Preek voor de 21ste zondag door het jaar 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 21ste zondag door het jaar 2021                                                             Herwi Rikhof

Jozua 24,1-2a.15-17.18b / Joh. 6,60-69

 

Inleiding
Vandaag is de laatste van de zondagen dat we uit Johannes lezen als aanvulling op Marcus, de evangelist van dit jaar en we lezen het slot van de zogenaamde broodrede, de discussie naar aanleiding van de wonderbare broodvermenigvuldiging. De afgelopen weken hebben Margaret en ik geprobeerd op basis van dat verhaal en van die discussie bouwstenen voor onze eucharistische spiritualiteit aan te reiken. Dat wil ik vandaag ook doen door stil te blijven staan bij het grote dankgebed dat we elke viering bidden.

 

Preek
Goed of niet goed? Dat was de duidelijke titel van een opvallend boek in mijn studententijd. Opvallend omdat het een vreemde vorm had: een liggend ipv van een staand boek: breedboek heette die serie dan ook. Opvallend ook omdat een aantal deskundigen in de liturgie zich kritisch boog over allerlei Nederlandstalige grote dankgebeden, tafelgebeden, eucharistische gebeden die na het Tweede Vaticaans Concilie in omloop waren gekomen. Sommige teksten waren bewerkingen van dankgebeden uit de vroege kerk, sommige teksten waren pas in omloop. Nadat eeuwenlang in onze kerk maar éen eucharistisch gebed, de zogenaamde romeinse canon, toegestaan was, was als onderdeel van de hervormingen van de liturgie ruimte gemaakt voor meerdere eucharistische gebeden. In het Romeins Missaal staan naast de vier eucharistische gebeden die wereldwijd gebeden worden een aantal gebeden die in Nederland toegestaan zijn en vandaag bidden we een gebed dat later is toegevoegd en dat oorspronkelijk uit Zwitserland komt. Maar er zijn ook dankgebeden in omloop die niet officieel goedgekeurd zijn. Nu kun je denken dat het toch duidelijk is: die zijn officieel en die niet, maar dat vind ik te gemakkelijk. Die kritische blik van de liturgie-experts was en is nog steeds belangrijk, omdat het bij dit soort teksten om iets gaat dat niet goed te vatten is in de categorie officieel-niet officieel. Wat hier ook speelt is een oude stelregel in onze kerk, lex orandi lex credendi, je bidt zoals je gelooft en je gelooft zoals je bidt. In die stelregel zit een criterium en dat is van belang.

Het eucharistische gebed, het grote dankgebed is allereerst een gebed, geen verhaal, geen betoog, maar een gebed. Het is een gesprek met God. Zowel aan het begin als aan het eind wordt dat duidelijk gemaakt. Omdat dat begin en eind bij al die gebeden hetzelfde is, treedt op dit punt een automatisme en vervlakking op en het is goed even stil te blijven staan bij begin en eind.

Het grote dankgebed begint met een korte dialoog tussen de priester en de gelovigen. Die korte dialoog maakt al duidelijk dat ook al is de priester de voorbidder, hij staat en bidt niet alleen. De hele gemeenschap is bij dit gebed betrokken. ‘De Heer zal bij u zijn’. Zo begint die korte dialoog, met een opmerking over aanwezigheid, Gods aanwezigheid. Die opmerking wordt meteen gevolgd door een oproep, een uitnodiging om te reageren op die aanwezigheid: ‘verheft uw hart’. Waarom? Omdat wij op veel manieren aanwezig kunnen zijn, gewoon lijfelijk er zijn, wat onverschillig, of heel intensief betrokken op de ander of op wat er gebeurt en alles wat daartussen ligt. Hier gaat het om een aanwezigheid die met het hart te maken heeft. Het hart is het centrum van gevoelens, van zaken die de hoogste prioriteit hebben. Als we van harte is iets doen, doen we het van binnenuit en helemaal, als we met pijn in het hart iets doen, doen we het wel omdat moet of niet anders kan, maar willen wij het eigenlijk niet. Als u dan antwoordt op die oproep met: ‘wij zijn met ons hart bij de Heer,’ dan geeft u aan hoe intensief u aanwezig bent of wilt zijn. De korte dialoog sluit met: ‘brengen wij dank aan de Heer onze God. De priester kan vanwege dat antwoord praten over ‘wij’, ‘brengen wij’. En, hij geeft aan om wat voor soort gesprek, om wat voor soort gebed het gaat: dank.

Waarom danken we God? Met die vragen raken we de kern van het eucharistische gebed: het is een dankgebed. Waarom dus danken we God? Aan het begin van de prefatie, het gebed dat volgt op die korte dialoog, wordt het antwoord gegeven. Daar staat meestal: ‘om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij u danken’. ‘De heerlijkheid van God is de levende mens’ zegt een van de kerkvaders en daarom vallen ook de woorden heil en genezing. We danken God om de zorg voor ons, kwetsbare en gekwetste mensen. Die zorg komt in alle toonaarden terug in de prefatie en het grote dankgebed. Als wij bidden, bijvoorbeeld in de voorbeden of in het Onze Vader, vragen we. Dat kunnen we doen, vragen, omdat we geloven dat God voor ieder van ons zorg heeft. Die basis klinkt telkens door in het eucharistische gebed.

Het grote dankgebed wordt afgesloten met ‘amen’, maar niet eenvoudigweg met ‘amen’, maar met wat heet een doxologie, een lofprijzing, die de kern van ons geloof verwoordt. ’Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid’. ‘Door Hem en met Hem en in Hem’ geeft in alle kortheid aan dat wij geloven dat Jezus Christus de toegang is tot de Vader, dat wij als Christenen, als volgelingen van Jezus Christus, kinderen van God zijn, die wij in zijn navolging ‘Vader’ mogen noemen. Door Hem en met Hem en in Hem kunnen wij bidden, vertrouwelijk met God onze Vader spreken, ‘in de eenheid van de heilige Geest’. Precies omdat Jezus Christus de toegang voor ons Christenen is tot de Vader wordt ook de Heilige Geest genoemd, want ‘Christus’, ‘christen’ betekent ‘gezalfd met de Geest’ of zoals het in de doxologie wordt gezegd: ‘in eenheid met de heilige Geest’. In dit slot klinkt door dat bidden altijd het werk van de Geest is, die, zoals Paulus dat formuleert, in ons bidt ‘Abba Vader’.

Toen na het Tweede Vaticaans Concilie er meer eucharistische gebeden kwamen, kwam daarmee ook de werkzaamheid van de Heilige Geest beter tot zijn recht. De heilige Geest wordt in die andere gebeden niet alleen maar aan het eind, in de doxologie genoemd maar ook op twee andere plekken. De werkzaamheid van de heilige Geest wordt allereerst afgeroepen over de gaven van brood en wijn, om ze te veranderen in het Lichaam en het Bloed van Jezus Christus. Vervolgens wordt de werkzaamheid van de heilige Geest afgeroepen over de aanwezigen om hen te maken tot één lichaam, om in hen de gezindheid van Jezus te laten zijn. Die twee gebeden om de werkzaamheid van de heilige Geest horen bij elkaar: het laatste gebed rijmt op het eerste. De verandering van boord en wijn in het Lichaam en Bloed van Christus is niet iets dat wij als toeschouwers bekijken, afstandelijk, als een min of meer vreemd gebeuren, maar als onderdeel van de maaltijd van de Heer waartoe wij zijn genodigd. Wij ontvangen het Lichaam van Christus om zo te veranderen in het lichaam van Christus. De kerkvader Augustinus zegt dat mooi in een van zijn preken tot de pas-gedoopten: jullie geheim ligt op het altaar. Wie wij ten diepste zijn, wordt duidelijk in brood en wijn, in het Lichaam en Bloed van Christus. Maar zoals brood en wijn veranderd moeten worden, moeten wij ook veranderd worden. Daarom vraag ik u ook altijd om dat tweede gebed, om de werkzaamheid van de Geest in ons, hardop mee te bidden, om ons bewust te worden van dat veranderingsproces, als een uiting van onze stemming met dat proces.

Tussen die twee gebeden om de werkzaamheid van de heilige Geest herinneren we ons wat Jezus op de avond voor zijn lijden en sterven heeft gedaan. Herinneringen zijn er in soorten. Er zijn anekdotes, leuke, enigszins oppervlakkige verhaaltjes over de vakantie voor bij de koffie of borrel, en er zijn herinneringen die dieper gaan, soms ook veel dieper, over wat ons gevormd heeft voor het leven of wat ons getekend heeft voor het leven. Er zijn herinneringen die we koesteren en herinneringen die we verzwijgen. Er zijn ongevaarlijke herinneringen en gevaarlijk: ongevaarlijk omdat er niets uit volgt, gevaarlijk omdat ze aanzetten tot handelen, tot het ongedaan maken van onrecht. Denk maar aan de discussie over het slavernij-verleden of aan de struikelsteentjes die in sommige plaatsen geplaatst zijn om te herinneren aan mensen, vooral Joden, die weggevoerd en vermoord zijn.

Wat voor soort herinnering vormt nu dat centrale onderdeel van het eucharistische gebed? Wat vraagt Jezus ons te gedenken? Een van de acclamaties als antwoord op die vraag is ‘als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt’. Een acclamatie die vooruitloopt op de communie. De consecratie van brood en wijn staat niet los van de communie van de uitnodiging om deel te nemen aan de maaltijd van de Heer. Een acclamatie waarin we ook aangegeven dat het om een diepgaande, een gevaarlijke herinnering gaat, om een herinnering die ons niet koud laat, maar ons in beweging zet: wij verkondigen de dood van de Heer, niet als een kil feit, maar als een onderdeel van Gods zorg voor ons, hoe moeilijk dat soms ook is te begrijpen. In het eucharistisch gebed dat we zo gaan bidden staat, zoals eens op weg naar Emmaüs: een verwijzing naar de leerlingen die ook niet begrepen wat er met Jezus gebeurd was. Als wij hier dat verhaal van het Laatste Avondmaal horen dan is dat voor ons een soort geestelijk struikelsteentje.

Die korte dialoog aan het begin of de doxologie aan het eind, die gebeden om de werkzaamheid van de heilige Geest of die acclamatie na de consecratie, teksten die de kern van ons geloof raken, teksten die in al hun kortheid een ongelooflijke rijkdom verbergen. Teksten die dat oude adagium meer dan waarmaken: je bidt zoals je gelooft, je gelooft zoals je bidt.

Meer nieuws

Overweging 11-12 september 2021 Cenakelkerk     

Overweging 11-12 september 2021              […]

Indrukwekkend Geloofsgesprek met de ernstig zieke Mgr. Harrie Smeets

Klik op bijgaande link: https://www.npostart.nl/geloofsgesprek/12-09-2021/KN_1726397

Overweging, 12 september, 24e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben.

Een voorbeeld zijn voor een ander is niet altijd even […]

Gezocht: poetsengelen

De gezellige poetsploeg van de H. Antonius Abtkerk in Malden zoekt […]

Zondag 12 september TV-mis,vanaf 10.00 uur op NPO 2, vanuit Lourdes vanwege 100 jaar bedevaarten

De KRO zendt op zondag 12 september de wekelijkse televisiemis […]