Preek voor de 28ste zondag, 11 oktober Cenakelkerk

Preek voor de 28ste zondag door het jaar 2020                                                              Herwi Rikhof

Jes. 25,6-10a / Mt. 22-1-14

 

Inleiding

In het boekje staat een gedeelte van het evangelie van vandaag tussen haakjes. Ik ben er nooit zo voor in een tekst te knippen. Daarom zal ik straks ook het de hele parabel van de genodigden aan de maaltijd lezen. In het evangelie van Matteüs draagt deze parabel duidelijk de sporen van de tijd dat Matteüs zijn evangelie schreef. De tijd dat er spanning komt tussen de Joodse overheid en de christenen, de tijd dat Jerusalem verwoest is door de Romeinen. Maar dat gedeelte dat tussen haakjes staat is een gedeelte dat over problemen binnen de jonge geloofsgemeenschap gaat en eigenlijk over problemen van de geloofsgemeenschap van alle tijden. Dat gedeelte weglaten ontneemt ons dus de kans iets over ons zelf te ontdekken.

 Preek

Je kon er niet omheen, ik tenminste niet, om de berichtgeving over de kerken, de discussie over de rol van de kerken in de Coronacrisis. Dat is wel eens anders geweest. Tijdens de lockdown waardoor we het hoogtepunt van het kerkelijk jaar, Goede Week en Pasen niet konden vieren zoals we dat gewend waren, werden praktisch bij elke persconferentie wel de nagelstudio’s genoemd, maar de kerken of moskeeën niet. Maar de afgelopen stonden de kerken volop in het nieuws, met name vanwege wat vorige week in Staphorst gebeurde. Op de radio hoorde ik een paar keer de suggestie dat concertzalen en voetbalstadions zich maar als kerken moeten afficheren: dan konden ze ook meer mensen toelaten. Er werden – speels en minders speels – allerlei paralellen getrokken tussen geloven enerzijds en voetballen en kunst anderzijds. Ik hoorde ook discussies over de vrijheid van godsdienst en de gelijkheid van iedereen. Er werd trouwens niet alleen over de kerken gesproken, ook mensen van de kerk spraken zich uit, voor en tegen die beperking tot dertig: van ‘God meer gehoorzamen dan de overheid’ tot ‘de kerk als dienst aan de samenleving’, het hele spectrum van uitzondering tot voorbeeld.

Ik kon er ook niet omheen, omdat het over ons ging, over onze vieringen hier in deze Cenakelkerk. De bisschoppen lieten ons weten dat ze tegen het eind van de week ons zouden laten weten of er aanpassingen van de bestaande regels zouden komen en zo ja welke. Gisteravond hebben we die informatie gekregen – erg laat gezien de procedures die we de laatste weken volgen met opgeven. Lijkbaar geen gemakkelijke discussie en beslissing. Als pastoraal team hadden we al besloten dat we dat getal van dertig zouden aanhouden; als er meer mensen zouden mogen komen bij de vieringen, dan was dat meegenomen. De bisschoppen laten weten dat het bestaande protocol voor alle vieringen onverkort blijft gelden met de twee aanvullingen: voorlopig niet meer dan dertig gelovigen bij een viering, exclusief bedienaren, en het dringend advies dat aanwezigen een mondkapje dragen (volgens de richtlijnen van de overheid) dat bij voorkeur alleen tijdens het ontvangen van de H. Communie wordt afgedaan.

Ik kon er niet omheen, ook vanwege de lezingen van vandaag. De hele discussie over wel of niet uitzondering, de paralellen met sport en kunst roepen namelijk vragen op waarom we hier samen komen en waarom we dat belangrijk vinden. En die vragen worden nog versterkt door de lezingen van vandaag: verhalen over maaltijden. We komen hier toch samen om de maaltijd van de Heer te vieren.

Maar nu moet ik wel even pas op de plaats maken om niet te snel conclusies te trekken. De twee teksten die we gelezen hebben zijn namelijk geen beschrijvingen die je één op één kunt toepassen op ons.

De tekst uit Jesaja is een visioen, een droom over de toekomst. Een prachtige droom waarin alle volken samen komen voor een overvloedige maaltijd. Een droom die nog steeds een droom is. Dat werd deze week nog eens onderstreept door de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, als een erkenning voor het werk dat die programma doet net alleen voor eten, maar ook voor vrede. Een programma van de Verenigde Naties, de organisatie die pas nog herdacht dat zij 75 jaar geleden, in antwoord op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, werd opgericht. Bij die herdenking bleek niet zoveel van eenheid onder de volkeren. Nog steeds een droom, nog steeds geen werkelijkheid.

De tekst uit Matteus is een parabel, een verhaal waarin Jezus weliswaar gebruik maakt van allerlei toestanden die hij ziet gebeuren in zijn omgeving en die we gemakkelijk ook herkennen in onze samenleving mee maken, maar waarin hij die gebeurtenissen in een ander kader plaatst dan het gewone, in dit geval het rijk der hemelen. ‘Het rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.’ Precies dat plaatsen in ander kader moet je aan het denken zetten.

Daar komt in dit geval nog iets bij. Jezus kiest niet zomaar iets uit zijn maatschappij, een bruiloftsmaal, maar doet dat vanwege allerlei associaties: gewone en gelovige. De gewone associaties. Voor Jezus – en dat geldt nog steeds is oosterse en zuidelijke culturen – is de maaltijd niet alleen maar een kwestie van een snelle hap. De maaltijd is een sociaal gebeuren, dat aandacht en tijd vraagt, banden schept en onderhoudt. Het is een teken van gastvrijheid mensen bij je thuis uit te nodigen. De gewone associaties klinken door wanneer Jezus een maaltijd in verband brengt met het rijk der hemelen, met God. Hij heeft dat visioen van Jesaja gekend, waar God alle volken uitnodigt en gastheer is. Dat visioen wil hij als een ideaal levend houden. In deze parabel gaat het dan ook nog om een bijzonder maaltijd, een bruiloftsmaal. Jezus weet ook dat bijvoorbeeld de profeet Hosea spreekt over het verbond tussen God en zijn volk als een huwelijk. Dat het om een bruiloftsmaal gaat, onderstreept dat het niet om eten of drinken gaat, maar om een diepe verbondenheid en ongelooflijke gastvrijheid.

Wanneer wij hier de maaltijd van de Heer vieren, gaat het ook niet om eten (of drinken). Bij de communie ontvangen we wel een hostie, maar dat is zo’n klein stukje brood dat dát nauwelijks telt als eten. Wij mensen hebben meer eten nodig. Wanneer wij hier de maaltijd van de Heer vieren, gaat het erom dat wij ingaan op zijn uitnodiging en de Heer als de gastheer accepteren en banden willen onderhouden.

Nu wordt dat stukje tussen haakjes van belang, dat stukje over de man die niet voor de bruiloft gekleed is. Op het eerste gezicht is dat logisch: hij is per slot van de straat geplukt, je kunt toch niet verwachten dat hij – en de anderen – piekfijn gekleed zijn. Maar hier gaat het om iets meer dan kleding, denk ik. Maar waar staat die kleding dan voor? Voor slecht? Maar in het stukje daarvoor staat dat zowel slechten als goeden binnen gebracht worden. Dat is ook niet logisch om dan één er uit te halen. Dan hadden ze aan de poort een betere selectie moeten toepassen. Maar omdat er staat dat zowel goeden als slechten genodigd worden, geeft dat aan dat deze gastheer niet een selectiecriterium hanteert: hij nodigt werkelijk iedereen uit.

Waar slaat dat dan op dat die man niet voor de bruiloft gekleed is? Ik begrijp dat als een verwijzing naar de houding van de man. Blijkbaar drukt hij, hoe dan ook, uit dat hij wel meegekomen is, maar eigenlijk niet de gast wil zijn van die koning en eigenlijk niet in die anderen geïnteresseerd is. Goed of slecht: daar gaat het niet om, maar wel of je gast wil zijn en met anderen wilt zijn. Dat is de grote vraag.

Als je de parabel zo leest, wordt duidelijk wat allemaal meespeelt wanneer we zeggen dat we hier samen komen om de maaltijd van de Heer te vieren. We vieren dat we allen uitgenodigd zijn. En, we drukken uit dat we samen echt gasten van de Heer willen zijn. Willen we dat?

Meer nieuws

Overweging Weekend 17 -18 oktober, Cenakelkerk

  Overweging Weekend 17 -18 oktober 2020        […]

Overweging 29e zondag 2020 A, 18 oktober, door pastoor J. Grubben

De mens zaait in de natuur, bewerkt en bemest de […]

Bisschoppen spreken woord van bemoediging met het oog op tweede coronagolf – bekijk ook de video

Het aantal coronabesmettingen is begin oktober schrikbarend opgelopen. Dat heeft […]

Ontwikkelingen pastorietuin Malden, update oktober 2020

Persbericht 2 Verkorte Haalbaarheidsstudie herbestemming en nevenbestemming Antonius Abtkerk Malden

Preek voor 27ste zondag, 4 oktober

Preek voor 27ste zondag door het jaar, 4 oktober 2020  […]

Malden wijziging woensdagvieringen

Doordeweekse eucharistievieringen op woensdag: iedere woensdag om 9.00 uur in […]

De Lourdesmis vanuit Vinkeveen terug zien? Gebruik daarvoor bijgaande link.

H. Mis vanuit ‘Klein-Lourdes’ in Vinkeveen met voorganger Mgr. Herman […]

Preek voor de 26e zondag door het jaar 2020

Preek voor de 26ste zondag door het jaar 2020    […]

Raad van Kerken participeert in pleidooi voor mensenrechten: ook voor vluchtelingen uit Moria

Donderdag 24 september is in Trouw, de Volkskrant en het […]

Secretariaat Antonius Abtkerk Malden

De openingstijden van het secretariaat van de parochielocatie in Malden […]

Nieuwe versie van het protocol ‘Kerkelijk leven op anderhalve meter’ van 10 juli 2020

In deze vakantietijd hebben de bisschoppen een aantal regels m..b.t. […]

Het reserveringssysteem voor de kerkgangers

Vanaf 1 juli 2020 vinden er in parochie Heilige Drie-eenheid […]

TELEFONISCH CONTACT TIJDENS BEMOEDIGINGSMOMENTEN 024 – 345 34 71

Tijdens de Bemoedingsmomenten in de Ontmoetingskerk, maandag tot en met […]

Vieringen ONLINE in de Ontmoetingskerk

Iedere zaterdagavond en zondagochtend worden de vieringen van de parochie […]

Gebed en een kaarsje branden  in tijden van het Corona-virus

In verband met versoepeling van de maatregelen van de Nederlandse […]