Overweging Zesde Zondag van Pasen 8 en 9 mei 2021 Cenakelkerk 

Overweging 8 en 9 mei 2021, Zesde Zondag van Pasen                                                                   Margaret de Groot-Vlasveld

1 Joh. 4,7-10 / Joh. 15,9-17

 

Een nieuwsbericht van 22 februari 2021: in een ondergrondse afvalcontainer hoort een voorbijgaande vrouw gehuil. Ze slaat alarm en in een gele Jumbotas wordt een pasgeboren meisje gevonden. Ze leeft.  Containerbaby wordt haar naam voor ons.

Er wordt direct een zoektocht naar de moeder gestart. Enkele dagen later worden de minderjarige ouders, beiden 17 jaar, gearresteerd; verdacht van poging tot kindermoord. Een huiveringwekkend bericht over een baby die geboren wordt bij wanhopige ouders. Ze zien maar een uitweg, ervoor zorgen dat hun kindje het daglicht niet ziet.

Vrijdag hoorde ik een interview van een vrouw die in Amsterdam een huis heeft geopend waar tienermoeders met hun kind mogen wonen, waar ze welkom zijn en een veilige plaats creëren om de liefde tussen moeder, of ouders en kind ruimte te geven. De initiatiefneemster van dit huis vertelde liefdevol: ‘Mijn moeder was 16 jaar toen ik geboren werd, zij en haar familie hebben mij omarmd. Uit dankbaarheid dat mijn moeder en ik mochten groeien in liefde, wil ik tienerouders omarmen en niet veroordelen. Als we elkaar liefhebben geven we elkaar levenskansen’. De containerbaby en haar ouders zullen voor ons in de anonimiteit leven. Laten we hopen en bidden dat ze omarmd zijn.

Maria, Mirjam, een joods meisje, was ook een tienermoeder. Haar verhaal kennen we, ze was opgeschrikt door het bezoek van de Engel Gabriel. Ze heeft, zoekend en twijfelend, het moederschap aanvaard. Ze heeft er ‘JA’ op gezegd. Haar zoon Jezus kwam ter wereld in een stal, in een kribbe met stro.  Ze moesten op de vlucht. Samen met Jozef heeft ze het kind omarmd en begeleidt op zijn levensweg. Ten einde toe.

In de lezingen van vandaag horen we de boodschap van Liefde, blijf in mijn liefde. Ik heb u uitgekozen. Jezus benadrukt hier de band die Hij met zijn Vader heeft. Zelf neemt Jezus een nederige plaats in, Hij is gezonden door zijn Vader. God de Vader heeft voor de menswording van zijn Zoon een jonge vrouw gekozen die als een bron van liefde de Zoon van God mocht dragen en baren. Wie wordt er uitgekozen en wie niet? Maria is door God gekozen en zij heeft bij velen een speciale plaats. Thuis met een Mariabeeldje, met het dragen van een kruisje, het bidden van de rozenkrans, door Marialiederen die we vandaag horen. Hier vooraan in de kerk is er een kapel met mozaïek, omringd door de leerlingen. En als we hier in de kerk komen, gaan velen een kaarsje aansteken. We noemen in stilte onze intenties en gebeden. Er zijn talloze plaatsen waar Maria vereerd wordt en er zijn vele namen die aan haar toegedicht zijn.

Hoe zien wij Maria?
Een paar jaar geleden was ik in gesprek met Pater Jan Hulshof, een Marist. De Franse congregatie Maristen baseert hun missie op het leven van Maria. Zij willen Jezus Christus volgen zoals Maria dat deed, eenvoudig, biddend en met mededogen, ontvankelijkheid en onopvallend.

Pater Jan Hulshof vertelde over de twee beelden van Maria.

  • De eenvoudige dienstmaagd uit Nazareth, zoals we die uit het Evangelie kennen, de jonge moeder, de moeder die haar zoon volgt, de moeder die haar zoon ziet sterven en die hem na zijn dood weer in haar schoot laat rusten.
  • En we zien Maria als de grote beschermvrouwe van het volk van God, aan het begin van de Christelijke kerk en aan het eind der tijden.

En die spanning tussen twee beelden van Maria voelen we ook bij het bidden. Bidden we met Maria, als bondgenoot en gelovige vrouw, of kunnen we ook bidden tot Maria, als middelares?

En…om de opvatting van de meeste protestanten te noemen: Ik bid met Maria, niet tot Maria, ik bid alleen tot God. Maria is immers gelovige onder de gelovigen en er is geen andere middelaar dan Christus. De vraag ‘bidden met Maria’ of ‘bidden tot Maria’, is niet alleen een oecumenische kwestie. Het gaat ook over hoe we zelf als katholieken in onze geloofsbeleving staan, over onze verhouding tot God, tot Christus, tot de kerk en tot andere christenen. Het is duidelijk, dat als je met Maria bidt, je jezelf ten opzichte van Maria anders positioneert dan wanneer je tot haar bidt. Als je met haar bidt, bid je als gelovige tot gelovige. Vanuit een vertrouwensband deel je je zorgen met haar. Als je tot Maria bidt, is er het gevoel dat ze dichter bij God staat.

Jezus zelf heeft zijn moeder gezien als leerling onder de leerlingen, toen hij zei: ‘Wie de wil doet van mijn Vader in de hemel, die is mijn broer en zuster en moeder’. En bij het kruis zag Jezus zijn moeder staan en zei tot de leerling die Hij liefhad: ‘Zie daar uw moeder’.

In Kevelaer of Lourdes, in alle bekende bedevaartsplaatsen, in kerken en kapellen zullen de meeste mensen aan deze vraag geen boodschap hebben of je bidt met of tot Maria. Als ik de ontroering zie bij het aansteken van een kaars bij Maria en het uitspreken van het Wees gegroet is het een overgave aan de Moeder Gods. Woorden als ‘Zoete Lieve Vrouw’ ‘Zoete Moeder’, ‘Moeder van Hoop’, ‘Koningin van de Vrede’ raken immers aan de diepste menselijke verlangens. Maria omarmt iedereen die haar liefde wil ontvangen, dichtbij of verborgen in een container.

Wees gegroet, Maria.

 

 

Meer nieuws

Overweging, 13 juni, 11e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben.

Op het internet kwam ik bij toeval de Franse film […]

Vieringen Cenakelkerk in juni

Zaterdag 5 juni 17.00 uur Eucharistieviering muzikaal ondersteund door Frans […]

Meer zitplaatsen tijdens vieringen vanaf het weekend van 12 en 13 juni 2021

Het voorkomen van een corona-brandhaard in onze kerken blijft steeds […]