Overweging  23-24 oktober 2021, Cenakelkerk

Overweging  23-24 oktober 2021                                                              Margaret de Groot-Vlasveld

Jeremia 31, 7-9; Marcus 10, 46-52.

Sinds de zomer van 2017 is onze Cenakelkerk een van de locaties van het grootste museum van Nederland. Het initiatief van het Catharijne Convent om 18 gebedshuizen bekender en toegankelijker te maken voor het grote publiek. De geselecteerde kerken en synagogen blinken uit door hun bijzondere geschiedenis, architectuur en kunstwerken. Vele parochianen zetten zich in om als vrijwilliger aanwezig te zijn om de gasten, die in groten getale komen, te ontvangen. Iedereen kijkt zijn ogen uit.

Dat is het doel van de meeste musea, om naar beeldende kunst te kijken waarbij de afbeelding, of het visuele, voorop staat. In Nijmegen is er een museum dat ons meeneemt naar een andere wereld. Het MuZIEum is een ervaringsmuseum over zien en niet zien.  Bij een bezoek kijk je niet je ogen uit, je ziet er helemaal niets. Je hoort, ruikt en voelt om de wereld van het niet zien te ervaren.

Vorige week zaterdag stond in de Gelderlander dat burgemeester Bruls, met begeleiding van een gids, een wandeling maakte met een speciale bril op waardoor hij blindheid ervaart bij de toegankelijkheid van het stationsplein voor slechtzienden en blinden. Met als doel om deze groep uit hun isolement te halen en ze maatschappelijk volwaardig erbij te betrekken. Bruls realiseerde zich hoe ingewikkeld het is om boodschappen te doen, te lopen en te reizen. Zelf heb ik het nog niet aangedurfd om te MuZIEum te bezoeken. Ik voel een zekere spanning om in die duisternis te stappen.

Onze ogen zijn veruit de belangrijkste zintuigen. Bij het ouder worden is goed zien minder vanzelfsprekend. Met dank aan oogartsen en opticiens is er veel mogelijk. We dragen bijna allemaal een bril, hebben een staaroperatie ondergaan of anderszins. Toch is dit niet voor iedereen weggelegd en bij slechtziendheid die niet te verhelpen is, wordt de wereld kleiner en ben je afhankelijk van je omgeving.  Dat is een periode van rouw.

De blinde bedelaar, die door Marcus met naam wordt genoemd, Bartimeüs, heeft geen uitzicht op een gewoon leven, zoals de anderen. Hij wordt buitengesloten. Weggezet, langs de kant van de weg. Hij wordt toegesnauwd om zijn mond te houden. Ook de leerlingen storen zich aan hem. Bartimeüs heeft geen zicht op wat er om hem heen gebeurt, hij heeft alleen gehoord dat Jezus door de straten van Jericho loopt. Hij heeft wel het inzicht dat dit moment een wending aan zijn blindheid kan geven. Hij roept luidkeels: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij’. Het zwijgen wordt hem opgelegd.

Rondom ons heen zijn er voorbeelden luidkeels roepen, roepen om gezien te worden. In deze weken zien we de toestroom van Afghaanse vluchtelingen die vragen gezien te worden. Om verlost te worden uit onderdrukking. Mondjesmaat worden ze gehoord. Ons veilige en comfortabele leven is heilig. Wat moeten we zelf opgeven om een helpende hand te reiken aan diegene die roept?

Bartimeüs laat opnieuw van zich horen en hij roept nog veel harder: ’Zoon van David, heb medelijden met mij!’. Hij krijst zijn verlangen eruit, tegen de verdrukking van de mensen in.  Zijn situatie lijkt uitzichtloos.

Jezus is op dat moment waarschijnlijk met zijn gedachte bij wat hem te wachten staat. In het volgende hoofdstuk van het evangelie gaat hij naar Jeruzalem. Hij heeft uitzicht op zijn lijdensweg, het maakt hem kwetsbaar door het inzicht dat hij die weg alleen moet gaan. Toch blijft Jezus staan en wil dat Bartimeüs naar hem toekomt. En de houding van de omstanders draait als een blad aan de boom om. Ze sluiten hem niet meer buiten, ze bemoedigen hem. Voor de blinde bedelaar is dat een moment van erkenning, hij is gezien. Hij werpt zijn mantel af, nog voordat hij geneest. Het is een teken dat hij zijn oude leven los kan laten, de vernedering en afhankelijkheid van zich af kan werpen.

Er ontstaat een gesprek tussen beide mannen. Het is een dialoog met een vraag en een wedervraag.  ‘Zeg maar, wat kan Ik voor u doen’, vraagt Jezus.  Het antwoord aan Jezus is als aan een vriend: ‘Rabboeni, maak dat ik kan zien’. Rabboeni heeft de betekenis van ‘mijn meester’. En vanuit die vertrouwensband geneest Bartimeüs. Hij mag er zijn. Vanuit het innerlijk weten, het inzicht op het vooruitzicht, sluit hij zich aan bij Jezus en de leerlingen.

Durven u en ik het aan om onze mantel af te werpen, onze ogen te openen en Jezus te volgen op zijn weg naar Jeruzalem? Amen.

 

Slotgedachte:

God, bron van leven,

wie zijn hier de blinden,

van wie zijn er de ogen dicht;

Wie kan nog Uw waarheid vinden,

Wat gaf Bartimeüs weer het licht?

 

Vanuit de diepte klonk een Kyrie Eleis;

U luisterde en bleef staan.

Naar kruis en opstanding op reis,

hoorde U een diep verlangen aan.

 

Zonder speeksel, handen of gebaar

maar door geloof, in ontmoeting

was het wonder daar.

De mantel van blindheid is afgeworpen.

 

God, bron van leven,

wie ziet dat hij U volgen moet

zal weten wat op aard’

er werkelijk toe doet.

U bent het licht in ons leven,

Open mij voor uw liefde. Amen.

 

Meer nieuws

Overweging, 28 november, 1e zondag Advent C 2021 door pastoor Jacques Grubben.

In de afgelopen tijd las ik een roman met als […]

Maatregelen om rekening mee te houden voor en tijdens de Vieringen i.v.m. de Corona-pandemie

Een kort overzicht van de maatregelen die door de regering, […]

Interview Streekomroep RN7met pastoor Jacques Grubben over Red Wednesday

De kerk aan de Groenestraat in Nijmegen werd woensdag 24 […]

Paus Franciscus over ‘De zaligsprekingen van de bisschop’

Zalig de bisschop die van armoede en vrijgevigheid zijn levensstijl […]

Preek voor Christus Koning 2021, Cenakelkerk

Preek voor Christus Koning  2021            […]