Preek voor de 18de zondag door het jaar 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 18de zondag door het jaar 2021                                                         Herwi Rikhof

Ex. 16, 2-4.12-15 / Joh. 6, 24-35

 

Inleiding
De vorige week zijn we begonnen in dit jaar, waarin we op de gewone zondagen uit het evangelie van Marcus lezen, met een aantal aanvullingen vanuit het evangelie van Johannes. Het evangelie van Marcus te kort is om voor al die gewone zondagen voldoende teksten te leveren. We lezen niet wat losse stukken uit Johannes maar een verhaal van een teken en discussie over dat teken. Vorige week hebben we dat verhaal gehoord, het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging, vandaag horen we het eerste gedeelte van de discussie. In dat eerste gedeelte gaat het om brood uit de hemel, en in die discussie over brood uit de hemel wordt verwezen naar een gebeurtenis uit de tijd dat het Joodse volk in de woestijn rondtrok op weg naar het land van belofte. Het verhaal over die gebeurtenis horen we als eerste lezing.

Preek
Het was een discussie zoals wel vaker: een discussie tussen collega’s. Maar de ingehouden felle toon gaf aan dat het om meer ging dan een puur academische kwestie over woordjes of zo. Het was een discussie tussen een exegeet, iemand gespecialiseerd in het Nieuwe Testament, en een systematisch theoloog en die theoloog was ik. Het ging over het hoofdstuk uit Johannes waaruit we deze weken lezen. Nu horen discussies thuis in het beoefenen van wetenschap en niet alleen discussies met naaste vakgenoten, maar ook met collega’s van andere vakgebieden en van ook heel andere disciplines. Die discussies voorkomen dat je als wetenschapper blinde vlekken krijgt of dat je bepaalde uitgangspunten en vooronderstellingen niet bevraagt maar klakkeloos overneemt. Die discussies kunnen je ook verrijken met nieuwe, onverwachte inzichten. Ik heb die discussies met collega’s altijd op prijs gesteld, of het nu discussies waren met exegeten of met historici, met sociologen of met psychologen, met kenners van andere godsdiensten of met vakgenoten uit andere kerken. Ze verrijkten me en hielden me scherp en kritisch naar mijn eigen opvattingen. Maar deze discussie over het zesde hoofdstuk van Johannes was anders, en daarom herinner ik me die ook zo goed.

Wat was er anders? Daar is niet zo makkelijk de vinger op te leggen. Misschien dat die collega wat onvriendelijke formuleringen gebruikte, waardoor ik in de verdediging schoot en dezelfde polemische taal ging gebruiken. Maar het moet dieper gelegen hebben. Ik denk nu dat het te maken had met een onderscheid dat ik wel eens genoemd heb en dat voor mij als systematisch theoloog, maar ook als pastor en gelovige belangrijk is geworden: het onderscheid tussen de Bijbel en de H. Schrift. De Bijbel is een verzameling teksten uit het oude Midden Oosten, die je kunt en moet lezen zoals je andere oude teksten uit andere culturen kunt en moet lezen: met kennis van de originele taal, van de historische en de culturele omstandigheden waarin ze ontstaan zijn. Maar wanneer je die verzameling teksten als de Heilige Schrift beschouwt, zoals hier in de liturgie, als woord van God- zalig die het woord aanhoort … – dan gaat meer mee klinken: dan gaat het om het woord van God dat van alle tijden is, dat telkens in de geschiedenis van de kerk geklonken heeft en dat nu voor ons klinkt. Mijn collega was, om zo te zeggen, met de Bijbel bezig en vond dat ik als theoloog te ver ging door deze tekst uit het Johannes evangelie als Heilige Schrift te lezen, of preciezer dit hoofdstuk als een tekst over de eucharistie te lezen. Dat was volgens hem onzin.

Nu is zo’n kritiek op zich niet vreemd. Wij weten maar al toe goed dat teksten uit de Bijbel met het argument dat het woord van God is misbruikt worden, om slavernij goed te praten, of apartheid, of niet-vaccineren. Maar in dit geval vond en vind ik die kritiek niet terecht. Niet omdat in de lange traditie van de kerk die tekst uit Johannes altijd gelezen is in verband met onze viering van de maaltijd van de Heer, maar omdat daar ook goede argumenten voor zijn.

Er zijn maar een paar verhalen die in alle vier de evangelies voorkomen: het doopverhaal is er een van en het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging is een ander – en natuurlijk het verhaal van het lijden, sterven en verijzen van Jezus. En precies die verhalen, doop en wonderbare broodvermenigvuldiging/ laatste avondmaal, zijn de basis voor de twee sacramenten die alle christelijke kerken gemeenschappelijk hebben: doop en eucharistie/avondmaal. Natuurlijk is er een verschil tussen de tekst van dat zesde hoofdstuk van Johannes en een uitgewerkte theologie van de eucharistie, maar er ook een verband. Deze tekst kan ons helpen bij onze viering van de eucharistie, omdat deze tekst, als ik zat zo mag zeggen, bouwstenen bevat voor het beleven van de eucharistie hier en nu. Bouwstenen die te maken hebben met ‘brood uit de hemel’ En, omdat in het evangelie nadrukkelijk naar de eerste lezing verwezen wordt, wanneer het gaat over brood uit de hemel, kan die eerste lezing ons ook helpen.

‘Ik zal brood voor u laten regenen uit de hemel’. Dat zegt God tegen Mozes, wanneer de Joden morren en terug verlangen naar de vleespotten van Egypte. Terugverlangen naar het oude en vertrouwde, bang zijn voor het onverwachte en nieuwe. Maar dat brood dat uit de hemel regent is geen brood dat ze kennen of herkennen: dat brood uit de hemel is een fijn korrelige laag, is iets dat ze nog nooit gezien hebben. ‘Wat is dat’ vragen ze dan ook, ‘manna’. En dat wordt de term voor dat brood uit de hemel. ‘Israël noemde het brood manna’ staat iets verder geschreven (Ex 16, 31). En ook in de psalm die we gebeden hebben, wordt dat brood uit de hemel manna genoemd. Dat is het eerste opvallende: die vraag ‘wat is dat’ wordt de benaming van dat brood uit de hemel. Het brood uit de hemel roept vragen is, sterker nog, is een vraag en blijft een vraag. In de woestijn leven de Joden dus van een vraag, van iets dat niet duidelijk is, niet vanzelfsprekend.

Dat lijkt me ook een eerste belangrijke bouwsteen te zijn voor onze beleving van de eucharistie, wanneer wij hier brood uit de hemel krijgen. Ook wij leven dan van een vraag, van iets dat niet duidelijk is en niet vanzelfsprekend. In onze traditie wordt dat erkend en dan valt altijd een bepaalde term: ‘mysterie’. Ook in de liturgie. Als ik na de consecratie brood en kelk omhoog houd, zeg ik: ‘zie dan dit brood, zie deze beker van het nieuw verbond, dit is het mysterie van ons geloof’. In het boekje staat het iets anders, maar wordt ook ‘mysterie’ gebruikt: ‘verkondigen wij het mysterie van het geloof’.

‘Mysterie’, dat is een term die gewoonlijk iets oproept van onbegrijpelijk en die misschien een ontmoediging suggereert: begin er maar niet aan, je zult het toch nooit begrijpen. Maar wanneer we hier in de kerk ‘mysterie ‘gebruiken is dat juist niet de bedoeling: om te stoppen met zoeken en vragen. We gebruiken hier ‘mysterie’ om aan te zetten tot verder zoeken, zoals we ook door iets of iemand gefascineerd kunnen zijn, daardoor juist aangetrokken worden om er meer van te willen weten, om iets of iemand beter te leren kennen.

In het verhaal over het manna in die woestijn staat nog een bouwsteen voor onze beleving van de eucharistie. In het verhaal staat nadrukkelijk dat de Joden brood krijgen voor één dag, als een soort testcase voor vertrouwen in God. In het gedeelte dat direct volgt op onze lezing staat dat er toch mensen zijn die meer nemen dan voor één dag, blijkbaar God niet vertrouwen. De volgende dag is het bedorven en Mozes is woedend.

Ik zou dat element van één dag niet alleen willen zien als een test voor ons vertrouwen in God, maar ook als een waarschuwing tegen onze neiging om duidelijke en vooral definitieve antwoorden te willen krijgen. Natuurlijk zijn duidelijke en definitieve antwoorden van belang, bijvoorbeeld als het om roosters voor treinen gaat bijvoorbeeld – dat hebben we deze week nog kunnen merken -, maar misschien niet als het om leven met God gaat. Voor dat leven moeten we elke dag opnieuw open staan, omdat het niet vast ligt, maar verrassend is.

Meer nieuws

Overweging 11-12 september 2021 Cenakelkerk     

Overweging 11-12 september 2021              […]

Indrukwekkend Geloofsgesprek met de ernstig zieke Mgr. Harrie Smeets

Klik op bijgaande link: https://www.npostart.nl/geloofsgesprek/12-09-2021/KN_1726397

Overweging, 12 september, 24e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben.

Een voorbeeld zijn voor een ander is niet altijd even […]

Gezocht: poetsengelen

De gezellige poetsploeg van de H. Antonius Abtkerk in Malden zoekt […]

Zondag 12 september TV-mis,vanaf 10.00 uur op NPO 2, vanuit Lourdes vanwege 100 jaar bedevaarten

De KRO zendt op zondag 12 september de wekelijkse televisiemis […]