Overwegingen van achter ons liggende zondagen.

Overweging, 17 januari, 2e zondag door het jaar 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

‘Het is weer groen’, zei een van onze priesterdocenten op het seminarie, ieder jaar weer, bij de eerste Mis na de Doop van de Heer. We horen dat ‘God langs komt’. Dat is op zijn Brabants gezegd, dat Hij op bezoek komt. Echter goed beschouwd staat er, dat Hij voorbij gaat. Dat gebeurt zowel als Hij de profeet Samuël roept alsook in het voorbijgaan van Johannes de Doper en zijn leerlingen. ‘Zie het Lam Gods’ wordt er gezegd en twee van zijn leerlingen volgen Hem. In beide gevallen, bij de profeet Samuël en bij de latere apostelen Andreas en Johannes, willen ze God beter leren kennen en zijn bedoelingen achterhalen. De ene keer met de woorden ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’ en de andere maal met ‘Rabbi of Meester, waar houdt Gij U op?’ Ze worden als het ware aangetrokken als door een magneet. En ze willen door Hem bij de hand genomen en of geïnspireerd worden. Of met de woorden van Thomas van Kempen (15e eeuw) ‘Trek mij mee, opdat ik enthousiaster achter U aan kan snellen.’ En dat mag ook voor ons gelden. De Heer roept ons om Hem te volgen en om deel uit te maken van de gemeenschap van de wereldwijde Kerk. Laten we omzien naar de lezingen van deze zondag…

  • het eerste boek Samuel (3, 3b-10, 19) gaat over de roeping van Samuël;
  • de eerste brief van de apostel Paulus (6, 13c-15a, 17-20) bespreekt de betekenis van het lid zijn van het lichaam van Christus, de Kerk;
  • en het Evangelie volgens Johannes (1, 35-42) gaat over het volgen van het Lam van God.

‘De lamp van God was nog niet gedoofd’ staat er bij de profeet Samuël. Het is de tijd van de door God verworpen koning Saul en er zal een nieuwe koning komen, David. Als de jonge Samuël zich te rusten legt bij het Allerheiligste, de Ark van God, dan is het donker. In die zin kunnen we het ‘nog niet gedoofd’ zijn verstaan. Maar deze woorden kunnen we kunnen betekenen dat er een verminderde mate van geloof of beter gezegd ongeloof bestaat in Israël. En tenslotte ook nog dat God mededogen heeft met zijn volk en de kwijnende vlaspit niet dooft. De naam Samuël verwijst naar het geloven in God. De Hebreeuwse woorden Samu en El kunnen vertaald worden met het ‘horen naar God’. Ze vertellen ons iets over zijn toekomstige rol als boodschapper van God die al naar gelang de Geest hem ingeeft, handelt. En dan ‘komt God langs’ maar de jonge Samuël weet niet wie het is die hem roept. De priester Eli beseft dat ook niet direct en pas bij de derde keer valt het kwartje bij hem. Dat zegt iets over de verstoorde relatie tussen God en zijn volk en over Gods mededogen met Hen, ‘de lamp van God is nog niet gedoofd.’ Eli adviseert nu de jongen om, mocht de Heer hem weer roepen, te antwoorden met ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’ In vervolg van zijn leven wordt Samuël steeds meer met Gods Geest vervuld. Hij wordt voorbereidt op de taak die hem wacht, het handelen in Zijn naam. Als God roept, op unieke wijze, dan wordt ook aan ons gevraagd om, net als Samuel, te horen naar of open te staan voor Hem. Om te luisteren naar wat de Geest zegt, om samen op weg te gaan en te ontdekken wat er van ons gevraagd wordt. Ons antwoord mag dan, met de woorden van de psalm 40, zijn: ‘Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen’ …

Johannes de Doper doopt met het water van de Jordaan. Het is een Doopsel van bekering. Hij nodigt mensen uit om zich om te keren naar God en vandaar uit met vertrouwen met Hem op weg te gaan. Zijn leerlingen zijn bij hem als ‘Jezus langs komt’. Hij zegt: ‘Zie het Lam van God’. Dat betekent zoveel als, dit is de Messias. De uitspraak ‘Lam van God’ verwijst terug naar de bevrijdende uittocht uit Egypte. Tegelijkertijd wijst zij ook vooruit naar het bevrijdende handelen van Jezus in zijn Passie. In beide gevallen is het een uitnodiging om door het geloof in God, een nieuwe mens te worden. Tegen deze achtergrond volgen twee van de leerlingen van Johannes de Doper, Jezus. Het zijn Andreas, de broer van Simon Petrus en Johannes, de broer van Jacobus van Zebedeus. Er zijn vier kernwoorden die opvallen in daaropvolgende passage. Allereerst het volgen van de Heer want dat is het wat deze twee doen. Jezus draait zich om en vraagt naar het waarom en of wat ze van Hem verlangen. Hun antwoord is: ‘Rabbi of Meester, waar houdt U zich op? Eigentijds gezegd: Waar woont U? Wij willen U beter leren kennen. Andreas en Johannes gaan met Hem mee en blijven een paar uur bij Hem. De eerstgenoemde gaat daarna op zoek naar zijn broer Simon. Hij vindt hem en vertelt dat ze de Messias gevonden hebben. Daarop volgt, als Simon bij Jezus komt, een naamsverandering. Hij zal voortaan Kefas, dat is rots of Petrus, heten. Wat Johannes doet, weten we niet. Maar ik zou mij kunnen voorstellen dat hij alles, net zoals Maria, de moeder van Jezus, in de stilte van zijn hart bij God brengt. Ook hij heeft gevonden naar wie hij verlangde, de Messias, zoals verder op in het Evangelie zal blijken.

Wij worden in ons leven geroepen tot het geloof in Jezus, de Christus of de Messias. Wij genodigd, om een stap te maken naar Hem, om Hem te volgen en om onze rust te vinden bij Hem. In ons antwoord en ons volgen worden wij, zoals de apostel Paulus het zegt, met Hem verenigt door en in één Geest. Om vanuit Hem, in het dagelijks leven, te gaan vanuit en terug te keren naar Hem. Of zoals Thomas van Kempen al in de 15e eeuw wist: ‘Als U trekt, zie, dan kom ik, zie, dan haast ik mij, snel ik, gloei ik. Maar doet U dat niet, dan snel ik niet, zoek ik niet en voel ik nauwelijks aandrang om U te volgen.’ …AMEN

Overweging Doop van de Heer, 10 januari 2021 B, door pastoor Jacques Grubben.

Bij het nadenken over water denken we wellicht aan een begrip zoals het watermanagement. Onze koning heeft hier een binding mee. Daar zullen we het vandaag echter niet over hebben. Het woord water vinden we op veel plaatsen in de Bijbel. Denk maar eens aan de eerste regels van het boek Genesis ‘En de Geest van God zweefde over de wateren.’ Of de woorden van Jezus bij de evangelist Johannes ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke..’ En ook het ‘…terstond kwam er bloed en water uit…’ op het moment dat Jezus op het kruis doorstoken, kent een belangrijke plaats toe aan het water. Tot slot bij zijn Doopsel in de Jordaan dat ons vandaag ter overweging wordt voorgehouden.

Vlak voor een kinderdoop ben ik gewoon om aan de aanwezige kinderen te vragen waar wij het water voor gebruiken. Er volgen dan allerlei antwoorden zoals bijvoorbeeld, het drinken en het wassen. Meestal voeg ik daaraan toe dat de mens voor een groot deel uit water bestaat. Dat veroorzaakt echter veelal vragende blikken. Uiteindelijk komen we uit bij de doop van Jezus. Wij volgen zijn voorbeeld en horen door het Doopsel bij Hem en grote familie van de Kerk. Een van de kernwaarden van het geloof van ons Doopsel is het dagelijks bidden van het Onze Vader. Dit gebed vat als het ware het Evangelie, dé boodschap van het geloof, samen. De Westerse kerkvader Augustinus uit de 5e eeuw noemt het Onze Vader zelfs ons dagelijks Doopsel.

De eerste lezing en het Evangelie gaan vandaag over het water…

  • de profeet Jesaja (55, 1-11) nodigt het volk Israël uit om in hun nood tot de Heer te gaan ;
  • de eerste brief van de apostel Johannes (5, 1-9) houdt de lezers voor om in Jezus als Verlosser te geloven en de geboden te onderhouden;
  • en het Evangelie volgens Marcus (1, 7-11) gaat over het Doopsel van Jezus door Johannes de Doper.

De profeet Jesaja richt zich namens God tot allen die terugkeren uit de grote ballingschap in Babylon. Een deel van het volk had zich door middel van afgoderij afgekeerd van Hem. Desalniettemin neemt God, die trouw is aan het Verbond, de zorg voor hen serieus. Hij biedt ze de mogelijkheid tot een nieuw begin zoals bij het Doopsel. Hij wil hun dorst laven. Zij worden geroepen om naar het water te komen. Er wordt echter ook gesproken over melk, wijn, brood en over geld. Een goede voeding is natuurlijk onontbeerlijk voor de mens maar het gaat hier over iets anders, iets veel belangrijkers. Jesaja spreekt over de geestelijke dorst die God wil laven en over het schoonwassen van de afgoderij die is bedreven. Hij wenst als een echte Vader opnieuw te beginnen met hen en weer vruchtbaar en levend maken in geloof. Daarvoor is er wel eerst de ommekeer nodig van de afvalligen. Hij wil immers iedereen insluiten. Of met de woorden van de woorden van Jesaja: ‘U zult in vreugde water putten aan de bronnen van uw redder.’

Johannes de Doper is dé getuige van deze Redder Hij spreekt over Hem als iemand die sterker en waardiger is dan hijzelf. Hij doopt met water maar Jezus doopt met de Heilige Geest, die het echte leven geeft. In Hem zijn we genodigd om te geloven. En toch is er bij het Doopsel van Jezus sprake van zoiets als een omgekeerde wereld. De Redder of de Christus wordt gedoopt door zijn wegbereider Johannes. De hemel wil het zo. En er is meer wat de hemel wil; een verbinding tot stand brengen tussen de hemel en de aarde als een band die leven brengt en vruchtbaarheid geeft. De hemel scheurt open, de Heilige Geest daalt in de gedaante van een duif op Jezus neer en God, de Vader spreekt. Een Drie-een gebeuren van uitverkiezing ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik  welbehagen heb.’ Maar in het vervolg ook van roeping en navolging in het ‘Luistert naar Hem.’ Het laatste begint bij ons Doopsel waarin we met zoveel woorden gevraagd worden om, zoals onze bisschop het zegt, onze verantwoordelijkheid te (blijven) nemen.

Echter het betekent ook strijd zoals de apostel Johannes het in zijn strijdbare eerste brief zegt. Hij roept ons op om getuige te zijn van de Christus. Of met andere woorden om ‘niet van de wereld te zijn’ en door Hem totaal na te volgen in het liefde zijn. Dat alles kunnen we alleen maar volbrengen door het geloof in Jezus als onze Redder en Verlosser. Dan blijven wij in Hem en Hij in ons. Het geeft ons de kracht en de moed om deze liefde tot God en de naaste te volbrengen. Onze dagelijkse voeding ontvangen wij in het vieren en het ontvangen van de Heer in de Eucharistie. Tevens worden wij door het regelmatig ontvangen van het sacrament van Boete en Verzoening ‘schoon gewassen’. Dit alles zal ons instaat stellen om het Evangelie werkelijk te leven dat zoals gezegd, compact is samengevat in het Onze Vader. En dan zullen de zachte woorden ‘Jij bent mijn zoon of dochter, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb.’

Een gebed van Marinus van de Berg tot slot. ‘Zegen ons met de dauw van uw liefde. Zegen ons met uw warmhartige nevel, dat we elkaar niet besmetten met vrees,. dat wij onze harten niet op afstand houden. Zegen ons met zorg en aandacht om elkaar, dat wij niet onverschillig en slordig leven. Kroon ons met de naam van Uw Hoop, de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ …AMEN

Overweging Openbaring, 3 januari 2021 B, door pastoor Jacques Grubben

Wat mogen we verstaan onder het woord Openbaring? Allereerst, een zichtbaar of bekend worden van de vervulling van een oude belofte in het Oude Testament. Het is als een stralend cadeau dat mag worden uitgepakt. Maar we kunnen Openbaring ook typeren als in het licht geplaatst worden van of in het brandpunt van de belangstelling komen staan van een grootse gebeurtenis in de geschiedenis. Alsook de onthulling van een mysterie dat lange tijd verhuld was, zoals de apostel Paulus het omschrijft. Terugkomend op de grootse gebeurtenis in de geschiedenis van het heil en de wereld. De eerste getuigen hiervan zijn de eenvoudigen, de armen van geest van het Joodse volk, verbeeld in de herders. De bedoeling is het opwekken van geloof. En nadien, met een universele bedoeling, aan de drie Wijzen. Het is een uitnodiging tot inzicht en vandaar uit tot geloof. In beide gevallen is er sprake van een ontmoeting die tot vreugde en verwondering leidt zoals bij het uitpakken van een onverwacht cadeau. Maar de Openbaring is evenzeer een reddend teken van God uit die uitnodigt tot een toevertrouwen aan en een op weg gaan met Hem, zoals de herders en de wijzen. Laten we omzien naar dit koninklijk geschenk in de lezingen …

  • de profeet Jesaja (60, 1-6) spreekt over de jubelzang als het volk Israël terugkeert uit de grote ballingschap;
  • de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs (3, 2-3a.5-6) handelt over het licht dat is opgegaan onder de heidenen door de verkondiging van het Evangelie;
  • en het Evangelie volgens Mattheüs (2, 1-12) gaat ten slotte over de aanloop naar en de ontmoeting van de drie Wijzen met het Licht van de wereld, Jezus zelf.

Rond het jaar 540 voor Christus nemen de Perzen, via vererving, de macht over van de Babyloniërs. Ze worden de nieuwe lokale grootmacht in het Nabije Oosten. Er komt meer godsdienstvrijheid voor de ballingen uit het Joodse land met als uiteindelijk gevolg, een terugkeer naar het Beloofde land. Een bevrijdend gebeuren dat vergelijkbaar is met de Exodus van het volk uit Egypte, eeuwen eerder. Dit alles ontlokt grote vreugde en een jubelzang vanwege Gods barmhartigheid. Het volk heeft haar les geleerd en ziet in dat zij zelf de oorzaak is geweest van het verblijf in den vreemde. Het is, voor ‘korte’ tijd zoals achteraf blijkt, tot bekering gekomen. In de jubelzang wordt de glorie van de Heer, die opnieuw over het volk schijnt, vergeleken met de opgaande zon. De bovennatuurlijke genade van God wordt min meer gelijkgesteld met de stralen van de opgaande zon uit het Oosten. Zij zal opnieuw opgaan over Jeruzalem, het brandpunt van het Joodse geloof en de plaats van de Tempel. De donkerte van de ballingschap is voorbij en er gloort weer licht aan de horizon. Het is als een beweging van de nacht naar de dag die in menselijke zin uitnodigt om aan de slag te gaan thuis, op het werk en op school. Maar niet alleen in materiële zin breekt het licht door ook in immateriële of geestelijke zin door ‘het groeien in geloof en het geloven in groei’. In hemelse zin is het evenzeer een teken van God dat hoop geeft alsmede een uitnodigend gebaar is dat reden geeft tot een feest van dankbaarheid en geloof. God openbaart zich als een barmhartige God en als een Vader die trouw is aan het verbond. Hij begint weer opnieuw met zijn volk…

De drie Wijzen in het Evangelie, vrij vertaald de vertegenwoordigers van de wereld en de wetenschap, volgen het stralend licht van een ster. Recent werd in dit verband nog gesproken over een bijzondere conjunctie van een tweetal planeten. De Wijzen kwamen uit het Oosten en volgden in dubbele zin, fysiek en geestelijk, de ster van de Messias die opgegaan was uit Jacob, zoals het boek Numeri (24,17) verwoord. Op weg naar een ontmoeting, een avontuur waarvan ze niet wisten hoe het zou eindigen. Even dreigde er echter de ‘misleiding’, een verduistering van het licht van de ster, door de angst van koning Herodes en zijn gezellen. Na een onderzoek van de Schriften naar de plek van de geboorte van de nieuwe koning van Israël, de Messias, krijgen ze de opdracht om Herodes te informeren na hun bezoek. Echter zijn bedoelingen zijn oneerlijk. Hij wil het kind geen eer brengen maar het zwaard. Op weg naar Bethlehem gaat de ster opnieuw voor hen uit en zij vinden de nieuwe koning niet in een paleis maar in een stal. Zijn licht straalt hen tegemoet en vervult hen van een diepe vreugde. Deze openbaring brengt hen tot een eerbetoon en het geloof in Jezus. Via een andere weg keren zij terug naar huis. De geschenken laten zien dat de openbaring hen tot het inzicht heeft gebracht over de bedoeling en de missie van het kind in de kribbe…

Waar ligt dan onze opdracht? Zowel door de profeet Jesaja, de apostel Paulus en de Evangelist Lucas openbaart God zich onder leiding van zijn Heilige Geest. Met behulp van menselijke woorden onthult Hij zichzelf en zijn bedoeling met de mensheid in het Oude en Nieuwe Testament. En Hij sluit bij deze unieke openbaring in de wereldgeschiedenis, die als een licht in ons hart mag opgaan, niemand uit. In Jezus, de zoon van God die mens geworden is, is Hij ons nabij gekomen. Het is onze opdracht om door, met en in Hem een licht te zijn. Dit alles in eenvoud van hart, met wijsheid en in dienstbaarheid aan iedere medemens zoals Maria…AMEN.

Overweging Maria Moeder van God, 1 januari 2021 B, door pastoor Jacques Grubben

Ik bewaar prachtige herinneringen aan mijn bezoekjes aan de Orthodoxe Christus Geboorte-kathedraal in Riga. Van binnen rijk gesierd met iconen waaronder een aantal gewijd aan Maria, de moeder van God. Zij heeft immers een belangrijke plaats in de herschepping. De naam ‘Moeder van God’ doet mij ook aan denken aan een bezorgde parochiaan van de Sint Jan in Den Bosch. Zij kwam na de heilige Mis haar beklag doen op de priesteropleiding. De naam ‘Moeder van God’, dat kon toch echt niet. God heeft geen oorsprong: Hij is. En ja, Hij heeft ook geen moeder in goddelijke zin. Dus van die kant bekeken had deze mevrouw een punt. Echter de zoon van God, de tweede van de drie goddelijke personen, is mens geworden. Jezus had een goddelijke en een menselijke natuur. Hij is geboren uit de maagd Maria die zwanger werd door een samenwerken van de Drie-ene God. Een mysterie, zoals Lucas het beschrijft in zijn eerste hoofdstuk van het Evangelie. De Westerse kerkvader Augustinus (5e eeuw) schrijft dat God ons niet wil verlossen zonder onze hulp. Maria sprak haar jawoord als eerste en namens de mensheid uit. Het is echter geen eenmalig maar een voortdurend jawoord dat iedere dag herhaald mag worden. Haar jawoord vanaf het begin was en is voor ons mensen, een zegen. Ook in deze zin is zij de Moeder van God omdat zij de wil doet van God, de Vader zoals Jezus uitlegt in het Evangelie volgens Lucas, als zijn moeder en broeders op Hem staan te wachten. De lezingen spreken over de zegen van God op de verschillende momenten van de heilsgeschiedenis …

  • in het boek Numeri (6, 22-27) geeft God aan Mozes een zegen die zijn broer Aaron over het volk moet uitspreken;
  • in de brief aan de Galaten (4, 4-7) spreekt de apostel Paulus over de volheid van de tijd, de komst van de Messias voor alle mensen;
  • en het Evangelie volgens Lucas (2, 16-21) tot slot gaat over het bezoek van de herders aan het kindje Jezus en over zijn besnijdenis.

Mozes begeleidt het volk Israël door de woestijn naar het Beloofde Land. Hij is als een leidsman en herder voor het volk van God. Aaron, zijn broer is de eerste hogepriester uit het stam Levi die na de ’val’ door de aanbidding van het gouden kalf, de priesterlijke taken vervult. Mozes is als de vriend van God de spreekbuis voor het volk. Zo ook vandaag als hij de opdracht krijgt om Aaron een zegen te laten uitspreken over Israël. God heeft, als een Vader, immers het beste met hen voor. Het is deze drievoudige zegen die met regelmaat uitgesproken kan worden aan het einde van de heilige Mis. In eerste bede wordt God gevraagd om hen (en ons) te beschermen tegen het kwaad. Het tweede gebed verzoekt om zijn goede gezindheid en in de derde bede wordt gevraagd dat het volk het aan niets zal ontbreken. Kortom, conform de definitie van het woord zegen, wordt drie keer om het goede gevraagd voor Israël. Als deze zegen wordt uitgesproken dan zal God hen ter wille zijn. Zo mogen ook wij, iedere dag en in vertrouwen ons tot God wenden met bijvoorbeeld de woorden van psalm 67: ‘God, wees barmhartig en zegen ons.’

De apostel Paulus verkondigt in het niet-Joodse of heidense Galatië, Christus als de Redder. Hij bestrijdt tevens de zogenaamde dwaalleraren van Joodse origine die de heiden-christenen onterecht de fysieke besnijdenis willen opleggen. In het geloof, zowel het Joodse als het Christelijke gaat het echter allereerst om de besnijdenis van het hart en niet naar het lichaam. Jezus Christus is eenheid komen brengen tussen de Joden en de niet-Joden. Voor de laatsten is de Wet niet van toepassing. Met de komst van de Messias of de Christus is derhalve de volheid van de tijd of het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis gekomen. De zoon van God is mens geworden uit een vrouw om volgens een oude belofte, alle mensen te bevrijden van de slavernij van de zonden. Zij en wij worden gevraagd om Hem in geloof aan te nemen. Al doende worden zij en wij kinderen van God. Zijn zegen rust op ons ons maar het vraagt, net zoals bij Maria, om een mee-werken met de genade van God of een jawoord onzerzijds.

Het kind dat uit een vrouw, Maria, is geboren wordt bezocht door de herders die vol van vreugde zijn na het bezoek van de engelen. Bij het zien van de zoon van God, verheerlijken zij Hem. Ze nemen Jezus aan in geloof, hun langgekoesterde hoop is vervuld en de herders zijn vol van de liefde voor deze nog kleine Messias. Want dat is Hij voor hen. Zijn identiteit, hoe Hij klein ook nog is, is voor de eenvoudige herders duidelijk. Zijn naam is immers Jezus, zoals bij de besnijdenis duidelijk wordt gemaakt. Maria en Jozef verwonderen zich over hetgeen zij te horen krijgen. De moeder Gods bewaart deze woorden in haar hart en brengt ze in de stilte van het gebed bij God.

Door haar voortdurende jawoord vanaf het begin tot het eind, heeft Maria een groot aandeel in de herschepping. Zij is daarin een voorbeeld voor de mensen van alle tijden om na te volgen. Haar ontvangende, dienstbare en biddende houding is de rode draad in haar leven en mag het ook zijn in ons leven, hier en nu… Dan verspreiden wij het Licht van God, zijn wij als een lantaarn schrijft de Middeleeuwse mysticus Ruusbroec. En God zoekt ons door haar, schrijft de zalige Titus Brandsma. Zij neemt, uit eigen ervaring, ons bij de hand en brengt ons tot bij Hem. Moge dan onze bede zijn dat de moeder van God onze hand vasthoudt en geleidt in het nieuwe jaar… AMEN

 

Overweging Heilige Familie, zondag 27 december  2020 B, door pastoor Jacques Grubben

De Heilige Familie, een verbondenheid tussen hemel en aarde, een familie van God en mensen – Jezus, Maria en Jozef. In de vorige eeuw bestond  er een broederschap van de Heilige Familie. De ouders van mijn moeder waren lid van deze gebedskring. De familie van Jezus, Maria en Jozef wil in velerlei opzichten een voorbeeld zijn voor het menselijk gezin. De ouders van de heilige Theresia van Lisieux hebben daar in de negentiende eeuw door het gebed en de zorg voor de naaste, invulling aan gegeven. Door in ons leven een voorbeeld te nemen aan de Heilige Familie, ontstaat er een gelovig netwerk tussen God en mensen en de mensen onderling. Door plaats te maken voor God in onszelf en in het gezin zijn wij in staat om dienstbaar te zijn in de samenleving. Vanuit de innerlijke stilte en vrede van God in ons hart zijn wij, met de liefde als sleutel, zijn getuigen. We zijn immers familie van elkaar. Tegelijkertijd geven wij hiermee een tegenvoorbeeld aan de prestatiemaatschappij, Hierin staat veelal het ik centraal en voert de spiraal van consumptie en productie de boventoon. De sleutelrol is nu niet de liefde die ons drijft maar wordt vervuld door het geld. In de harde ‘knaken’ is geen liefde verborgen is maar keiharde zakelijkheid of niets voor niets. Waar kies je voor of welk ‘netwerk’ gaat je aan het hart… Bij welk voorbeeld sluiten de lezingen vandaag aan?

  • in het boek Genesis (15, 1-6; 21, 1-3) bevestigt God de belofte aan Abram door de zwangerschap van Sara en de geboorte van Isaak;
  • in de brief aan de Hebreeën (11, 8; 11-2. 17-19) spoort de auteur de lezers aan om het voorbeeld in geloof van Abraham en Sara na te volgen;
  • en het Evangelie volgens Lucas (2, 22-40) gaat over de opdracht van de Heer in de Tempel.

In de eerste lezing is er sprake van een zich over verschillende hoofdstukken uitstrekkend drieluik. God wil een familie starten en roept Abram. Zijn naam is overigens nog niet veranderd in Abraham. De definitieve geloofsgetuigenis, zijn bevestigende keuze voor God of de keuze voor om familie te zijn van Hem, moet nog komen. Hij reageert wat kribbig op Gods herhaalde oproep om vertrouwen. Hij lijkt zich zorgen te maken over wie de grote erfenis krijgt die hij zal nalaten als hij sterft. Even een spanningsmoment tussen de belofte van een familie of gezin en het ‘grote’ geld. God maakt hier echter al snel een eind aan door de belofte van een gezin gestand te doen. Abram hecht hier waarde aan in geloof. Sara, zijn vrouw wordt zwanger en zijn zoon Isaak wordt geboren. We zouden nu kunnen opmerken dat hij al een zoon verwekt had bij de slavin Hagar. Dat klopt helemaal, dus waarom al dit gedoe! God had Abram een grote familie beloofd via zijn vrouw Sara en zegt het oude spreekwoord niet ‘belofte maakt schuld’? God is echter trouw en Hij houdt zich aan het verbond dat Hij gesloten heeft met Abram. Deze is op zijn beurt trouw door opnieuw, geduld te beoefenen en geloof te hechten aan wat God zegt.

De schrijver van de brief aan Hebreeën is waarschijnlijk een leerling van de apostel Paulus uit de tweede eeuw. Hij roept de gelovigen van toen en nu, om het voorbeeld van Abraham, van een consistent geloof, na te volgen. Overigens zal Jezus door Maria, zijn moeder en Jozef opgevoed worden in de geloofstraditie van de Aartsvader Abraham. Het gezin van Abraham en Sara, waarin de liefde tot God en elkaar centraal staat, wordt het startpunt van het volk Israël. Via allerlei omzwervingen komt het uiteindelijk in het Beloofde land terecht. Daarmee gaat ten tijde van Jozua, de opvolger van Mozes, ook de tweede belofte van het land aan Abraham in vervulling. Het gezin of de familie vormt de hoeksteen in de Joodse samenleving. Nog eenmaal echter dreigt het gezin van Abraham & Sara onder druk te komen staan als God hem vraagt om zijn zoon aan Hem op te dragen. Echter ook dan blijkt God een trouwe verbondspartner te zijn. Een in een struik vastzittend ram wordt opgedragen. Hij is immers een God van levenden.

In het Evangelie krijgen we te maken met de opdracht van de Heer in de Tempel. Echter er is ook de ‘rituele’ reiniging van de moeder, Maria, na haar zwangerschap. Iets wat tot in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw onder het kopje ‘kerkgang’ in de wereldkerk heeft bestaan. Tegelijkertijd wordt haar eerstgeboren zoon Jezus, conform de Joodse Wet, opgedragen aan God. Net zoals Isaak zouden we kunnen zeggen alleen toen bestond er nog geen Wet want het laatste speelt zich af in de tijd voor Mozes. Enerzijds en vrij vertaald, is het een gebeuren van dankbaarheid voor de geboorte van het kind als een gave van God. Anderzijds, is het een moment van heiliging door de (hernieuwde) toewijding aan of ‘heiliging’ van het gezin door God. Immers Maria en Jozef leefden celibatair in hun huwelijk. Het is een bijzonder gebeuren in die zin dat Simeon, een godsgetrouwe Jood en in lijn met het geloof van Abraham, een aantal profetische uitspraken doet over Jezus en Maria. De eerste zal een teken van tegenspraak zijn voor velen en de tweede zal daar op verschillende momenten, maar op ultieme wijze, getuige van zijn onder het kruis. Desalniettemin is het de bevestiging van het feit dat God een Heilige Familie sticht met God als Vader en Maria als Moeder van de Kerk. Heilig omdat Jezus, de mens geworden zoon van God heilig is. Dat geldt op een andere wijze ook voor Maria. Maar onheilig omdat de mens een gewonde of gebroken natuur heeft omdat zij met regelmaat in de fout gaat en vergeving nodig heeft. Daarom wil de Heilige Familie van God uit een voorbeeld zijn om in trouw aan Hem te groeien in hoofd, hart en handen door daden van geloof… AMEN

Overweging Kerstmis, 25 december 2020 B door pastoor Jacques Grubben.

‘Kijk omhoog, Sammie, kijk omhoog, Sammie…’. De woorden van dit lied uit de jaren zeventig van de overleden Nederlandse zanger Ramses Shaffy, schoten mij in de aanloop hier naar toe te binnen. Oude woorden in een nieuw jasje die ons met een beetje goede wil, vertellen dat we in vertrouwen omhoog mogen kijken. Op God mogen we onze hoop stellen, kracht en moed ontvangen om in het leven van alledag richting te blijven vinden. De woorden van psalm 121, lang geleden geschreven en doorgegeven, zeggen hetzelfde: ‘Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen: Vanwaar kan ik hulp verwachten? Mijn hulp zal komen van God de Heer.’ En ja, dit beetje bemoediging hebben we wel nodig want het was me het jaartje wel. Bovenop de eigen zorgen van allerlei aard, kwam er ook nog eens de onzekere en moeilijke tijd vanwege het verraderlijke virus. Door echter omhoog te kijken en onze blik op God te richten, laten we dit alles even los om te vieren, te zingen en om samen te zijn. Jezus, de zoon van God die lang geleden werd geboren in een koude stal, wil immers in de kribbe van ons hart geboren worden. Het vieren en zingen in een stille kerk, via een YouTube kanaal, op de TV en of de radio, het doet ons verbonden zijn in eenvoud en vreugde. Laten we het donker van de afgelopen tijd achter ons laten om het licht in het nu van dit prachtige moment, te ervaren en te koesteren!

Desondanks wordt ons gevraagd om ook oog te hebben voor de kleine mens, en misschien zijn wij dat zelf wel, die eenzaam of alleen is en die zich in zijn of haar eigen wereldje beweegt. Het is donker om en in hem of haar, om ons heen. Laten we daarom virtueel onze handen uitstrekken naar elkaar om een keten van medemenselijkheid te vormen, om samen op weg te gaan en warmte en licht verspreiden.

Lang geleden gingen Maria en Jozef ook samen op weg in de donkerte van hun tijd om de lange reis van Nazareth naar Bethlehem, de stad van koning David, te aanvaarden. Het was een tijd waarin de hoop leefde dat de Messias, dat is de beloofde Redder, geboren zou worden uit een vrouw. Maar wanneer, waar en uit wie? Onzekerheid alom en mogelijk zelfs ongeloof. Het was geen gemakkelijke weg om te gaan voor het jonge ouderstel. En hetgeen daaraan voorafging, was ook al niet eenvoudig. Het zal je maar gebeuren dat je bezoek krijgt van een engel zoals Maria, die je komt vertellen dat je zwanger zult worden, van de zoon van God nog wel. Het heeft haar ongetwijfeld verrast en hoofdbrekens gekost om het een plekje in haar hart te geven. Uiteindelijk heeft zij in verwondering, door omhoog te kijken, in geloof en met vreugde, ja gezegd tegen deze goddelijke uitnodiging. Maar ook Jozef haar wettige echtgenoot, ze waren in ondertrouw, kreeg het goed voor zijn kiezen. Een zwangere vrouw, terwijl ze het leven nog niet met elkaar deelden. Wat moest hij daar van denken en wat zouden de mensen daar wel niet van zeggen? Het beste was om in stilte van haar te scheiden, dan ontstonden er geen problemen. Hij wilde Maria, van wie hij echt hield, geen pijn doen. En dan plotsklaps opnieuw een engel met een boodschap, nu in een droom. Het kind is van Mij en niet van een vreemde, zei God. Blijf trouw, Jozef en ga samen dit ‘onzekere’ en uitdagende avontuur aan. Opnieuw, een mens die omhoog kijkt. Beiden vatten moed en gaan samen op weg. Ook zij waren echter kleine mensen. Echter niet in de zin van het ronddraaien in de eigen comfortzone. Integendeel, door mee te werken aan het reddingsplan van God traden zij naar buiten uit de comfortzone. Ze waren klein door zich in het ouderschap van Jezus, dienstbaar op te stellen voor zijn levensgeluk en dat van de mensheid. Een moeilijke en onzekere tijd waren ook Maria’s en Jozefs deel in de heilsgeschiedenis. Máár, zij gingen er voor. Zij lieten zich verwarmen door de stralen van het goddelijk licht van boven. Samen beklommen zij, al leidt de weg van Nazareth naar Bethlehem geografisch naar beneden, het pad naar boven, God tegemoet. En ondanks dat er bij de mensen geen plaats was want de herbergiers waren echt niet verwonderd over de pracht van het leven brengende Kind dat op het punt stond om geboren te worden. Maria en Jozef keken vol verwachting naar boven en liepen verder met een brandend licht van binnen.

In de stilte van de heilige nacht werd de zoon van God, die de naam van Jezus droeg wat ‘God redt’ betekent, geboren. Deze gebeurtenis verwarmde hun hart alsmede de koude stal en bracht mensen, net zoals vandaag tezamen. Engelen die zongen, herders die op bezoek kwamen met hun schaapjes en drie Wijzen die Hem zochten, de ster volgden en Hem vonden. De kersverse ouders verwonderden zich over de wolk van een baby over wie zulke mooie dingen werden verteld en over de mensen die van heinde en verre op bezoek kwamen…

Of er in deze dagen velen op bezoek komen om met ons te vieren, laat staan te zingen, is maar zeer de vraag. Desondanks mogen wij proberen om in het gemis niet onszelf maar Hem te zoeken om vandaaruit onszelf te vinden, als kinderen van de ene God die ons onvoorwaardelijk liefheeft. Hij staat immers, net zoals de kleine uk in de kribbe met de sprankelende naam Jezus, met open armen op ons te wachten. We mogen Hem tegemoet gaan door dit prachtige moment in het nu te beleven, door ons hart voor Hem te openen. Hij is voor ieder van ons, dichtbij of veraf, zorgen of beperkingen, gekomen om ons de hand te reiken, om een lichtstraal te zijn in ons leven. Gegeven als een grote broer en de prins van vrede om, samen met elkaar op weg te gaan naar boven, het eeuwige Licht tegemoet.

We wensen jullie allen een heel mooi en gezegend kerstfeest…AMEN

De lezingen van de nachtmis maken ons deelgenoot van de vreugde van het kerstfeest…

  • de profeet Jesaja (9, 1-3, 5-6) spreekt over een groot licht dat zal verschijnen in de duisternis dat bevrijding zal brengen aan het volk van Israël;
  • de brief van de heilige apostel Paulus aan Titus (2, 11-14) wordt gesproken over het geluk dat ons mensen ten deel is gevallen door de geboorte van de Verlosser;
  • het Evangelie volgens Lucas (2, 1-14) verwoordt het geboorteverhaal van Jezus, onze redder en Heer.…  AMEN

Overweging 4e Advent 2020 B, 20 december, door pastoor Jacques Grubben

Als je aan vrucht dragen denkt, dan denk ik allereerst aan de tijd van de oogst in de zomer en het najaar. En aan de heerlijke vruchten van de planten, struiken en bomen waarvan we mogen eten. Ook mensen dragen vrucht door in gemeenschap en in samenwerking met God, lichamelijk en geestelijk vruchtbaar te zijn. Een kind is ons geboren en zijn of haar naam is…Zo ook in de Bijbel, de geschiedenis van God en mensen door de tijden heen. Op verschillende momenten maakt Hij in het Oude en Nieuwe Testament wat onvruchtbaar is, vruchtbaar. Te denken valt aan de wonderlijke zwangerschap van Sara, de op leeftijd zijnde vrouw van de aartsvader Abraham maar ook aan de moeder van de profeet Samuel. En dichterbij in de tijd en ons geheugen, aan de ouders van Maria, Johannes de Doper en op een wel heel bijzondere manier van Jezus, de mens geworden zoon van God. Steeds speelt in dit wonderlijke gebeuren van God en mensen uit een directe, zoals bij Abraham & Sara, of een indirecte ontmoeting door middel van het gebed, zoals bij de ouders van Maria en Johannes de Doper, een doorslaggevende rol. Uiteindelijk speelt een goddelijk gebaar van liefde de allesbepalende rol in de schepping én de herschepping. Tegen deze achtergrond gaan Jozef en de zwangere Maria volgens het plan van God, op naar Bethlehem om zich op bevel van keizer Augustus, te laten inschrijven. Jozef is de echtgenoot van Maria. Hij heeft de zorg voor het kind van God en mensen. En door haar jawoord is Maria niet alleen de moeder van het kind maar ook de dienares van God in het plan van de herschepping. Een nieuwe vruchtbaarheid, volgens een oude belofte, voor het volk Israël en de gehele wereld. Laten wij met hen meegaan en met de woorden van de Westerse kerkvader Augustinus opgaan naar God, Jezus tegemoet.

De lezingen wijzen ons de weg…

  • in het 2e boek Samuel (7, 1-5.8b-11.16) piekert koning David over het onderbrengen van de Ark van Verbond;
  • in de apostel Paulus in de brief aan de Romeinen (16, 25-27) spreekt hij over het lang verhulde geheim van de menswording en de boodschap van Jezus Christus;
  • en het Evangelie volgens Lucas (1, 26-38) handelt tot slot over de verheugende boodschap van de aartsengel Gabriel aan de Maagd Maria.

Allereerst een korte situatieschets bij de profeet Samuel. Koning David heeft een prachtig paleis van cederhout in Jeruzalem en het kostbaarste kleinood van het volk Israël, de Ark van het Verbond, is hem en het volk nabij. Hij pijnigt zichzelf echter met de gedachte dat God zelf, want daar staat de Ark voor, onder een tentdoek verblijft. David deelt zijn zorg met de profeet Nathan en die vertelt hem om te doen wat zijn hart hem ingeeft. Echter God corrigeert David in een korte boodschap die samengevat luidt: ‘Doe maar wat Ik u zeggen zal’. Immers Hij heeft hem geroepen als koning voor zijn volk, hem bijgestaan op zijn veldtochten maar de uiteindelijke Herder van Israël, is God zelf. Het tentdoek staat voor de tijdelijkheid, terwijl God staat voor de eeuwigheid. Hij zal derhalve een huis voor de koning bouwen in plaats van dat deze uit dankbaarheid iets terug kan doen voor al het ontvangene. Immers David is in dienstbaarheid opgegaan van Bethlehem, zijn geboortestad, naar de stad van God, Jeruzalem.

De moeder van Johannes de Doper is door de verhoring van het ouderlijk gebed, een opgaan naar God maar in geestelijke zin, op oudere leeftijd en van God uit zwanger geworden. Een beweging van menselijke onvruchtbaarheid naar een bijzondere en verreikende vruchtbaarheid met het oog op de opdracht van Johannes. In het Galilea van de heidenen (niet-Joden), in de stad Nazareth, krijgt Maria een bezoek van de engel Gabriel. Ook daar breekt de vreugde door want opnieuw werken de hemel en de aarde samen met het oog op een nieuw Verbond tussen God en mensen. De tijd van de herschepping en een nieuwe vruchtbaarheid in geloof breekt aan. Maria, de jonge vrouw is vervuld van Gods genade als zij in een ontmoeting met de boodschapper van de Drie-ene God, haar jawoord geeft. ‘Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiedde naar uw woord.’ Aansluitend op de eerdere woorden ‘Doe maar wat Ik u zeggen zal’. Ook zij wordt zwanger van een zoon. Er is echter niet alleen sprake van een familieverband in aardse zin, Elisabeth was een achternicht van haar, maar ook in hemelse zin. Door het voorwerk van Johannes en het verlossende handelen van Jezus, wordt het fundament gelegd voor een nieuwe, hemelse een eeuwige familie. ‘Kom, we gaan op naar de Heer’, zijn dan ook uitnodigende woorden die van toepassing zijn voor alle tijden. Wat lange tijd verborgen was, zoals de apostel Paulus het schrijft, wordt nu beetje bij beetje zichtbaar. En de boodschap heeft eeuwigheidswaarde voor zowel de Joden, de mensen van het Oude Verbond, als de niet-Joden. De weg daar naar toe is een weg van het afzien, lijden en sterven op het kruis van Jezus. Voor velen een dwaasheid maar voor ons christenen, de gelovige en enige weg naar het leven bij en met God. Jezus volgen in geloof, zelfs als dat breek- en kwetsbaar is, is onze opgang naar God, naar het hemelse Jeruzalem.

Jozef ging op om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw. Laten wij dienstbaar aan God en elkaar, in eenvoud met hen meegaan om ons in te schrijven voor de weg in geloof naar huis… AMEN

 

Overweging 3e Advent 2020 B, 13 december, door pastoor Jacques Grubben.

De uitspraak ‘onbekend maakt onbemind’, wat zegt die eigenlijk? Betreft het een niet weten van de eindejaarbonus en of een promotie? Dromen we van een witte kerst, maar weten we niet of dat dit jaar het geval zal zijn? Of is het een gezinsuitbreiding als een gave van liefde van God en mensen uit, waar we naar uit zien? Ze hebben te maken met het verwachten van iemand of iets die of dat we nog niet kennen. Betekent het echter ook dat we het of de verwachtte niet beminnen? Mogelijk… Ik heb vanwege Corona mijn jaarlijkse retraite in Letland moeten uitstellen tot na Pasen. Wat het zal worden weet ik nog niet, maar ik weet wel dat het mij goed zal doen vanuit de liefde die God mij wil geven. Ik ben  nu al dankbaar en zie er met vreugde naar uit.  Gedurende de tijd van Advent zien wij uit naar de zoon van God die mens onder de mensen wil worden. Het is immers zijn wil om uit liefde te midden van ons geboren te worden. Wellicht zeggen we met Kerstmis tegen elkaar ‘Wat een schattig kind’ en gaat onze sympathie direct naar Hem uit. Echter gaandeweg door het liturgisch jaar zullen we Jezus en zijn bedoelingen echt leren kennen. En dan pas zal blijken of, door het bekend worden van zijn missie waarmee Hij zich vereenzelvigd heeft, de prille liefde van het begin bestand is tegen alle ‘hutsen en butsen’ van ons leven. En of zijn aanwezigheid onder ons werkelijk lichtgevend en richtingbepalend is voor ons. De lezingen vertellen …

  • de profeet Jesaja (61, 1-2a.10-11) brengt een boodschap van vreugde en bevrijding door het aankondigen van een genadejaar;
  • de apostel Paulus in zijn 1e brief aan de Thessalonicenzen (5, 16-24) spreekt over de waarde van het onophoudelijke gebed in relatie tot de heiliging van het totale mens zijn;
  • het Evangelie volgens Johannes (1, 6-8, 19-28) spreekt over Johannes de Doper als de getuige bij uitstek van de Messias.

De profeet Jesaja of beter gezegd een leerling van hem, meldt een vreugdevolle boodschap. Het volk zal zich opnieuw in de Heer verheugen. Het is een bemoediging die licht brengt want God, maakt zich door zijn mededogen en door bevrijding en genade, bekend. God heeft oog voor de mensen naar wie niemand omkijkt. Het zijn de zogenaamde ‘anawiem’ die op zijn sympathie kunnen rekenen. En de Heer laat zijn gerechtigheid over hen ‘regenen’. Meer bekend en bemind..

Wat betekent overigens het woord genadejaar? Volgens de Oude Joodse wetgeving kan het betrekking hebben op het sabbatsjaar waarin eens in de zeven jaar, de slaven vrijgelaten worden. Het kan echter ook betrekking hebben op het jubeljaar. Dat is  het vijftigste jaar waarin daarnaast alle schulden worden kwijtgescholden en de landbouwgronden opnieuw worden verdeeld. Dit jaar werd gezien als het beeld van de Messiaanse tijd. De RK Kerk kent het Heilig Jaar, dat eens in de vijftig jaar door de paus wordt afgekondigd. Het wordt ook wel een Jubeljaar genoemd en beslaat de tijd van een jaar, tussen Kerstmis en Kerstmis. Beide Joodse jaren geven reden tot feest, voor een maaltijd.  Ze zijn een Messiaanse allusie op het hemels bruiloftsmaal. Daarop is de Heer de bruidegom en zij (en wij)  de bruid.

De proloog van het Evangelie volgens de apostel Johannes, waaruit we vandaag iets hebben gehoord, is ruwweg te verdelen in twee delen. Over de eerste regels van het begin horen wij traditioneel op kerstmorgen. Zij vertellen op mystieke wijze over de zoon van God. In het daaropvolgende gaat het over Johannes de Doper, maar dan niet als de wegbereider maar als zijn getuige. Johannes heeft hij tot taak om de mensen opnieuw tot geloof te brengen, tot geloof in degene die na hem komt, de Messias of de beloofde Verlosser. In het antwoord op de vraag van de Farizeeën en Schriftgeleerden laat Johannes allereerst weten wie hij niet is. Hij is niet de beloofde Verlosser en hij is niet de profeet Elia. Maar hij is ‘een roepende in de woestijn’ vanwege de dorheid van het geloof van het Joodse volk. Hij is de getuige van het Licht dat in de wereld moet komen maar deze nam … en neemt haar niet aan. Johannes verwijst keer op keer naar Jezus als ‘Hij die u niet kent’ maar die desondanks ‘midden onder u is’. Het religieuze gezag en het volk verwachten de Messias maar kennen en herkennen Hem niet van hart tot hart. En zoals verderop blijkt, nemen ze Hem niet in geloof aan. De woorden ‘onbekend maakt onbemind’ zijn opnieuw van toepassing. Het is donker…

Zijn deze woorden op ons als gelovigen van deze tijd van toepassing? Het antwoord hangt af van onze levenshouding. Ik bedoel: onderhouden wij een geregeld contact met de Heer door, om met de woorden van Paulus te spreken, onze handen te vouwen voor een gebed. En door met eerbied te luisteren naar zijn woorden die wij op zondag en of door de week in de Mis ontvangen? Geven we de door Jezus beloofde Helper, de Heilige Geest, die in ons bidt en spreekt, speelruimte om zich van zijn taak te kwijten? Alleen dan blijft het goede en de vrede van God en daarmee ons geloof bewaard als een door God geschonken schat om uit te pakken en om er van te genieten. Dan is God niet langer ‘onbekend en onbemind’ en wordt het licht in ons leven…Tot slot bijpassende woorden van broeder Roger, de stichter van de broeders van Taizé. ‘Christus, U dringt tot ons diepste wezen door. U ziet daar een verwachting. U weet dat wij van U houden zonder U te hebben gezien. Zonder U ook nu te zien, schenken wij U ons vertrouwen…’ AMEN

Overweging 2e zondag van de Advent 2020 B, 6 december , door pastoor Jacques Grubben

In de dorpen waar ik tot nu toe heb gewoond, zag ik hem wel eens, de bode van het gemeentehuis. Met de postbode kostte dat minder moeite, zeker als hij/zij jarenlang dezelfde route hadden. In beide gevallen brachten zij ons veelal op de hoogte van het nieuws. Ze zijn vergelijkbaar met een licht in de duisternis, je was op de hoogte van de laatste nieuwsfeitjes. In de natuur is er sprake van een lentebode. Daar vallen de vroege voorjaarsbloemen onder. Deze bloemen brengen ons het blijde nieuws dat het voorjaar in aantocht is. Een beweging van donker naar licht want de dagen lengen. De bode van de Heer is echter andere koek, om maar in de sfeer van Sint & Piet te blijven. Engelen, profeten wat moeten wij er ons bij voorstellen? Velen van ons kennen ze niet uit eigen ervaring. We kunnen daarentegen wel over hen lezen en hun bedoelingen overwegen door de woorden van Bijbel, de geschiedenis van God met mensen. Vandaag komt de laatste en de grootste profeet in het Oude Testament, zo zegt Jezus, aan bod. Zijn naam is Johannes de Doper. Hij kondigt Jezus aan en hij bereidt zijn weg voor. Dat is pas nieuws! Hij baant de weg voor Hem door het Joodse volk op te roepen om zich opnieuw naar God toe te keren. Hij wijst naar het Licht, de Beloofde en Komende. Velen van hen bevinden zich echter in de geestelijke woestijn van het ongeloof of van een lauw geloof. De relatie met God moet hiervan bevrijd worden, een nieuwe impuls krijgen. Jeshua of Jezus, de zoon van God die mens wordt, zal hen en ook ons hierin voorgaan. Net zoals Jozua, de opvolger van Mozes, die Israël na een lange woestijntocht, voorging naar het Beloofde land.

De lezingen vertellen vandaag over deze beweging van donker naar licht…

  • de profeet Jesaja (40, 1-5, 9-11) brengt een boodschap van troost en vreugde door te spreken over het einde van de ballingschap;
  • de apostel Petrus in zijn 2e brief (3, 8-14) spreekt over de trouw en het niet talmen van de Heer die een ‘nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ zal brengen;
  • het Evangelie volgens Marcus (1, 1-8) maakt tot slot melding van de wegwijzer pur sang naar het ware licht, Johannes de Doper.

Jesaja, de bode van de Heer die we het vaakst horen in de tijd van Advent, spreekt over het door de Babylonische koning Nebukadnezar verwoestte Jeruzalem. Het is een donkere en verdrietige tijd. Maar er gloort licht voor Israël dat in ballingschap is. De profeet zegt dat het ‘losgeld’ van de ontrouw aan het Verbond met God, is betaald. Door de woestijnervaring is het volk opnieuw tot geloof gekomen. Na de dorheid en droogte van de geestelijke woestijn, drinkt het opnieuw van het levende water van de Heer. En de laatste besluit om, als een goede herder die zorg heeft voor de kudde, naar Jeruzalem terug te keren. Het bericht dat ‘de heuvels geslecht en de dalen verhoogd’ zullen worden, is vreugdevol en geeft de mensen weer hoop. Het betekent dat Israël zal terugkeren naar het Beloofde Land en dat de Tempel of het Huis van God, zal worden herbouwd. Een eerste beweging van donker naar Licht…

Ook de apostel Petrus spreekt, al is het eeuwen later, troost – en hoopvol over de trouw van de Heer. Hij duidt op zijn tweede komen in de nabije toekomst. Voor de lezers en de hoorders van deze boodschap – ook Petrus is een bode van God – is het belangrijk nieuws. Intussen attendeert Petrus de mensen van alle tijden er wel op dat zij zich laten misleiden door dwaal – en valse leraren. Vormen van ‘New-Age’, toen en nu, en zelf samengestelde geloofscocktails met een snufje van dit en van dat, vallen hier nadrukkelijk onder. En het ‘terugkomen’ van de Heer is ook nog eens, zoals we in de afgelopen weken al vaker vernamen, onverwacht. Derhalve, een oproep tot waakzaamheid. We dienen er ieder moment ‘klaar’ voor te zijn door steeds het goede voor ogen te houden in onze daden, woorden en gedachten. Het aannemen, in de relatie met God en de medemens, een dergelijke levenshouding zal ons weghouden van de duisternis doordat wij met de hulp van God ons bewegen in en naar het Licht. Dat is nummer twee…

Terug naar de eerste komst van Jezus Christus. De evangelist Marcus verwijst naar de gehoorde boodschap van Jesaja, als hij spreekt over Johannes de Doper alsmede over de trouw van God. Hij is de bij de profeet genoemde vreugdebode. En opnieuw wordt gesproken over een woestijn. De profeten Daniël en Jesaja spreken over het letterlijk en geestelijk doorkruisen van de woestijn om het Beloofde land te bereiken. Ook bij Marcus is dat het geval. De wegbereider leeft en werkt vanuit de woestijn, slechts gehuld in een kameelharenkleed en wilde honing en sprinkhanen etend. Zijn bedoeling is om Israël en ook ons uit de geestelijke woestijn van een lauw geloof of van het ongeloof te halen en de weg te wijzen naar dé Beloofde. Hij wil geboren in de ‘opgeruimde of schoongemaakte’ kribbe van ons hart. Daartoe moeten we echte keuzes maken. Het uiteindelijke doel is om als het ware in een beweging van donker naar licht, een weg te banen voor Jezus naar het hart van ieder van ons om tenslotte het ‘Beloofde Land’, de hemel te bereiken. Dit nieuws mag ons bezig houden…

De bode van de Heer die onder inspiratie van Gods Geest, tot ons spreekt en uitnodigt met de woorden: ‘Kom, zie, luister en ga mee’. Samen op weg, Jezus tegemoet. Met de hulp van de Geest mogen wij echter ook een bode zijn voor elkaar immers de liefde voor God en de naaste uit zich ook in het geven van alles wat we voor niets hebben ontvangen… AMEN

Overweging 1e zondag van de Advent 2020 B, 29 november, door pastoor Jacques Grubben.

De meditatieve gedachte in deze Advent is een passage uit de profeet Jesaja. Zij dient als leidraad voor deze tijd van voorbereiding. Wij kunnen haar echter ook zien als een bemoediging in deze bijzondere tijd van beperkingen. ‘Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht. Een licht dat straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis.’ De woorden geven uitdrukking aan het vertrouwen in God. Recent hoorde ik een prachtig getuigenis. Een Braziliaans ouderstel werd verblijd met de geboorte van een dochter, Mariana. Al gauw constateerden de artsen een blijvende hersenbeschadiging waardoor dochterlief nooit zou kunnen praten en lopen. De diagnose veroorzaakte vanzelfsprekend veel pijn en verdriet bij beide ouders. Desondanks realiseerden zij zich in geloof dat God hen vroeg om hun dochter onvoorwaardelijk lief te hebben. Ze vertrouwden hun kind in dit alles aan God toe. In de vier jaar dat ze leefde sprak ze met haar stralende ogen de woorden ‘mama’ en ‘papa’ uit. Ze leerde ook om de eerste stapjes te zetten aan de hand van haar ouders. Mariana was een geschenk van licht dat beide ouders, in de donkerte van het verdriet, stappen van liefde leerde zetten.

Onze taak als christenen is het om, Corona of niet, een straaltje van licht te zijn voor elkaar in de momenten van lijden en verdriet, angst en twijfel, teleurstelling en eenzaamheid. We worden gevraagd om ruimte in ons hart te maken voor iedere naaste en open te staan voor het of beter gezegd de onverwachte. Opnieuw een oproep tot waakzaamheid in geloof want het kan Jezus zijn die aan onze deur klopt… En ’om het heil binnen te halen’, las ik recent.

  • de profeet Jesaja (63, 16b-17.19b; 64, 3b-8) verwoordt de bede van het volk dat smeekt om de terugkeer van hun God;
  • de apostel Paulus in zijn 1e brief aan de Korintiërs (1, 3-9) spreekt over de grote genadegave van het geloof in Jezus Christus;
  • in het Evangelie volgens Marcus (13,33-37) roept Jezus opnieuw op tot waakzaamheid.

Het gedeelte uit de profeet Jesaja dat we vandaag gehoord hebben is met grote waarschijnlijkheid geschreven door een leerling van deze boodschapper van God. Het bericht heeft betrekking op de tijd van de ballingschap van het volk van God in Babylonië, het huidige Irak. Israël is in den vreemde zonder de Tempel, de eredienst en het land waaraan het zo verknocht is. In deze situatie dringt het besef door dat zij alles aan zichzelf hebben te danken. Alhoewel wellicht nog niet helemaal gezien de woorden ‘Waarom hebt U het zover laten komen?’ In gebed richten zij zich tot de schepper van hemel en aarde, tot de Heer, de God van het Verbond, hun God én Vader. Het dringt tot hen door dat hun hart verkild en verstokt is geraakt omdat er geen vrees of ontzag meer is voor God. Kort gezegd: het is donker in hun hart. In de smeekbede verzoeken zij om een straaltje van licht, om ‘het openscheuren van de hemel’. Het volk heeft derhalve berouw over de begane zonden en vraagt om vergeving. Israël doet een beroep op hun Vader zoals Mariana in aan – en afhankelijkheid steeds een beroep deed op haar beide ouders. In beide gevallen werd vanuit het donker van het lijden en het verdriet uitgezien naar het licht dat God is. Impliciet is de passage uit de profeet Jesaja echter ook een oproep tot waakzaamheid…

Aan de gelijkenis over de man die in het buitenland verblijft in het Evangelie,  gaat de uitspraak over de vijgenboom vooraf. Deze laatste hint evenals de eerste op de wederkomst van de Heer en de daarbij passende waakzaamheid omdat het moment suprême niet bekend is. De boodschap van ‘Als de twijgen zacht worden en uitbotten is de zomer in aantocht’ is vergelijkbaar met ‘Want u weet niet wanneer de heer van het huis komt, ‘s avonds laat, midden in de nacht, bij het hanengekraai of ‘s morgensvroeg …’. De geestelijke laag onder beide passages is een beweging van donker naar licht. We worden, toen en u, gevraagd om ons geloof niet in te laten indommelen door het te veronachtzamen of te verwaarlozen. Wij zijn immers hoogst persoonlijk genodigd om in het licht te leven. Om van het donker naar het licht te gaan dienen we ons er goed van bewust te zijn dat wij ons geloof moeten onderhouden en dat wij het door God moeten laten voeden. Immers Hij is gekomen in zijn zoon Jezus Christus, leert de apostel Paulus. Hij is mens onder de mensen geworden. Hij heeft geleden en is gestorven en verrezen. Hij is blijvend én op een vaderlijke wijze onder ons aanwezig in de woorden van de Bijbel, in de zeven sacramenten, in de gewijde bedienaren én in de gemeenschap van de Kerk. Het zijn deze tekenen van licht, Corona of niet, die stralen in de aardse duisternis omdat zij de Christus representeren in ons midden die zelf gezegd heeft ‘Ik ben het licht van de wereld’.

Onze wereld is, ondanks het feit dat er een groot gat bestaat tussen de woorden van de profeet Jesaja en onze tijd, als een volk dat ten gevolge van de enorme geloofsafval en de bijbehorende levenswandel, dat grotendeels in het donker wandelt. De bemoedigende woorden van de lezingen maken het echter voor ons opnieuw mogelijk, net als eeuwen geleden in de grote ballingschap van Israël, om te keren naar Hem, een groot licht te zien dat ons noodt om het te volgen. God gaat ons immers in zijn zoon Jezus Christus vooraf naar het beloofde land. Hij is het licht dat straalt in de duisternis…AMEN