Preek voor het feest van de H. Drie-eenheid 2021 Cenakelkerk

Preek voor het feest van de H. Drie-eenheid 2021                                                                       Herwi Rikhof

Rom. 8,14-17 / Mt. 28,16-20

 

Intermezzo heet het korte programma op een tv-zender die alleen klassieke muziek – en soms jazz – uitzendt en die ik regelmatig op heb staan: kamermuziek, orkestrale muziek, opera, ballet. Meestal zijn het registraties van concerten en festival van voor de corona, maar ook wel van musici in praktisch lege zalen. In dat tussenprogramma, Intermezzo, komen regelmatig musici aan het woord, die een aantal standaardvragen moeten beantwoorden: over wie hen het meest beïnvloed heeft en ook welke muziek ze zouden meenemen naar het onbewoonde eiland.

Die laatste vraag hebben ze waarschijnlijk afgekeken van een radioprogramma op de BBC, Desert Island Discs, dat ik ontdekte toen ik jaren geleden in Oxford studeerde Het wordt nog steeds uitgezonden en je kunt ook via internet oude episodes terugluisteren. Het aardige van dat programma was niet alleen dat ik van een bekend iemand hoorde wat haar of zijn muziek was en dan vaak muziek hoorde die ik niet kende, maar dat ik ook zelf mee ging spelen. Wat zou ik meenemen? Meestal kwam ik dan uit op muziek die ik wel kende, maar die zo mooi en zo gelaagd was dat ik daar naar kon blijven luisteren, een combinatie van herkenning en voortdurende ontdekking.

In dat programma werd ook gevraagd welk boek men mee wilde nemen en dan werd altijd gezegd dat de Bijbel er al lag. Maar de vraag of ze die Bijbel ook gingen lezen en of ze daar ook keuzes in maakten, werd niet gesteld. En dát is die vraag die ik mij wel vaak stel. Zou ik in dat soort extreme omstandigheden dan de hele Schrift van kaft tot kaft lezen? Misschien wel, omdat er niets anders te lezen was, maar ik zou zeker bepaalde stukken lezen en herlezen ook al kende ik die dan waarschijnlijk al helemaal uit mijn hoofd, om precies dezelfde reden waarom ik bepaalde muziek mee zou nemen: die menging van herkenning en voortdurende ontdekking.

Wanneer ik, meestal aan het begin van de week, de passages uit de Schrift lees die we tijdens het weekend hier in de liturgie zullen gaan lezen, dan heb ik regelmatig die ervaring van herkenning en ontdekking. Maar hier in de liturgie lezen we niet van kaft tot kaft, ook niet als je de lezingen van door de week erbij telt. Wij lezen altijd een selectie. Door de liturgiehervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie lezen we wel meer uit de Schrift dan in de eeuwen daarvoor. We horen we over drie jaar praktisch de hele vier evangelies, we bidden meer uit de psalmen dan een of twee verzen, en we horen gedeelten uit het Oude Testament. Over de jaren heb ik naast die liturgische selectie van de kerk een eigen selectie van teksten uit de Schrift gemaakt waar ik op terug val wanneer ik me op een onbewoond eiland voel en niet alleen dan. Een van die teksten is het 8ste hoofdstuk van de brief van Paulus aan de Romeinen. Toen bisschop Jan Bluyssen mij vroeg welke tekst ik wilde bijdragen voor mijn wijding kwam die uit dat 8ste hoofdstuk. Ik vind het dan ook meer dan mooi dat op het feest van de Drie-eenheid we dit jaar uit dat 8ste hoofdstuk lezen.

Waarom is de tekst van vandaag zo’n tekst die ik kan lezen en herlezen en herlezen en toch telkens iets nieuws, een nieuwe laag ontdekken? Dat heeft enerzijds te maken met de kernwoorden die gebruikt worden en anderzijds met de omstandigheden waarin we ons bevinden. Dat geldt niet alleen voor deze tekst, maar ook voor andere teksten die tot die kerkelijke en persoonlijke selectie horen: de tekst die over de eeuwen sleutelwoorden, kernwoorden bevat en de omstandigheden waarin we die woorden horen. Maar dus ook voor die van vandaag.

Om met dat laatste te beginnen: onze omstandigheden. Dat wordt dit weekend natuurlijk bepaald door de mededeling van afgelopen vrijdag dat de lockdown binnenkort opgeheven wordt. Maar ik hoorde ook dat de komst van een museum gewijd aan slavernij dichterbij gekomen is en ik heb de beelden gezien en de recensies gelezen van de nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum over slavernij. Ik weet heel goed dat de lockdown van de afgelopen maanden niet te vergelijken is met die eeuwenlange slavernij en ik vind elke vergelijking van mondkapjes met Jodensterren getuigen van een duivelse domheid, maar het einde van de lockdown, van allerlei inperkingen kan ons wel helpen iets te begrijpen van de gelaagdheid van die tekst van Paulus. Ik wil proberen dit wat toe te lichten.

Beperkingen zijn er altijd in ons leven en denken dat we zonder beperkingen kunnen bestaan, getuigt van een onthutsende kortzichtigheid. Ieder van ons is beperkt door haar of zijn lichaam, talenten, opvoeding. Je kunt proberen de grenzen van die beperkingen wat op te rekken en als de Olympische Spelen doorgaan, kunnen we daar voorbeelden van zien, maar elk Olympisch record is er maar één. Hoe verschillend we ook zijn, ieder van ons is beperkt door iets dat voor alle mensen geldt: de dood.

Naast dat hele complex van beperkingen hebben we ook te maken met inperkingen. Inperkingen zijn, denk ik, anders van aard dan beperkingen. Beperkingen horen bij onze menselijke natuur, inperkingen horen tot onze menselijke cultuur. Inperkingen zijn zaken waar, zoals dat wel eens gezegd wordt, ‘we met z’n allen’ toe besloten hebben. Dat geldt niet voor alle samenlevingen, maar wel voor onze democratische samenleving, ook al merken we dat er groepen mensen zijn die zich ook in onze samenleving buitengesloten voelen, ook al weten we sinds de toeslagenaffaire en andere affaires, dat er ook in onze samenleving even subtiele als hardnekkige patronen van gedrag zijn waardoor bepaalde groepen mensen meer ingeperkt worden dan anderen, buitengesloten zelfs. Hoe dan ook, wij leven in een cultuur waar het recht van de sterkste en egoïstisch eigenbelang niet alles bepalend is en als dat wel zo is, kunnen we daar via rechters tegen protesteren en ons gelijk krijgen, zonder dat we met militaire overmacht ontvoerd worden, of gevangengezet worden.

Paulus gebruikt de term ‘inperking’ niet, maar spreekt over slaafsheid, of preciezer: over een geest van slavernij. De manier waarover hij over die geest, die mentaliteit van slavernij spreekt, maakt duidelijk dat het niet om zoiets als een natuurlijke beperking gaat, maar om een inperking waaraan ten diepste een keuze, een eigen keuze ten grondslag ligt. Paulus gebruikt een verschijnsel dat in zijn cultuur gewoon en veel voorkomend was, slavernij, om op iets te wijzen dat hij van groot belang vindt voor het geestelijk leven. Ook al leven wij dan in een andere maatschappij, andere cultuur, we kunnen wel begrijpen waar hij op doelt als het heeft over die geest van slavernij precies vanwege de discussie en die tentoonstelling over slavernij.

Het interessante van de lezing van vandaag is, en nu kom ik bij een ander sleutelwoord van Paulus in deze tekst, en ook bij die voortdurende ontdekking dat hij niet slavernij tegenover vrijheid plaatst, maar tegenover kindschap. Paulus zegt niet dat we kunnen kiezen voor geen inperkingen – een vrijheid zonder banden – maar dat we kunnen kiezen voor andere inperkingen die ons bestaan beter maken, inperkingen die een heel bepaalde relatie met God inhouden, die horen bij ons doopsel.

Aan het slot van het evangelie volgens Matteus geeft Jezus zijn leerlingen de opdracht te dopen, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en hen zo in te brengen in een patroon van relaties. Door deze termen te gebruiken maakt Jezus duidelijk hoe die relatie er niet uit ziet: niet met God hoog en breed van ons vandaan, niet met God als een afstandelijke controleur of een berekenende werkgever. Vader-Zoon-Geest roepen de intimiteit en de betrokkenheid van een gezin op. Hoe die relaties van kindschap er voor ieder van ons concreet uitzien, dat is precies waar die voortdurende ontdekking over gaat.

Paulus begint het gedeelte dat we net gehoord hebben met: ‘allen die zich leiden door de Geest zijn kinderen van God’. Door de Geest worden wij Christenen, lijken we of beter, gaan we lijken op de Christus, de Zoon en kunnen we zoals hij bidden Abba Vader. Het zijn deze zinnen, deze tekst over slavernij en kindschap die mij scherp houden en die ik daarom meeneem.

Meer nieuws

Overweging, 13 juni, 11e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben.

Op het internet kwam ik bij toeval de Franse film […]

Vieringen Cenakelkerk in juni

Zaterdag 5 juni 17.00 uur Eucharistieviering muzikaal ondersteund door Frans […]

Meer zitplaatsen tijdens vieringen vanaf het weekend van 12 en 13 juni 2021

Het voorkomen van een corona-brandhaard in onze kerken blijft steeds […]