Preek voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd 2021 Cenakelkerk

Preek voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd 2021                                                  Herwi Rikhof

Gen. 9,8-15 / Mc. 1,12-15

 

Inleiding
Vandaag wil ik weer twee keer preken: wat langer inleiden dan gewoonlijk en wat korter preken.
Deze maand is de maand van het Bijbellezen. Onze bisschop en de scriba van de PKN hebben elkaar brieven geschreven over hoe ze de Bijbel lezen en daar is een boekje van gemaakt. In een interview had onze bisschop de opmerking gemaakt dat hij in zijn theologie-studie geleerd had de Bijbel niet wetenschappelijk te lezen, maar met zijn hart. Die opmerking riep enige reactie op en later kwam de bisschop erop terug om te verduidelijken wat hij bedoeld had: niet dat de wetenschappelijke benadering niet goed was, maar dat het niet de enige zou moeten zijn. Hij grijpt dan terug op een lange traditie in de kerk waarin de Bijbel op verschillende manieren gelezen wordt. Over die verschillende manieren wil ik nu iets zeggen, ook omdat het verhaal dat we straks als eerste lezing gaan horen daar alle aanleiding toe geeft.

Ik ben gewoon een onderscheid te maken tussen Bijbel en Heilige Schrift, een onder­scheid dat alles met die manieren van lezen te maken heeft. Bijbel is het woord dat telkens terugkomt op ruggen van de verschillende vertalingen die ik heb. Bijbel, een titel die onder meer verwijst naar het gegeven dat het niet om een boek gaat, maar om een bibliotheek van geschriften. Geschriften die over de eeuwen heen ontstaan zijn in het Midden Oosten en het Romeinse Rijk. Bij Bijbel past die wetenschappelijke bena­dering, bijvoorbeeld dat je weet in welke omstandigheden een van die geschriften ont­staan is, dat je ook weet hoe bepaalde begrippen verstaan moeten worden. Om maar een voorbeeld te nemen uit de lezingen van vandaag. In de eerste lezing horen we dat God een verbond sluit met Noach en zijn nageslacht. Die term ‘verbond’ komt in alle lezingen uit het Oude Testament die we in deze veertigdagentijd tijdens de zondagse eucharistieviering gaan lezen terug. En het is een term die ook in elke eucharistieviering terug komt wanneer de priester bij de consecratie van de wijn zegt: ‘dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond’. Wat betekent ‘verbond’ nu. Lijkt dat op een politiek verbond, zoiets als de EU of de NAVO? Betekent het elke keer hetzelfde? Vandaag lezen we uit Genesis, aan het eind uit de profeet Jeremia.  Daar zitten eeuwen tussen. Maakt dat wat uit?

Bij Bijbel past die wetenschappelijke benadering, bijvoorbeeld dat je weet wat voor soort tekst je leest. De Bijbel bestaat niet alleen uit veel geschriften uit verschillende eeuwen, de Bijbel bestaat ook uit verschillende soorten geschriften. Als je de krant leest of tv kijkt, registreer je waarschijnlijk onwillekeurig allerlei verschillen en waardeer je die verschillen ook. Een column in de krant lees je anders dan een overlijdensadvertentie, de beursberichten lees je anders dan een recensie van een concert, naar een sterspotje op de tv kijk je anders dan naar een quiz, naar het weerbericht anders dan naar een detective, naar deze dienst anders dan naar het Journaal. Dat geldt ook voor het lezen van of het luisteren naar teksten uit de Bijbel. De psalm die we straks horen is een andere soort tekst dan het verslag dat we in het evangelie horen van wat met Jezus gebeurt na zijn doop. Wat voor soort verhaal is het verhaal van de zondvloed? Is dat een verslag van iets dat gebeurd is? Is het zinvol om naar de overblijfselen van de ark te gaan zoeken, zoals wel is gedaan, of is het een heel ander soort verhaal? Ik denk het laatste, maar daar zal ik straks meer over zeggen.

De Bijbel wordt Heilige Schrift, wordt Woord van God wanneer hier in de liturgie uit de Bijbel gelezen wordt. Dat wordt ook altijd duidelijk wanneer aan het eind van een lezing gezegd wordt: ‘Woord van God’ of ‘Zo spreekt de Heer’. En de psalmen die we bidden of zingen zijn niet zomaar gedichten, maar gebeden.

Bij de lezing van de Heilige Schrift hoort een manier van lezen waarin verhalen niet alleen letterlijke maar ook figuurlijke betekenis hebben, omdat ze niet alleen over daar en toen gaan, maar ook over hier en nu. De ‘ik’ van psalmen is ook altijd diegene die de psalmen bidt, en de verhalen over de leerlingen en de andere mensen, de parabels die Jezus vertelt, gaan ook altijd over ons.

Bij de Heilige Schrift hoort een manier van lezen die in onze traditie de lectio divina wordt genoemd, de goddelijke lezing, een manier van lezen waarin je de tekst leest en herleest, over nadenkt en met je omdraagt, een woord, een zin, die je raakt of waar je mee worstelt, waarin je tot gebed en in de aanwezigheid van God komt. De openingszang van dit jaar is een fragment uit een psalm, een fragment dat vraagt om zo’n lectio divina. Die wetenschappelijke manier van lezen kan helpen bij de lectio divina – die lectio divina begint met goed lezen, maar blijft daar niet bij staan.

 

Preek
Wanneer we aan het begin van een vormseltraject de kinderen vragen welke verhalen ze kennen uit de Bijbel/H. Schrift, dan scoort het verhaal van de zondvloed altijd hoog. Ik heb het voor de mis even gecheckt bij de misdienaars en een noemde direct het verhaal van de ark. Het is dan ook een verhaal dat tot de verbeelding spreekt: een ramp, al die beesten in de ark. Je ziet het ook altijd verteld en afgebeeld in een kinderbijbel. Het spreekt tot de verbeelding, en niet alleen van kinderen. Michelangelo heeft het ook geschilderd op het plafond in de Sixtijnse kapel.

Hoe lees je dat verhaal? Je kunt het als een historisch verslag lezen, als een soort documentaire over een ramp uit het verleden, zoals we die ook kennen over de watersnoodramp.  Er zijn aanwijzingen dat inderdaad eeuwen geleden een ramp heeft plaats gevonden, archeologen hebben blijkbaar sporen gevonden. En er zijn expedities geweest naar de berg Ararat waar de ark volgens het verhaal geland is (Gen 8, 4). ‘De Bijbel heeft toch gelijk’, om de titel van een boek te citeren uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Maar afgezien van wel of niet historisch, komt in zo’n strikt historische benadering niet tot zijn recht dat het verhaal een geloofsverhaal is, waarin God een rol speelt, en niet alleen een geloofsverhaal waarin God een rol speelt, maar ook een verhaal waarin die rol van God ter discussie staat, waarin die rol als het ware gecorrigeerd wordt. Dat lijkt mij de pointe van het verhaal van Noach, van de zondvloed en van het verbond waar we vandaag over gehoord hebben.

De reden waarom ik dit verhaal als een correctieverhaal lees, heeft te maken met de gang van het verhaal en met dat ik het lees als onderdeel van de H. Schrift.

Om met de gang van het verhaal te beginnen. Het verhaal begint met God die spijt krijgt van zijn schepping en besluit alles te vernietigen. Een herkenbare reactie van teleurstelling en woede, van straf en wraak. Geen taakstraf maar de gevangenis voor de avondklok-relschoppers. Het verhaal eindigt met een soort nieuwe schepping, met God die nooit meer de aardbodem zal vervloeken, nooit meer de mensen en de dieren zal vernietigen. Dat einde is het verbond met als teken de regenboog. Het begint dus met spijt en teleurstelling, het eindigt met verbond en de belofte: dat nooit meer. Ook dat is een herkenbaar verhaal dat, terugkijkend, je constateert dat het toch niet zo goed is geweest wat je gedaan of gezegd hebt en je voorneemt: dat nooit weer. Een vorm van bewustwording, van voortschrijdend inzicht, een soort bekering. Daar werkt het verhaal naar toe, naar iets dat ons overkomt, en dat God overkomt.

Maar nu wordt het van belang, dat dit verhaal een onderdeel is van de Heilige Schrift. Dan is het te gemakkelijk om bij die constatering te blijven staan: zo wij, zo God. Lezend en herlezend op de manier van de lectio divina vallen mij twee dingen op. Allereerst dat die ‘bekering’ van God er komt ondanks de mens – daarvan zegt God dat die slecht zal blijven doen – ‘het hart van de mens is immers geneigd tot het kwaad’ (Gen 8, 21). We kunnen, we mogen niet over God denken in termen van reactie. Dat is een correctie die wij in ons denken moeten doorvoeren, zegt dit verhaal. Dat is volgens mij de pointe van dit verhaal: niet een correctie die, om zo te zeggen, bij God plaatsvindt, maar die bij ons moet plaatsvinden in ons denken over God.

Vervolgens valt mij op – en dat bevestigt dat het gaat om een nodige correctie onzerzijds – dat het verbond eenzijdig is. God begint, God verplicht zichzelf. Er is geen sprake van over en weer, van overleg, van een deal. Dat is het verrassende en het radicale van dit verbond met Noach, dit eerste verbond. God begint zonder eisen vooraf, zonder over en weer.  Dat zet de toon voor alle verbonden die volgen, ook voor dat Nieuwe Verbond dat we hier gaan vieren.

 

Meer nieuws

Overweging, 28 februari, 2e zondag 40 dagentijd 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

In de afgelopen weken las ik een spraakmakend boek met […]

PaasChallenge in de parochies voor het hele gezin: “Wees niet bang!”

In samenwerking met de heilige Franciscusparochie (Bommelerwaard) en Jong Protestant […]

PLAATSEN VAN GENEZING: Het 9e woord ter bemoediging van onze bisschop Mgr. Gerard de Korte in de Veertigdagentijd..

Beste broeders en zusters, Afgelopen woensdag zijn wij de Veertigdagentijd […]

Preek voor Aswoensdag 17 februari 2021 Cenakelkerk

Preek voor Aswoensdag 17 februari 2021          […]