Preek voor de 15de zondag door het jaar 2021  Cenakelkerk

Preek voor de 15de zondag door het jaar 2021                                        Herwi Rikhof

Amos 7,12-15 / Mc. 6,7-13

 

Eigenlijk hadden we een ander verhaal gepland. Toen we het programma maakten voor een serie catechesebijeenkomsten voor kinderen en ouders was er nog geen sprake van een tweede golf en leken bijeenkomsten weer mogelijk. Het thema dat we gekozen hadden had te maken met reizen en met het leven als een reis. Het verhaal dat op de eerste avond zowel bij de kinderen als bij de ouders centraal zou staan was het verhaal van Abram die wegtrekt uit zijn vertrouwde omgeving een onzekere en onduidelijke toekomst tegemoet. Bij de eerste bijeenkomst moesten de kinderen op blote voeten door bakken lopen met water, modder, kiezelstenen enz. Dat kon gelukkig in de gang van de pastorie zonder al te veel toestanden. En de ouders die konden rustig in de Oosterse zaal met koffie en thee die reis van Abram vertalen naar hun eigen leven. Maar na die eerste bijeenkomst verstoorde corona ons mooie programma. Een paar weken geleden was het weer mogelijk een bijeenkomst te hebben, de laatste van dit jaar. Voor die laatste avond hadden we het verhaal van de barmhartige Samaritaan gepland als het sluitstuk van allerlei reisverhalen uit Oude en Nieuwe Testament. Maar omdat we die andere verhalen niet hadden gelezen, leek ons dat verhaal toch niet zo goed en kozen we voor het verhaal van Jezus die zijn leerlingen twee aan twee uitzendt. Het evangelie van vandaag, of preciezer het eerste gedeelte van dat evangelie. Die avond hebben we dat korte verhaaltje gelezen en besproken: de kinderen in de keuken, de ouders in de tuin van de pastorie: het was een van die mooie zomeravonden half juni. Toen de kinderen klaar waren, kwamen ze ons opzoeken in de tuin, elk met een grote wandelstok.

Hoe kort dat verhaaltje ook is voldoende elementen voor een gesprek toen en voor een preek nu. Het eerste wat opvalt is dat Jezus grote nadruk legt op wat zijn leerlingen niet als bagage mee moeten nemen. Natuurlijk zegt hij ook wat ze wel mee kunnen nemen – daar kom ik zo op -, maar hij vindt blijkbaar wat ze niet mee moeten nemen van groot belang. Waarom? Als je hoort wat hij zegt wat ze niet mee moeten nemen is dat zeker op het eerste gehoor vreemd: hoezo geen voedsel, geen reiszak, geen geld? Hoe kun je nu op reis gaan zonder die spullen? Misschien gaat het niet om die concrete spullen, maar om de mentaliteit die uit die spullen spreekt. Ik moet altijd wat lachen om mensen die naar het buitenland gaan en dan de auto of caravan volladen met eten en drinken, blikken met groente, zakken aardappels. Durven ze daar niet naar de markt of de supermarkt te gaan, wantrouwen ze het eten daar? Vertrouwen ze alleen wat ze kennen? Illustraties van dat gezegde: “wat de boer niet kent …” Misschien heeft het verbod van Jezus daar mee maken en wil hij verhinderen dat zijn leerlingen alleen gepakt en gezakt door het leven willen gaan, alleen op zichzelf en op hun eigen meningen vertrouwen en wil hij juist bevorderen dat ze onbevangen, met open ogen en lege handen door het leven gaan, dat ze zich laten verrassen door wat en wie ze tegenkomen op hun reis, dat zij zich kunnen laten verrassen.

Ik wil nog even stil blijven staan bij ‘geen reiszak’. Dat is een term die ik ook wel eens in overdrachtelijke zin hoor. Dan gaat het niet over handbagage of zo, maar over wat iemand meedraagt en dat is dan meestal negatief bedoeld. Negatieve ervaringen uit het verleden die doorwerken in het heden. Ik denk niet dat Jezus tegen zijn leerlingen zegt dat ze dat soort negatieve ervaringen niet hebben: dat zou onrealistisch zijn. We hebben allen dat soort ervaringen. Ik denk ook niet dat hij zegt dat ze dat soort negatieve ervaringen moeten wegwuiven: dat is ook onrealistisch. Maar ik denk dat hij weet hoezeer dat soort ervaringen kunnen verlammen en dat hij van zijn leerlingen vraagt dat niet te laten gebeuren. Dat gaat niet vanzelf of gemakkelijk. Daarom noemt hij het ook: omdat het zo moeilijk is. Daarom leert hij ze ook in het Onze Vader bidden: ‘zoals wij anderen vergeven’.

Maar Jezus verbiedt niet alleen, hij geeft ook advies om iets wel mee te nemen. Wel sandalen, wel een stok. Als je ooit in het Heilig Land bent geweest, weet je waarom. Er liggen nu natuurlijk allerlei wegen, er is nu openbaar vervoer: als pelgrim word je met een comfortabele bus van de ene heilige plek naar de andere gebracht. Maar als wat verder kijkt dan de snelweg zie je een ongemakkelijk landschap waar sandalen en een stok nodig zijn om je gaande en staande te houden. En nu wordt ook van belang wat Jezus niet nadrukkelijk zegt maar wel nadrukkelijk doet: hij zendt zijn leerlingen twee aan twee uit. Twee aan twee. Vanwege de gezelligheid? Praat onderweg of zo? Misschien. Maar ik denk eerder vanwege steun en hulp, wederzijdse steun en hulp. Om te zorgen dat de leerlingen op hun tocht elkaar overeind houden, elkaar over de onvermijdelijke dode momenten heen dragen en samen op weg blijven gaan.

Ik heb nu dat kleine verhaaltje niet alleen gelezen als een verhaaltje over Jezus die zijn leerlingen uitzendt, maar ook als een verhaaltje over ons en over ons leven, onze levensreis. Dat is niet vreemd dat het ook over ons gaat, omdat we altijd hier verhalen uit het verleden horen als verhalen over ons. Het is ook niet vreemd dat het over onze levensreis, onze levensweg gaat. Dat is een thema dat bij ons geloof hoort: dat wij in ons leven op weg zijn, hoe je dat ook verder invult: op weg naar het beloofde land, op weg naar het hemels Jerusalem, op weg naar het huis waar plaats is voor velen, op weg naar God.

Dat thema van ons leven als een weg, als een reis is een belangrijk thema, gelovig thema en zoals bij elk gelovig thema horen daar vragen, soms fundamentele vragen bij. Niet iedereen in onze maatschappij ziet haar of zijn leven zo, als een reis met een heel bepaalde bestemming, als een weg met de duidelijk doel. Die mensen zijn voor ons als het ware vragen die van buitenaf komen. Waarom zie je je leven zo? Maar door de coronamaatregelen is dat vanzelfsprekende van reizen verder onder druk komen te staan, haast van binnen uit. Door de versoepelingen leek dat vanzelfsprekende weer terug te zijn – paginagrote advertenties als vanouds voor all-in vakanties in de zon – maar door de recente ontwikkelingen zijn die versoepelingen gedeeltelijk teruggedraaid en is het reizen naar het buitenland niet meer vanzelfsprekend geworden. Daarmee wordt het vanzelfsprekende van het evangelie van vandaag dat Jezus zijn leerlingen uitzendt, minder vanzelfsprekend voor ons. Je leven zien als een reis is niet vanzelfsprekend, is een keuze en door onze omstandigheden een bewust keuze. Kiezen we ook voor die visie?

Door de coronacrisis krijgen die de elementen die ik net genoemd heb ook nog een aparte scherpte, zowel voor onze geloofsgemeenschap als voor ieder van ons individueel. Heeft de coronacrisis ons niet geleerd dat bagage overbodig kan zijn en welke bagage we goed kunnen missen? Heeft de coronacrisis ons niet geleerd hoe fnuikend die houding kan zijn om bepakt en gezakt door het leven te gaan, welke bagage ons eerder belemmert dan ons helpt voor te gaan? En misschien wel vooral: hebben we in die coronacrisis niet ontdekt hoe belangrijk het is twee aan twee te gaan, elkaar over die onvermijdelijke dode punten heen te helpen en te steunen en gaande te houden. Het reisadvies van Jezus aan zijn leerlingen is in onze situatie ongelooflijk actueel en zeer ter zake.

Meer nieuws

Overweging 17-18 juli 2021 Cenakelkerk

Overweging 17-18 juli 2021              […]

Vieringen juli en augustus in de Cenakelkerk

Zaterdag 3 juli 17.00 uur Eucharistieviering Zondag 4 juli 11.00 […]

Overweging,11 juli, 15e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben

Ik las laatst het getuigenis van een Braziliaanse moeder wiens […]

Preek voor de 14de zondag door het jaar  2021 Cenakelkerk

Preek voor de 14de zondag door het jaar  2021    […]