorden van het Laatste Avondmaal ‘Blijft dit doen tot mijn gedachtenis’, in herinnering. Op deze avond wordt het sacrament van de Eucharistie met woorden, en een dag later op het kruis met daden, als hét teken van de overgrote liefde door de Heer ingesteld. De Kerk wordt gesticht en met het bloed aan het kruis vergoten wordt het Nieuwe Verbond bekrachtigd. Aan ons wordt het Lichaam en Bloed van Jezus als voedsel voor onderweg meegegeven om in geloof verbonden te blijven met Hem. De woorden ‘Neemt en eet en …Neemt en drinkt…’ klinken mee. En dat moet ons in ‘vuur en vlam’ zetten aldus Gerondas Passios, een orthodoxe monnik van de Griekse berg Athos. Welke betekenis hebben deze woorden echter nog voor de mensen van onze tijd, zo vraag ik mij in alle eerlijkheid af?

De lezingen van de zondag spreken over het Oude en Nieuwe Verbond…

  • in het boek Exodus (24, 3-8) wordt het eerste verbond gesloten;
  • in de brief aan de Hebreeën (9, 11-15) wordt een vergelijking gemaakt tussen het oude en nieuwe hogepriesterschap;
  • in het Evangelie volgens Marcus (14,12-16.22-26) staan we stil bij het Laatste Avondmaal.

In zoiets als een tweegesprek tussen God en Mozes worden in het boek Exodus op de berg Sinaï de woorden van het Oude Verbond op stenen tafelen vastgelegd. Naderhand worden ze door de laatstgenoemde als boodschapper en vriend van God aan het volk Israël doorgegeven. Na hun instemming worden deze met het bloed van jonge stieren in drievoud bekrachtigd. Dit alles vindt plaats op en rond een altaar met twaalf wijstenen, verwijzend naar de twaalf stammen van Israël. Na een tweede instemming van het volk wordt alles vastgelegd door de besprenkeling van zowel het altaar, het boek en het volk. Het leidt tot een grote vreugde onder  de aanwezigen. Deze vreugde komt tot uitdrukking in de eerste regel van psalm 116. Zij maakt deel uit van de liturgie van het Joodse Pesach en luidt: ‘Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf.’

In de brief aan de Hebreeën waarvan de auteur en het moment van schrijven niet bekend zijn worden er, in zoiets als een intermezzo, enige verschillen geduid tussen Oud en Nieuw. Bij het sluiten van het Oude Verbond is er sprake van dierlijk bloed. Jezus offert als de zoon van God en mensen echter zijn eigen bloed als de bekrachtiging van het Nieuwe Verbond. Het tabernakel of de tent van het Eerste Verbond wordt, met exacte instructies vanuit de hemel, gemaakt door mensenhanden. De tent van het Tweede verbond, het lichaam van de zoon van God, is echter niet door mensenhanden gemaakt, zo laat de auteur van de genoemde brief ons weten. Jezus wordt geboren uit de volledig door God van zonden gevrijwaarde Maagd Maria. Tot slot wordt het offer op te dragen door de Hogepriester en wiens afstamming teruggaat op Aaron, de broer van Mozes, vergeleken met het offer van Jezus Christus. Hij is immers de nieuwe Hogepriester. In het Oude Verbond moet er jaarlijks een offer voor de eigen zonden en die van het volk worden opgedragen. Het offer van de Heer is slechts eenmalig en definitief.

In het Evangelie komt, hoe kan het ook anders, het sluiten van het Nieuwe Verbond aan de orde. Op de eerste dag van de ongedesemde broden, vermoedelijk de dinsdag voor de Sabbat (zaterdag) waarop het Joodse Pesach wordt gevierd, instrueert Jezus twee van zijn leerlingen om de voorbereidingen hiervoor te treffen. Als een jaarlijks terugkerend gebeuren wordt het feest met tekst en uitleg voor de kinderen gevierd als een niet te vergeten herinnering aan het bevrijdende optreden van God ten tijde van de uittocht uit Egypte. In de Cenakelzaal zal Jezus zijn laatste Pesach vieren en het bevrijdende handelen van God met nieuwe woorden, en een dag later met daden, gestalte geven. Dit alles wordt bekend onder het Laatste Avondmaal. Het gebroken brood wordt zijn Lichaam dat voor ons mensen wordt gegeven en de wijn wordt het Bloed dat wordt onze verlossing wordt vergoten. Zowel het aannemen van het brood als het drinken uit de beker kunnen wij zien als een instemming zoals bij het sluiten van het Oude Verbond. Het vieren van de Eucharistie is in deze zin dan ook vergelijkbaar met het jaarlijks vieren van het oude Pesachfeest immers beiden liggen in elkaar verlengde. De Eucharistie is het nieuwe Pesach of Pasen omdat Jezus, net zoals bij het eerste Pesach, zich uitdeelt als voedsel op onze weg van het geloof… ‘Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf’ zijn dan ook de passende woorden om mee te eindigenAMEN

 

Overweging, 30 mei, Heilige Drie-eenheid 2021 B door pastoor Jacques Grubben

Vandaag vieren wij het patroonsfeest van onze parochie, de Heilige Drie-eenheid. Drie in een en een in drie: onze naamgever, inspirator en ons houvast. Echter de drie-ene God is moeilijk te vatten. In dit verband las ik ruim een jaar geleden het boek ‘Gemeenschap en Andersheid’ van de orthodoxe theoloog Zizioulas. Niet eenvoudig maar toch… God in drie onderscheiden personen maar tegelijkertijd niet te scheiden in hun onderlinge eenheid. Er is kortgezegd sprake van én andersheid én eenheid. Met andere woorden: God is gemeenschap, de Ander, maar tegelijkertijd is er in het de Ander zijn ook sprake van drie unieke personen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook wij mensen zijn geroepen tot gemeenschap, hetgeen al vanaf het begin van de Bijbel helder wordt gemaakt. De mens is immers een sociaal en tot een relatie geroepen persoon. Echter ook hier geldt dat iedere mens uniek is en niet identiek of een kopie van een ander zoals in de bekende film ‘The Matrix’. Zowel bij God als bij de mens is het persoon zijn gericht op het stichten van gemeenschap met God en of de medemens. Het is een beweging van liefde. Bij God is deze onvoorwaardelijk . Ze wordt niet alleen zichtbaar in de personen van de Vader en de Zoon maar ook in hun gezamenlijke liefdesgave, de Heilige Geest. Dit alles wordt prachtig verbeeld in het doek dat mijn voorganger bij zijn afscheid aan de parochie, schonk. Het betreft een beeltenis van de beroemde icoon van de heilige Drie-eenheid van Roeblev met een open plek aan de tafel voor ieder van ons. Dit alles om met behoud van onze uniciteit of het anders zijn, deel te nemen aan deze goddelijke gemeenschap van liefde. Dit als een voorbeeld voor het gemeenschap zijn van de mensen onderling.

De lezingen van de zondag spreken achtereenvolgens over de Vader, de Heilige Geest en de Zoon…

  • in het boek Deuteronomium (4, 32-34.39-40) spreekt Mozes over de God van Israël en zijn geboden of richtlijnen ten leven;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen (8, 14-17) spreekt hij over de Geest van God of van het kindschap;
  • in het Evangelie volgens Mattheüs (28, 16-20) zendt Jezus zijn leerlingen onder de belofte van zijn hulp.

De Hebreeuwse naam van het boek waaruit wij als eerste lezen is ‘Debariem’ of ‘Woorden’. In het boek Deuteronomium vernemen wij de woorden van een drietal redevoeringen van Mozes vlak voordat het volk Israël maar zonder hem, het Beloofde land binnentrekt. Een soort herhalingsoefening om te herinneren en niet te vergeten wat de kernwaarden zijn van het verbond met God. Er is slechts één God van hemel en aarde die aanbeden en verheerlijkt moet worden. Er zijn tien geboden of richtlijnen om te onderhouden waarin het voorgaande is vervat. Deze dienen, zoals de liefde, in het hart geschreven te staan. Ze hebben immers betrekking op de gemeenschap van God en het volk en tussen de leden van het volk onderling. Ook wordt gevraagd om de door Hem verrichtte grote daden steeds te memoreren als zijn tekenen van liefde voor het volk. Het betreft onder meer de verlossende uittocht uit Egypte, de doortocht door de Rode zee, het spreken vanuit het vuur op de berg Sinaï en de uitverkiezing en loutering van het volk Israël in de woestijn. De tussenpsalm lijkt ons als slotsom te zeggen ‘Gelukkig het volk dat zo’n betrokken en liefdevolle God heeft’. Deze woorden hebben ook betekenis voor ons mensen in deze tijd!

In grote lijnen staan in de eerste lezing en het Evangelie God de Vader en de Zoon centraal. In de tussenlezing is dat de Heilige Geest. Eigenlijk ook wel begrijpelijk als je weet dat de Geest de liefde tussen beiden verbeeld. In het Evangelie spreekt Jezus, voordat Hij terugkeert naar de hemel, een laatste keer tot zijn leerlingen. Het zijn de elf overgeblevenen na het verraad van Judas Iskarioth. Na alle tekenen vanaf zijn verrijzenis met Pasen tot dan toe blijken er desalniettemin toch nog twijfelaars of kleingelovigen zoals Jezus Petrus bij de storm op het meer noemt, te zijn. Vandaar ook dat Hij hen, in zijn grenzeloze liefde, opnieuw een hart onder de riem steekt. Hij zegt met zoveel woorden ‘Ik ben God en Ik laat jullie niet alleen’. Daarna zendt Hij hen uit om iedereen over Hem te leren, tot zijn leerlingen te maken en door hen te dopen in de naam van de drie-ene God. Dit alles zal gebeuren in de kracht van de beloofde Helper of de Heilige Geest. De goede verstaander leest in deze laatste regels van het Evangelie de betrokkenheid van de drie-ene God ieder op geheel eigen wijze maar met slechts één bedoeling, het ‘thuisbrengen’ van zoveel mogelijk mensen.

Het aanvaarden, in het geloof als gedoopten, van de leiding van de Heilige Geest in ieders leven maakte hen en maakt ons tot kinderen en erfgenamen van God. Kinderen in onderlinge dienstbaarheid of liefde in plaats van slaafsheid zoals in Egypte zodat wij de Vader van Jezus en in de kracht van de Heilige Geest,  mogen aanspreken met het liefelijke ‘Abba’ of papa. En erfgenamen van God met Jezus Christus door enerzijds ons portie van het lijden in het leven op ons te nemen en anderzijds om te zijner tijd te delen in het nieuwe of verrezen leven bij God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In Jezus is ‘God met ons’ en in de Heilige Geest is ‘God in ons’. Dit alles leidt ons weer terug naar de ‘open plek’ aan de tafel in de icoon van Roeblev… AMEN

 

Overweging, 23 mei, Pinksteren 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

We mogen bidden en vragen om een ‘Nieuw Pinksteren’, zo zei onze paus tijdens zijn bezoek aan Irak. Er is immers een lek van kleingelovigheid, las ik elders, omdat de schepper God vergeten wordt alsook de verantwoordelijkheid van ons Doopsel. We hebben echter de bescherming en de leiding van de Heilige Geest nodig om te weten dat Gods liefdevolle Vaderschap voor ons het richtsnoer ten leven is. Dit betekent echter ten enenmale dat wij ons niet moeten willen laten vervullen door de geest van het ik-jij en hij maar door de Heilige Geest van God-jij en ik. We mogen teruggaan naar de oorspronkelijke relatie met God en de medemens en niet langer in de ban willen zijn van altijd maar de vooruitgang en het berekenen en of controleren van onze toekomst. Kort gezegd, we worden uitgenodigd om terug te keren naar het begin van het christelijke inzicht van God als schepper en Vader, aldus de heilige Russische starets of raadsheer en adviseur, Serafim van Sarov. Immers de Heilige Geest is de verpersoonlijkte liefde van God de Vader en de Zoon, de liefde die op ons mensen en de gehele schepping is gericht om met het oog op ons geluk ons te doen delen daarin.

De lezingen van Pinksteren cirkelen als het ware rondom de Heilige Geest…

  • in de Handelingen van de Apostelen (2, 1-11) wordt het neerdalen van de Heilige Geest beschreven;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Galaten (5, 16-25) spreekt deze over de strijd tussen de Geest van God en de geest van het ik;
  • in het Evangelie volgens Johannes (15, 26-27;16, 12-15) spreekt Jezus over de Helper die Hij en zijn Vader na zijn Hemelvaart zullen zenden.

De evangelist Lucas begint met het beschrijven van de dag van Pinksteren. De apostelen, Maria, de moeder van Jezus en een aantal anderen zijn in gebed bijeen in de zaal van het Laatste Avondmaal. Plots steekt er een ‘wind’ op die zowel het huis als de aanwezigen vervuld. Het doet mij denken aan het moment waarop God bij de schepping de levensadem inblaast bij de eerste mens. Het vervuld worden en het neerdalen in vurige tongen is een gebeuren van de Heilige Geest, de Geest van God. Daarna spreken allen in verschillende talen, immers de Blijde Boodschap is universeel oftewel voor iedereen bedoeld. Opnieuw doet het mij denken aan iets anders maar nu is het een persoonlijk moment, mijn priesterwijding. Zij en ik wisten ons op het moment van de gave van de Geest gedragen en vervuld van een diepe vreugde. Immers de Heilige Geest is de geest van de liefde van God de Vader en de Zoon. En ook ik mocht vanaf toen uitgaan om deze liefde, deze vitale boodschap van leven met Gods woorden en in menselijke gebrokenheid, uit te dragen aan heel de schepping. Dat moment en de tijd daarna zijn, zo is mijn bescheiden mening, ook vergelijkbaar met het harmonische en vreugdevolle gebeuren van charismatische bijeenkomsten waar de Geest van God kan neerdalen op een of meerdere personen. Met enig goede wil mogen we dit bestempelen als een ‘nieuw Pinksteren’…

In het Evangelie dat voorafgaat aan het neerdalen van de Heilige Geest met Pinksteren belooft Jezus, in de aanloop naar zijn lijden, sterven en verrijzen, de Helper of de Heilige Geest. Hij laat de apostelen niet alleen en belooft verbonden te blijven met hen. Het is enerzijds een bemoedigende boodschap maar anderzijds ook een vooruitblik naar het gezonden worden in zijn Naam om zijn missie voort te zetten. Zij, en wij, mogen zijn getuigen zijn van wat de Geest van waarheid, de Geest van God, hen en ook ons ingeeft. Tegelijkertijd zal deze Geest hen en ons, niet alleen leiden bij het verspreiden van de Blijde Boodschap maar ook tot een beter begrip en een dieper inzicht brengen hierin. Dat wil vrij vertaald zeggen dat wij in ons leven niet primair gericht moeten willen zijn op louter vooruitgang. En ook niet dat wij met behulp van berekeningen alles zelf in handen moeten willen nemen. Het delen in zijn Geest mag ons doen beseffen dat we ons leven aan Hem mogen toevertrouwen en ons door Hem mogen laten leiden. Volgens de apostel Paulus betekent dit echter ook dat er gestreden of een keuze gemaakt moet worden. Immers de menselijke geest van de zelfzucht of het ego neemt een belangrijke plaats in, in de menselijke samenleving van toen en nu. Het ik, onder meer tot uitdrukking komend in het consumentisme viert hoogtij alhoewel Corona voor wat verandering heeft gezorgd. De Geest van God daarentegen geeft aan de gemeenschap en de matigheid de voorkeur. Wat cryptisch gezegd wordt in deze hoogst actuele strijd de ‘brede weg’ tegenover de ‘smalle weg’ van het leven geplaatst, de weg van het louter beleven versus de moeizame weg van het maken en volhouden van ‘echte’ levenskeuzes. Daarom is het dagelijks bidden om de gave van de Heilige Geest of de bede om een ‘Nieuw Pinksteren’ nog niet zo vreemd voor ons christenen. En dat kan bijvoorbeeld al met de woorden die ik vond in een folder van de Week Nederlandse missionaris. ‘Maak van mij een regenboog met al die mooie kleuren waarin U, God, voor iedereen uw licht breekt na de regen. Maak van mij een regenboog, symbool van betere tijden, die na iedere storm op zee uw licht kan laten schijnen.’ Moge deze woorden ons inspireren om er op uit trekken om Gods Blijde boodschap handen en voeten te geven in onze omgeving.…AMEN

Overweging, 16 mei, 7e zondag Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Enige jaren geleden vertelde een priestervriend mij over een beeld dat hij kreeg van Jezus op het kruis zonder en later met de armen maar los van zijn lichaam. Na een tijd van gebed en vasten gaf Jezus hem een uitleg. Beide beelden zijn een uitdrukking van het gebrek aan de door Hem vurig verlangde eenheid tussen de katholieke en protestantse Kerk. Dit kunnen we met enige goede wil verbinden met woorden van broeder Roger, de stichter van de oecumenische gemeenschap van Taizé. Hij schrijft: ‘Gemeenschap is een van de mooiste benamingen voor de Kerk: in een gemeenschap hebben strenge verwijten geen recht van bestaan, maar slechts helderheid, goedheid van hart, mededogen… Alleen zó kunnen de poorten van heiligheid worden ontsloten.’  Beide boodschappen verwijzen naar het Hogepriesterlijk gebed van Jezus op Witte donderdag.

‘Opdat allen een zijn’ is de titel van een encycliek van de heilige Paus Johannes Paulus II waarin de door Jezus verlangde eenheid verbonden wordt met de eenheid zoals die bestaat tussen God de Vader en de Zoon. Zij verwoorden tevens het belangrijkste charisma van de stichteres van de internationale Focolare gemeenschap, Chiara Lubich. Hebben de woorden bij de eerstgenoemde betrekking op de eenheid tussen de christenen, de tweede gaat nog een stapje verder door te spreken over de eenheid met de mensen die niet christen zijn.

We bevinden ons in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren. Het is de tijd dat we verlangend uitzien naar de beloofde Helper, de Heilige Geest. Tegelijkertijd kan ons echter het gevoel van verlatenheid bekruipen want Jezus is naar de hemel teruggekeerd. Hij heeft ‘ons’ verlaten. Tegen de achtergrond van dit alles mogen we de vurige bede van Jezus zien als een gebed voor een gemeenschap in eenheid in plaats van verdeeldheid. Met de woorden uit een gebed van Fadiey Lovsky mogen wij, tegen de achtergrond van de  bestaande verdeeldheid, bidden: ‘Heer, maak ons tot verzoeners, tot ware bewerkers van de eenheid, tot onverdroten en hoopgevende vredestichters.’

De lezingen van deze zondag haken in op de verlangde eenheid…

  • in de Handelingen van de Apostelen (1, 15-17.20a.20c-26) gaat het over de uitverkiezing van Mattias als apostel;
  • in de 1e brief van de apostel Johannes (4, 11-16) spreekt hij over de eenheid met God in ons hart;
  • in het Evangelie volgens Johannes (17, 11b-19) bidt Jezus voor de eenheid onder zijn leerlingen.

De apostel Petrus houdt na de Hemelvaart van Jezus, als eerste onder de gelijken in de jonge Kerk en als teken van eenheid, een rede voor de leerlingen. Er moet een opvolger gekozen worden voor Judas Iskarioth, die door zijn verraad een dwaalweg gekozen heeft. Onder leiding van de Heilige Geest moet er, conform de bedoeling van Jezus, een nieuwe twaalfde apostel komen. Het is  nodig dat deze vanaf het begin van het openbare leven van Jezus, dat is het Doopsel in de Jordaan, zich ben Hem heeft aangesloten. Dat wil zeggen dat hij het leven, het lijden en sterven alsmede de verrijzenis van de Heer heeft ‘meegemaakt’. Er zijn twee kandidaten: Barsabbas of Jozef en Mattias. In eenheid met God en elkaar bidden de leerlingen dat zij de juiste keuze mogen maken. Door middel van een menselijke methode en geïnspireerd door Gods Geest valt de keuze op de tweede. Met enige goede wil mogen we zeggen dat zij zich hierin ‘bewerkers van de eenheid’ betonen.

Op de avond van het Laatste Avondmaal bidt Jezus om een soortgelijke eenheid voor Hem en zijn leerlingen zoals die er met zijn Vader bestaat. Hij vraagt om ‘het bewaren, behouden en behoeden’ van zijn leerlingen in eenheid om zijn zending in zijn geest op aarde voort te zetten. De woorden zijn profetisch te noemen als we kijken naar de enorme verdeeldheid binnen de Kerk en tussen de verschillende christelijke gemeenschappen, door de eeuwen heen. En ook als wij de mensen wereldwijd ongeacht hun religie, erbij betrekken. Eenheid brengt vrede en vreugde, dat weten wij uit ervaring. Echter om deze blijvend te laten zijn is een nadrukkelijke verbondenheid met de Heer niet alleen gewenst maar ook noodzakelijk. Immers ‘de wereld’ kan ons, bij een gebrek aan eenheid met God, op het spoor van de verdeeldheid brengen waardoor we kunnen verdwalen en of verloren kunnen lopen. Het ‘wij’ tegenover het ‘zij’ wordt dan het leidende principe. Een andere bede van Lovsky uit het genoemde gebed geeft aan in welke richting we gevraagd worden te bidden. ‘Wij bidden U om wat onmogelijk lijkt, maar toch zo nodig is. Daarom smeken wij uw Heilige Geest ons te leiden en te inspireren.’

Gods liefde is voor het herstel van de eenheid tussen God en mensen en mensen onderling, tot het uiterste gegaan door de levensgave van zijn zoon Jezus op het kruis. Wij worden gevraagd om zijn voorbeeld te volgen door ons leven ‘in te zetten’ voor de verlangde eenheid. De apostel Johannes spreekt in deze van een ‘agape’, een gave uit totale liefde als het antwoord op Gods grootste gebaar naar ons toe. Maar ook nu geldt: we behoeven dat niet in ons eentje te doen. We mogen God om hulp of de Heilige Geest vragen die ons zal aanvuren, bemoedigen, inspireren en doen standhouden. Daarom sluiten we af met een laatste bede van Lovsky: ‘Zegen ons betrokken- zijn en zegen eveneens de eigen betrokkenheid van onze andere zusters en broeders. …AMEN

Overweging, 13 mei, Hemelvaart 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Geborgen zijn, daar gaat toch ieders verlangen naar uit! Bij geborgenheid denk ik als eerste aan een leven in de liefdevolle omgeving van het gezin en of bij God en in zijn Kerk. Geborgenheid is in onze ‘snelle’ samenleving eens te meer van groot belang. Wellicht heeft de leerlingen, bij Jezus’ hemelvaart zoiets als een onbeschermd gevoel van ‘we staan er nu helemaal alleen voor’, bekropen. We weten het niet echter het langdurig nastaren van Jezus die opsteeg ten hemel, kan wel die indruk wekken. Desalniettemin had Hij hen een Helper die Hij en de Vader zullen zenden, de Heilige Geest, beloofd. Hij laat ze niet alleen. Zij mogen zich gedragen weten in zijn liefdevolle handen want door de Geest blijft Hij op een verborgen manier in hun midden. Een Joods verhaal dat mij inspireerde, hint ook op Gods verborgen aanwezigheid. Het gaat over een rabbi die op de jaarlijkse Grote Verzoendag, de synagoge voor een paar uur verlaat. Een van zijn leerlingen vermoed een ‘geheime’ ontmoeting met God en volgt hem. Maar hij ontdekt dat de rabbi in gewone kleren een oude en invalide vrouw verzorgt. Hij brengt in de liefdevolle zorg voor de naaste, God op een verborgen wijze bij haar thuis. Zij weet zich hierdoor bij God geborgen. Als zijn medeleerlingen vragen of hij de rabbi heeft zien opstijgen naar de hemel zegt hij, nee veel hoger.

De vraag die ik wil stellen is of wij ons geborgen weten bij God en zijn Kerk door de liefde en of de zorg die door de naasten aan ons wordt besteed en of die wij in Gods naam besteden aan hen?  Wellicht helpen de lezingen ons een eindje op weg…

  • in de Handelingen van de Apostelen (1,1-11) spreekt Lucas over de Hemelvaart van Jezus;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs (1, 17-23) is een bede om de Heilige Geest;
  • in het Evangelie volgens Marcus (16, 15-20) horen we over de zending van de apostelen bij Jezus’ Hemelvaart.

Aan het begin van het boek Handelingen van de Apostelen of de ‘geschiedenis’ van de jonge Kerk, verwijst Lucas, arts van beroep, indirect naar het ook door hem geschreven evangelie dat het levensverhaal van Jezus beschrijft. De inleidende woorden gaan over de tijd na Jezus’ verrijzenis en voor zijn hemelvaart. Tussen de regels door ontdekt de goede verstaander enige onzekerheid bij de leerlingen over hoe het nu verder zal gaan. Immers hun ‘baken van zekerheid’ staat op het punt van vertrekken. Hij geeft de leerlingen de laatste instructies voor het uitvoeren van hun getuigende taak en raadt hen bemoedigend aan om in Jeruzalem te wachten op de hulp van de Heilige Geest. Verderop vinden we dan de woorden dat zij samen met Maria en de andere vrouwen een aantal dagen in gebed bijeen zijn in de zaal van het Laatste Avondmaal. Ook de beide hemelse boodschappers, de mannen in de witte gewaden, bemoedigen de leerlingen. Niet naar de hemel staren of blijven hangen in wat was is hun advies maar vertrouwen hebben en afwachten op wat komen gaat of beter gezegd, wachten op de komende, de Heilige Geest. Terug naar het hier en nu. Bekruipt ons in het geloof menselijke onzekerheid van de leerlingen van ‘Hoe nu verder?’ of weten wij ons geleid door de Heilige Geest, geborgen bij God? En durven wij zeggen: ‘O, Jezus ik geef mij aan U over, zorgt U er voor’?

Het laatste hoofdstuk van het evangelie volgens Marcus is er pas later aan toegevoegd. Het grote belang van de verrijzenis van Jezus – zie de apostel Paulus – is pas later onderkend. In het zogenaamde ‘oer-evangelie’ dat na vermoed wordt een aantal jaren na Jezus’ hemelvaart is geschreven, was er alleen sprake van het passieverhaal.

Het geven van de laatste instructies van Jezus aan zijn leerlingen en het wachten op Heilige Geest sluit aan op de zending in het Evangelie volgens Marcus. De leerlingen worden gezonden tot iedereen over de gehele wereld om te  getuigen over de mens geworden zoon van God die gekomen is om allen uit te nodigen om in geloof ‘thuis’ te komen bij God de Vader. Hun optreden, zo zegt Jezus, zal gepaard gaan met tekenen of wonderen zoals het bevrijden van het kwaad en het genezen van zieken. Zij zullen  spreken in andere talen, immers de boodschap is voor iedereen bedoeld, en zij moeten het lijden verdragen zoals Hij dat heeft gedaan. Het getuigen over Jezus en zijn blijvende betrokkenheid op ons, mag de mensen van alle tijden doen beseffen dat wij in geloof, in voor en tegenspoed, ons geborgen mogen weten bij God. Alsook dat wij deze geborgenheid zichtbaar mogen maken en als het ware mogen doorgeven in onze zorg en aandacht voor de armen, de hulpbehoevenden, de lijdenden kortom aan de naasten.

Echter, zo zegt de apostel Paulus in zijn brief aan de Efeziërs, daarvoor hebben wij wel de inspirerende en immer bemoedigende hulp van de Heilige Geest nodig. Onder leiding van deze Geest zullen wij immers Zoon pas echt leren kennen of liefhebben en leren om met de ogen van het hart naar de naaste te kijken. Hij zal ons tot het inzicht brengen hoe wij, ieder met zijn of haar talenten, Gods handen en voeten mogen zijn zoals de Joodse rabbi in het genoemde verhaal. Dit alles bouwt de gemeenschap van de Kerk en de samenleving op waar iedereen zich thuis en geborgen mag weten…AMEN

 

Overweging, 9 mei, 6e zondag van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

In augustus 2020 vond er in de haven van Beiroet een vreselijke explosie plaats die vele slachtoffers eisten. Er was verbijstering en verdriet. De gedachte ‘Is het nog niet genoeg geweest?’ kwam op. Josiane, die in Parijs woont en werkt, zag dat de wijk waarin zijn was opgegroeid verwoest was. Ze probeerde door het grote verdriet heen, door middel van veelvuldig telefonisch contact haar vrienden te steunen. Wat ze echter ook zag was dat er vele jonge mensen dag en nacht hulp verleenden aan de getroffenen. Voor de jonge Libanese was dit de   ‘eye opener’ dat God haar volk niet alleen gelaten had. Dit versterkte haar om zelf ook in de liefde tot God en de medemensen te blijven.

De maand mei is de tijd waarin we de moeder van God, Maria, centraal staat. Ook zij heeft veel teleurstellingen, pijn en verdriet meegemaakt in haar leven. Denk maar eens aan de dreigende afwijzing van haar man Jozef bij de onverwachte zwangerschap of de afwijzing bij de herberg in Bethlehem, de vlucht naar Egypte en het zoekraken van Jezus op twaalfjarige leeftijd. En ze was getuige van het immense lijden van Jezus op de weg naar en aan het kruis. Desondanks bleef zij vol vertrouwen als moeder van Jezus Christus en later als Moeder van de Kerk. Maria bleef net zoals de jonge Libanese in de liefde. Zij liet zich daarbij leiden door de ingevingen van de Heilige Geest, die in ons als gelovigen bidt.  Maria nodigt ons uit om hetzelfde te doen. Immers door onder meer een kaarsje bij haar op te steken brengt zij niet alleen de intenties maar ook ons bij Jezus die samen met God de Vader, een baken van liefde is.

De lezingen van deze zondag gaan over het ‘werken’ van de Liefde, de Heilige Geest…

  • in de Handelingen van de Apostelen (10, 25-26.34, 44-48) gaat het over het bezoek van Petrus aan de hoofdman Cornelius;
  • in de 1e brief van de apostel Johannes (4, 7-10) spreekt deze over het liefdesinitiatief van God naar de mensheid toe;
  • in het Evangelie volgens Johannes (15, 9-17) horen we tot slot dat in de liefde blijven leidt tot een vriendschap met de Heer en de medemens.

Cornelius is een Romeinse honderdman die in Caesarea, waar het Romeinse gezag is gevestigd, woont. Voordat hij door de Heilige Geest ingegeven krijgt om contact te leggen met Petrus, heeft de laatstgenoemde een visioen van een groot laken met allerlei wilde en tamme dieren. De boodschap van God hierin is om de heidenen of de niet-Joden niet uit maar in te sluiten bij de verkondiging. Immers Jezus Christus is gekomen voor alle mensen. Zijn reddende missie is universeel. Als Cornelius de apostel Petrus begroet met een knieval wijst deze hem er op dat hij een mens is. Weliswaar is hij in dienst van God maar hij is niet God zelf. Kortom hij wijst daarmee de houding van de Romeinen die de keizer als een God vereren, af. Nadien spreekt Petrus hem en zijn gezelschap over Jezus. Tijdens zijn spreken daalt de Heilige Geest over hen neer hetgeen Gods boodschap van het visioen bevestigt. Dit roept verwondering op bij Petrus en zijn Joodse gezellen ook omdat de heidenen, net zoals bij het Pinksterwonder, in allerlei talen beginnen te spreken. Cornelius en zijn gezelschap laten zich dopen en worden opgenomen in de jonge Kerk. Petrus’ handelen is, ondanks de grote verwondering, te omschrijven als ‘een blijven in de liefde…’

Vorige week hoorden wij de gelijkenis van de wijnstok en de ranken. Vandaag bouwen we daar als het ware op voort. De Vader en de Zoon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat betekent dat als God liefde is, zoals de apostel Johannes het zegt, dat dit ook voor Jezus geldt. Maar dat betekent dan ook dat, als Jezus ons voorhoudt om de geboden te onderhouden die Hij kort samenvat met de liefde tot God en de naaste, wij genodigd zijn om hetzelfde te doen. Dat is liefde zijn ofwel het liefhebben zoals Jezus het heeft voorgedaan. Want dat  betekent het om vrucht te dragen zoals vorige week in de parabel van de wijnstok aan ons werd voorgehouden. Liefhebben zoals Jezus is een geestelijk liefhebben voor elkaar zonder grenzen of zonder een voorbehoud. Zij uit zich in daden. Ze begint bij de liefde tot God en de openheid van hart om zich in het omschreven liefdesgebeuren te laten leiden door zijn Heilige Geest.

In zijn eerste brief concludeert de apostel Johannes dat wij al doende vrienden worden die elkaar liefhebben zoals Jezus. Paulus heeft het over broeders en zusters maar de bedoeling is hetzelfde, een gemeenschap van mensen met God en met elkaar waarin de liefde de primaire drijfveer is. Overigens dienen we wel  voorzichtig te zijn met kreten zoals ‘Alles is liefde’ of het omkeren van de woorden ‘God is liefde’, dus liefde is God. Liefhebben in gelovige zin betekent dat we een kind van God zijn omdat we in Hem geloven en diegene die Hij gezonden heeft, zijn zoon Jezus Christus. God is het die in ieder van ons in dit liefdesgebeuren het initiatief neemt, zoals bij de hoofdman Cornelius en zijn gezelschap. Deze eerste goddelijke stap deed hen verlangen om bij Hem te horen zodat zij zelf een tweede stap konden maken door de liefde te beantwoorden, in het Doopsel. Maar daarbij hoort wel de verantwoordelijkheid om het voorbeeld van God in de liefdesgave van zijn Zoon na te volgen door in alle situaties te proberen in de liefde tot Hem en de medemens te blijven.

Het voorbeeld van Maria als een eerste rank aan de wijnstok maar ook de jonge Libanese vrouw laten ons zien dat dit voor ons mensen onder leiding van de Heilige Geest, mogelijk is om te volbrengen. Moeders en ook vaders zijn eveneens heel vaak een goed voorbeeld van deze belangeloze liefde…AMEN

 

Overweging, 2 mei, 5e zondag van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Bij de woorden van het Evangelie ‘Blijft in Mij dan blijf Ik in u’ gingen mijn gedachten terug naar een ‘stille dag’ in het Zuid-Limburgse land. In de stilte en de bezinning worden de banden met God aangehaald, zo heb ik gedurende mijn seminarietijd vaak mogen ontdekken. Aan het einde van deze ‘stille dag’ begaven wij ons, na de avondmaaltijd, naar de heuvels om daar de lokale wijn te proeven. Die smaakte goed en ik weet het nog als de dag van gisteren dat ik daarna op zoek moest naar mijn kamersleutel. Deze was op de terugweg zoek geraakt. Stilte en bezinning kunnen spreekwoordelijk ook geduid worden als de sleutel tot het hart van God om met Hem verbonden te zijn.

Jezus gebruikt vandaag een bekend beeld uit het Joodse land. Hij doet dat in de parabel van de wijnstok. De wijn verbeeldt het bloed dat staat voor het elixer van het menselijk leven want zonder is er geen leven mogelijk. Jezus vergelijkt de band tussen de wijnstok en de ranken met de gemeenschap tussen Hem en de mensen. Waar de wijn de vrucht is van de wijnstok en de daarmee verbonden ranken, is het de liefde die de basis vormt voor het verbond tussen Jezus en de mensen. De woorden van Johannes Tauler, een 14e-eeuwse Dominicaan in een preek over de onuitsprekelijke diepte van God, verwoorden dit helder: ‘Het edelste en kostelijkste waarover we kunnen spreken is de liefde…Ook al moet je goede oefeningen nooit opgeven, pas de liefde geeft elke oefening waarde en waardigheid.’

De lezingen van de zondag gaan over gemeenschap, de verbondenheid in liefde tussen God en de mensen en de laatstgenoemden onderling …

  • in de Handelingen van de Apostelen (9, 26-31) gaat over Paulus die zich aansluit bij de apostelen;
  • in de 1e brief van de apostel Johannes (3, 18-24) spreekt hij over de liefde die zich in daden moet uiten in plaats van louter woorden;
  • in het Evangelie volgens Johannes (15, 1-8) horen we de parabel van de wijnstok.

Paulus doet na zijn bekering en prediking, een poging om zich aan te sluiten bij het apostelcollege in Jeruzalem. Hij doet dit ook omdat hij in Damascus, de plaats waar hij gedoopt is, bedreigd wordt door ‘de Joden’ die zijn bekering niet aanstaat. Echter de apostelen hebben enige schroom en angst om hem zo maar in hun gelederen op te nemen omdat hij tot voor kort een vervolger van de Kerk was. Barnabas die zelf kandidaat apostel is geweest, steekt hem de helpende hand toe en introduceert hem bij de apostelen. Paulus krijgt de gelegenheid om  getuigenis af te leggen van zijn geloof in de Heer en kan daarna vrijuit prediken als een van hen. Echter opnieuw bedreigen, na een fel dispuut met de Hellenisten, ‘de Joden’ hem. Hij wordt voor de tweede keer in veiligheid gebracht. Er is vrede in het Heilig Land en de geloofsgemeenschap van de christenen kan onbedreigd groeien. De onderlinge broederlijke liefde en het gedeelde geloof in de Heer hebben in verbondenheid gezegevierd over ‘de Joden’ die hen bedreigden.

De liefde tot en het geloof in God uiten zich echter niet alleen in woorden maar vooral in daden, houdt de apostel Johannes net zoals Jacobus (zie zijn brief) ons voor. Het geloof in Jezus Christus is immers geen lippendienst en de liefde tot de naasten beperkt zich niet alleen tot woorden. Jezus is daarin een duidelijk voorbeeld. Hij onderhoudt in stilte en gebed de verbondenheid met zijn Vader en getuigt daadkrachtig over Hem in de gemeenschap van zijn leerlingen en daarbuiten. Door het geloof in Hem zijn wij kinderen van God. Als zijn beelddragers volgen wij zijn voorbeeld. Daarmee is een  brug geslagen naar de gelijkenis van de wijnstok, de ranken en de Vader als de wijngaardenier.

Als Jezus de parabel van de wijnstok vertelt aan de aanwezigen dan sluit Hij aan bij een bekend beeld uit de natuur. Elders zegt Hij dat Hij louter in gelijkenissen tot het volk zal spreken. Aan de leerlingen zal Hij, met het oog op hun verkondigende taak in de nabije toekomst, tekst en uitleg geven. De uitspraak ‘Ik ben de ware wijnstok’ is de zevende en laatste ‘Ik ben’-uitspraak van Jezus. Voor het verzorgen van de wijnstok en de bijbehorende ranken is de  wijngaardenier nodig. Dat is God de Vader die de ranken afhankelijk van het wel of niet vrucht dragen, zuivert of afsnijdt. Hij verwacht of beter gezegd hoopt op een optimaal resultaat. In geestelijke zin betekent dit, dat God steeds het hoogste levensgeluk voor iedere mens voor ogen heeft. Daar kan geen sprake van zijn als de verbondenheid met Hem in liefde en geloof op een laag pitje staat of zich rond het nulpunt beweegt. Zo gaat het ook in menselijk relaties. Het betekent onvruchtbaarheid met een uitdroging als gevolg omdat de benodigde ‘levenssappen’ ontbreken. Dit alles leidt tot verdorring, het afsnijden en het verbranden van de niet vruchtbare, verdorde en of dode ranken. Daarentegen zullen de vruchtbare ranken, die in geloof en liefde ‘in Hem’ (Jezus) zijn, worden gesnoeid of gezuiverd om nog meer vrucht te dragen voor henzelf en voor anderen. Het leven in liefde en geloof in Jezus en van daaruit met de gemeenschap van de Kerk vraagt echter om een regelmatige oefening in de stilte, het gebed, de bezinning en in het vieren van de sacramenten. Dan pas krijgt het waarde en waardigheid, aldus het eerdere citaat van Tauler.

‘In Hem’ blijven is gericht op een nieuwe toekomst die vandaag begint. Het betreft de roeping tot het ‘nieuwe mens’ zijn als een kind van God in geloof, liefde en hoop. Dit alles met het oog op het levensgeluk van ons allen. De liefde blijft echter het sleutelbegrip. Juist daarom zegt Jezus met betrekking hierop ‘Blijft in Mij, dan blijf Ik in u’ want de verbondenheid met Hem is, net zoals tussen de wijnstok en de ranken, van levensbelang…AMEN

 

Overweging, 25 april, 4e zondag van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Recent hoorde ik een anekdote die ik met u wil delen op deze Roepingenzondag. Er waren eens drie ondeugende knapen en een voor een biechtten ze de meest verschrikkelijke en niet begane zonden op bij een priester. Deze had als een goede herder zorg voor zijn schapen. De eerste twee vertrokken heel snel maar de derde kreeg als penitentie om naar de andere kant van de kerk te lopen. Hij moest daar voor het kruis gaan staan en Jezus recht in de ogen kijken. En terwijl hij dat deed moest hij drie keer ‘U deed alles voor mij en het interesseert me nog niet dat’ zeggen en bij het woordje ‘dat’ moest hij met zijn vingers knippen. Bij de derde keer werd hij van binnenuit aangeraakt en barstte hij in tranen uit. We kunnen zeggen dat hij zich aangesproken wist. Deze knaap is inmiddels aartsbisschop in de Kerk. De ‘Goede Herder’ heeft hem geroepen…

Wat is een goede herder eigenlijk? Dat is iemand die, in de naam van de Heer, voortdurend de zorg heeft en de verantwoordelijkheid neemt voor de aan hem toevertrouwde gelovigen. Deze herder is net zoals Jezus onvoorwaardelijk geëngageerd in de dienstbaarheid aan God en zijn Kerk. En op hem zijn de volgende woorden van een gedicht van broeder Hans Peter Bartels van toepassing: ‘De Heer, dat is mijn herder. Hij is het die mij steeds roept met zijn stem vol liefde en mij leidt op het levenspad.’ Echter het verhaal gaat verder immers Jezus nodigt ieder van ons uit. Wij zijn door ons Doopsel vrienden van de Heer geworden en we hebben van daaruit de herderlijke zorg voor elkaar.

De lezingen van deze zondag gaan over het goede herder zijn van de Heer …

  • in de Handelingen van de apostelen (4, 8-12) verdedigd Petrus mede namens de overige apostelen, de verkondiging van Jezus na de genezing van de lamme bij de Tempel;
  • in de 1e brief van de apostel Johannes (3, 1-2) spreekt hij over de grote liefde van God jegens de mensen;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (10, 11-18) horen we over Jezus als de goede herder.

In de afgelopen weken hoorden we over de genezing van een man, die al achtendertig jaar verlamd was, door de apostelen Petrus en Johannes. Naar aanleiding daarvan verkondigden zij Jezus als de beloofde Redder en als de ‘Goede Herder’ die uit liefde onvoorwaardelijk zorg heeft voor het volk van God. Op grond hiervan worden ze gevangen genomen en verhoord door de leden van de Joodse Hoge Raad of het Sanhedrin. Petrus neemt het woord en legt het gebeurde uit als een daad van naastenliefde die verricht is in de naam van Jezus Christus uit Nazareth die door de Hoge Raad veroordeeld is en ten gevolge daarvan ter dood gebracht is. Tegelijkertijd vertelt hij dat de uitnodiging tot het geloof in Jezus niet alleen is weggelegd voor de Joden maar ook voor de niet Joden. Er staat immers dat zijn Naam reddend is voor alle volkeren. Jezus  betekent ‘God redt’. Hij is de hoeksteen van het geloof  om wie de apostelen zich hebben verzameld en in wiens naam zij het Evangelie verkondigen. Met het betonen van naastenliefde is cf. de Joodse Wet niets mis. Het zijn juist de verkondiging van Jezus als de Messias en het verwijt met betrekking tot zijn dood, die het Sanhedrin prikkelen. Zij staan hier als dé Joodse religieuze autoriteit niet achter en worden in het verdomhoekje gezet. Zij weigeren Jezus als de Messias te erkennen en de medeverantwoordelijkheid voor zijn dood op zich te nemen. Voor de gelovigen van alle tijden klinken de woorden van Petrus echter alsook die van een ander couplet van het gedicht als een uitnodiging. ‘De Heer is ook jouw Herder. Hij blijft jou steeds weer roepen met zijn stem vol liefde en leidt jou op je levenspad.’

De woorden ‘Ik ben de Goede Herder’ is de centrale boodschap vandaag. Het eerste gedeelte, de naam ‘Ik ben’, komen we tegen in het Oude Testament. Het is dé Godsnaam bij uitstek naast het meer bekende ‘De God van Abraham, Isaak en Jacob’. In een van de relatieve Godsnamen zoals die van ‘Ik ben de Goede Herder’ wordt iets gezegd in relatie tot Jezus. Hij geeft als de ‘Goede Herder’ zijn leven voor zijn schapen en Hij is geen huurling die bij het eerste beste gevaar wegloopt van de kudde. Hij is met andere woorden meer dan goed. Hij heeft een groot hart voor zijn schapen, voor ons als gelovigen. Jezus neemt als de zoon van God die liefde is, de zorg en de verantwoordelijkheid van het herder zijn onvoorwaardelijk op zich. Daar verwijst de apostel Johannes in zijn eerste brief nadrukkelijk naar. Door te luisteren naar zijn stem, zegt hij, leren wij Hem pas echt kennen hetgeen in Johanneïsche zin niets anders betekent dan Hem liefhebben. Wij zijn genodigd om hierin voortdurend te groeien om uiteindelijk te ‘beminnen’ zoals Hij en de Vader elkaar liefhebben. Het kennen en herkennen van zijn stem, als de stem van de God die liefde is, doet ons Jezus in geloof volgen. Het is echter ook onze roeping om ‘beelddragers’ te zijn. Immers we zijn naar het beeld en de gelijkenis van Gods zoon geschapen. In de mate dat we nog niet volgroeid zijn in deze liefde is het beeld dat wij ‘uitstralen’ min of meer vertroebeld. We zijn nog niet ten volle christen naar Jezus’ hart en nog onvoldoende trouw aan het roepingsverbond dat God in Jezus met ons gesloten heeft. Om dit ‘bereiken’, niet als prestatie maar als liefdesgave, mogen de woorden van het slotcouplet van het bewuste gedicht als het ware vlees in ons worden. ‘De Heer is onze Vader, en leidt als Goede Herder met zijn stem vol liefde zijn kudde op het levenspad.’ …AMEN

 

Overweging, 18 april, 3e zondag van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Ik lees op dit moment een boek dat gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal ten tijde van de slavernij in de Verenigde Staten. Het heeft als titel ‘De waterdanser’. De hoofdpersoon is een jonge slaaf die echter ook de zoon is van de landeigenaar. Op verschillende momenten in het verhaal spelen de woorden ‘de angst voorbij een rol’. Angst, we kennen het allemaal. Bijvoorbeeld toen ik als kind in de avond de donkere trap naar de zolder op liep of in Riga toen zakkenrollers ons tegemoet kwamen.  Alsook toen mij vroeg in de donkere seminariekapel een massief beeld van Don Bosco onverwacht de weg blokkeerde. Deze momenten gingen echter weer voorbij. Ook de apostelen kenden situaties waarin zij angstig waren zoals het verhaal van de eerste paasavond toen de deuren van de Cenakelzaal op slot waren uit angst voor de Joden. Of het moment dat Maria Magdalena werd geconfronteerd met het lege graf en angstig dacht aan grafroof. Maar ook het verhaal van de Emmaüsgangers waarvan wij vandaag het slot horen. Ze zijn verdrietig en op weg naar huis. Ze vragen zich angstig af hoe het zonder Jezus verder zal gaan. In alle gevallen komt Jezus ‘in hun midden’ en neemt door ‘de vrede’ die Hij brengt, de angst weg. Jezus die zelf door velen verlaten werd in zijn ‘doodsangst’, getuige het vertrouwvol bidden van psalm 22, getroost en gesterkt door God, zijn Vader. Dat is ook een vingerwijzing voor ons. God laat ons niet alleen, het omgekeerde is eerder het geval. Het is de ‘verlaten Jezus’ die vandaag door mensen heen of direct tot ons spreekt…

De lezingen van deze zondag gaan juist hierover …

  • in de Handelingen van de apostelen (3, 13-15.17-19) wordt gesproken over Jezus die door het volk en de overheden is verloochend als Messias;
  • in de 1e brief van de apostel Johannes (2, 1-5a) roept hij ons op om niet te zondigen en open te staan voor de barmhartigheid van God;
  • en in het Evangelie volgens Lucas (24, 35-48) horen we het vervolg op Jezus’ verschijning aan de twee Emmaüsgangers.

Na de genezing van de lamme, die een aalmoes verwachtte bij een van de poorten van de Tempel, wordt Petrus in de gelegenheid gesteld om tekst en uitleg te geven over het gebeurde. Hij verkondigt degene in wiens naam hij en Johannes hebben gehandeld, de gekruisigde en verrezen Heer. Hij verwijst in zijn ‘rede’ aan de Joden naar de God van de Aartsvaders, de God van Israël en maakt vanuit Hem de verbinding met Jezus, de mens geworden zoon van God. Deze is in onwetendheid en krachtens de uitspraken van de profeten die in vervulling moesten gegaan, gekruisigd en gestorven door het verwijtbaar handelen van het religieuze en politieke gezag en het volk dat zich liet meeslepen. Desalniettemin laat Petrus’ verkondiging een pastorale of herderlijke opening die de weg wijst naar redding. En dat is door in Jezus als Messias, de door God beloofde Redder, te geloven en door oog te hebben voor iedere naaste. Verderop blijkt dat de toehoorders op deze uitnodiging ingaan, zich bekeren en zich laten dopen. Over hen gaat met de woorden van de psalm, het licht van de Heer op. We zouden met een beetje goede wil kunnen zeggen dat zij ‘de angst voorbij zijn’. Ze hebben het   verleden achter zich gelaten en weten Jezus in geloof in hun midden…

De brieven van Johannes worden in de regel toegeschreven aan de apostel en of de kring om hem heen. Ze zijn gericht op de gemeenschap van Efese en omstreken, waar hij en Maria gewoond hebben. Evenals de besproken rede van Petrus zijn de bewuste brieven pastoraal van opzet. De gelovige mensen van alle tijden wordt voorgehouden om niet tegen de bedoelingen van God in te gaan, dat is te zondigen. Kortom, door steeds de oprechte en zuivere liefde jegens God en elkaar voorop te stellen. Mochten zij of wij desalniettemin toch in de fout gaan dan is er nog altijd de weg van vergeving want God is naast rechtvaardig ook barmhartig. Dit te weten is voor velen opnieuw zoiets als ‘de angst voorbij zijn’ immers met Jezus in ons midden, lopen wij niet verloren.

In het Evangelie koppelen de twee Emmaüsgangers, na hun onverwachte en hartverwarmende ontmoeting met Jezus, terug naar de apostelen die zich angstig in de zaal van het Laatste Avondmaal bevinden. Zij zijn voor hen als getuigen die, door de tekst en uitleg van de Heer en het breken van het brood, de angst voorbij zijn. En opnieuw komt Jezus in hun midden en wenst de leerlingen de vrede toe, echter de apostelen laten zich nog leiden door de angst. Daaropvolgend laat Jezus hen zijn wonden zien en aanraken. Hij laat hen zien dat Hij leeft door het eten van een stukje vis en Hij legt hen de Wet en Profeten alsmede zijn eigen uitspraken uit die betrekking hebben op het gebeuren dat achter hen ligt. Jezus is de ‘lijdende dienaar’ van de profeet Jesaja in plaats van een politieke bevrijder. Dit alles moet hen, onder de leiding van de aanstaande Helper of de Heilige Geest, houvast geven om zijn opdracht, om overal ter wereld van Hem en zijn boodschap te getuigen, te vervullen. En om, net zoals wij, getuigen te zijn zonder angst want Jezus is in ons midden. Hij verlaat ons niet. We zouden Hem oneerbiedig kunnen vergelijken met het ruwe muntje dat de genoemde slaaf in ‘ De waterdanser’ van zijn vader heeft ontvangen,. Hij heeft het steeds in zijn zak en het geeft hem vertrouwen. Ons geloof in Jezus is echter veel meer waard dan deze (pas)munt op de weg naar huis.…AMEN.

 

Overweging, 11 april, 2e zondag van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben

Bij het horen van de lezingen gaan mijn gedachten terug naar een speciale bedevaart naar Polen in de zomer van 2005. Ze was bijzonder in drievoudige zin. Op de eerste plaats omdat ik daar een oud klasgenoot van mijn vader en zijn vrouw tegenkwam. Maar ook omdat ik in Krakow religieuze zusters met ‘grote kappen’ tegenkwam die mij deden denken aan de TV serie over de ‘vliegende non’ uit de jaren zestig. Zij zijn zusters van de orde van zr. Faustyna Kowalska wiens graf ik bezocht in hun kloosterkerk. Als laatste kwam ik op het spoor van haar geestelijke dagboek dat veel indruk op mij maakte. Aan haar is Jezus in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog  als het teken van de barmhartigheid van God, verschenen. De woorden ’Jezus, ik vertrouw op U’, horen hierbij. Wellicht komen ze u bekend voor…

In deze korte zin weerklinken ook de woorden van psalm 24 ‘Maak mij Heer met uw wegen vertrouwd. Leer mij uw paden kennen.’ Deze korte boodschap geeft houvast en vertrouwen alsmede een veilig gevoel. We leven immers in een tijd waarin de eenzaamheid in de maatschappij, waarin het steeds vaker alleen maar om ‘de knikkers’ gaat, een grote rol speelt. Haar ‘hardheid’ geeft mensen vaak een gevoel van onveiligheid. In hun eenzaamheid zijn mensen vaak in allerlei opzichten kwetsbaar. Velen ervaren hierdoor ook zoiets als een zekere doodsheid of een afgesloten zijn van. Bij Jezus zijn we echter veilig en is er plaats voor geborgenheid. Hij geeft hoop en moed en ze biedt ons perspectief met het oog op de toekomst. Bij God mogen we onszelf zijn. Wij kunnen steeds opnieuw beginnen omdat er bij Jezus ruimte is voor vergeving vanuit de barmhartigheid die God is. Immers Hij is de God van de levenden. Hij is echter ook de God van de ‘kleinen en de verworpenen’ in de maatschappij. Op Hem kunnen wij bouwen en op Hem kunnen wij vertrouwen. Met een variatie op een oude slogan van ons bisdom zijn wij uitgenodigd om ‘te groeien in geloof door te groeien in het vertrouwen op Jezus.’

De lezingen van deze zondag zijn hier een voorbeeld van…

  • in de Handelingen van de apostelen (4, 32-35) wordt gesproken over de jonge gemeenschap van de Kerk;
  • in de brief van de apostel Johannes (5, 1-6) roept hij ons op tot het onderhouden van de liefde tot God en de naaste;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (20, 19-32) horen we het getuigenis van de (on) gelovige apostel Thomas.

In de geschiedenis van de jonge Kerk, de Handelingen van de Apostelen, gaat het over de christelijke oer-gemeenschap. Ze is het ‘ideaal’ voor het samenleven van gelovige mensen in een gemeenschap door de eeuwen heen met een gezonde balans tussen behoefte en genoeg. De jonge Kerk is een van hart en ziel ofwel met de woorden van de ridders van  Ronde Tafel van koning Arthur ‘Allen voor een en een voor allen’. Zij bezaten alles in gemeenschappelijk eigendom maar dan niet Marxistische zin met geen aandacht voor de persoon maar in de christelijke zin. ‘Wat de een te weinig heeft is, tegen de achtergrond van wat heb je dat je niet ontvangen hebt, voor de ander.’ De gemeenschap verkondigt tot slot het Evangelie, de levende Heer, die op verschillende wijzen midden onder hen is. En met Jezus in hun midden, weten zij zich veilig en geborgen. De woorden ‘Jezus, ik vertrouw op U’ zijn in de jonge kerk van toepassing. Wat doet dit met ons?

De apostel Johannes borduurt in zijn eerste brief verder op deze oer-gemeenschap. Hij vraagt onze aandacht voor een cruciaal element, de liefde. Als je gelooft dat Jezus, door de gave van ‘water en bloed’ en de ‘verrijzenis’, de Verlosser van de mensen is, ben je een kind van God. Door in Jezus te geloven, heb je Hem en God de Vader lief en dat vertaald zich in de liefde voor de naaste. Je wordt hierdoor een nieuwe en ‘geheelde’ mens conform de woorden van de apostel Petrus in zijn eerste brief ‘Weest heilig want ik ben heilig’. Een voorloper van het ‘Zo Vader, zo zoon of dochter’. Maar het betekent evenzeer, in lijn met de woorden van de evangelist Lucas, vergeef de medemens zoals Jezus ons  heeft vergeven. Het is immers ‘Weest barmhartig zoals de Vader barmhartig is’. Woorden die ons in het ‘nu’ mogen aanspreken…

In het evangelie tenslotte beschrijft dezelfde apostel het gebeuren in het Cenakel, de zaal van het Laatste Avondmaal, op de eerste Paasavond en die van een week later. Het is de eerste dag van de Joodse week. Het verlossende offer van Jezus is volbracht. Hij is verrezen. Echter de apostelen weten zich nog niet ‘veilig’ vanwege de mogelijk dreigende vervolging door de Joden, dat zijn de religieuze gezaghebbers. Ze zijn echter ook ‘eenzaam’ zonder Jezus in hun midden. De deuren van de zaal zijn derhalve gesloten. Jezus breekt  desalniettemin in drievoudige zin in op de bestaande situatie. Hij komt als de verrezen Heer binnen alsof de deuren niet op slot zijn. Tevens spreekt Hij een vredeswens uit waarin geen plaats is voor angst maar voor vreugde. En tenslotte laat Hij in de ontmoeting, die de maaltijd is, zien dat Hij leeft en er geen reden is om zich eenzaam te voelen. Hij schenkt hun tot slot de Heilige Geest met de opdracht om in zijn Naam te vergeven. Met andere woorden: Jezus stelt hen in staat om de barmhartigheid van God ‘aan de mensen aan te bieden’. Wat betekent zijn handelen in het ‘nu’ voor ons mensen? Mogelijk wijst juist het gedrag van de op de eerste avond afwezige apostel Thomas ons hierin de weg. Hij zegt met zoveel woorden, na het getuigenis van zijn broeders, simpelweg: ‘Eerst zien en dan geloven’. Deze uitspraak klinkt velen van ons, ondanks het geloof, niet onbekend in de oren. Jezus echter nodigt hem maar ook vriendelijk  uit om ‘te zien en te geloven’ door de eenheid tussen de gekruisigde en verrezen Heer zelf te ‘ervaren’. Daarop volgt de mooiste geloofsbelijdenis die de Kerk kent: ‘Mijn Heer en mijn God’. Wellicht kunnen haar zelfs beschouwen als een openbare schuldbelijdenis. Niet zijn ogen maar zijn hart doen Thomas beseffen en geloven dat Jezus werkelijk in hun midden is. In de door hem uitgesproken woorden weerklinkt opnieuw het ‘Jezus, ik vertrouw op U’. Thomas en ook de andere apostelen weten zich veilig en ze zijn niet langer eenzaam of bang… De woorden van het tweede couplet van het lied ‘Ik zal er zijn’ van de Avond van de Martelaren (26 maart) verwoorden dit gevoel: ‘Een boog in de wolken als teken van trouw staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou! In tijden van vreugde, maar ook van verdriet, ben ik bij U veilig, U die mij ziet’.  Moge deze woorden ons bevestigen in het geloof om Jezus te (blijven) belijden als ‘Mijn Heer en mijn God’…AMEN

 

Overweging, 4 april, Hoogfeest van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben

Op vrijdag een week geleden woonde ik digitaal de ‘Avond van de martelaren’ bij. Naast de ingetogen kruisweg en de stemmige zang raakte mij vooral de krachtige getuigenissen over drie eigentijdse martelaren. Ze waren gedood omwille van hun geloof in de verrezen Heer. Een van de drie, een seminarist uit Nigeria, verkondigde, net zoals Jezus, het Evangelie aan zijn moordenaar tot op het allerlaatste moment. ‘Er is geen groter liefde dan je leven geven voor je vrienden’, dat is wat hij deed als een blijvend getuigenis voor ons als medegelovigen. Zelfs zijn inmiddels gevangengenomen moordenaar werd hierdoor echt geraakt en bewogen, zo liet hij weten. De seminarist Michael is de dood voorbij, hij leeft nu net zoals Jezus! En weet u wat het nog meer bijzonder maakt, zijn tweelingbroer heeft de moordenaar vergeven…Daar word je gewoon stil als in een omhelzing door de vreugde zelf.

Met de woorden van een lied dat gezongen werd op de genoemde ‘Avond van de martelaren’, klinkt het zo: ‘De toekomst is zeker, ja eindeloos goed. Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet; dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam. U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.’ Het zijn woorden die duiden op, wat ik zou willen noemen, een ‘veranderd’ verrijzen. Ze brengen vreugde en zijn voor ons het richtsnoer voor een nieuw leven in de gemeenschap met God en elkaar. De Coronapandemie maakt ons, volgens mij, met zoveel woorden daar eens te meer bewust van. Dat is als we de woorden van het lied met een ‘gelovig gehoor’ durven te beluisteren en ons eigen maken. Mij schiet nu een bekend visioen van de profeet Ezechiël door het hoofd. De passage waarin de verdorde, dode beenderen opnieuw worden bekleed met vlees en waarin de geest van God wordt ingeblazen. Zij blikken als het ware in het Oude Testament vooruit naar de verrijzenis.

De lezingen van deze Paaszondag getuigen eveneens van het nieuwe en verrezen leven…

  • in de Handelingen van de apostelen (10, 34a.37-43) getuigt Petrus van de universele zending van de Kerk;
  • in de brief van de apostel Paulus aan de Kolossenzen (3, 1-4) roept hun op om de blik op Christus gericht te houden;
  • en in het Evangelie volgens Johannes (20, 1-9) horen we over het lege graf.

We horen als eerste een getuigenis van de apostel Petrus, na Pinksteren, toen de Heilige Geest over hem was neergedaald. Hij, de eerste onder apostelen en als zodanig door Jezus daartoe aangewezen als de steenrots waarop de Kerk gevestigd zal worden, verkondigt met passie diezelfde Jezus van Nazareth aan de heidenen of de niet-Joden. Een eerste bevestiging, in de geschiedenis van de jonge Kerk want dat is de Handelingen van de Apostelen, van de universele of alomvattende zending van Christus en de Kerk, die door Hem op het kruis is gesticht. Petrus verkondigt conform de door God gegeven instructie bij het tot driemaal toe uit het hemel neerdalende tafellaken met allerlei dieren. Hij doet dit met woorden en in de kracht van de Heilige Geest en spreekt over de menswording van Jezus, zijn verlossend lijden en sterven alsmede zijn verrijzenis. Voor de goede luisteraar prachtig verwoord door de strofen van een ander couplet uit het eerder aangehaalde lied: “Ik ben die Ik ben’, is uw eeuwige naam. Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan. Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij: uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’’. Deze boodschap van Petrus of in het lied over de levende God, is er een die er toe doet voor de mensen van alle tijden! Laten we haar ter harte nemen…

In alle vroegte, het is nog donker, bezoeken achtereenvolgens Maria Magdalena en daarna de apostelen Petrus en Johannes het geopende graf van de Heer. Het donker duidt niet alleen op het tijdstip van de ochtendschemering maar verwijst ook naar het nog versluierd zijn van hun geest om te beseffen wat er gebeurd is met Jezus. Hetgeen ze met hun ogen zien en met hun hoofd pogen te beredeneren dringt als het ware nog niet door tot hun hart, de plaats waar ‘de liefde, de hoop en het geloof’ wonen. Maria Magdalena ziet dat de steen voor het graf op onverklaarbare wijze, is weggerold. De apostel Petrus ziet in het graf de zwachtels en de zweetdoek netjes opgeruimd al dan niet op een andere plaats liggen. En de apostel Johannes, de benjamin van allen, gaat naar binnen, ziet en gelooft, staat er dan. Hij komt, zo zouden we wellicht mogen zeggen het dichtste bij hetgeen er gebeurd is maar hij kan er de vinger nog niet achter krijgen wat het betekent dat Jezus Christus verrezen is, ja dat Hij leeft. Alle drie de getuigen kunnen het op dat moment nog geen plaats geven, maar later wel. Ik verwijs allereerst naar de gepassioneerde verkondiging van Petrus aan het gezin van de hoofdman Cornelius in de eerste lezing. Maar ook naar Maria Magdalena die, na het vertrek van beide apostelen, de eerste zal zijn van Jezus’ leerlingen die de verrezen Heer persoonlijk ontmoet. Dit zal de apostelen op diezelfde dag van Pasen ook ‘overkomen’. Het zou hen en ook ons, indien we dit prachtige gebeuren van Pasen zouden hebben meegemaakt, met de woorden van het laatste couplet van het genoemde lied zo maar hebben kunnen doen uitzingen: O naam aller namen, aan U alle eer. Niets kan mij ooit scheiden van Jezus, mijn Heer: Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn. Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.’ Ik wens u allen een gezegend Pasen toe…AMEN