Overweging zondagen van Pasen en Hemelvaart 2020 door pastoor J. Grubben.

Overweging 7e zondag 24 mei van Pasen 2020 door pastoor Jacques Grubben

‘Vol verwachting klopt ons hart’. Bij het horen van deze woorden denken we waarschijnlijk allereerst aan de tijd van Sint-Nicolaas, een kinderfeest én een kerkelijke gedachtenis op 6 december. Op deze woorden volgt het spannende vervolg ‘…wie de roe krijgt, wie de gard’. Maar in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren, klopt ons hart van spanning voor de komst van de Geest van God en klinken andere woorden ‘Kom Schepper Geest daal tot ons neer. Houd Gij bij ons uw intocht, Heer…’ Het is een gebed voor de komst van de beloofde Helper om Gods Kerk op aarde te helpen opbouwen. Ook wordt dit als lied gezongen bij een priesterwijding. Ik herinner mij dat twee vriendinnen mij afzonderlijk en achteraf het volgende vertelden over mijn diakenwijding. Terwijl de litanie van alle heiligen gezongen werd, werd het priesterkoor plotseling fel verlicht, vlak voordat wij door de bisschop met zijn vijven de handen opgelegd zouden krijgen. Nee, het waren niet de lampen die aangingen maar je zou dit mogen uitleggen als een ‘neerdalen’ van de heilige Geest. En laten wij eerlijk zijn. Wij allen hebben, gewijd of niet, Gods Geest als leidsman en beschermer nodig om een beschaving van liefde op te bouwen. Ook is het de bevestiging van de belofte van Jezus om zijn apostelen en ons, niet alleen te laten. De lezingen voor de zevende zondag van Pasen zijn:

  • de Handelingen van de apostelen (1, 12-14) gaat over de opdracht van Jezus aan de apostelen om in gebed in het Cenakel de komst van de heilige Geest af te wachten;
  • de eerste brief van apostel Petrus (4, 12-16) handelt over de deelname aan het lijden de Heer als het teken van het rusten van de heilige Geest op de gelovige;
  • het Evangelie volgens Johannes (17, 1-11a) verhaalt over het begin van het Hogepriesterlijk gebed van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal in het Cenakel.

Na zijn Hemelvaart gaan de apostelen en de anderen, zo horen wij in de Handelingen, conform Jezus’ opdracht terug naar Jeruzalem. Ze keren terug naar het Cenakel of de Bovenzaal waar het Laatste Avondmaal heeft plaatsgehad om er in gebed de komst van de beloofde Helper af te wachten. Zo wordt deze zaal van afscheid ook de plaats van een nieuw begin. De Kerk is al door Jezus gesticht aan het kruis maar alleen zijn Moeder Maria, de apostel Johannes en een aantal vrouwen waren toen aanwezig. Nu zijn de elf apostelen, Maria en een aantal andere vrouwen en mannen, leerlingen, samen bijeen. Jeruzalem ligt, zo staat er, op een sabbatsafstand van de Olijfberg waarop Jezus naar de Vader is teruggekeerd. Dit verwijst naar het Oudtestamentische gegeven van de eerbiedige afstand tussen het volk en de Ark van het Verbond toen Jozua, de opvolger van Mozes, met Israël door de Jordaan het Beloofde land introk. En dat is meer dan de 1,5 meter gevraagde afstand van nu, bijna 10 keer zoveel wel te verstaan…

In het Evangelie horen wij het begin van het Hogepriesterlijk gebed van Jezus, na het vertrek van Judas Iskarioth, tijdens het Laatste Avondmaal. ‘Het uur is gekomen’ verwijst naar het feit dat het moment van zijn verheffing of verheerlijking daar is. Dat zou op twee manieren uitgelegd kunnen worden: het moment van zijn lijden en sterven aan het kruis is aangebroken; maar mogelijk ook als een verwijzing naar zijn aanstaande terugkeer naar de Vader waar Hij zal zetelen aan diens rechterhand. Mij doen deze woorden ook denken aan het indrukwekkende gedicht ‘Het uur U’ van de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff dat ik tijdens mijn middelbare schooltijd herhaaldelijk heb gelezen. Het genoemde gebed van Jezus is allereerst een gebed voor de apostelen maar ook voor allen, en dus ook ons, die Hem door de Vader gegeven zijn. In de woorden van de apostel Johannes zijn dat allen die ‘niet van maar wel in de wereld’ zijn. Het hoogtepunt van zijn zending is met andere woorden, nabij. Jezus heeft immers ‘de zijnen’ over zijn Vader verteld en door ‘zijn werken’ te doen heeft Hij laten zien dat zij één zijn en ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’. Het doel was en is om de Vader te doen kennen en liefhebben en om uiteindelijk het eeuwig leven te verwerven. Met een kwinkslag zou je in deze context van de spreuk ‘Horen, zien, zwijgen’ de trits ‘Horen, zien en geloven’ kunnen maken. Daar is Jezus nog niet helemaal in geslaagd zo blijkt al na zijn Verrijzenis en zelfs niet bij zijn Hemelvaart. De beloofde heilige Geest zal de apostelen en ons daarbij een stevige hand reiken om ons einddoel, het thuiskomen bij de Vader of het eeuwig leven, te bereiken.

Na het afdalen van de Heer op de avond van het Laatste Avondmaal, van Jeruzalem naar de hof van Olijven horen wij vandaag over het opgaan van de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem. Het is een omgekeerde beweging en het kruis en de daaropvolgende Verrijzenis van Jezus zijn het keerpunt. Dat is een bemoediging die aansluit bij de woorden van de apostel Petrus in zijn eerste brief. Hij schrijft ons dat als wij te lijden hebben om ons geloof in Jezus Christus, wij dan niet ontmoedigd moeten raken. Dat was in de tijd van de jonge Kerk niet anders. Het uitgelachen, beledigd of zelfs vervolgd worden omwille van het geloof, is een deelhebben aan het lijden van de Heer die ons tegemoet komt. Niet omkeren maar doorgaan. Dit alles maakt deel uit van onze weg naar huis. Het mag ons tot vreugde stemmen want we zijn op de goede weg. De beloofde Helper, de heilige Geest, is onze wegwijzer en zal ons doen volhouden…

AMEN

Overweging Hemelvaart 21 mei 2020 door pastoor Jacques Grubben

Wat is Hemelvaart voor de mensen van onze tijd? Voor sommigen is het een dag om eens lekker te gaan fietsen of om met de caravan te gaan oefenen voor de vakantie die er aan zit te komen. Weer anderen nemen lekker deel aan een hockey of tennistoernooi en of genieten van een lekker lang weekend. Bij een aantal onder ons wordt de eerste Communie van een kinderen gevierd en dat brengt ons al dichter in de buurt van het eigenlijke feest van vandaag. Hemelvaart is een hoogfeest in de katholieke Kerk waarbij wij stil staan bij de terugkeer van de zoon van God naar de hemel. Hoezo een feest, Hij verlaat ons toch!? Ja, Jezus gaat terug naar zijn Vader om namens Hem de beloofde Helper, de heilige Geest te zenden. De missie stopt niet maar gaat verder want onder de leiding van de heilige Geest gaat de jonge Kerk, die op het kruis is gesticht, daadwerkelijk aan de slag. De vreugde van het Evangelie dient immers verspreid te worden met woorden maar eigenlijk het liefst met daden. Er is dus geen reden om bedroefd naar de hemel te staren, bij de pakken neer te zitten want Hij laat ons niet alleen. We lezen vandaag uit:

  • de Handelingen van de apostelen (1, 1-11) waarin Lucas verslag doet van de hemelvaart van Jezus;
  • de brief van apostel Paulus aan de Efeziërs (1, 17-23) is als het ware een gebed om de heilige Geest voor de gemeenschap;
  • het Evangelie volgens Mattheüs (28, 16-20) verhaalt over de Hemelvaart van Jezus waarbij deze hen zendt en een aantal opdrachten meegeeft aan zijn apostelen.

De schrijver van de Handelingen is, zo wordt algemeen aangenomen, afkomstig uit Antiochië dat in Syrië ligt en hij was arts van beroep. Als lid van de jonge Kerk, als christen, schrijft Lucas twee boeken. Het eerste deel, het Evangelie, gaat over het leven van Jezus Christus en het tweede deel handelt over de geschiedenis van de al genoemde jonge Kerk. Zowel de menselijke als de goddelijke natuur van Jezus komen bij hem nadrukkelijk aan bod en hij schrijft ook over de geboorte van de zoon van God. Waar in het Evangelie volgens Marcus en Mattheüs met name gesproken wordt over Jezus als de Mensenzoon maakt Lucas een beweging naar het zoon van God zijn.

Het tweede boek begint met terugblik op de periode tussen Pasen en Hemelvaart, een tijd van veel verschijningen en het laatste ‘onderricht’ van de Heer aan zijn apostelen. Als dit alles afgerond is geeft Hij hen, voor zijn terugkeer naar God de Vader, de opdracht om Jeruzalem niet te verlaten maar om de beloofde Helper af te wachten. Zij zullen immers het benodigde doopsel van de heilige Geest ontvangen dat de apostelen zal klaarmaken voor de zending over de gehele wereld. Dit roept herinneringen op aan het eerdere Doopsel tot bekering dat Johannes de Doper predikte. De leerlingen gaan met de moeder van Jezus, Maria, in gebed in de zaal waarin zij het Laatste Avondmaal hebben gevierd. We noemen de dagen na Hemelvaart en voor Pinksteren, de tijd van het Pinksternoveen, een gebed van negen dagen. Tot slot merken we in het verslag van Lucas dat de gedachte van een politieke Messias, die het koninkrijk van David komt herstellen, nog niet helemaal verdwenen is. Desalniettemin hebben ze toch ook gezien dat Jezus als de beloofde Messias, de lijdende dienaar volgens de profetie van Jesaja, is geweest in zijn sterven en dood. Ze zouden inmiddels beter moeten weten…

Op een berg in Galilea, waar Jezus ten hemel opstijgt, is er sprake van een tweede hardnekkigheid namelijk die van de twijfel of de verrezen Christus dezelfde is al die van voor zijn lijden en dood. De veertig dagen tussen Pasen en het moment van Hemelvaart is klaarblijkelijk niet voor iedereen zoiets als een retraite of bezinning geweest om tot een dieper en of hernieuwd geloof in Hem te komen. We zagen dat al eens eerder in de geschiedenis van het Joodse volk in de tijd van het verblijf in de woestijn na de bevrijdende uittocht uit Egypte. Ook nu en helaas nog steeds, is er na de bevrijdende uittocht uit onze zonden door het lijden en sterven van Jezus, sprake van twijfel. Voordat Hij definitief afscheid neemt zendt Hij hen op pad, op missie in de wereld. De apostelen krijgen drie opdrachten mee: om alle volken tot zijn leerlingen te maken; hen te dopen in de Naam van de Drie-ene God; en om allen te leren de liefde tot God en de medemensen blijvend te onderhouden. Immers iedereen mag delen in de vreugde van het Evangelie, iedereen mag opgenomen worden in de gemeenschap van de Kerk en iedereen moet hiervoor de liefde tot God en de naaste als leidraad gebruiken. En tot slot is er geen enkele reden om bevreesd te zijn want zijn Naam is Immanuel, dat betekent God met ons. Zij en wij behoeven het met andere woorden, niet alleen te doen maar mogen vertrouwen op zijn blijvende hulp.

Daarom is het goed om net zoals Maria en de apostelen, en de apostel Paulus in zijn brief aan de christenen van Efeze, te bidden om de Helper. Hij zal ons helpen om te geloven in de ene God en Heer, Jezus Christus en om het dubbelgebod van de liefde te onderhouden alsook om mee te werken met zijn genade. Al doende helpen wij mee op zijn koninkrijk, dat voor iedereen toegankelijk is, hier op aarde op te bouwen. Dit te weten is het antwoord op de vraag ‘Wat is de betekenis van Hemelvaart?’ AMEN

Overweging 6e zondag van Pasen 17 mei 2020 door pastoor Jacques Grubben

Verzekeringsagenten lijken een neus te hebben voor jonge stelletjes om hun te vertellen dat het belangrijk is om goed verzekerd te zijn. Het leven kan immers van de een op de andere dag op zijn kop komen te staan want wat als… Het is een alternatief, zo heb ik mij laten vertellen, dat in de 19e eeuw is ontstaan voor de christelijke zorg voor de naaste. Jezus roept ons op om op God te vertrouwen en de liefde tot Hem en de medemens, iedere dag weer, handen en voeten te geven. En Hij zal ons een Helper, de heilige Geest zenden na zijn Hemelvaart. Dat alles neemt de wenselijkheid van het goed verzekerd zijn niet weg maar geeft het wel een andere kleur. De lezingen voor vandaag zijn:

  • de Handelingen van de apostelen (8, 5-8, 14-17) gaat over de verkondiging van het Evangelie in de tijd na de marteldood van de diaken Stefanus;
  • de eerste brief van apostel Petrus (3, 15-18) handelt over de verantwoordelijkheid die wij als gelovigen hebben om altijd getuigenis af te leggen van de hoop die in ons leeft;
  • het Evangelie volgens Johannes (14, 15-21) verhaalt over de Helper die Jezus zijn apostelen belooft met de voorwaarde dat zij het dubbelgebod van de liefde tot God en de medemens onderhouden.

Een gedicht van broeder Hans-Peter Bartels ofm trok voor deze zondag mijn aandacht. Ik begin met de rake woorden van de eerste twee coupletten.

‘Gedenk de God die Liefde is en altijd van ons houden zal. Omdat Hij onze Vader is en ons echt niet kan vergeten. Gedenk dat de God die Liefde geeft en ons zijn Zoon heeft geschonken. Omdat Hij onze Vader is en ons echt graag wil vergeven.’

Jezus keert terug naar zijn thuis, naar zijn Vader maar om zijn opdracht te vervullen moet Hij eerst zijn kruis dragen, sterven en het ‘nieuwe’ leven ontvangen. Of beter gezegd door zijn lijden, sterven en verrijzen reikt Hij ons het ‘nieuwe’ leven aan. Hij laat de apostelen en ons mensen van 2020 echter niet alleen. Hij belooft de heilige Geest maar op de voorwaarde dat zij en wij God, onszelf en de medemensen, vriend en vijand, liefhebben. Dit alles vraagt, om het te kunnen volbrengen, de hulp van boven.  En de apostel Petrus kan ook alleen maar met de hulp van de heilige Geest ja zeggen tegen de verrezen Jezus als die hem, na het vissen aan het meer van Tiberias, vraagt om Hem boven iedereen lief te hebben. Het is ook de tekst van mijn priesterroeping, dus ik weet een klein beetje wat dat inhoud. Het is de vraag van een nieuw begin om Hem nadrukkelijk te volgen maar ook de gave van vergeving over hetgeen vooraf is voorgevallen, door de avond van Witte donderdag te zeggen, dat hij Jezus niet kende. Dezelfde Jezus kan en wil ons echter niet vergeten… maar Hij wil ons vergeven. En wij hebben de heilige Geest nodig om zijn woorden en daden te blijven herinneren alsook om te groeien in geloof en vergeving, om vol te houden.

‘Gedenk de God die Liefde wil naar Hem, onszelf en elkander. Omdat Hij onze Vader is en wil dat wij het goede delen.‘

Nadat de diaken Stefanus als een rechterhand van de apostelen, de voorlopers van onze bisschoppen, is gedood komt er een tijd waarin de christenen, de jonge Kerk, flink wordt vervolgd. Dat betekent dat veel leerlingen naar elders vluchten om daar de boodschap van Jezus, het Evangelie, uit te dragen. De apostelen blijven echter op hun plek in Jeruzalem om de gemeenschap van gelovigen bij te staan en te leiden. Een andere diaken Fillipus, zo horen wij vandaag, brengt het goede nieuws van Jezus in Samaria waar deze, toen Hij nog op aarde was, ook is geweest. De mensen zijn enthousiast, nemen de woorden aan en komen tot geloof. Fillipus doet veel wonderen door mensen te genezen – lammen en kreupelen – en door weer anderen te bevrijden van het kwaad dat hen in de greep heeft. Met andere woorden, hij doet ‘het goede’ wat de Vader ons vraagt te doen. Hij koppelt als een goede ‘rechterhand’ dit terug naar de apostelen. Petrus en Johannes, twee van de twaalf, komen op bezoek en bidden om de heilige Geest voor de mensen van de nieuwe gemeenschap. Deze zal hen helpen om zelf het goede te blijven doen, in geloof met elkaar op weg te gaan en om God en de medemens lief te hebben.

‘Gedenk de God die Liefde is en ons allen geschapen heeft. Zodat Hij onze Vader is en wij op Hem kunnen bouwen.‘

De woorden van het gedicht van broeder Hans-Peter alsook de lezingen nodigen ons uit om in vertrouwen in de zending van Jezus Christus te gaan staan. Om ons in het leven toe te vertrouwen aan de leiding van de heilige Geest maar ook om zelf van de liefde tot God, onszelf en de ander als het ware doordrongen te zijn. Het mag iets van onszelf worden…Op God kunnen wij immers bouwen. Hij kan ons niet vergeten en wil ons vergeven als wij een misstap hebben begaan. Daarvoor is zijn Zoon mens geworden en heeft Hij zijn leven gegeven om ons met de heilige Geest als gids, te verzekeren van het nieuwe mens zijn…

AMEN

 

Overweging 5e zondag van Pasen 10 mei 2020 door pastoor Jacques Grubben

Als je als kind vroeger werd uitgenodigd voor een verjaarsfeestje dan kreeg je weleens een kaartje met daarop het tijdstip en de plaats. En heel af en toe met een foto van de jarige. Vandaag ontvangen wij iets vergelijkbaars, een uitnodiging voor bij Jezus’ thuis. We zijn allemaal welkom en Hij maakt voor ieder van ons een plekje klaar. We hoeven niets mee te brengen alhoewel Hij ons vraagt om in Hem te geloven als ‘de weg, de waarheid en het leven’. Maar hoe herkennen wij Hem? Ach, zo lijkt Hij te zeggen ‘Ik lijk op mijn Vader’ en ik wacht op jullie antwoord op mijn uitnodiging in liefde.

De lezingen voor deze zondag zijn:

  • de Handelingen van de apostelen (6, 1-7) gaat over de nadere taakverdeling in de jonge Kerk tussen de apostelen en de diakens;
  • de eerste brief van apostel Petrus (2, 4-9) handelt over het deel uitmaken van het Lichaam van Christus als levende stenen;
  • het Evangelie volgens Johannes (14, 1-12) verhaalt over het naderende afscheid van Jezus en het vertrouwen dat de apostelen in Hem mogen stellen.

In de annalen van de jonge Kerk horen we over het spanningsveld tussen de verkondiging van het Evangelie en de zorg voor de medemens. Er is gemor over het achterblijven van de zorg voor de weduwen. En dat is terecht, weten de apostelen en dus bedenken zij in overleg en onder inspiratie van de heilige Geest, dat er zeven mannen de zorgtaak moeten overnemen. Het is een vruchtbare stap voor de jonge Kerk. Er ontstaat een taakverdeling, die wij in grote lijnen nog steeds kennen, tussen de bisschoppen en de diakens. Het is de eerste aanzet tot de drietrapsraket van het wijdingssacrament van diaken, priester en bisschop.

Priesters zijn van God en van Christus schrijft Augustinus, een kerkvader uit het Westen in de 5e eeuw. Hij verstaat daaronder niet alleen de priesters en bisschoppen die de kudde door de eeuwen voorgaan als herder maar ook de christengelovigen. Beide groepen zijn door de zalving met chrisma in het sacrament van het Doopsel en de priesterwijding met Christus, de Heer verbonden. Daarmee zijn zij in hun afzonderlijke hoedanigheid geroepen en gezonden om het Evangelie handen en voeten te geven in de omgeving waarin zij leven, werken, wonen en zich ontspannen. Dit alles vinden wij ook terug in de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65).

Al doende treden zij en wij hierdoor met de woorden van de apostel Petrus, toe tot de hoeksteen van de Kerk die Christus zelf is. Hij is het die verworpen wordt door de politieke en religieuze autoriteiten van zijn tijd en door de geschiedenis heen tot vandaag toe. Voor ons als gelovige christenen is Hij echter de ‘uitverkorene’ die door God gezonden is om in liefde de verbroken eenheid tussen God en mensen te herstellen. Wij zijn uitgenodigd om als levende stenen om ons, voor ons eigen levensgeluk en dat van anderen, te voegen in het bouwwerk van de geestelijke tempel. Immers door het Doopsel zijn wij ledematen van het Lichaam van Christus, de Kerk geworden. Voor degenen die Jezus afwijzen is Hij echter zoiets als een struikelblok waaraan zij zich stoten te goede of ten kwade. Ik bedoel dat het zich ‘stoten’ ten voor of ten nadele van de betreffende persoon kan zijn, tot een ‘ommekeer’ of tot een ‘verder afdwalen‘ kan leiden.

Op de vooravond van zijn lijden en sterven spreekt Jezus de bedroefde apostelen toe. En dat is nodig want ze zijn ten einde raad. Hij houdt hen en ons voor om in God de Vader en in Hem te geloven. Dat is immers de weg van de redding en van het leven. Nadrukkelijk voegt Hij hen toe: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. De woorden ‘Ik ben’ verwijzen naar de Godsnaam in het Oude Testament en als zoon van God is Hij een met de Vader. En ‘Ik ben de waarheid’ duidt eveneens op zijn God zijn want God is waarheid, zo leert de Kerk. De uitspraak ‘Ik ben het leven’ vertelt hen en ons hoe Jezus het eeuwige leven door zijn levensgave op het kruis opnieuw zal openstellen voor de mensheid. Als wij met de apostelen dit alles geloven dan is Hij voor ons ‘de weg’ naar huis gebaand, de plek waar Hij en de Vader wonen en waar we allen welkom en genodigd zijn.

Terug naar het verjaardagsfeestje van het begin. Op ons kaartje ter uitnodiging staan met andere woorden wie Hij is en waar Hij woont. Alleen de tijd waarop wij mogen komen is nog niet ingevuld. ‘Hoe Hem dan te (her) kennen?’, is de slotvraag van de apostel Fillipus. Jezus is duidelijk: ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’. Kortom, dat zie je zo want wij horen bij elkaar en stralen dat ook uit in de eenheid van Liefde. Dat te weten zal ons met de woorden van de heilige Vincent de Paul, levensvreugde schenken omdat we gelovig beseffen dat door het donker en de pijn van dood en ziekte, het eeuwige leven ons als cadeau bij onze thuiskomst wordt aangereikt.

Laten wij in wederliefde antwoorden met de woorden van de profeet Samuel, ‘Heer, hier ben ik’ of met de vreugdekreet van Maria in het Magnificat ‘Hoog verheft nu mijn ziel, de Heer.’

AMEN

Overweging 4e zondag van Pasen 3 mei 2020 door pastoor Jacques Grubben

De 4e zondag van Pasen wordt ook wel ‘Roepingenzondag’ genoemd enerzijds omdat dan jaarlijks een stukje van het Evangelie over ‘de Goede Herder’ aan bod komt en anderzijds omdat, als dat mogelijk is, een priesterstudent iets over zijn roeping komt vertellen. De lezingen voor vandaag vindt u onderstaand:

  • de Handelingen van de apostelen (2, 14a, 36-41) waarin de apostel Petrus nogmaals getuigt van Jezus Christus en velen zich laten dopen;
  • de eerste brief van diezelfde apostel Petrus (2, 20b-25) waarin hij spreekt over bekering tot ‘de Goede Herder’, Jezus en het lijden;
  • het Evangelie volgens Johannes (10, 1-10) dat verhaalt over Jezus als ‘de deur van de schapen’.

Onze paus Franciscus schreef naar aanleiding van deze zondag een brief over ‘Roeping’. Vier steekwoorden dragen zijn tekst: dankbaarheid, moed, moeite en lof. Dankbaarheid omdat de geroepene net zoals Maria, de moeder van Jezus, de blik van de Heer op zich weet gericht. Nog steeds ben ik ontzettend dankbaar dat de Heer mij heeft geroepen als eenvoudige dienaar in zijn wijngaard. God blijft echter de ‘stuurman’ in het gebeuren. Er is echter ook moed nodig om de keuze voor een levensstaat als geroepene te kiezen en om vanuit het ongeloof ‘Wie, ik?’ met de woorden van Jezus ‘Wees niet bang, Ik ben bij je’, gelovig op weg te gaan. Zo mocht ik dat zelf ontdekken na een gesprek met een bevriende priester nadat ik steeds dezelfde vraag van de Heer kreeg ‘Heb je mij meer lief dan al die anderen hier?’, die Hij aan Petrus stelde aan het meer van Tiberias. Het vraagt natuurlijk evenzeer, een persoonlijke inzet om dwars door eigen angst en zwakte heen, om aan het verlangen van de Heer te beantwoorden. ‘Hij reikt je net zoals bij de storm op het meer aan de apostelen, zijn hand’. Dat is niet altijd even eenvoudig, kan ik u wel zeggen. Echter door net zoals Maria met vertrouwen de eigen angst en onrust in geloof neer te leggen bij God geeft Hij je de kracht om ‘ja te (blijven) zeggen’ zoals zij. Daardoor brengen wij Jezus de lof die Hem toekomt. Tevens heb ik ervaren dat Hij is als een vriend en die je herkent aan zijn zachte, geduldige en warme stem.

Maar geroepen worden door Hem en herder zijn in zijn naam, wat betekent dat? Gregorius van Nazianze, samen met Basilius de Grote en zijn broer Gregorius van Nyssa, belangrijke Oosterse kerkvaders uit 4e en 5e eeuw, zegt er dit over. ‘De (Goede) Herder zoekt naar het verdwaalde schaap en neemt het, net zoals zijn kruis voor onze zonden, op zijn schouders en brengt het in de stal bij de andere schapen. Hij doorstaat hiervoor de vermoeidheid, de honger en de dorst, de tranen en de angst van het menselijk leven. Ook wast Hij de voeten van zijn leerlingen en deelt Hij de tafel met tollenaars en zondaars.’ In dit citaat gaat het over Jezus, de zoon van God die mens geworden is en die in dienstbaarheid zijn leven geeft voor het geluk van de mensen en ze terug brengt bij God.

Over deze ‘Goede Herder’ getuigt Petrus op Pinksteren als hij spreekt over de gekruisigde en verrezene die door God verheven is tot Heer en Christus. Dat betekent dat Hij naar Oudtestamentisch gebruik God genoemd mag worden want dat is Hij als je Hem, Heer noemt. En ook Christus of Messias omdat Hij de door God reeds lang beloofde Redder en Verlosser van het volk Israël en van alle mensen is. De aanwezigen – bewoners en gasten – zijn geraakt en vragen zich af wat zij moeten doen om bij Hem te horen. Petrus zegt twee dingen: bekeren en laten dopen. Het eerste betekent, net zoals bij Johannes de Doper, je omkeren naar God en terugkeren van je eigen dwaalwegen. Het tweede houdt in dat je door het water en de heilige Geest van het Doopsel aangenomen wordt als een kind van God. Je wordt een christen…

Als christen geloof je dat Jezus ‘de deur is van de schapen’ door wie je niet alleen toegang hebt tot God de Vader maar ook dat Hij je leidt naar grazige weiden dat wil zeggen, het eeuwig leven. In geloof volg je Hem omdat je zijn stem herkent en vertrouwt als die van een goede vriend die je welgezind is in tegenstelling tot de rovers en de dieven. Deze zullen er immers alles aan doen om je op een dwaalweg te brengen die chaos, wanhoop en ontreddering tot gevolg hebben. Dat werd voor mij duidelijk in een recent gelezen roman ‘Stad der dieven’ van David Benioff. Het boek gaat over twee jongemannen die, met een opdracht, moeten zien te overleven te midden van de strijd in het Sint-Petersburg van de 2e Wereldoorlog.

Het volgen van de Goede Herder houdt echter ook een keuze in, zo schrijft de apostel Petrus in zijn eerste brief. En dat brengt ‘een lijden’ met zich mee immers Jezus Christus heeft voor ons geleden om zijn zending of roeping ten einde toe te volbrengen. Gevraagd wordt aan ons om als geroepenen of christenen dit te accepteren en ons steentje daaraan bij te dragen. Daar zijn zoals onze paus heeft verwoordt moed en moeite voor nodig alsmede lof en dankbaarheid. ‘Wees  niet bang’ want Hij is nabij en Hij is de stuurman naar een veilige haven. Dat betekent dat wij onze angst en onrust in geloof bij Hem neer mogen leggen. Hij leidt ons door alles heen, naar de grazige weiden. Deze woorden geven ons hoop om in vertrouwen op en met Hem, ook in de huidige omstandigheden, op weg te gaan…

AMEN

Overweging 3e zondag van Pasen door pastoor Jacques Grubben 26 april 2020

Ik verwees er vorige week al kort naar, de ontmoeting van de twee Emmaüsgangers met de verrezen Heer. Hij bemoedigt, sterkt en vernieuwt het geloof in Hem. Ze worden door Hem in het hart geraakt. De woorden van deze zondag vinden wij terug in:

  • de Handelingen van de apostelen (2, 14, 22-32) waarin de apostel Petrus namens de overige elf op Pinksteren, getuigt van Jezus, de Nazoreeër;
  • de eerste brief van diezelfde apostel Petrus (1, 17-21) waarin hij spreekt over het verlossende handelen van diezelfde Jezus, de Christus;
  • het Evangelie volgens Lucas (24, 13-35) dat verhaalt over de ontmoeting met de levende Heer door Kléopas en zijn reisgezel.

In het hart geraakt zijn dat is wat de twee Emmaüsgangers vandaag overkomt. Zij worden als het ware met de neus op de ‘vergeten woorden’, neer geschreven door de profeten en gesproken door Jezus, gedrukt. En dat raakt hen diep en hun hart brandt van zoiets als een helende herkenning. Het is een gebeuren van vreugde en liefde die hen vervuld. Mogelijk hebben wij iets soortgelijks zelf al eens ervaren in een moment van ontroering bij het horen van een stuk muziek of van de woorden van een prachtig gedicht. Het kan echter ook zo zijn dat het zien van de pure schoonheid van kunst of de natuur en of gewoon de ‘stilte’ ons tot dit gevoel van diepe verwondering heeft gebracht. En laten we ook de ontmoeting met mensen die we lang niet hebben gezien of hebben gemist en waar we verlangend naar hebben uitgekeken, niet vergeten. En zo kan het ook gaan bij een ontmoeting met God want in beide gevallen is er dan sprake van een gevoel van liefde dat je overrompelt en tot een diepe stilte brengt. Zo ervoer ik dat meerdere malen bij het vieren van de Eucharistie, in de Aanbidding van het Allerheiligste, Jezus-God zelf, en bij mijn toewijding aan het Onbevlekte Hart van Maria. Tot tranen toe was ik geroerd en in mijn hart geraakt. Het was de Heer zelf die dit in mij tot stand had gebracht. Hoe had ik het ooit kunnen vergeten dat Hijzelf op deze genademomenten aanwezig ís…

De Kerk vergeet echter niet wie zij present stelt want Christus is de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Op het feest van Pinksteren, oorspronkelijk een Joods oogstfeest, daalt de heilige Geest neer op de apostelen en zij spreken in allerlei talen over God. We zouden kunnen zeggen dat de ‘tijd om te oogsten’ is aangebroken immers de apostelen zijn er na het gebed van negen dagen (noveen) en de uitgestorte Geest van God zo goed als mogelijk klaar voor. En de mensen van Jeruzalem, inwoners en gasten, zijn ten diepste verwonderd en geraakt. Zij hebben tegelijkertijd zoiets als een innerlijke bereidheid om te horen en te zien wat er in meerdere opzichten gebeurd is. Zij gaan als het ware in de verwondering staan. En dat geeft de eerste onder de gelijken – de apostelen – Petrus, de gelegenheid om te getuigen van Jezus, de man uit Nazareth die de gezondene of de beloofde van God is. Refererend aan de ‘vergeten’ woorden van koning David, die profetische woorden heeft gesproken over de Messias, verklaart hij dat deze woorden van toepassing kunnen worden gemaakt op Jezus. Het bekende kwartje valt de menigte komt tot geloof omdat zij tot in het diepst van het hart wordt geraakt door het getuigenis van Petrus. De langverwachte Messias wordt uiteindelijk herkend en aangenomen met de woorden van koning David die Hem als Heer, toevlucht, leidsman en mijn erfdeel omschrijft in psalm 16 die we terug kunnen vinden in het misboekje van deze zondag. Dit alles heeft een overrompelende vreugde in de harten van de mensen tot gevolg. Het is tegelijkertijd een uitnodiging om deelgenoot te worden aan deze vreugde en deze te delen met onze medemensen. Het zijn immers tijdloze woorden…

Terug naar de twee Emmaüsgangers: verdrietig en terneergeslagen zijn ze op weg naar huis, want Jezus is dood en begraven. Er is geen hoop meer. Ooit herschreef ik dit verhaal voor een tienergroep naar aanleiding van een dodelijke schietpartij in een disco in Dordrecht, als ik het mij goed herinner. Een goede vriend was dood.  Een immens groot verdriet om het verlies met de vraag  ‘Waarom hij?’; de wanhoop want ‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’; en ook ‘Hoe nu verder?’ Zo zaten de jongeren bij elkaar en een voor een haalden zij persoonlijke herinneringen op. Beetje bij beetje ervoeren zij iets van zijn aanwezigheid in hun harten. En dat gaf zoveel vreugde dat zij in staat waren om samen met hem in hun hart verder te gaan. Ook Jezus wekt de herinnering aan zijn woorden en daden op en wat er door profeten over Hem gezegd is. En dan begint het binnenin te branden en durven zij, zeker na het breken van het brood, te geloven dat het waar is wat de vrouwen hen verteld hebben over het lege graf. Ze hebben het nu zelf gezien, gehoord en geloven dat Jezus leeft! En net zoals de jongeren na het ‘ervaren’ van het aanwezig zijn van hun vermoorde vriend in het koesteren van de herinneringen, brengen de twee leerlingen het bericht halsoverkop bij hun vrienden: ‘Hij is niet dood maar hij leeft…’ Wat voor een vreugde moet dat gegeven hebben want je bent pas dood als je vergeten bent…

Onze Kerk is een gemeenschap die niet vergeet maar gedenkt, tegenwoordig stelt en de gemeenschap met de levende, de verrezen Heer Jezus Christus, en met elkaar blijft vieren. Hij is immers hierdoor steeds bemoedigend en liefdevol in ons midden aanwezig alle dagen van ons leven. Wat een boodschap!

AMEN

Overweging 2e zondag van Pasen 2020 door pastoor Jacques Grubben (Beloken Pasen, 19-04-2020).

Op deze tweede zondag van Pasen, traditioneel Beloken Pasen maar de laatste jaren ook de zondag van de Goddelijke Barmhartigheid genoemd, horen we opnieuw over het getuigenis van de verrezen Christus. De lezingen zijn:

  • uit de Handelingen van de Apostelen ( hoofdstuk 2, de verzen 42 tot en met 47) over de gemeenschapszin van de jonge Kerk;
  • uit de eerste brief van de apostel Petrus (hoofdstuk 1, de verzen 3 tot en met 9) over de grote erfenis die ons als gelovigen wacht door het barmhartige handelen van God;
  • het evangelie volgens de Johannes (hoofdstuk 20, de verzen 19 tot en met 31) gaat over de ontmoetingen van Jezus met de apostelen op de avond van de eerste en tweede paaszondag zonder en met Tomas.

We keren nog even terug naar het wel haast vanzelfsprekende geloof van de vrouwen bij het graf op de vroege Paasochtend. Zij nemen de vreugdevolle boodschap van de engelen en de ontmoeting met de verrezene, Jezus, voor waar aan. De leerlingen hebben daar echter moeite mee en dan niet alleen in de ochtend – zie de reactie van Petrus en Johannes na een bezoek aan het lege graf – maar ook op de andere momenten van de dag. Denk maar eens aan de moeizame ontmoeting met de Heer van de twee Emmaüsgangers in de middag en het verschijnen van Jezus in de zaal van het Laatste Avondmaal aan de apostelen in de avond. Pas nadat hij met hen de maaltijd viert of iets te eten vraagt en het voor hun ogen op eet, komen ze tot een echt paasgeloof. Hetzelfde gaat min of meer op voor de Emmaüsgangers. Het op gezag van anderen aanvaarden van de verrijzenis van de Heer is voor hen een brug te ver. Zij willen het eerst met eigen ogen zien, zoals Tomas in het Evangelie van vandaag en velen in de loop van de wereldgeschiedenis…

Christen zijn is niet het geloof aannemen vanuit een slaafsheid of het louter en alleen aannemen op het gezag van een ander maar een gelovig vertrouwen stellen in die ander en dat het waar is wat er gezegd wordt. Zo ook Maria, de moeder van Jezus die op Stille zaterdag alleen is, alleen met haar dode zoon – God. Ook bij haar was er zoiets als een peilloze angst en een oneindige kwelling, aldus Chiara Lubich de stichter van de internationale beweging Focolare. Zij houdt zich echter staande en wordt een prachtig voorbeeld van geloof want zij hoopt en zij gelooft de woorden waarmee Jezus tijdens zijn leven, zijn dood maar ook zijn verrijzenis, heeft aangekondigd. Anderen zijn deze woorden vergeten, zij niet. Zij bewaarde ze met die andere in haar hart, overwoog ze en zij wacht…

De apostel Petrus spreekt in zijn eerste brief over de noodzaak van een loutering om de grote erfenis die wij in geloof, door het verlossende sterven en de verrijzenis van de Heer, hebben mogen ontvangen. Deze woorden kunnen wij van toepassing maken op de apostel Tomas, de andere leerlingen van Jezus Christus alsook op onszelf in de bijzondere tijd waarin wij leven. Twee keer komt de Heer zijn apostelen tegemoet, op de eerste paasavond en precies een week later met dit verschil dat in het tweede geval Tomas, een van de elf dan wel aanwezig is. Hij heeft grote moeite om op het gezag van de anderen de verrijzenis van Jezus te aanvaarden. Het is voor hem pas geloofwaardig als hij Hem zelf gezien en aangeraakt heeft. Hoe vaak geldt dat niet voor ons mensen !?

Jezus’ woorden veranderen hem radicaal hetgeen bijzonder treffend wordt besproken door de Tsjechische professor Tomas Halik in zijn boek ‘Raak mijn wonden aan.’ Hij verwijst hierbij naar het herkennen en liefhebben van de ‘Ander’ in de mensen die je levenspad kruisen, de hulpbehoevenden, de gewonden, de verwanten en de vreemden. En dat kan alleen maar door mee te gaan, te zien en het zelf te ontdekken. Zo ook de apostel Thomas die pas na het zien van de Heer en in het aanraken van zijn wonden, tot de conclusie komt dat Hij dezelfde Jezus is als die voor zijn lijden en sterven. Hij komt als het ware opnieuw tot geloof, hij krijgt nieuwe hoop en wil uiteindelijk in liefde voor Hem gaan tot aan de uiteinden van de wereld! Immers zijn relatie met de Heer is door het aanraken van zijn wonden hernieuwd en veranderd zodat hij de prachtige woorden ‘Mijn Heer en mijn God’ vanuit zijn hart belijdt. Ze zijn als een ‘vergeef mij’ dat niet krachtiger had kunnen worden uitgesproken vanuit een besef dat wij gewonde en gebroken mensen zijn die door de Heer bij de hand worden genomen en tot leven worden gewekt. Wellicht herkennen wij hierin iets van de woorden van de Romeinse honderdman die tot Jezus zegt, bij zijn bede om de genezing van zijn zoon, ‘Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.’ En dat is precies wat er vandaag van ons wordt gevraagd…

Ik sluit af met krachtige woorden van Chiara Lubich, die hierop aansluiten: ‘De verrezene moet steeds levend in ons aanwezig zijn. De wereld zit niet alleen te wachten op mensen die geloven en Hem enigszins beminnen, maar op echte getuigen (zoals Tomas) die oprecht tegen iedereen de overbekende woorden vertellen die Maria Magdalena in die tijd tot de apostelen sprak, ‘We hebben de Heer gezien’ en we hebben zijn stem gehoord in het diepst van ons hart en we hebben zijn vreugde zonder weerga geproefd.

AMEN

Overweging Pasen 2020 door pastoor Jacques Grubben (Paaswake 11-04-2020)

Tot voor kort had ik een groot schilderij van een bekende Nederlandse schilder Charlotte Molenkamp in het bezit. Het doek in diverse blauwtinten droeg als titel ‘Gezicht op Domburg’ . Om de een of andere reden gaf ik het al snel een nieuwe naam ‘Storm op het meer’. Een goede priestervriend van mij heeft daadwerkelijk een schilderij in het bezit met de laatstgenoemde titel. Toen het eens stormde in zijn leven viel het schilderij van de muur maar werd vreemd genoeg tegen gehouden door iets. Aan dit alles moest ik opnieuw denken toen ik recent de woorden hoorde van Paus Franciscus toen hij de stad Rome en de wereld zegende met het bekende ‘Urbi et orbi’ aan het einde van een bijzondere plechtigheid. De avond was inmiddels gevallen, het Sint Pietersplein was stil en leeg, zoals vandaag in deze kerk en … het regende. Dat deed de woorden ‘Waarom ben je bang?’ en ‘Heb je nog geen vertrouwen?’ extra binnen komen bij vele mensen, bij u en mij. Hij sprak deze boodschap uit naar aanleiding van een passage uit het Evangelie volgens Marcus (4, 35-41) over de ‘Storm op het meer’,  voor de zegening met het Allerheiligste. De woorden waren als een bemoedigende uitnodiging om mee te gaan en te zien zonder angst maar met vertrouwen en te ontdekken hoe nabij Jezus ons was en is in deze bijzondere tijd. Het was en is een oproep tot geloof om je veilig te weten bij Hem…

Terug naar de genoemde passage in het Marcus-Evangelie. Jezus stak met zijn apostelen in een boot het meer over en hij lag na een vermoeiende dag te slapen. Plots stak er een storm op en de apostelen werden bang. Ze raakten in paniek en waren vol onbegrip dat Hij daar zo rustig lag te slapen, terwijl zij in nood waren. Een actuele situatie die velen onder ons zullen herkennen. Jezus werd gewekt, bracht de wind en het water tot bedaren en vroeg naar hun geloof en vertrouwen in Hem. Betekent immers zijn naam niet ‘God redt’ !? Later (Mc. 7, 45-51) doet zich in het genoemde Evangelie een soortgelijke situatie voor. Na de eerste wonderbare broodvermenigvuldiging stuurt Jezus het volk naar huis en de apostelen in een boot vooruit over het meer, terwijl Hij in stilte gaat bidden. Opnieuw zit het hen niet mee, de wind zit flink tegen dat wil zeggen, het stormt. Jezus komt in de nacht over het water naar hen gelopen maar opnieuw raken de apostelen van streek omdat ze menen dat het een spook is. Hij begint echter een gesprek met hen en brengt de wind tot bedaren. Petrus vraagt in zijn overmoed, zoals ook wij zo vaak doen, Jezus of hij over het water naar Hem toe mag komen en daarop antwoordt Hij bevestigend. Maar onderweg verliest hij het geloof en het vertrouwen en dreigt hij te verdrinken. Opnieuw is er de reddende hand van Jezus. Voor de tweede keer in korte tijd ontdekken de apostelen dat ze veilig zijn bij Hem. Het is een indirecte oproep tot geloof ook in onze dagen, Hij is er!

We hebben vanavond een gedeelte van de heilsgeschiedenis van het Joodse volk gehoord, die ook de onze is. In een vogelvlucht hebben we vernomen dat God een scheppende God (Gen.1,1-2,2) is die ons de levensgeest inblaast. Hij is echter ook een bevrijdende God (Ex. 14, 15-15,1) die zijn volk redt uit de handen van de Farao en leidt naar het Beloofde land. En of dat nog niet voldoende is horen ook nog dat God een zorgende Vader (Jes. 55, 1-11) is die zijn volk voedt en laaft. Uiteindelijk redt Hij ons door de levensgave (Rom.6, 3-11) van zijn zoon Jezus Christus die voor ons allen mens geworden is. Hij is een reddende God. In alle situaties is er bij de mensen angst, een gebrek aan vertrouwen en geloof zo ook  bij de apostelen als Jezus ter dood wordt veroordeeld. Zij én wij worden uitgenodigd om mee te gaan en te zien en om te ontdekken dat God een God van levenden is. Daarvan getuigen de vrouwen bij het lege graf (Mt.28, 1-10) die vol vreugde zijn na de ontmoeting met twee engelen maar de apostelen hebben daar alweer moeite mee. Het aloude knelpunt en… toch rennen Petrus en Johannes naar het graf. De eerste ziet alleen, terwijl de tweede ziet en gelooft, een veelzeggende boodschap. De woorden ‘Zalig zij die niet zien en toch geloven’ krijgen dan plotseling een bemoedigende betekenis voor ons. Jezus is de zoon van de reddende, bevrijdende, zorgende en levende God. Dat geeft ons een houvast in een tijd waarin angst, onveiligheid en een gebrek aan geloof en vertrouwen hoogtij lijken te vieren. Ze vertellen ons dat Jezus zijn woorden bedoeld heeft voor het hier en nu. De apostelen zullen daar later van getuigen (Hnd.2, 14-22,32). Hij is nabij en nodigt ons uit om de deuren voor Hem te openen zoals Hij zich voor ons geopend heeft want is Hij niet ‘het levende brood, het licht van de wereld, de goede herder’ en nog zo veel meer! Met de heilige Paus Johannes Paulus mogen wij tot elkaar zeggen: ‘Vreest niet, opent de deuren voor Christus.’ om zijn getuigen te zijn, hier en nu. Een zalig en vreugdevol Pasen!

AMEN