Preek  Hemelvaart des Heren 2021  Cenakelkerk

Preek Hemelvaart des Heren 2021                                                                                Herwi Rikhof

Hand. 1,1-11 / Mc. 16,15-20

 

Misschien komt het door het gevoel – en meer dan het gevoel – dat de coronacrisis nu toch echt op z’n eind begint te lopen, met alle slagen om de arm en pauzeknoppen binnen handbereik, misschien komt het door dat naderende einde dat Hemelvaart dit jaar, meer dan in andere jaren, een duidelijk accent krijgt. Ik bedoel niet dat mensen bezig zijn met de vraag of ze nu wel of niet vakantievluchten kunnen boeken: dat is een te oppervlakkig en te gemakkelijk verband. Hemelvaart heeft als een feest midden in de week, iets heel gewoons. Hemelvaart is namelijk een feest waarin de mengeling te zien is van afscheid nemen en opnieuw beginnen. En dat krijgt een extra accent.

Het is eigenlijk een heel gewoon en heel alledaags gegeven: afscheid nemen, weggaan en opnieuw beginnen, ergens naar toe gaan. Helemaal niet dramatisch. Het is een gewoon proces van elke dag: je stopt met iets en begint aan iets anders, huis opruimen, werken in de tuin, boodschappen doen. Dat gewone proces wordt iets dramatischer als je een andere baan krijgt, of wanneer je ophoudt met werken of wanneer je verhuist. Dat gewone proces wordt nog dramatischer, wanneer je afscheid moet nemen van iemand van wie je houdt en zonder haar of hem verder moet, zeker als je definitief afscheid moet nemen en er niet op voorbereid was.

Dat gewone en soms dramatische proces van afscheid nemen en opnieuw beginnen, van afscheid nemen van het verleden en met de toekomst beginnen, dat proces waar het leven vol van zit, krijgt in onze huidige omstandigheden een aparte scherpte, denk ik. Voor sommige mensen geldt dit niet, die zien de coronacrisis als een wat lastige of zelfs overbodige onderbreking van wat ze normaal zijn gaan vinden. Voor anderen, die de ziekte en de crisis wel serieus nemen, betekent deze periode van lockdown en avondklok en van al die andere beperkingen, een breuk met dat normaal, misschien zelfs een afscheid van dat normaal. Zij stellen zich de vraag hoe dat nieuwe normaal er uit moet gaan zien.

Dat nieuwe normaal komt er niet automatisch. Dat mag wel zo lijken, maar hoe wij onze maatschappij en ons leven gaan inrichten dat is niet een proces dat op de natuur lijkt die we in deze weken zo duidelijk in verandering en bloei zien, maar dat is een proces dat we kiezen en bepalen. We kunnen er voor kiezen alles precies zo te doen als voor de corona-pandemie, we kunnen ook kiezen het anders te gaan doen, of in elk geval bepaalde zaken anders te gaan doen, al dan niet radicaal. We kunnen er voor kiezen om zaken waarvan we ontdekt hebben hoe belangrijk die zijn, ook te koesteren en te cultiveren: relaties met familie, vrienden, buren, of waardering voor mensen die werken in de zorg of op de school, of het bewsut-zijn dat wij mensen niet van brood alleen leven. We kunnen er voor kiezen om wat we ontdekt hebben als nieuwe mogelijkheden voor werk en communicatie zorgvuldig te bewaren en uit te bouwen: bijvoorbeeld de technische mogelijkheden waarvan we ook nu in deze dienst gebruik maken. We kunnen ervoor kiezen om bepaalde automatisme van het oude normaal niet meer zo automatisch te laten zijn. Moeten groenten, dieren, kleren werkelijk de halve wereld rond voor onze al dan niet goedkope consumptie? Moet ‘altijd groter’ werkelijk altijd groter? Moet ‘altijd alles direct kunnen’ werkelijk altijd direct gebeuren of kunnen we ook verlangen naar iets, uitzien naar iets, sparen voor iets, geduld hebben.

Hemelvaart is het feest waarin we dat gebeuren van ons leven, dat gewone en soms dramatische proces, weerspiegeld zien en waarin dat gewone, dat proces zeker in onze huidige omstandigheden misschien ook een ongekende diepte kan krijgen. Ik concentreer me nu op de eerste lezing. Daarin vragen de leerlingen Jezus: gaat u in deze tijd voor Israel het koninkrijk herstellen. U. Zoals vaker zegt Jezus niet ja of nee, maar geeft hij een reactie waarin duidelijk wordt dat de vraag niet goed gesteld is, hij geeft een antwoord dat ontwijkt én dat dieper gaat. Jezus draait het om: niet ik, maar jullie. Niet het koninkrijk voor Israel, niet een ideaal van macht in een oud patroon, maar getuigen van de gestorven en verrezen Messias en de grenzen over tot aan het einde der aarde. De leerlingen moeten afscheid nemen van hun oude verwachtingen en beginnen aan een ongekend avontuur. Voor dat proces zullen ze de kracht van de H. Geest ontvangen, zullen ze gedoopt worden met de H. Geest. Leerling zijn van de verrezen Heer is blijkbaar voortdurend afscheid nemen en telkens opnieuw beginnen. En die twee kanten zitten in de wijze waarop wij gedoopt zijn. Wij dopen met water en zalven met Geest. Niet alleen water, niet alleen Geest, maar water én Geest.

Afwassen, schoonwassen, zeker aan het begin van ons leven bij de doop, maar ook op Pasen bij de hernieuwing van de doopbeloften, is nodig omdat we nu eenmaal niet met een schone lei beginnen, nooit met een schone lei beginnen.  We leven niet in een maatschappij, niet in een omgeving, niet in een familie, niet in een dorp of stad waar alles in orde is, maar waar ook altijd zaken scheef gegroeid zijn, waar ook altijd oneerlijke verhoudingen zijn, waar ook ruzie is, waar mensen en dingen beschadigd zijn en worden, smerige handen hebben en maken. Dopen met water: een teken van het gevoel voor de werkelijkheid, onze besmeurde werkelijkheid. Dopen met water, zoiets als in de auto de ruitenwissers aanzetten zodat je weer kunt zien, verder kunt zien. En wanneer wij op Pasen onze doopbeloften vernieuwen en dan besprenkeld worden met water, dan worden we herinnerd aan die voortdurend besmeurde werkelijkheid waarin we leven en de voortdurend besmeurde werkelijkheid van ons leven en we worden daarom ook herinnerd aan de voortdurende noodzaak tot afwassen en schoonmaken.

Maar daarmee is het nog niet af, daarmee is alleen ruimte gemaakt, iets weggedaan. Er moet ook gedoopt worden met de Geest, met zalf, met olie. Natuurlijk is die olie nodig om ons soepel te laten lopen, om er voor te zorgen dat de dingen die we gekregen hebben, ons lichaam, onze talenten, onze omstandigheden, dat we die niet forceren, dat we die niet laten verroesten. Natuurlijk is die zalf nodig, dat die in de poriën doordringt, zodat het nieuwe niet aan de buiten kant blijft, maar opgenomen wordt. Maar meer nog staat die zalf voor de waardigheid en de verantwoordelijkheid van de gezalfden. Iedere christen is op haar of zijn manier priester-koning-profeet. Iedere christen is op haar of zijn manier kind van God, betrokken op de Vader in de Geest van de Zoon. Iedere christen is op haar of zijn manier verantwoordelijk voor je eigen leven en voor het samenleven met anderen. Iedere christen is op haar of zijn manier geroepen om te vertellen en uit te leggen waarvoor je leeft, wat je idealen en dromen zijn.

En misschien kan die doop met de Geest in onze huidige omstandigheden nog een extra accent krijgen. De doop met de Geest is niet alleen nodig om ons te helpen concrete keuzes te maken –  dat wel, dat niet – , de kracht van de Geest hebben we ook en misschien wel vooral nodig om ons te helpen überhaupt keuzes te maken. In onze omstandigheden is het niet denkbeeldig dat we moe zijn en moedeloos worden, dat we zo doordrongen zijn van de invloed van de corona-pandemie dat we vooral of alleen maar zien wat afgebroken is en we niet meer de veerkracht, de vitaliteit, de souplesse hebben om maar een begin te maken met het nieuwe.

De aansporing van de verrezen Heer aan zijn leerlingen niet weg te gaan uit Jerusalem maar te blijven wachten op de beloofde Geest versta ik dan ook als een dringend verzoek aan ieder van ons.

Meer nieuws

Overweging, 13 juni, 11e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben.

Op het internet kwam ik bij toeval de Franse film […]

Vieringen Cenakelkerk in juni

Zaterdag 5 juni 17.00 uur Eucharistieviering muzikaal ondersteund door Frans […]

Meer zitplaatsen tijdens vieringen vanaf het weekend van 12 en 13 juni 2021

Het voorkomen van een corona-brandhaard in onze kerken blijft steeds […]