Preek voor de tweede zondag van Pasen Cenakelkerk

Preek voor de tweede zondag van Pasen                                                                       Herwi Rikhof

1 Joh. 5,1-6 / Joh. 20,19-31

 

Inleiding
Hij staat de hele week al op mijn computer, een schilderij van Caravaggio waarop Thomas zijn vinger in de zijwond legt van de verrezen Jezus. Hij wordt daarbij geholpen door Jezus die Thomas letterlijk bij de hand neemt. De ogen van Thomas zijn groot van verbazing. Een prachtig schilderij. Blijkbaar vinden anderen dat ook, want het schilderij is door verschillende fotografen met hedendaagse mensen, eveneens zoals bij Caravaggio in gewone alledaagse kleren, ‘overgenomen’ al dan niet met behulp van wat fotoshopping. Ik heb nu een klein mapje met dat soort foto’s.

De afgelopen jaren heb ik vaak over dit verhaal van Thomas gepreekt. Tomas Halik heeft met dat verhaal als uitgangspunt een mooi boek geschreven: Raak de wonden aan, dat ik ook hier in de parochie besproken heb. Daarom wil ik vandaag niet nog een keer over dat verhaal preken, maar aandacht besteden aan een andere lezing, aan de lezing uit de eerste brief van Johannes. Een tekst die net als het verhaal over Thomas alles te maken heeft met het feest dat we vandaag – een beetje – vieren, deze zondag heet immers Beloken Pasen, dat wil zeggen ‘Pasen afgesloten’. Maar de Paaskaars zullen we pas met Pinksteren doven, dan is de Paastijd pas echt afgelopen.

 

Preek
Zoals vaker tijdens deze coronacrisis werd een fysieke bijeenkomst een digitale. Ik was uitgenodigd om als laatste spreker op een symposium kort te reageren op de eerdere sprekers en op het thema, niet in de zaal  dus, maar vanuit mijn werkkamer. Het ging over een thema waar ik als docent, maar ook als pastor vaak mee bezig ben geweest: het gemeenschappelijk priesterschap van de gedoopten. Of zoals ik het ook wel vaak noem: de waardigheid en de verantwoordelijkheid van ons allen als gedoopten. U zult dat waarschijnlijk wel herkennen. Een thema dat ik ook vaak verbonden heb en verbindt met een ander thema: het kindschap van de gelovigen. We bidden niet voor niets zo vaak ‘Onze Vader’ als een herinnering aan dat kindschap en wat het inhoudt. En ook dat zult u wel herkennen. Ik vond het dan ook vreemd dat een van de sprekers zei dat binnen de katholieke kerk en theologie dat gemeenschappelijk priesterschap en het kindschap Gods geen echte thema’s waren. Ik heb aan het begin van mijn korte bijdrage mijn verbazing over dat oordeel uitgesproken, omdat ik dat oordeel niet deel. Niet omdat die collega blijkbaar niets van mij gelezen had of nooit hier in de kerk had gezeten, maar omdat ik weet dat anderen in onze kerk daar ook aandacht aan besteden, o.a. onze bisschop. Maar het is niet de eerste keer en zal ook wel niet de laatste keer zijn dat iemand een heel andere indruk van iets heeft dan ik: soms vraag ik me af of we wel hetzelfde boek hebben gelezen, of dezelfde film hebben gezien, of hetzelfde debat op de tv hebben gevolgd.

Ik vertel dit omdat vandaag die thema’s, de waardigheid en verantwoordelijkheid van de gedoopten en ons kindschap Gods, duidelijk aan de orde zijn in de tweede lezing. Het gaat over Gods kind en over Gods kinderen dat zijn de mensen die God liefhebben en zijn geboden onderhouden. Dat onderhouden van de geboden is niet moeilijk voor wie uit God geboren zijn. Dat thema van de doop en het verband tussen kindschap en doop ligt meer verborgen in deze tekst, maar ze zijn wel aanwezig. En wel op twee manieren.

Allereerst misschien een beetje oppervlakkig. Deze zondag heet niet alleen beloken Pasen, maar wordt in de traditie ook wel dominica in albis genoemd: de zondag van de witte kleren. Op deze zondag kwamen in de vroege kerk namelijk degenen die in de paasnacht gedoopt waren in hun witte kleren, die ze in de paasnacht gekregen hadden, de kerk binnen, zodat iedereen goed kon zien dat zij de pasgedoopten waren. Op deze zondag klinkt dus Pasen en daarmee ook de doop of preciezer de hernieuwing van de doopbeloften nog door.

Vervolgens minder oppervlakkig en wel in dat laatste, misschien wel raadselachtige, zinnetje: ‘Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus.’ Gekomen met water en bloed of in water en bloed zoals je het ook kunt vertalen. Wat bedoelt Johannes daarmee? Wij kennen wel het gezegde ‘vlees en bloed’ en dat verwijst naar een echte mens, met alle emoties en gevoelens, alle ervaringen ook de minder leuke die bij een echte mens horen. Maar water en bloed?

In het evangelie van Johannes komt die uitdrukking ook voor ‘water en bloed’ of beter ‘bloed en water’ en wel op het moment dat een van de soldaten de zijde van Jezus die aan het kruis hangt doorsteekt, om te kijken of hij wel echt dood is. ‘en meteen kwam er bloed en water uit’. Misschien klopt het medisch niet, bloed én water, maar Johannes schrijft ook geen medisch rapport. Eerder in het evangelie heeft hij geschreven dat Jezus zegt: ‘als iemand dorst heeft, laat hij komen en drinken’ en dat hij daar aan toevoegt dat uit zijn binnenste stromen levend water zullen vloeien. Het commentaar van de evangelist Johannes hierop is dat Jezus verwijst naar de Geest die men zal ontvangen als men tot geloof in Jezus komt. (Joh 7,37-39). En het laatste wat Jezus op het kruis doet is zeggen ‘het is volbracht’ en de geest geven. Vandaag horen we in het evangelie dat de geest geven ook de Geest doorgeven inhoudt.

Maar misschien bedoelt Johannes met water en bloed ook nog iets anders: niet alleen het einde van Jezus op het kruis, maar ook het begin van Jezus’ optreden, zijn doop in het water van de Jordaan, dat belangrijke moment waarop duidelijk wordt dat Jezus de Christus is en de Zoon van God. Bloed verwijst dan naar het sterven op het kruis, water naar de doop in de Jordaan.

In de traditie wordt die tekst dat uit de zijde van Jezus bloed en water komen, uitgelegd als de bron voor de twee belangrijke sacramenten die de kerk tot een gemeenschap van gelovigen maken: de doop en de eucharistie. En zo worden die twee interpretaties als het ware in elkaar geschoven. Zoals wel vaker in onze traditie: je hoeft niet te kiezen voor het een of het andere, het een te accepteren en het andere af te wijzen, maar beide zijn goed, beide kunnen je inzicht geven. Maar in de traditie worden bloed en water daarmee ook op ons van toepassing. Niet alleen iets dat op Jezus betrekking heeft, maar ook op ons als gelovigen. Wij zijn ook van water en bloed, zeker als we samen komen en eucharistie vieren en wij als gedoopten, als christenen, zijn dood verkondigen totdat hij komt.

Toch even terug naar het verhaal van Thomas, naar dat schilderij van Caravaggio. Op dat schilderij – en dat geldt ook voor andere schilderijen – gaat het niet om de wonden in handen en voeten, maar om die wonde in de zijde. Is het toeval dat Jezus tegen Thomas zegt dat hij zijn hand in zijn zijde moet leggen, de plek van bloed en water?

Caravaggio, De ongelovige Thomas 

 

Meer nieuws

Pinksteren 2021. Mgr. de Korte: Enthousiast ons Geloof leven – Op weg naar het feest van de Geest

Afgelopen donderdag hebben wij weer de Hemelvaart van de Heer […]

Overweging, 16 mei, 7e zondag Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Enige jaren geleden vertelde een priestervriend mij over een beeld […]

Preek  Hemelvaart des Heren 2021 Cenakelkerk

Preek  Hemelvaart des Heren 2021            […]

Overweging, 13 mei, Hemelvaart 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

Geborgen zijn, daar gaat toch ieders verlangen naar uit! Bij […]

Kerk Malden zoekt “poets-engelen”

De gezellige poetsploeg van de H. Antonius Abtkerk in Malden zoekt […]