Preek voor de 4de zondag van de advent 2021 Cenakelkerk

Preek voor de 4de zondag van de advent 2021                                         Herwi Rikhof

Heb. 10,5-10 Luc. 1,39-45

De muziek bij de film op de tv hoor je vaak onbewust, maar bewust of onbewust, die muziek beïnvloedt wel wat je ziet. Als je romantische violen een lieflijk melodietje hoort spelen, weet je dat die twee elkaar gaan krijgen. Als je harde muziek met veel trommels en trompetten hoort, weet je dat het op vechten uitloopt. Als je van die geheimzinnige, dreigende muziek in een detective-serie hoort, weet je dat ze zo een lijk zullen vinden. Hier in de kerk doen we dat niet echt, muziek onder een verhaal zetten. Natuurlijk we maken wel muziek en de muziek die we horen en zingen, is muziek die bij de tijd past: in de advent zingen we andere liederen dan met Kerstmis en in de vasten andere dan met Pasen. En we hebben ook de vaste gezangen: een mis van Mozart of Schubert klink anders een gregoriaanse mis en weer anders wat we vandaag horen, een mis speciaal gecomponeerd zodat een koor het in deze coronatijd met onderlinge afstand kan zingen. Maar dat is toch wat anders dan die muziek die je hoort terwijl je naar de tv of naar een film kijkt

Betekent dat dan dat we de verhalen die we hier horen, zonder invloeden horen? Nee, we hebben wel hetzelfde verhaal uit het evangelie gehoord, maar ieder van ons heeft andere dingen gehoord, bij ieder van ons is iets anders van dat verhaal blijven hangen, of we hebben misschien aan iets heel anders gedacht. Dat komt omdat we andere mensen zijn, mensen met verschillende geschiedenissen en interesses, mensen met verschillende gevoeligheden en emoties.

We hebben het verhaal gehoord van de ontmoeting van twee zwangere vrouwen, de ene oud, de andere jong. En daar beginnen de verschillen al: vrouwen zullen anders naar zo’n verhaal luisteren dan mannen. De discussie de afgelopen week over de opmerkingen van Hoekstra over de kabinetsformatie als een tangverlossing is daarvan een actueel voorbeeld. En die discussie gaat verder, veel verder dan een verschil tussen mannen en vrouwen, maar daar gaat het mij nu niet om. Mij gaat het erom dat wij allen op een eigen manier luisteren naar zo’n evangelie-verhaal: mannen anders dan vrouwen en in dit geval jongeren ook anders dan ouderen. Mensen die geen kinderen hebben kunnen krijgen, zullen er anders naar luisteren dan mensen die wel kinderen hebben. Maar de verschillen gaan nog verder. Je kunt in dat verhaal een gezelligheidsbezoekje zien – vrouwen onder elkaar – of meer dan dat: vrouwen die elkaar helpen in een belangrijke periode. Je kunt het verhaal ook een beetje sentimenteel zien – na zoveel pijn en moeite eindelijk zwanger en dan de eerste keer dat het kindje beweegt. Je kunt het verhaal ook zien als het verhaal waar een van de bedes van ons Wees Gegroet zijn oorsprong heeft: gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. En dan gaan weer heel andere dingen meeklinken: de rozenkrans, of een bedevaart naar Kevelaer.

Wat bij mij klinkt, waar ik ben blijven haken is het laatste zinnetje. Dat is niet het laatste zinnetje van het verhaal, van die ontmoeting. Maria geeft antwoord op wat Elisabeth zegt en doet dat met een lied dat we elke avond in het gebed van de kerk tegen komen: het magnificat. En de evangelist sluit het verhaal af met de mededeling dat Maria een maand of drie blijft. Maar omdat we vandaag hier niet het hele verhaal lezen, wordt een zinnetje dat meestal wegvalt, nu ineens de slotzin. En zoals wel vaker, zo’n die slotzin blijft hangen, is in elk geval bij mij blijven doorklinken. ‘Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer is gezegd’.

Maar wacht even, wacht even voordat we allerlei mooie dingen gaan bedenken en uitkomen bij een visie op Maria die misschien wel te hoog is. Er is nog een andere vrouw, die wat later in het evangelie haar stem verheft en Jezus toeroept: ‘zalig de schoot die u heeft gedragen en de borsten waaraan u hebt gezogen’. Het antwoord van Jezus is een soort koude douche: ‘Inderdaad, zalig wie het woord van God horen en het bewaren’ (11,27-28). Geen knusse sentimentaliteit omtrent zijn moeder. Je kunt in dat antwoord van Jezus zelfs horen dat die aandacht van die vrouw verkeerd is: zoals wel vaker in het evangelie corrigeert Jezus niet door te zeggen, ‘dat zie je verkeerd’ of iets dergelijks, maar hij corrigeert door woorden te veranderen. Die vrouw gebruikt schoot en borsten, Jezus gebruikt oren en hart: ‘zalig de schoot die u gedragen heeft en zalig de borsten die u gevoed hebben’, zegt zij; ‘zalig zij die luisteren naar het woord van God en het bewaren’, zegt hij. Maar dat is precies hoe Maria door Lucas getekend wordt in het begin van zijn evangelie: als iemand die luistert naar Gods woord en die wat ze hoort in haar hart bewaart (vgl. 1,38; 2,19). Dus Jezus zegt eigenlijk dat hoe belangrijk het ook is geweest dat Maria zijn lichamelijke moeder is geweest, het echt belangrijke is geweest dat zij geluisterd heeft naar het woord van God.

‘Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer is gezegd’. Misschien lees ik er te veel in, maar in het Grieks staat voor dat ‘wat is gezegd’ een woord dat brabbelen of babbelen betekent, het haast onverstaanbare spreken van kinderen. Dat wordt in het Nieuwe Testament voor het spreken van Christus en van God wordt gebruik om aan te geven, denk ik, dat dat woord van God niet altijd duidelijk en eenduidig klinkt, maar dat je er soms naar moet raden, dat je soms erover moet nadenken om te ontdekken wat het betekent.

En nu gaat ook die andere tekst die we vandaag gehoord hebben, de tekst uit de Hebreeënbrief meetrillen. Het lijkt duidelijk: geen offers, geen zoenoffers, geen brandoffers, geen slachtoffers, maar uw wil. Geen uiterlijkheid maar innerlijkheid. Maar, wat is dat precies ‘uw wil’? Goed, Maria zegt het zo ongeveer tegen de engel: mij geschiede naar uw woord. Jezus zegt het in zijn doodsstrijd, ‘niet mijn wil maar uw wil geschiede’ en wij bidden het keer op keer in het onze vader, straks weer: ‘uw wil geschiede’. Maar wist Maria waar ze ja op zei toen ze tegen de engel zei, mij geschiede naar uw woord, wist Jezus wat hij toestond, toen hij in de hof van olijven tegen zijn Vader zei ‘niet mijn wil, maar uw wil’, weten wij wat we bidden als we bidden ‘uw wil geschiede?’

‘Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer is gezegd’. ‘Inderdaad, zalig wie het woord van God horen en het in hun hart bewaren’. De acclamatie die we gewoonlijk gebruiken na het evangelie is gebaseerd op die reactie van Jezus op de uitroep van die vrouw. Die acclamatie krijgt nu echt diepte.

Meer nieuws

Leesgroep Zeven Sacramenten nu ook ‘s avonds

Met ingang van woensdag 26 januari zijn er – door […]

Preek voor de 3de zondag door het jaar 22/23 januari 2022 Cenakelkerk

Foto: Arjan Bronkhorst   Preek voor de 3de zondag door […]

Overweging, 23 januari, 3e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Leren openstaan voor de ‘verborgen’ betekenis van de woorden van […]

Actie Kerkbalans gestart in onze parochie, bankbetalingen zijn veilig

U hebt hiervoor een folder per post ontvangen en onder […]