Preek voor het Feest van de Heilige Familie 2020   Cenakelkerk

Preek voor het Feest van de Heilige Familie 2020                                                       Herwi Rikhof

Hebr. 11,8.11-12.17-19 / Lc. 2,22-40

 

Om wie gaat het nu vandaag? De heilige familie? Zo heet het feest en dat staat ook op de voorkant van het boekje. Maar wat betekent dat? Heilige Familie Wat roept dat op? Heilige Familie. We hebben al een tijd lang geen koffie kunnen drinken in de Oosterse Zaal en als we daar koffie drinken, gaat onze aandacht natuurlijk niet op de eerste plaats uit naar de wandversiering. Onze eerste aandacht gaat uit naar de koffie en naar de mensen die daar zitten of staan, naar de gesprekken en de contacten. Maar als je nu die lege zaal binnen komt, waar wat stoelen staan opgestapeld, zie je meteen links Maria op de achtergrond met een nuttig handwerkje en Jezus die Jozef helpt in de werkplaats. Een verbeelding van de heilige familie, die zoals elke verbeelding, de tijd weergeeft waarin het geschilderd is. Wat ons bij die schildering waarschijnlijk opvalt is dat beeld van het gezin, de rolpatronen die daar naar voren komen – moeder de vrouw op de achtergrond, de vader de kostwinner en de zoon in de stappen van de vader – , omdat dat beeld niet meer geldt en ook verzet oproept. Het gezin als hoeksteen van de samenleving is misschien een thema in de komende verkiezingen, maar dan niet zonder tegenspraak en de nodige ironie.

Iets van dat ongemak is terug te vinden in de lezingen van vandaag. In de lezing uit de brief aan de Hebreeën, over Abraham en Sara gaat het niet zozeer om een gezin, familie gaat, maar om hun geloof. Tot drie keer toe wordt dat herhaald: ‘door het geloof…’. In de evangelie lezing staat aan het eind wel iets over de terugkeer naar Galilea, naar Nazaret, maar niet veel over het gezin of het gezinsleven daar.

Om wie gaat het nu vandaag? Als we het evangelie als uitgangspunt nemen om Simeon en Hanna. Bezien vanuit het evangelie van Lucas is dat zeker het geval. Na de herders, nu twee andere mensen, na de verkondiging aan de herders van de geboorte van de redder, de Christus, de Messias en na de verkondiging van de herders aan allen die het maar horen willen, nu een oude man en een oude vrouw die die verkondiging onderstrepen. Simeon die in het kind de belofte dat hij de Gezalfde, de Messias zal zien voor hij zal sterven, herkent en Hanna die over het kind spreekt tot allen die de bevrijding van Jerusalem verwachten. En na de verbazing van Maria over wat de herders haar vertellen over haar kind, nu de verbazing van Maria over wat Simeon zegt over haar kind.

Maar ook bezien vanuit de opbouw van de liturgie van de Kersttijd gaat het om Simeon en Hanna. Want na de verkondiging van de herders en van de herders, die enkel gaat over de Messias, wordt nu in een tweede stap de fundamentele dubbelzinnigheid van elk historische gebeuren aangestipt. Simeon spreekt over val en opstanding van velen, over het teken van tegenspraak dat Jezus zijn: de ene voor, de ander tegen. Messias, goed, maar wat voor Messias? En om wat voor bevrijding van Jerusalem gaat het? Vervolgvragen waarin in de loop van het evangelie antwoorden op komen, antwoorden die weer verdere vragen oproepen tot aan de Emmausgangers op paasavond toe

Maar als we de titel van het feest serieus nemen, heilige familie, gaat die centrale plaats van Hanna en Simeon wat wringen, tenzij je van die twee oude mensen een soort surrogaat opa en oma maakt. Dat is misschien ook de reden waarom er een alternatieve lezing is, waar die twee oude mensen uit weg gesneden zijn. Ik ben daar nooit zo’n voorstander van omdat we dan gemakkelijk de tekst van de Schrift naar ons eigen inzicht kunnen plooien en gebruiken. Nee, we moeten die tekst helemaal nemen en dan afvragen wat heeft dat nu met heilige familie te doen.

De plaats waar zich alles afspeelt is Jerusalem en wel de tempel en die plaatsen worden niet zonder reden genoemd, omdat het in dit hele gebeuren gaat om de Wet van Mozes, om de Wet des Heren, de tocht naar Jerusalem en naar de tempel is om de voorschriften die op die Wet  betrekking hebben te vervullen. Vijf keer valt die term: voorschriften van de Wet. En ook Simeon en Hanna worden getekend als mensen van de Wet, wetsgetrouw, vroom, mensen van vasten en gebed.  Het gaat niet om zomaar een stad, om een of ander bureau waar aangifte gedaan moet worden: het gaat om Jerusalem, om de tempel. Het gaat niet om een of ander voorschrift, een lokale bepaling, het gaat om de Wet des Heren.

De wet van Mozes, de wet des Heren is een wet zoals onze grondwet, een wet die de identiteit van een volk bepaalt, die ook de toetssteen is van wel of niet erbij horen, een wet die het volk maakt. Door de voorschriften van die grondwet te vervullen geven de Maria en Jozef aan dat hun zoon bij het volk hoort dat door de wet van God gevormd wordt. En eigenlijk is dat een onderstreping van de menswording, van de concreetheid van de menswording.

Die concreetheid van de menswording is vanaf het begin een probleem geweest. Het is niet voor niets dat we in de grote geloofsbelijdenis dat twee keer zeggen: hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden. Blijkbaar is het niet voldoende te zeggen: het vlees aangenomen, blijkbaar is het niet voldoende te belijden dat de Zoon Gods beperkt en vergankelijk en brekelijk en broos is geworden, een van ons, maar moet nog toegevoegd worden: mens, moet de concrete geschiedenis onderstreept worden, de concreetheid van een gezin, de concreetheid van een volk, de concreetheid van een traditie.

Zoals bij alle lezingen die we deze afgelopen dagen gehoord hebben, het verhaal van de geboorte van Jezus in een stal met dat contrast tussen het bevel van Augustus en de glorie van God, het gedicht over het Woord en het Licht met als kern die drie korte ademloze zinnetjes ‘en het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond, en we hebben zijn heerlijkheid gezien’, het verhaal over Stefanus die als een echte christen getekend wordt en geestdriftig getuigt van zijn geloof,  zoals bij alle lezingen die we deze afgelopen dagen gehoord hebben, bepaalt ook vandaag de donkere crisis waar we ons in bevinden welke accenten we leggen, welke elementen betekenis krijgen, diepere betekenis krijgen. De concreetheid van het gezin, van onze leefomgeving, van onze traditie is zo’n element, is het element dat het feest van vandaag bijdraagt aan onze pogingen om de tekenen van deze tijd, deze corona tijd te verstaan.

Om wie gaat het nu vandaag. Uiteindelijk om ons.

 

Meer nieuws

Overweging 2e zondag door het jaar 2021 Cenakelkerk

  17 januari 2021 2e zondag door het jaar    […]

Leesgroep Borgman start 4 februari

Erik Borgman schreef “Alle dingen Nieuw, een theologische visie voor […]

Zaterdagavondviering 18.30 uur via YouTube kanaal Ontmoetingskerk

Op zaterdagavond om 18.30 uur vindt er in onze parochie […]

Overweging, 17 januari, 2e zondag door het jaar 2021 B door pastoor Jacques Grubben.

‘Het is weer groen’, zei een van onze priesterdocenten op […]

Week van Gebed voor Eenheid van start op zondag 17 januari, thema: #blijfinmijnliefde

#blijfinmijn­liefde. Dat is de oproep die in 2021 centraal staat […]