Preek voor de Eerste Kerstdag 2021 Cenakelkerk

Preek voor de Eerste Kerstdag 2021                                                                                         Herwi Rikhof

Jes. 52,7-10 / Joh. 1,1-18

 

Inleiding
Deze dienst van Kerstmorgen is altijd anders dan de dienst van Kerstavond/Kerstnacht. Niet alleen anders vanwege het tijdstip en het licht, maar ook vanwege de lezingen. We horen vanmorgen niet het verhaal van de geboorte van Jezus Christus dat de evangelist Lucas vertelt en dat we in de kerststal verbeeld zien. Vanmorgen horen we de diepzinnige meditatie op de menswording van het Woord waarmee Johannes zijn evangelie begint. Voor mij wordt het altijd echt Kerstmis als ik dat begin van het evangelie van Johannes mag voorlezen.

Dit jaar is er, net als vorig jaar, bij alle verschil in tijd en lezingen, ook iets hetzelfde in de viering van gisteravond en de viering van vanmorgen. We lezen net als gisterenavond de teksten de Schrift voor de tweede keer in een lockdown, voor de tweede keer in een lege kerk. Die leegte klinkt mee, ik bedoel, je kunt niet de lezingen van vandaag niet horen zonder aan de pandemie te denken, zonder de lockdown te voelen. Toch wil ik me daar straks niet op concentreren maar aandacht besteden aan iets dat in onze kerk de komende jaren, hoop ik, van groot belang zal worden.

 

Preek
Het logo staat nu al een paar dagen op mijn computer. Elke keer als ik mijn computer aanzet, zie ik het. Dit jaar dus geen klassieke kerstafbeelding met Jozef, Maria en het kind in de stal alleen of met herders. Dit jaar het logo van het synodaal proces waartoe paus Franciscus alle gelovigen over de hele wereld heeft opgeroepen.

Je ziet een groep mensen van links naar rechts lopen, je ziet geen gezichten, wel silhouetten in kleuren, vrouwen en mannen, jonge mensen, oude mensen, iemand in een rolstoel, iemand met een stok, een kind op de schouders, maar allen in beweging, in dezelfde looprichting van links naar rechts, de looprichting die vooruit suggereert, naar voren, niet naar achteren. Je ziet een religieus, herkenbaar aan haar habijt, je ziet een bisschop herkenbaar aan mijter en staf, maar de meesten zijn niet herkenbaar, met opzet denk ik, zodat iedereen zich kan identificeren met iemand uit die groep.

Boven de groep zie je een grote oranje zon en zoiets als een boom die met zijn grote takken die groep mensen overhuifd, maar die takken maken ook een beweging omhoog, en omkaderen zo de zon – bijna zoiets als de zon schijnt door de bomen.

De zon, dat is in onze geloofstraditie een van beelden voor Jezus Christus. Over logo’s gesproken, de universiteit van Utrecht heeft in haar logo die Christus-zon staan met de tekst moge de zon van de gerechtigheid ons verlichten. Een van de redenen waarom Jezus Christus de zon, de zon van de gerechtigheid wordt genoemd, is dat begin van het evangelie van Johannes dat we net gehoord hebben. Johannes noemt daar het mensgeworden Woord licht, licht der mensen, het ware licht dat iedere mens verlicht. Een beeld dat zeker in deze donkere tijden aanspreekt.

Maar we horen ook dat de duisternis het niet aanneemt. Het is heel verleidelijk om dit conflict tussen licht en duister toe te passen op polarisatie die nu duidelijk in onze samenleving aanwezig is, op het verzet tegen bepaalde maatregelen die de regering heeft genomen en neemt in verband met de maar voortdurende corona-pandemie. Het is heel verleidelijk, maar we weten ook dat we altijd aan verleiding moeten weerstaan om het gelijk vanzelfsprekend en zonder verdere zelfkritiek aan onze kant te zetten en het ongelijk bij de anderen te leggen. Het is ook veel te gemakkelijk omdat we geleidelijk ontdekken dat de corona-pandemie niet alleen problemen oproept voor de gezondheidszorg, maar ook verdere vragen naar de verhouding van die gezondheidszorg in ziekenhuizen en verpleegtehuizen met de oproept naar die andere gezondheidszorg die te vinden is contacten, op scholen, in theaters, in sportscholen, in restaurants en cafés, in kerken. En het gaat nog verder. We ontdekken niet alleen het belang van wat ik maar de brede gezondheidszorg noem, we ontdekken ook dat er in onze samenleving diep wantrouwen leeft, dat de corona-pandemie tegenstellingen en kloven bloot legt die ouder zijn dan de laatste twee jaar.

En nu worden de drie woorden die onder op het logo staan van belang: gemeenschap, deelname en zending. Die drie woorden richten onze aandacht punten die voor die discussie over de toekomst van de kerk van belang zijn. De eerste twee, gemeenschap en deelname, hebben, om zo te zeggen, te maken met de kerk zelf, de derde, zending, heeft te maken met de taak van de kerk in de samenleving. Zijn wij als geloofsgemeenschap een gemeenschap? Zijn wij als geloofsgemeenschap een gemeenschap waarin mensen het gevoel hebben dat ze deelnemers zijn, dat ze erbij horen? Of anders gezegd, tonen wij als kerk, als lokale, concrete kerk, hier en nu, misschien dezelfde spanningen die nu in onze maatschappij aan het licht komen? Zijn wij, zoals we hier doen en laten, misschien ook wel de oorzaak van die spanningen?  En als dat zo is, belemmert dat dan niet onze taak in de samenleving. Hoe kunnen we kloven dichten, wantrouwen wegnemen, als die kloven en dat wantrouwen in ons zelf aanwezig zijn? Dit zijn vragen waar we de komende tijd ons mee bezig moeten houden, willen we dat synodale proces serieus nemen. En misschien wordt ook duidelijk waarom er binnen de kerk ook weerstand is tegen dit proces: het is nooit gemakkelijk of ‘leuk’ kritisch naar jezelf te kijken en daar consequenties uit te trekken.

Toch is zo’n proces nodig en wel vanwege iets anders dat ook in die opening van het Johannesevangelie staat, iets over ons en iets dat ons tot de kern van het kerstfeest brengt: ‘aan hen die hem wel aanvaarden gaf hij vermogen kinderen van God te worden’. Kinderen van God. Geen dienaren of werknemers, zelfs geen bekenden of vrienden: kinderen. Intiemer kan de relatie niet. Maar dat moeten we wel aanvaarden, voor openstaan, tot ons nemen. Kinderen van God.

Dat kindschap Gods houdt tenminste twee zaken in: een waardigheid en een verantwoordelijkheid. En precies daarop worden we aangesproken in dat synodale proces. Omdat we kinderen van God zijn, mogen we meepraten over de toekomst van de gemeenschap van de kinderen van God, over de toekomst van God in onze omgeving. Omdat we kinderen van God zijn, zijn we elk ook verantwoordelijk voor die toekomst van de gemeenschap van de kinderen van God, voor de toekomst van God in onze omgeving.

Toch wel goed, dat logo op mijn computer.

Zalig Kerstfeest

 

Meer nieuws

Leesgroep Zeven Sacramenten nu ook ‘s avonds

Met ingang van woensdag 26 januari zijn er – door […]

Preek voor de 3de zondag door het jaar 22/23 januari 2022 Cenakelkerk

Foto: Arjan Bronkhorst   Preek voor de 3de zondag door […]

Overweging, 23 januari, 3e zondag 2022 C door pastoor Jacques Grubben.

Leren openstaan voor de ‘verborgen’ betekenis van de woorden van […]

Actie Kerkbalans gestart in onze parochie, bankbetalingen zijn veilig

U hebt hiervoor een folder per post ontvangen en onder […]