Preek voor de 3de zondag door het jaar 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 3de zondag door het jaar 2021                                                                   Herwi Rikhof

Jona 3,1-5.10 / Mc. 1,14-20

 

Inleiding

Maar één keer in de drie jaren lezen we op zondag uit het boek Jona. Maar dat betekent niet dat het verhaal van Jona volkomen onbekend is. Van Jonas in de walvis weten mensen wel vagelijk iets, en we hebben in onze Nederlandse taal een gezegde dat aan dit verhaal ontleend is: jonassen.
We lezen uit dit boek maar één keer, maar dat betekent niet dat het verhaal van Jona onbelangrijk is. Dat blijkt alleen al uit de naam: Jonas betekent duif en die term wordt ook gebruikt voor Israël (vgl. Hos 7,11.11,11; psalm 74,19). Het is dus niet een verhaal over een persoon uit het verre verleden, maar een verhaal over het volk van God en wel van alle tijden. Daarom staat het in de Schrift, daarom lezen we het vandaag. Dat zal ik straks proberen toe te lichten.

 

Preek

Het is altijd irritant als je zeker weet dat je ergens iets gelezen of gezien hebt en het dan niet terug kunt vinden. Opkomende vergeetachtigheid? Of gewoon een kwestie van op de verkeerde plekken kijken. Bij de quiz Twee voor Twaalf komt dat ook wel voor dat iemand het antwoord niet kan vinden in de rij boeken en encyclopedia die daar voor het grijpen staan. Ik weet zeker dat een Joodse geleerde, die ik voor het eerst in mij theologie studie tegen kwam, Abraham Joshua Heschel, ergens de opmerking maakt dat het in de Schrift ofwel gaat om verhalen waarin God op zoek is naar de mens, ofwel om verhalen waarin de mens op zoek is naar God en dat in sommige verhalen die twee lijnen samen komen: in roepingsverhalen. Ik heb een aantal boeken van hem voor het grijpen staan, maar ik heb die uitspraak niet kunnen terugvinden. De titels van twee boeken wijzen wel in die richting: ‘God op zoek naar de mens’ en ‘De zoektocht van de mens naar God’. Maar die opmerking over roepingsverhalen waarin die twee lijnen uit de Schrift samen komen, kan ik nergens terug vinden. Misschien vergis ik mij en heeft hij die opmerking niet gemaakt, maar hij had het kunnen zeggen of zoals de Italianen dat zo mooi zeggen: als het niet waar is, is het toch mooi gevonden.

Roepingsverhalen zijn in de Schrift aparte verhalen, omdat daar die twee lijnen in samen komen. Roepingsverhalen zijn er in soorten. Vandaag hebben we in het evangelie de uiterst korte versie van Marcus gehoord van de roeping van de eerste apostelen, de broers Petrus en Andreas, en de broers Johannes en Jacobus. Eén zin: kom volg mij en ik zal maken dat jullie vissers van mensen worden. En hun hele leven verandert meteen. ‘Terstond’, ‘onmiddellijk’: dat zijn de termen die Marcus gebruikt in zijn heel korte roepingsverhaal.

Hier in onze kerk kunnen we iets van dat terstond en onmiddellijk zien in de middelste kapel, de roeping van Paulus, met die flits die vanuit de koepel over het raam heen Saulus treft voor de poort van Damascus. Damascus–ervaring heet zo’n plotselinge bekering, verandering ook wel. Maar dat korte verhaal van Marcus, of dat flitsende verhaal van Saulus, zijn verhalen van één manier waarop de roeping en ook de bekering of omkering die daarbij hoort kan plaatsvinden. Er zijn ook andere verhalen.

Wanneer de engel Gabriël bij Maria komt en haar in feite roept, schrikt Maria en komt met tegenargumenten (Lc 1, 34). Wanneer de engel van de Heer vanuit de brandende braambos de nieuwsgierig toegekomen Mozes roept en hem de opdracht geeft het verdrukte volk weg te leiden van slavernij naar vrijheid, schrikt Mozes en komt hij met aantal tegenwerpingen (Ex 3,11.13; 4,10). In beide gevallen ontstaat er een gesprek waarin de bezwaren als het ware weggenomen worden. Maar soms komen de mensen die geroepen worden niet met bezwaren en bieden ze zichzelf aan zoals de profeet Jesaja: ‘Hier ben ik, zend mij’ (Jes 6,8).

Vandaag horen we nog een andere versie van dat roepingsverhaal. Het is jammer dat we maar ‘n stukje uit dat kleine boek Jona lezen, dat in mijn uitgaven van de Schrift nog geen drie pagina’s beslaat. Maar helemaal is toch iets te lang voor een viering. Maar het is meer dan jammer dat in de eerste zin die we gehoord hebben iets weggelaten is. In het origineel staat: “Nu werd het woord van de Heer voor de tweede maal tot Jona gericht.” Voor de tweede maal. Dat is weggelaten. Wat is er aan voorafgegaan? Een eerste maal, natuurlijk. Maar waarom is dan een tweede maal nodig?

“Het woord van Jahwe werd gericht tot Jona, de zoon van Amittai: Sta op, ga naar Nineve, de grote stad Nineve, en zeg haar aan, dat hun verdorvenheid is doorgedrongen tot Mij in den hoge. En Jona stond op, maar om te vluchten naar Tarsis, weg van Jahwe.”(1,1-3). Zo begint dat kleine boek Jona. Een zin om even uit te pakken, omdat er een paar opmerkelijke zaken in staan.

Jona wordt gevraagd naar Nineve te gaan, niet naar een plek in zijn eigen land, maar naar een stad, en nog wel een hele grote, in het buitenland. Jona, het volk van God, wordt door God gevraagd om zich te mengen in de ingewikkelde maatschappij vol geweld en oorlog, in de ingewikkelde maatschappij van tegenstellingen tussen arm en rijk. En, Jona, het volk van God, wordt gevraagd naar het buitenland te gaan, grenzen over te gaan. Jona, het volk van God wordt gevraagd niet te denken in hokjes van wij en zij, in hokjes van wij de goeden en zij de slechten, in hokjes van wij wel en zij niet. Jona, het volk van God, wordt gevraagd naar de grote stad Nineve in het buitenland te gaan omdat God ook hun God is, omdat hun doen en laten hem ter harte gaat.

Ook dat is in onze kerk te zien, en wel in de roeping van Petrus, – daarboven, tegenover Paulus – die door een romeinse legeraanvoerder wordt uitgenodigd en die dan tot het fundamentele inzicht komt dat bij God geen onderscheid van persoon is (Hand 10,34).

Jona doet wat God hem vraagt, hij staat op, maar gaat de andere kant op, niet naar het oosten waar Nineve ligt aan de rivier de Tigris, maar naar het westen, het uiterste westen, naar Tarsis een stad aan de andere kant van de middellandse zee. Hij gaat niet naar waar de zon opgaat, maar naar waar de zon ondergaat. In de doopcatechese van de vroege kerk wordt precies de andere beweging gemaakt. De dopeling staat naar het westen en keert zich om naar het oosten, weg van het donker naar het licht. Jona niet. Dat donkere keert nog een paar keer terug in het eerste gedeelte: wanneer Jona zich in het diepste van het ruim van het schip te slapen legt, wanneer hij overboord gegooid wordt in het diepe van de zee, wanneer Jona opgeslokt wordt door de grote vis. In dat laatste donkerte komt Jona tot bezinning, bidt om redding en de vis spuugt hem uit op droog land. En dan roept God Jona voor de tweede keer.

Je zou verwachten na zo’n mislukte vlucht en na die inkeer, dat Jona dan wel ingaat op de roeping. Dat doet hij ook, maar niet echt. Hij gaat naar Nineve, maar blijft als het ware aan de rand roepen en dan alleen maar negatief. Hij zegt niets over mogelijkheden en kansen. Wanneer de stad dan toch iets positiefs doet, zou je verwachten dat Jona blij is. Maar nee, Jona is nijdig, verwijt God dat hij medelijdend is en gaat buiten de stad op een heuvel zitten om te zien wat er gebeurt met misschien de stiekeme hoop dat het toch nog slecht zal aflopen. Tot twee keer toe vraagt God Jona of er wel een reden is om zo nijdig te zijn. Tot twee keer toe geeft Jona geen antwoord. Het boekje eindigt met Gods vraag. Een open einde.

Een mooi einde dat open einde, want dat suggereert dat er nog een derde roeping kan komen, maar dan een waar Jona, het volk van God echt op in gaat. We horen dit verhaal met dat open einde in de tijd waarin we het duister niet hoeven op te zoeken, maar waarin we wel het licht moeten zoeken en brengen. Het duurt nog even voordat het Pasen is, de dag waarop we plechtig onze doopbelofte vernieuwen. Maar daar hoeven we niet op te wachten om ons doopsel serieus te nemen. Sta op zegt God ook tot ons vandaag.

 

 

Meer nieuws

Preek voor de 2de zondag van de veertigdagentijd 2021, Cenakelkerk

Preek voor de 2de zondag van de veertigdagentijd 2021    […]

Overweging, 28 februari, 2e zondag 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

In de afgelopen weken las ik een spraakmakend boek met […]

PaasChallenge in de parochies voor het hele gezin: “Wees niet bang!”

In samenwerking met de heilige Franciscusparochie (Bommelerwaard) en Jong Protestant […]

Preek voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd 2021 Cenakelkerk

Preek voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd 2021    […]