Preek voor de 14de zondag door het jaar  2021 Cenakelkerk

Preek voor de 14de zondag door het jaar  2021                             Herwi Rikhof

Ezechiël 2,2-5 / Mc. 6,1-6

 

We zitten duidelijk in de sportzomer. Goed, in de winkels liggen de oranje spullen in de aanbieding, maar het Europees kampioenschap voetballen gaat ook zonder ons door. En dan is er de Tour de France met een verrassing in het geel en Wimbledon en de Olympische Spelen. Als ik sport kijk, dan tennis, misschien wel omdat ik het zelf met plezier gespeeld heb. Niet heel goed, maar toch. Ik speelde vaak met een collega, Bas van Iersel, en onderweg naar de baan vertelde we elkaar waar we mee bezig waren in ons onderzoek. Bas was exegeet en had zich gespecialiseerd op het evangelie van Marcus. Ik heb een aantal van zijn boeken in mijn kast staan en in dit jaar waarin we Marcus lezen kijk ik ook altijd even naar zijn visie op het stukje dat we hier lezen. Maar wat hij onderweg naar de tennisbaan vertelde is mij ook wat bijgebleven, misschien wel omdat het wat losser was. Ik herinner me goed dat hij een keer zei dat het Marcusevangelie een vreemd soort detective was: normaal weet je wel wie het slachtoffer is en niet wie de dader is, maar in het evangelie is het andersom: we weten wie de daders zijn, maar we weten niet wie het slachtoffer is.

Ik vond en vind dat een schitterende opmerking, omdat op verschillende momenten in het evangelie precies dat speelt: wie is Jezus? Marcus begint zijn evangelie wel met: ‘begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God’, maar dat opschrift is bedrieglijk eenvoudig en helder. Want als je dan verder leest dan gaat het wel over Jezus maar niet over Christus. Die term komt maar drie keer voor in het evangelie: Petrus gebruikt ‘Christus’ als Jezus zijn leerlingen vraagt : ‘wie zeggen jullie dat ik ben’ (9,29). ‘Christus’ wordt door de hogepriester gebruikt bij de ondervraging van de gevangen genomen Jezus en de spotters bij het kruis dagen de Christus uit van het kruis af te komen en zichzelf te redden (15, 32). Elke keer is er een soort discussie over wat die term ‘Christus’ nu precies inhoudt en aan het eind is dat niet echt duidelijk.

Wie is Jezus? Die vraag komt op naar aanleiding van Jezus’ optreden. Als je het hele evangelie doorleest, merk je namelijk op dat verbazing vaak de reactie is op wat Jezus doet of zegt. Verbazing en wel in allerlei schakeringen. Terwijl het gebruik van de term ‘Christus’ wel een antwoord is op de vraag wie Jezus is, is dat wel een apart antwoord. Verbazing daarentegen is een gewoon antwoord, een herkenbaar antwoord.

Verbazing heeft te maken met wat we gewoonlijk verwachten, en wel met het doorbreken daarvan, met wat we niet verwacht hadden. Zoals deze week Mathieu van der Poel die iedereen, inclusief zichzelf, verbaasde door het zo goed te doen in een tijdrit. Dat had hij zelf niet verwacht. Verbazing als reactie op iets onverwachts en dat onverwachte is dan in dit geval een aangename verrassing. Maar het hoeft niet altijd een aangename verrassing te zijn. Onderzoeksjournalisten komen nogal eens met resultaten die een onaangename verrassing zijn, of het nu gaat over de toeslagenaffaire of over mestfraude. Deze week hoorde ik dat journalisten van de New York Times een minutieuze reconstructie hebben gemaakt van de bestorming van het Capitool op 6 januari en daaruit blijkt dat, tot verbazing van velen, er meer planning achter zat dan de meeste mensen dachten. Dat sommige politici tijdens die bestorming anders reageerden dan een week daarna – eerst deuren barricaderen tegen die bestormers en naderhand zeggen dat het een vorm van toerisme was – verbaasde mij niet meer. Je verwacht, jammer genoeg, van sommige politici niet anders. Verkeerde herinneringen heet dat ook wel.

De evangelist Marcus noemt dus herhaaldelijk in zijn evangelie dat mensen verbaasd zijn op het optreden van Jezus en zowel positief als negatief. Van Bas van Iersel heb ik ook geleerd dat je altijd verder moet kijken dan het gedeelte dat je leest of hoort in de liturgie, dat je moet letten op de grote lijnen, en ook dat je oog moet hebben voor de contrasten. Dat laatste is vandaag van belang. Jezus komt vandaag in zijn vaderstad. Daar woont hij niet, hij woont, als je dat kunt zeggen, in Kafarnaum, een dorpje vlak bij het meer van Galilea, het meer dat zo’n grote rol speelt in het optreden van Jezus voordat hij op weg gaat naar Jerusalem. In de synagoge van Kafarnaum geeft hij op sabbat onderricht en bij de eerste keer dat Jezus dat doet, merkt Marcus op: ‘ze waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want hij onderrichte hen niet zoals de Schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit.’ (1,22)

Hij komt dus in zijn vaderstad, Nazareth en net als in Kafarnaum gaat Jezus op sabbat naar de synagoge om daar onderricht te geven. En net als in Kafarnaum zijn de aanwezigen verbaasd. In Kafarnaum heeft die verbazing te maken heeft met een aangename verrassing – ‘niet zoals de Schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit’ geeft dat mooi aan. In Nazareth is het minder positief. Marcus merkt op dat de mensen in Nazareth aanstoot nemen aan Jezus’ verkondiging. Jezus doorbreekt hun verwachtingspatroon en daar zijn ze niet gelukkig mee.

Jezus reageert daarop met een soort spreekwoord, dat wil zeggen met een opmerking die deze negatieve reactie in een kader plaats en die negatieve reactie haast gewoon maakt. Maar er is, denk ik, meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt.

De term ‘profeet’ is een term die altijd een zekere spanning oproept. In de eerste lezing hebben we dat gehoord. Dat is een gedeelte uit de roeping van Ezechiël, een van de grote profeten. ‘Of ze nu luisteren of niet, … ze zullen weten dat er een profeet in het midden is’. Dat is niet uniek: in alle tijden zijn er mensen te vinden in de samenleving die kritische vragen stellen, klokkenluiders die verborgen onrecht openbaren, onderzoeksjournalisten die mistoestanden aan het licht brengen. En, hun activiteiten worden niet altijd gewaardeerd.

In dat spreekwoord scherpt Jezus dat aan door die spanning in verband te brengen met de achtergrond van de profeet: vaderstad, familie. Van een vreemde, een buitenstaander kun je gemakkelijker kritiek hebben dan van iemand uit je eigen kring. ‘Wat verbeeldt zij zich niet’, ‘dat moet híj zeggen’. Dat zijn gewone, heel herkenbare reacties. Maar, zoals ik zei, ik denk dat er meer aan de hand is, want het gaat niet om een fout in de organisatie, een mistoestand die toegedekt is en aan het licht wordt gebracht, het gaat om de verkondiging van het rijk van God, het gaat om God, om de visie op God.

En nu wordt dat contrast met Kafarnaum van belang: daar waren de mensen verbaasd over het gezag waarmee Jezus over God sprak, zo anders dan de gewend waren van de Schriftgeleerden. Geen van buiten geleerd lesje, maar van binnen uit, authentiek en misschien ook wel bevrijdend. Daar staan ze verwonderd over: dat zó en zo anders over God gesproken kan worden. Ik zei net ‘bevrijdend’ en dat heb ik gezegd omdat Jezus zijn prediking kracht bij zet door mensen die door hun ziekte buiten gesloten zijn, zoals melaatsen, te genezen en hen weer een plek te geven in de samenleving, door omgang te zoeken met mensen die zichzelf hebben buiten gesloten, zoals tollenaars die met de vijand collaboreerden en hen zo weer deel laat uitmaken van de maatschappij. Jezus spreekt over God als een goede, bevrijdende en barmhartige God. Dat verbaasde de mensen in Kafarnaum. Die waren blijkbaar een andere prediking gewoon. Ook de mensen in Nazareth zijn in eerste instantie verbaasd, maar in tweede instantie pikken ze niet, nemen ze er aanstoot aan dat Jezus zo over God spreekt en zo in Gods naam handelt. Zij vinden zo’n goede, barmhartige God eerder een bedreiging dan een bevrijding, omdat, denk ik,  geloof in zo’n barmhartige God consequenties heeft voor hoe zij met mensen omgaan, consequenties die zij niet willen trekken.

Het contrast tussen Kafarnaum en Nazareth is niet een contrast tussen twee dorpjes uit een ver verleden en uit een ver land, maar is een contrast in de kerk van alle tijden, ook van hier en nu. Reageren we diep in ons hart zoals de mensen in Nazareth of durven we ons te laten verbazen zoals de mensen in Kafarnaum, ook al kost dat wat?

Meer nieuws

Overweging 17-18 juli 2021 Cenakelkerk

Overweging 17-18 juli 2021              […]

Vieringen juli en augustus in de Cenakelkerk

Zaterdag 3 juli 17.00 uur Eucharistieviering Zondag 4 juli 11.00 […]

Preek voor de 15de zondag door het jaar 2021  Cenakelkerk

Preek voor de 15de zondag door het jaar 2021    […]

Overweging,11 juli, 15e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben

Ik las laatst het getuigenis van een Braziliaanse moeder wiens […]