Preek voor Pinksteren 2021 Cenakelkerk

Preek voor Pinksteren 2021                                                                                                         Herwi Rikhof

Hand 2,1-11 Joh 15,26-27;16,12-15

 

Is de film beter dan het boek? Soms wel, soms niet. Maar ik wil wel altijd graag eerst het boek, zeker als het een roman is, lezen voor ik de film bekijk, zodat ik mijn eigen voorstellingen kan vormen, mijn eigen beelden kan hebben bij de hoofdrolspelers. Soms valt een verfilming tegen, soms levert een verfilming nieuwe inzichten, soms zou ik heel andere auteurs gekozen hebben, soms is de casting een verrassing.

De verhouding tussen woord en beeld is een ingewikkelde. Ik ken het gezegde dat één beeld, één foto, meer zegt dan 1000 woorden. Deze week zag ik fragmenten uit een documentaire die tijdens de oorlog in het doorgangskamp Westerbork werd gefilmd. In die uitzending zag ik ook weer die foto van dat meisje met een wit hoofddoekje dat tussen de bijna gesloten deuren van een veewagen je aan kijkt, in die veewagen op weg naar Auschwitz, waar ze op 31 juli 1944 vergast is. Ze heet Settela. Lang werd gedacht dat het om een Joods meisje ging, nu weten dat het om een Roma-meisje gaat. Maar als je niet weet waar en wanneer die foto gemaakt is, mis je veel van de zeggingskracht. Hetzelfde, niet zo dramatisch, is  in het programma Buitenhof te zien, wanneer tussen de gesprekken met politici en anderen door elke week een foto wordt getoond, maar die foto wordt wel toegelicht, moet wel toegelicht worden, want zo’n beeld, zo’n foto kan wel van alles oproepen, maar klopt dat ook?

Misschien heeft Piet Gerrits iets van dat probleem gevoeld, want hij heeft hier in de kerk niet alleen verhalen uit de Schrift geschilderd, maar ook daar teksten bij aangebracht. In de ruimte tussen de ramen van de koepel heeft hij telkens een zin geschilderd uit de verhalen dat hij daar onder op die zes grote vlakken heeft geschilderd: een zin uit die verhalen uit Handelingen, die dat verhaal niet alleen  identificeert, maar ook als het ware de sleutel is tot dat verhaal. Daar gaat het om en in elke zin komt de heilige Geest voor. Dat heeft hij niet alleen tussen die ramen gedaan, maar ook op andere plaatsen in de kerk, bijvoorbeeld in de Mariakapel, en op de twee grote bogen van het priesterkoor. Op de boog daar achter mij staat een zin uit de Openbaring van Johannes: Zie hier Gods woontente bij de menschen. Een zin die in alle kortheid de kern van de ons geloof raakt. God is niet ver weg of veraf, maar midden onder ons. Op de boog voor mij staat een zin die misschien niet zo goed leesbaar is, maar waar wel één woord precies in het midden eruit springt: Jesus. Die zin op deze boog is even belangrijk is als de zin achter mij. Het is een zin van Paulus, die ons kan helpen het evangelie van vandaag te verstaan. In het evangelie hebben we namelijk twee fragmenten uit de afscheidsrede gehoord, twee fragmenten waarin Jezus praat over de Geest van waarheid spreekt, de heilige Geest die hij introduceert als ‘de Helper die ik u van de Vader zal zenden’. Helper. Wat voor helper? Waartoe helpt hij ons? Die zin hierboven geeft daarop een antwoord, een belangrijk en ook heel diepzinnig antwoord.  ‘Niemand kan zeggen Jezus is de Heer, tenzij door de Geest.’

De Geest is dus degene die ons tot geloof brengt, sterker nog: alleen de Geest, alleen de Geest van waarheid, kan ons tot een geloofsbelijdenis brengen. Meestal komt de Geest als laatste aanbod, bij het kruisteken, bij de doxologie, bij de zegen. Maar hier staat de Geest, de werkzaamheid van de Geest aan het begin. Ons geloof, onze geloofsbelijdenis is werk van de Geest. Zonder de werkzaamheid, zonder de aanwezigheid van de Geest, geen geloof, geen geloofsbelijdenis.

Afgelopen vrijdag hebben we de laatste bijeenkomst gehad met de vormelingen die op de Tweede Pinksterdag gevormd gaan worden. Een onderdeel van het toedienen van het vormsel is dat de jongeren met al de mensen in de kerk de geloofsbelijdenis bidden. Gewoonlijk besteden we in de voorbereiding een avond aan de geloofsbelijdenis, maar door de coronacrisis hebben we telkens ons programma moeten aanpassen en omgooien en van een uitvoerige discussie over de geloofsbelijdenis is het dit keer niet gekomen. We hebben natuurlijk wel herhaaldelijk over geloven gesproken, maar dan naar aanleiding van andere zaken, zoals bidden, of het kwaad in de wereld. Maar afgelopen vrijdag toch kort gepraat over de geloofsbelijdenis. Over verschillende vormen van geloven. Over geloven dat, ik geloof dat het morgen wel mooi weer wordt. Over iemand geloven, dat ze mij geloven wanneer ik zeg dat ik wel drie uur of langer kan praten over de geloofsbelijdenis. En over geloven in, over iemand zo vertrouwen dat je alles, dat je je hele hebben en houden, aan haar of aan hem durft toe te vertrouwen. Dat geloven in komt heel dicht bij echt van iemand houden.

Wanneer we uitvoeriger over de geloofsbelijdenis spreken – en die ervaring heb ik ook wanneer die geloofsbelijdenis in andere gesprekken het onderwerp is – is een van de struikelblokken altijd de heilige katholieke kerk. Hoezo heilig? En al die schandalen van misbruik dan? Hoe zo katholiek? En de andere christenen en gelovigen dan? Het eerste antwoord dat ik dan meestal geef, is dat die termen – en in de grote geloofsbelijdenis staan dan ook nog ‘een’ en ‘apostolisch’ – geen precieze beschrijvingen zijn, maar eerder agendapunten: de kerk moet heilig worden, moet alomvattend worden en niemand uitsluiten – want dat betekent katholiek; de kerk moet één worden en de kerk moet in de voetsporen van de apostelen Jezus volgen. Opdrachten die de kerk moet blijven vervullen, opdrachten die nooit af zijn.

Maar er moet nog een tweede antwoord volgen en dat heeft te maken met dat geloven in. In de geloofsbelijdenis die we gewoonlijk hier bidden of zingen staat: ik geloof in de heilige Geest, de heilige, katholieke kerk …. . Maar er zijn ook vertalingen en versies waarin staat: in de heilige katholieke kerk. Straks bidden we zo’n versie wanneer we de grote geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel bidden: ‘in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk’. Een van de grote heilige kerkleraren van de kerk, – een onverdacht persoon dus – Thomas van Aquino, maakt bezwaar tegen deze formulering: geloven in de kerk. Dat maakt de kerk te groot, dat maakt de kerk goddelijk, de gelijke van Vader, Zoon Geest en dat kan niet. Hij citeert dan de grote kerkvader Augustinus die zegt dat wij als gelovigen alleen in God Vader Zoon Geest geloven. Maar voegt Thomas eraan toe: als je dan toch die tekst tegenkomt, dan moet je hem als volgt verstaan: ik geloof dat in de kerk de heilige Geest werkt. Daarmee wordt de kerk op haar plaats gezet.

Ik vind dit een schitterend antwoord, niet omdat het een slimme poging is een problematische formulering te omzeilen, een handig foefje, maar omdat het een goede en gelovige visie is op de fundamentele werkzaamheid van de Geest in de kerk, omdat het die zin van Paulus hierboven bepalend laat zijn voor ons. Zonder de werkzaamheid en de aanwezigheid van de Geest is er geen geloof, geen geloofsbelijdenis. Alleen als de Geest werkzaam is, alleen als wij als gelovigen de Geest toelaten, is er een kerk, zijn wij de Kerk.

Kom heilige Geest.

 

Meer nieuws

Overweging, 13 juni, 11e zondag B 2021 door pastoor Jacques Grubben.

Op het internet kwam ik bij toeval de Franse film […]

Vieringen Cenakelkerk in juni

Zaterdag 5 juni 17.00 uur Eucharistieviering muzikaal ondersteund door Frans […]

Meer zitplaatsen tijdens vieringen vanaf het weekend van 12 en 13 juni 2021

Het voorkomen van een corona-brandhaard in onze kerken blijft steeds […]