Preek Witte Donderdag 2021 Cenakelkerk

Preek Witte Donderdag  2021                                                                                            Herwi Rikhof

1 Kor. 11,23-26 / Joh. 13,1-15

 

Waarom horen we nu op het feest van Witte Donderdag, de dag dat we de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen gedenken, waarom horen we tijdens de viering waarin we plechtig doen wat we elk weekend en ook door de week hier in de kerk (of in de Taborkapel) doen, eucharistie vieren, de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen herinneren en in herinnering houden, waarom horen we vandaag niet als evangelie het verhaal waarin dàt ook verteld wordt: het verhaal dat Jezus brood neemt en breekt, wijn neemt en ronddeelt en zegt ‘mijn lichaam’, ‘mijn bloed’. Waarom horen we nu vanavond het verhaal over de voetwassing?

Die vraag wordt nog dringender wanneer je gaat kijken naar het evangelie waar het verhaal van de voetwassing uit komt: het evangelie van Johannes. De andere evangelisten hebben het verhaal van de voetwassing niet, die vertellen gewoon het verhaal dat Jezus twee van zijn leerlingen de stad instuurt met de opdracht een plek te zoeken waar ze het feest van de uittocht, het paasfeest, kunnen vieren. Die twee leerlingen vinden een ruime bovenkamer en maken alles klaar. De andere evangelisten vertellen het verhaal dat de leerlingen met Jezus ’s avond komen, en aanliggen, dat Jezus zegt dat een van hen zal verraden en dat hij brood breekt en zegt ‘mijn lichaam’ en wijn uitdeelt en zegt ‘mijn bloed’. Maar Johannes vertelt niets over brood en wijn, hij vertelt dit verhaal in plaats van het breken van het brood en het delen van de wijn. En de kerk, zo kun je zeggen, volgt Johannes. Al eeuwen lang wordt vanavond dit verhaal gelezen.

Waarom? Om zoals dat in sommige kerken wel gebeurde in de tijd voor corona een aanleiding te hebben een toneelstukje op te voeren, de paus, de bisschop, de priester die de voeten van mensen uit de kerk wast? Dat lijkt me wat goedkoop, oppervlakkig, te veel show. Nee, ik denk dat er een diepere reden is, want als je voor een lezing uit het evangelie van Johannes kiest, kies je altijd voor een dubbele bodem.

Die dubbele bodem kunnen we ontdekken, als we ons realiseren dat dit verhaal van de voetwassing een ongemakkelijk verhaal is, een verontrustend verhaal. Wij kennen het en dan valt dat verontrustende niet meer zo op. Maar Petrus laat in zijn reactie zien hoe ongemakkelijk, hoe verontrustend het is wat Jezus daar doet. Verontrustend en ongemakkelijk is niet alleen dat Jezus zich als een dienaar, als een knecht gedraagt en het werk doet dat wij het liefst aan anderen uitbesteden. Niet het verontrustende gaat dieper en daarvoor moeten we niet allen kijken naar wat Jezus doet, maar ook en vooral naar Petrus: naar zijn reactie, naar wat hij zegt.

Petrus lijkt op mensen die wij waarschijnlijk wel herkennen, omdat wij ze meemaken maar misschien nog wel meer omdat we ons in hen herkennen. Petrus lijkt op mensen die merken dat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, maar aangewezen zijn op gezinshulp, op mensen die merken dat ze verzorgd moeten worden, opgenomen in een verzorgingshuis of verpleegtehuis, mensen die gewassen moeten worden en verschoond. En dat gaat nooit zomaar, dat gaat nooit gemakkelijk, want niemand van ons wil zijn of haar onafhankelijkheid kwijt. ‘Ik heb het altijd gered, waarom nu niet meer?’ ‘Ik heb altijd voor mijn man kunnen zorgen, waarom nu niet meer?’ ‘Ik heb altijd voor anderen gezorgd…’. Wanneer je dit van dichtbij meemaakt, in je familie, bij je ouders, bij vrienden, dan merk je ook hoe sterk in jezelf dat verlangen is om zelfstandig te zijn en te blijven, om niet afhankelijk te worden. Dat gevoel, dat diepmenselijke verlangen daar gaat het om in dit verhaal, dat is wat Petrus naar voren brengt: het verlangen om het zelf te doen, het zelf te kunnen.

En van dát gevoel, van dát verlangen naar zelf doen zegt Jezus nu, dat kan wel waar zijn, maar als je daar alleen aan denkt, als je koste wat het kost dat overeind wilt houden, dan mis je wat, dan kun je niet meedoen, dan snap je niet wat er gebeurt, dan blokkeer je. Wat blokkeer ik dan? Dan blokkeer je God, dan sta je niet toe dat God voor je zorgt. Dan sta je niet toe dat God gastheer is en dat jij te gast bent.

Goed gast zijn is moeilijker dan we denken. Misschien moeten we het daarom ook zo vaak inoefenen. Gasten zijn, naar voren komen met lege handen en het voedsel van eeuwig leven krijgen. We doen het vaak uit gewoonte, maar het is een diep gebaar hier in de kerk, de hand ophouden om de communie te ontvangen. Het gebaar drukt ten diepste een houding uit, de houding van gast.

Goed gast zijn is moeilijker dan we denken. Misschien moeten we het daarom ook zo vaak inoefenen. Gasten zijn, zodat we van harte kunnen zeggen: dank u wel, want dat betekent ‘eucharistie’. Daarom begin ik straks bij  het grote dankgebed ook met de oproep ‘ brengen wij dank aan de Heer onze God’ en antwoordt u: ‘hij is onze dankbaarheid waardig’, zegt u in feite: ja, dat doen we. Als we dat doen, als we ‘dank u wel’ zeggen, dan kan God zeggen: het genoegen is mijnerzijds.

 

Meer nieuws

Overweging, 11 april, 2e zondag Pasen 2021 B door pastoor Jacques Grubben

Bij het horen van de lezingen gaan mijn gedachten terug […]

Roepingenzondag 25 april 2021: ‘Wees niet bang, kom dichterbij’

Op zondag 25 april viert de R.-K. Kerk de 58e Wereldgebedsdag […]

Vieringen Cenakelkerk in de Paastijd

Zaterdag 10 april 17.00 uur Beloken Pasen Eucharistieviering met zang […]

Preek voor Paasmorgen 2021 Cenakelkerk

Preek voor Paasmorgen 2021              […]

Preek voor de Paaswake 2021 Cenakelkerk

Preek voor de Paaswake 2021            […]