Preek voor de Paaswake 2021 Cenakelkerk

Preek voor de Paaswake 2021                                                                                                Herwi Rikhof

Ex. 14,15-30a / Rom. 6,3-11 / Lc. 24,1-12

 

We hebben het toch maar niet gedaan: deze wake beginnen op de tijd waarop we gewoonlijk deze wake beginnen, op een tijd dat het donker is en we de symboliek van het binnenbrengen van het licht van Christus in volle glorie kunnen meemaken. We hebben de begintijd verzet en we houden ons aan de avondklok. Vlak voor de verkiezingen toen de avondklok even buitenwerking werd gesteld om iedereen de kans te geven te stemmen, heb ik in de preek op zondag Laetare gezegd dat ik in de teamvergadering voorgesteld had de paaswake op de gewone tijd te laten doorgaan en te zeggen dat de avondklok voor ons niet geldt, omdat deze avond voor ons de verkiezingsnacht van de kerk is. Dat was een grapje, en het team heeft er ook om lachten, maar ook geen grapje. Deze nacht is de verkiezingsnacht van de kerk en wij kiezen door onze doopbeloften te hernieuwen.

Maar we hebben het toch maar niet gedaan, ook al heeft die verwijzing naar de verkiezingen heeft niets aan actualiteit ingeboet. Integendeel zou ik zeggen met de beelden van de eerste vergaderdag van de nieuwe Tweede Kamer nog voor ogen. Maar nu komt als het ware een ander aspect van deze wake naar voren, niet zozeer het stemmen op zich, niet zozeer de hernieuwing van de beloften op zich, maar de vraag naar de basis van die hernieuwing van de beloften, naar op basis waarvan we vannacht stemmen.

In de meeste Paaswakes worden niet alle lezingen gelezen die vanavond op het rooster staan, namelijk 7 uit het Oude Testament en 2 uit het Nieuw Testament, maar wordt er een selectie gemaakt. Wij hebben dit jaar onze gewone selectie wat aangepast en niet het mooie, maar wel lange bericht van de schepping gelezen met dat refrein en God zag dat het goed was. Maar wanneer een selectie gemaakt wordt, wordt wel aangegeven dat tenminste twee lezingen uit die lange reeks gelezen moeten worden: allereerst uit het Oude Testament het verhaal van de uittocht uit Egypte en doortocht door de Rode Zee, en uit het Nieuwe Testament het gedeelte van Paulus uit de brief aan de Romeinen, een tekst die in de traditie van de kerk het nadenken over het doopsel bepaald heeft. Waarom in elk geval die twee lezingen? Omdat het in beide lezingen om herinneringen gaat en herinneringen zijn vannacht de basis voor de hernieuwing van onze doopbeloften.

Herinnering zijn er in soorten. Er zijn de leuke, gemakkelijke en ook wel vermakelijke herinneringen, anekdotes, die het altijd goed doen bij de borrel of op een verjaardagfeestje, of die je kunt gebruiken om het ijs te breken bij een eerste kennismaking. En er zijn herinneringen die niet leuk zijn, ongemakkelijk en die pijn doen. Dat zijn de herinneringen die slachtoffers van seksueel geweld hebben, dat zijn de herinneringen van slachtoffers van oorlog. Dat zijn herinneringen waar mensen niet zo gemakkelijk over praten en ze soms ook verdringen en die dan met veel pijn en moeite naar boven komen, vaak met behulp van anderen. En dan hebben we er sinds deze week nog een soort bij : verkeerde herinneringen. Maar zoals iemand eens zei over een stuk muziek: in zijn soort is het niet slecht, maar ja, het is geen soort.

Vooral die ongemakkelijke, pijnlijke herinneringen zijn van belang om iets te begrijpen van wat op allerlei niveaus zich afspeelt in onze samenleving en onze wereld. Of het nu gaat om wereldwijde processen, of om iets dat zich afspeelt in onze samenleving, of om iets in ons eigen leven: die ongemakkelijke en pijnlijke herinneringen spelen een belangrijke rol. Ze zijn als het ware de motor om dingen te doen of te laten. Het was een grapje dat een buutredner maakte op een carnavalsavond, maar dat mij bijgebleven is omdat, net als dat grapje van mij over de avondklok, meer dan een grapje was. Als mijn vrouw, zei die buutredner tegen zijn sidekick, als mijn vrouw kwaad wordt, wordt ze historisch. Hysterisch zul je menen zei de sidekick. Nee, historisch, het hele verleden wordt er bij gehaald. Heel herkenbaar: toen zei je dat, toen deed je dat. En wat tussen mensen speelt, speelt ook tussen landen. Zonder de herinneringen aan de pijnlijke kanten van de koloniale tijd, is veel van de wereldpolitiek niet te begrijpen, de groeiende invloed van China in Afrika om maar een voorbeeld te noemen.

Zoals herinneringen belangrijk zijn in onze maatschappij en ons leven, zo zijn ze ook belangrijk in onze kerk en ons geloofsleven. In de maatschappij en ons leven kunnen herinneringen soms op de achtergrond blijven, bijna onbewust zijn, kunnen ze vergeten of zelfs verdrongen worden. Dat kan negatieve gevolgen hebben, omdat we dan niet meer goed begrijpen wat er gebeurt of waarom we doen en laten wat doen en laten. In de kerk, in ons geloofsleven is er, om zo te zeggen, een mechanisme om precies dat te voorkomen. Een mechanisme waar je als gelovige, als christen niet omheen kunt, omdat het tot de kern behoort van wat het betekent een gelovige en een christen te zijn. Die kern herinneren we ons, brengen we ons te binnen.

Die kern is vanaf het begin van de kerk de doop geweest en wel de twee bewegingen die bij de doop horen, de twee bewegingen die we ook horen in de lezing uit Exodus: enerzijds de uittocht uit Egypte en anderzijds de doortocht door de Rode Zee, enerzijds het verleden en vooral de slavernij die bij dat velreden thuis hoort verlaten en anderzijds de richting in gaan van een toekomst , van vrijheid. Dat verhaal van de uittocht en de doortocht, dat is een kernverhaal voor Joden, een verhaal dat elk jaar bij het Pesachmaal verteld wordt, precies om de herinnering daaraan levend te houden. Dat verhaal is voor christenen vanaf het begin van de kerk ook het verhaal geweest dat de doop kon helpen begrijpen. Het verleden met zijn beperkingen en gebreken, met zijn fouten en zwarte kanten achterlaten en je toewenden naar het heden met zijn mogelijkheden en kansen.. Paulus verbindt die twee bewegingen met sterven en verrijzen, met dood en leven. Radicaler kan niet. ‘Zo moet u uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.’

Dat is een ongemakkelijke herinnering, omdat die doorwerkt in wat we doen en laten, ongemakkelijk omdat we daardoor telkens voor keuzes komen te staan. Als christenen kunnen we niet onnadenkend door het leven gaan. Willen we leven en niet zo maar bestaan, dan moeten we die herinnering aan ons doopsel levend houden, die beloften ons te binnen brengen. Hoe ongemakkelijk die herinnering misschien ook kan zijn.

 

Meer nieuws

Webinar op 23 april over Antonius als bezieler van het religieuze leven in Oost en West

Zondag 2 mei is de jaarlijkse Zondag voor de Oosterse […]

Overweging, 11 april, 2e zondag van Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben

Bij het horen van de lezingen gaan mijn gedachten terug […]

Roepingenzondag 25 april 2021: ‘Wees niet bang, kom dichterbij’

Op zondag 25 april viert de R.-K. Kerk de 58e Wereldgebedsdag […]

Vieringen Cenakelkerk in de Paastijd

Zaterdag 10 april 17.00 uur Beloken Pasen Eucharistieviering met zang […]

Preek voor Paasmorgen 2021 Cenakelkerk

Preek voor Paasmorgen 2021              […]