Preek voor de 11de zondag door het jaar  – 13 juni 2021 Cenakelkerk          

Preek voor de 11de zondag door het jaar                                                             Herwi Rikhof

Ez. 17,22-24 Mc. 4,26-34

 

Inleiding
De eerste gewone groene zondag, na de paarse zondagen van de veertigdagentijd en de witte zondagen van de paastijd en de feesten van de Drie-eenheid en Sacramentsdag. We lezen dit jaar op de gewone zondagen uit Marcus en vandaag horen we een tekst uit het gedeelte waarin Marcus de prediking van Jezus behandelt en dat hij besluit met ‘Anders dan in gelijkenissen sprak hij niet tot hen, maar eenmaal met zijn leerlingen alleen gaf hij van alles uitleg.’ Van die gelijkenissen horen we er vandaag twee. Over de tweede, over het mosterdzaadje wil ik straks nadenken.

Preek
De mededeling stond in alle kranten die ik las of waarvan ik elke dag het overzicht krijg: dat de uitvinder van het ZKV, het zeer korte verhaal, A.L. Snijders, overleden was. Plotseling. Ik had hem, zoals wel vaker op de zondagmorgen, de afgelopen zondag nog op de radio gehoord met zo’n kort verhaal en ook toen werd hij aangekondigd als de uitvinder van dat genre. Ik weet niet wie dat bedacht heeft, dat hij de uitvinder van dat genre is, maar ik vind en vond het altijd een beetje vreemd. Dat kranten die niet zoveel met geloof en kerk op hebben, min of meer klakkeloos herhalen is nog te begrijpen, maar dat kranten die wel aandacht hebben voor het christelijk geloof dat ook schrijven, blijf ik vreemd vinden. Alsof in teksten die 2000 of nog ouder zijn geen zeer korte verhalen voorkomen, alsof een van de kenmerken van het optreden van Jezus niet is dat hij zeer korte verhalen vertelt, ontleend aan alledaagse gebeurtenissen. Vandaag hebben we er twee van gehoord, twee die thematisch met elkaar verbonden zijn omdat ze beide over zaad gaan.

Aan het eind van de evangelie staat een zin die ik al in mijn inleiding geciteerd heb: ‘Anders dan in gelijkenissen sprak hij niet tot hen, maar eenmaal met zijn leerlingen alleen gaf hij van alles uitleg.’ Een zin waarmee Marcus dit soort optreden afsluit. In de rest van zijn evangelie geneest Jezus wel en horen we over wie genezen worden, discussieert hij wel en horen we ook waar het om gaat, verkondigt hij wel, maar wat hij verkondigt horen we niet, behalve wanneer het om zijn lijden en dood. Jezus vertelt in het evangelie van Marcus nog een gelijkenis, in de tempel, maar die gaat niet over het koninkrijk, maar over hemzelf, over de steen die de bouwlieden afkeuren, maar die de hoeksteen wordt (Mc. 12,1-11; ps. 118,22-23; vgl. Jes 5,1-2). Die zin aan het eind van de evangelielezing van vandaag sluit dus de verkondiging van het koninkrijk door gelijkenissen af, maar tegelijkertijd geeft Marcus een dubbel commentaar: dat Jezus alleen maar in gelijkenis spreekt tot de mensen, én dat hij ook aan zijn leerlingen uitleg geeft. Blijkbaar vragen die zeer korte herkenbare en duidelijke verhalen toch om een uitleg. Die horen we niet. En dat geeft ons de gelegenheid en ook de opdracht te zoeken naar die uitleg.

Dat zeer korte verhaal over het mosterdzaadje gaat om een paar zinnen. “Het [koninkrijk van God] lijkt op een mosterdzaadje. Wanneer dat gezaaid wordt in de grond, is het wel het allerkleinste zaadje op aarde; maar eenmaal gezaaid, schiet het op en wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.” Wat zou Jezus hiermee bedoelen? Welke uitleg zou hij geven aan zijn leerlingen?

Het eerste dat van belang is dat Jezus geen biologie les geeft. Het mosterdzaadje is niet het kleinste  – het zaadje van een cipres is kleiner –  en het groeit ook niet uit tot een enorme boom, eerder een struik. Waar gaat het dan wel om? Gaat het om die groei van klein naar groot, van allerkleinst naar heel groot? Gaat het dan over het kleine begin in Galilea dat uitgroeit tot een wereldwijde kerk waarin alle volkeren welkom zijn, waarbij dan de vogels staan voor alle volkeren en de takken voor de kerk? Of gaat om een persoonlijke groei van dit leven naar het eeuwige, zoals die andere opmerking van Jezus over de graankorrel die moet sterven om vrucht te dragen.

Misschien gaat het daar om, om die groei van klein naar groot. Maar is dat hele gewone verschijnsel van groei de pointe van deze zeer korte gelijkenis? Is dat niet te gewoon. Moet je dat gewone proces echt uitleggen? Kunnen we, moeten we niet iets meer zeggen? Is het misschien van belang te kijken naar het resultaat van die groei? Het resultaat is een plant, een struik die vruchten oplevert. Die vruchten verbeteren de smaak en ze verbeteren de gezondheid, zijn een soort medicijn. En, het resultaat is zoveel vruchten dat het te veel is voor één persoon. Degene die dat mosterdzaadje plant, doet het niet voor zichzelf. Zo bezien levert die eenvoudige handeling van een zaadje planten een groot resultaat op.

We kunnen nog een stap verder gaan – die eenvoudige handeling van zaaien staat aan het begin, maar daarna komt de mens niet meer voor in deze zeer korte parabel. Bij dat natuurverschijnsel van groei is de mens maar terzijde betrokken: dat klinkt ook door in die eerste parabel. Jezus vertelt dat verhaal in een tijd waarin er nog geen sprake is van intensieve landbouw en pesticiden en van klimaatverandering vanwege het optreden van de mens. In een tijd waarin we weten hoeveel invloed de mens op de natuur heeft, klinkt zo’n parabel misschien naief. Of is die parabel juist niet naief. We ontdekken immers ook meer en meer dat die invloed van de mens op de natuur niet altijd een goede is, dat er fundamentele vragen worden gesteld bij de intensieve landbouw en veeteelt- dat is een onderdeel van de moeizame formatie -, en je ziet dat gemeenten niet meer alles kort en klein maaien, maar de biodiversiteit proberen te bevorderen. Vanmorgen hoorde ik bij Vroege Vogels dat in de gemeente Berkelland  de gemeenten stukken die langzamerhad bij weiden getrokken zijn weer teugneemt en daarin het coulissenlandshap herstelt en dat na een jaar er al weer insecten aanwezig zijn en allerlei nloemen. Deze week las ik ergens iets over tegeltaks, een belasting op te veel steen in een tuin. Als we tegen deze achtergrond naar deze zeer korte parabel luisteren, krijgt dit zeer korte verhaal een grote kritische zeggingskracht.

Hoe belangrijk die zaaier ook is, de mens is niet bepalend zegt Jezus in deze korte parabel. De mens moet zich niet voortdurend met dat proces bemoeien en moet dat proces zijn gang laten gaan. Het gaat in deze parabel niet om de zaaier, maar om die boom, die struik, om dat resultaat, om overvloed van  vruchten die goed zijn voor de smaak en kunnen dienen als medicijn.

Dat is niet altijd makkelijk, jezelf ondergeschikt te maken, maar de kritische vraag die deze parabel oproept is of alles op te lossen is, ook en vooral in onze kerk, met management. Die vraag klinkt zeker nu, nu we ons gaan bezinnen op na-corona, ook als kerk. Geven we het proces van de coronacrisis de kans resultaten op te leveren, vruchten die als smaakmakers of als medicijn kunnen functioneren? Geven we ook in deze omstandigheden het koninkrijk van God een kans om te groeien?

 

Meer nieuws

Overweging 17-18 juli 2021 Cenakelkerk

Overweging 17-18 juli 2021              […]

Vieringen juli en augustus in de Cenakelkerk

Zaterdag 3 juli 17.00 uur Eucharistieviering Zondag 4 juli 11.00 […]

Preek voor de 15de zondag door het jaar 2021  Cenakelkerk

Preek voor de 15de zondag door het jaar 2021    […]

Overweging,11 juli, 15e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben

Ik las laatst het getuigenis van een Braziliaanse moeder wiens […]

Preek voor de 14de zondag door het jaar  2021 Cenakelkerk

Preek voor de 14de zondag door het jaar  2021    […]